Stedelijk Museum Amsterdam

Journal

De Nederlandse leerlingen van Matisse

Maurice Rummens is wetenschappelijk medewerker bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. Bij het voorbereiden van de tentoonstelling De oase van Matisse stuitte hij op een verrassend gegeven dat in Nederland vrijwel onbekend is.

 

Studioassistent Annelies Nelck met contourtekening van het knipselwerk Apollo op de vloer in Hôtel Régina, Nice, c. 1953 © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam.

Atelierassistent Annelies Nelck met contourtekening op transparant papier van Matisse’ knipselwerk Apollo op de vloer in Hôtel Régina, Nice, c. 1953 © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam.

In 1943 belt een jonge Nederlandse vrouw bij Henri Matisse in het Zuid-Franse Vence aan en vraagt om hulp bij haar werk. Ze heet Annelies Nelck en heeft aan de Rijksakademie in Amsterdam de schildersopleiding gevolgd. Na haar eerste bezoek aan Matisse volgen er meer en uiteindelijk zal zij zes jaar lang kind aan huis bij hem zijn. In 1995 heeft zij haar dagboekherinneringen verwerkt in een Franstalig boekmanuscript, dat in 1999 in eigen beheer is uitgegeven. Matisse becommentarieerde het werk van Nelck. Zij was overigens niet de enige Nederlandse die les van hem kreeg. Het is algemener bekend dat aan de zogenoemde Académie Matisse in Parijs aan het begin van de twintigste eeuw een andere Nederlandse jonge vrouw, B. de Ward, tot zijn leerlingen behoorde. Aan De Ward hoop ik later aandacht te kunnen besteden; hieronder meer over Nelck. Hoe kwam zij in 1943 in Zuid-Frankrijk terecht? En wat leert zij ons over Matisse?

Annelies Nelck
Haar vader, een bakkersknecht uit Den Haag, was heel handig en construeerde zelf campers avant-la-lettre. Met een daarvan emigreerde Annelies met haar ouders – haar moeder kwam uit Amsterdam en was onderwijzeres – naar Vence, waar ze een tuinbouwbedrijfje begonnen. In 1938 mocht Annelies gaan studeren in Amsterdam, waar ze bij een oom en tante verbleef. In 1943 was ze in verwachting en mocht en kon je door de oorlogssituatie moeilijk reizen, maar zij kreeg, zoals zij zei: “wonder boven wonder” toestemming om naar haar ouders te gaan, van wie ze twee jaar lang niets meer had vernomen. Pogingen om haar vriend, die in het verzet zat, naar Vence te halen liepen op niets uit. Hij overleefde de oorlog niet.

De ontmoeting
In Vence werd Nelcks zoon geboren en leidde zij met haar ouders een geïsoleerd bestaan. Haar vader had van de plaatselijke bevolking gehoord dat er een bekende schilder (de naam Matisse zei haar toen niets) in Vence woonde en spoorde Annelies aan om hem te bezoeken. Ze durfde niet goed, maar op aandringen van haar vader ging ze toch. Aan de deur gaf Lydia Delectorskaya, de vaste assistente van Matisse, haar te verstaan dat ze een telefonische afspraak moest maken als ze Monsieur Matisse wilde spreken. Niemand in de buurt had telefoon, maar haar vader wilde dat ze terugging, nu met haar ingelijste tekeningen in een handkarretje. In de deuropening van de villa van Matisse zag ze een kleine vrouw (Josette, de kok) de gang schrobben, ze verzamelde al haar moed en liep op haar af. Josette vroeg haar even te wachten. Vanuit het atelier hoorde ze een mannenstem protesteren, waarop Josette zei: ‘Maar Monsieur, ze is nog zo jong!’ Nelck werd binnengelaten en zag ‘een vreemde ruimte, heel licht, vol bloemen en planten, meubels en gekleurde objecten met golvende vormen en overal kleuren’. Te midden daarvan zat Matisse. Toen deze haar vroeg wat bepaalde vormen op een van haar werken voorstelden, antwoordde ze verbaasd: ‘Dat zijn koeien! Is dat niet te zien?’ Waarop Matisse kalm zei: ‘U bent hier brutaalweg binnengestapt en nu probeert u mij de les te lezen. U kunt gaan.’ Toen ze daarop begon te huilen, kreeg ze te horen dat huilen een bekende truc was om ergens binnen te komen. Maar terwijl ze afdroop, riep Matisse haar terug. De keer daarop poseerde ze voor hem en… ze bleef de daaropvolgende zes jaar Delectorskaya helpen en poseren voor Matisse. Aldus in een notendop de lezing van Nelck.

Bij Matisse thuis in oorlogstijd
Haar boek geeft meer sfeerimpressies dan feitelijke informatie over het leven in Villa le Rêve, het huis van Matisse, maar ze wijst er wel op hoeveel inspanning het in oorlogstijd aan een kale berghelling en dichtbij de vuurlinie, kostte om te waken over de gezondheid en veiligheid van de na een zware operatie invalide geraakte oudere kunstenaar. Voor de feiten moeten we andere publicaties raadplegen, zoals die van Delectorskaya en de biografie van Matisse, geschreven door Hilary Spurling. Daar kun je lezen dat de kou een grotere bedreiging vormde dan beschietingen. En dat Delectorskaya, puttend uit haar jeugdervaringen in Siberië, het atelier met een houtkachel verwarmde en de koude wind die van de bergen kwam tegenhield door dikke kleden voor deuren en ramen te hangen. Op de fiets schuimde Delectorskaya het platteland af om levensmiddelen te bemachtigen, want de hele streek was leeggehaald om de Duitse troepen te voorzien. Delectorskaya nam zelfs bokslessen om sterker te staan bij eventuele confrontaties met plunderende Duitse soldaten.

 

Laurens_L'automne_DeHerfst_1948

Henri Laurens, L’Automne / De herfst, 1948, brons, gepatineerd, 77 x 170,5 x 63 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Wat Nelck het meest opviel en goed beschrijft, was de serene sfeer die in het atelier van Matisse heerste, ondanks de grote zorgen die de schilder had over zijn dochter Marguerite en zijn vrouw Amélie. Beiden waren gearresteerd door de Gestapo wegens verzetsactiviteiten. Marguerite werd gemarteld. Matisse probeerde zijn gevoelens onder controle te krijgen door boekillustraties te maken voor de dichtbundel Les fleurs du mal van Charles Baudelaire, waarvoor Nelck poseerde. Volgens Spurling was, behalve Lydia, Annelies de enige tegen wie Matisse in die tijd over zijn gezin sprak. ‘De dingen zijn op dit moment voor ons allen moeilijk’, zei hij zacht, toen Nelck hem vertelde dat haar vriend in een gevangenishospitaal werd vastgehouden, in afwachting van deportatie naar het concentratiekamp Bergen Belsen. Matisse en Delectorskaya praatten altijd aardig en gewoon met haar. Hij maakte graag grapjes en woordspelingen, maar die waren volgens haar nooit venijnig.

 

Henri Matisse, Zonder titel (studie voor Blauwe naakten), ca. 1952, potlood op papier, 27 x 21 cm, particuliere collectie

Henri Matisse, Zonder titel (studie voor Blauwe naakten), ca. 1952, potlood op papier, 27 x 21 cm, particuliere collectie, © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam.

Het is een beetje jammer dat Nelck niet echt veel nieuws weet te melden over de persoonlijke relatie tussen Matisse en de beeldhouwer Henri Laurens, met wie hij goed bevriend was, en zijzelf later ook. Om die relatie te typeren, citeert ze Delectorskaya. Deze vertelde haar, dat toen Laurens in 1940 krap bij kas zat, Matisse hem opzocht met de mededeling dat hij door een verzamelaar was gestuurd om een beeld voor hem te kopen. De afzetmarkt van Laurens was kleiner dan die van Matisse en was ingestort doordat veel van zijn aspirant-kopers door de oorlog geen kunst meer kochten, of naar het buitenland waren gevlucht. Laurens liet Matisse een keuze maken en noemde de prijs. Matisse haalde hem over om de maximale prijs te vragen, betaalde en nam het beeld mee. In werkelijkheid was er helemaal geen verzamelaar en handelde Matisse zo om Laurens te kunnen helpen zonder hem in verlegenheid te brengen. Matisse gaf deze sculptuur weer in enkele getekende stillevens. De vormen ervan zijn, net als die van Laurens’ andere beelden van vrouwelijke naakten uit dezelfde tijd, verwant aan die van de zogenoemde Blauwe naakten- knipselwerken die Matisse omstreeks 1952 maakte. Jaren na de aankoop zag Laurens het beeld terug in het atelier van Matisse. Hij zei niets, maar Delectorskaya bespeurde een lichte glimlach op zijn gezicht.

 

PierreBonnard_L'esterel

Pierre Bonnard, L’Estérel, 1917, verf op doek, 56 x 73 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam, c/o Pictoright, Amsterdam 2004

De kunst van Matisse
Nelck vertelt dat ze aanvankelijk niets begreep van het werk van Matisse. De kleuren leken haar opgebracht zonder toewijding of ‘vakmanschap’ en ze zag de noodzaak van de ‘vertekende’ vormen niet. ‘Maar’, zo zegt ze, ‘hij straalde een spanning uit die het gevolg was van een extreme concentratie, en de beeldende resultaten daarvan beheerste hij duidelijk helemaal.’ Hoewel het voor haar aanvankelijk een raadsel was waar hij naar streefde, was ze wel al snel doordrongen van zijn authenticiteit. Vanaf dat moment vond ze het niet langer nodig om over zijn kunst te lezen; ze verkeerde immers in de bijzondere positie dat ze alleen maar hoefde te luisteren naar Matisse en te kijken naar wat hij deed.

Nelck stipt de inzichten van Matisse overigens meer aan, dan dat ze deze beschrijft. Zo citeert ze wat Matisse tegen haar zei over zijn vriend de schilder Pierre Bonnard: ‘Ik wilde dat ik kon wat hij doet en hij wilde dat hij kon wat ik doe.’ In een brief aan zijn dochter Marguerite lichtte Matisse dit toe. Hij vond het mooi dat bij Bonnard de kleur is opgebracht ‘in strengen alsof het draden wol zijn’ en hij prees het ‘gepassioneerde en levendige’ effect hiervan. Bonnard op zijn beurt zei vol bewondering over de effen kleurvlakken waaruit Matisse zijn voorstellingen opbouwde: ‘Hoe kun je ze gewoon zo neerzetten en dan toch ervoor zorgen dat het klopt?’

 

Woman-in-Blue-low

Henri Matisse, Femme en blue / Vrouw in het blauw, 1937 olieverf op doek 92,7 x 73,7 cm Philadelphia Museum of Art: Schenking Mrs. John Wintersteen, 1956 © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam 2014

De naoorlogse jaren
Nelck bleef poseren voor Matisse, waarvoor ze goed werd betaald, en ook kreeg ze soms van hem een litho of tekening cadeau. Bovendien becommentarieerde hij haar eigen werk:

‘Beste Annelies, Ik heb enige tijd met jouw schilderij geleefd. Ik heb de kwaliteiten en zwakheden (Pardon!) ervan ervaren. Ik wil er graag met je over praten zodra je in de gelegenheid bent om naar Nice te komen. […] Ik hoop je spoedig te zien, groeten aan je man, Henri Matisse, 12 augustus 1949’

En Matisse vond kopers voor haar werk (‘Ik vertelde hen dat 1000 francs jouw gebruikelijke prijs was voor een portret’). Ze concludeert dat hij niet alleen orde en balans bracht in haar werk maar, door de wijze adviezen en hulp, ook in haar leven. In 2014 is zij overleden. We hadden haar voor onze tentoonstelling graag geïnterviewd.

 

De oase van Matisse, te zien t/m 16 augustus 2015 in het Stedelijk Museum Amsterdam

Bronnen:

L. Delectorskaya, voorwoord I. Monod-Fontaine, Henri Matisse : contre vents et marées, peinture et livres illustrés de 1939 à 1943, Parijs 1996
A. Nelck, Matisse à Vence, l’olivier du rêve, témoignage,  [S.l.] 1999
H. Spurling, Matisse The Master: A Life of Henri Matisse, Volume Two, 1909-1954, Londen 2005

tentoonstellingen verslag 25 februari, 2015

Zomaar een dag in het museum met Tino Sehgal

A year at the Stedelijk: Tino SehgalSinds januari 2013 werkt Stance Dia als vrijwilliger in het Stedelijk Museum. In die hoedanigheid maakt ze soms heel bijzondere momenten mee.
Zo ook op woensdag 21 februari j.l. bij een van de presentaties van Tino Sehgal. In dit blog deelt ze haar ervaring.

Zaal 0.3 is leeg op de ‘situation’ van Tino Sehgal na èn een oude man die, leunend op zijn stok, in een hoek zeer geconcentreerd staat te kijken. Fijn er even te kunnen zijn, ik vind het leuk dat dit kunstwerk interesse opwekt bij alle leeftijden.

Na een ronde door het museum kom ik terug in 0.3 en zie daar nog steeds die oude man met de stok. Hij wankelt een beetje en is dankbaar als ik hem een krukje aanbied. Inmiddels vult de zaal zich af en aan, de man laat zich nergens door storen en blijft gefascineerd kijken.

Weer word ik teruggetrokken naar deze zaal.

Read More »

Tags

in memorium 18 januari, 2015

Adriaan van Ravesteijn (1938-2015)

scan679

Geert van Beijeren en Adriaan van Ravesteijn in Slootdorp, 24 augustus 1997. Foto c Martijn van Nieuwenhuyzen, 1997

Op dinsdag 6 januari 2015 overleed in Laren (NH) Adriaan van Ravesteijn (1938-2015). Hij is op 15 januari in stilte gecremeerd.

Read More »

Tags

Fotografie en betekenisgeving

Als onderdeel van Global Collaborations stelde curator Jelle Bouwhuis een tentoonstelling samen met werken uit de collectie van het Stedelijk Museum. How Far How Near – De Wereld in het Stedelijk blikt terug op de samenstelling en totstandkoming van de collectie met name met het ook op kunst uit regio’s buiten Europa en Noord-Amerika en is tegelijkertijd een pleidooi voor meer aandacht voor kunst uit deze gebieden. Fotografie neemt in de tentoonstelling een belangrijke plek in. Mirjam Kooiman, als conservator in opleiding bij het Stedelijk betrokken bij de totstandkoming van de tentoonstelling, gaat in twee korte essays in op de rol die fotografie door de jaren heen heeft gespeeld in onze beeldvorming van de wereld buiten Europa. In januari volgt deel 2.

Installatie overzicht "How Far How Near", 2014

“The photographic image is a message without a code.Met deze uitspraak bedoelde de Franse filosoof Roland Barthes onder meer dat de boodschap, oftewel de betekenis van een foto sterk afhangt van de context waarin de foto verschijnt. Het beeld dat de foto als object toont staat zelden op zichzelf: met andere woorden, onze omgang en interpretatie van dat wat we zien op een foto, onze beeldvorming, wordt beïnvloed door een reeks factoren: bijvoorbeeld, de intentie van de maker, de context waarin de foto getoond wordt (als onderdeel van een reportage in een tijdschrift of tussen andere werken in een tentoonstelling), of ons eigen referentiekader dat we loslaten op het beeld.

Read More »

activiteiten kids verslag 23 december, 2014

Wat de minihond vreet met kerst

Verzin een dier en bedenk: wat zou je hem te eten geven met Kerst? Tijdens de feestelijke workshop op 7 december met fotograaf Johannes Schwartz, hielden 15 kinderen zich met deze vraag bezig.

De kinderen verzonnen een dier met woorden die zij uit de krant knipten. Zo werden er onder luid gelach beesten geboren als ‘de beste Nederlandse, Russische, super ontroerende, mini volkshond’ en ‘de politieke, horror, stress sinterklaasstraathond’.

Nadat er een heleboel nieuwe dieren waren verzonnen volgde er een ontdekkingstocht door museum. Welke imaginaire dieren hebben kunstenaars eerder gemaakt? Karel Appel bleek gekke vogels, honden en vissen te schilderen en op de foto’s van Johannes Schwartz was te zien wat de dieren in de dierentuin in Moskou zoal te eten krijgen. Dat is meestal een mengsel  van larven en vis met appels: ‘Ieuw, bah!’

Read More »

Tags

essay 26 november, 2014

Omgedraaide vondsten

Sinds 6 mei 2014 is op de website http://theunturned.co.uk een keuze te vinden van objecten, verhalen en beelden, geselecteerd door hedendaagse kunstenaars. Dit zijn persoonlijke bronnen die voor de deelnemers belangrijk zijn. Er is slechts één object, verhaal of beeld per kunstenaar. Wat hebben curatoren Thomas Stokmans en Alejandro Alonso Díaz gedacht toen zij dit platform opstartten? De verzameling schijnbaar irrelevante objecten zijn door hun eenvoud juist bepalend voor kunstenaars en hun manier van opereren.

 

Nina De Angelis

Nina De Angelis – via The Unturned

Read More »

Tags

Global Collaborations 24 september, 2014

How Far How Near, De Wereld in het Stedelijk

Op donderdag 18 September opende de tentoonstelling How Far, How NearDe Wereld in het Stedelijk met werken uit de collectie van het Stedelijk Museum en met nieuw werk van Godfried Donkor en Lidwien van de Ven dat speciaal voor deze gelegenheid werd gemaakt. De tentoonstelling is een pleidooi voor meer aandacht voor kunst uit regio’s buiten Europa en Noord-Amerika. Naar aanleiding van een aantal recente aanwinsten van Afrikaanse kunstenaars, staat één vraag centraal: waarom was het collectie- en tentoonstellingsbeleid van het museum in het verleden vaak zo geografisch beperkt? Kunstcritica en editor van het Global Collaborations Journal, Christel Vesters, interviewde de hoofdcurator van de tentoonstelling Jelle Bouwhuis, over de achtergronden bij How Far How Near.

_

Dorothy Akpene Amenuke, How Far How Near, 2012

Dorothy Akpene Amenuke, How Far How Near, 2012

Read More »

Tags

Global Collaborations 25 juli, 2014

This is the Time: This is the Record of the Time

Als onderdeel van het Global Collaborations project opent in september in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA) deel twee van de Global Positions tentoonstellingenreeks, waarbij ditmaal een link wordt gelegd tussen Amsterdam en Beiroet en wordt samengewerkt met de AUB Gallery in Beiroet. De tentoonstelling is samengesteld door Angela Harutyunyan en Nat Muller. Angela heeft een academische achtergrond in post-Sovjet kunst en cultuur, en in historiografie, en is geïnteresseerd in de sociale positie, publieke impact en politieke contexten van kunstwerken. Nat’s achtergrond ligt in de genderstudies en contemporaine kunst uit het Midden-Oosten. Zij is met name geïnteresseerd in de politieke en publieke context van kunst en in de invloed van technologie en nieuwe media. De tentoonstelling heeft als titel This is the Time. This is the Record of the Time, en beoogt ‘een kritische bevraging van onze relatie tot tijd, maar ook onze relatie tot de mechanismen voor het vastleggen van tijd’. De tentoonstelling omvat nieuw werk van de internationale kunstenaars Kristina Benjocki, Sebastian Diaz Morales, Peter Fengler, Priscilla Fernandes, Daniele Genadry, Walid Sadek, Rayyane Tabet, Esmé Valk en Cynthia Zaven. Ter introductie op het project heeft Vincent van Velsen een aantal vragen voor de curatoren:
_

Persistent Luminescence.2

Daniele Genadry, Persistent Luminescence, 2013

Read More »

MuseumNext 2014: New kings in town!

De webredactie van het Stedelijk dook samen met 300 andere ‘museumprofessionals’ twee dagen lang in het MuseumNext congres, de bijeenkomst voor digitale marketing voor musea die dit jaar plaatsvond in Newcastle. Twee dagen vol presentaties, masterclasses, ontmoetingen en inspiratie geven een goede indruk van de digitale stand in museumland. In dit blog een verslag.

museumnext-3Het MuseumNext congres betekent twee dagen onderdompeling in de wereld van de museum marketing. De focus ligt op digitaal en online. Want net als in Newcastle, waar de laatste jaren de ‘coal’ heeft plaatsgemaakt voor ‘code’, – de regio, van oudsher bekend om haar kolenmijnen, telt het een na hoogste aantal start ups in het Verenigd Koninkrijk -, behoren digitalisering, online marketing en social media ook voor musea nu tot de dagelijkse praktijk.tumblr_n7o4pcFbnu1qjyc07o7_1280

Maar de museumwereld heeft de digitale boot misschien niet gemist, de gretigheid waarmee de gemiddelde MuseumNext-ganger zich laat voeden door vakgenoten, goeroes en experts, komt wel vanuit een gedeeld gevoel dat er veel meer kan. Het blijft af en toe nog lastig navigeren door alle mogelijkheden die digitaal ons biedt. Welke kant moeten we op? Hoe innovatief willen we zijn? Waar zitten bezoekers eigenlijk op te wachten?

Read More »

Tags