Stedelijk Museum Amsterdam

Journal
Geen categorie 25 april, 2017

I’d like to be a poet

Door Laure van den Hout

Woorden in spiegelschrift.

Een juist woord op de verkeerde plek
en een verkeerd woord op de juiste plek.

Robotwoorden.

Woorden om op droomtoga’s te stikken.

Hans Arp, Worte (fragment), 1961
Vertaling: Erik De Smedt

Uit: Hans Arp, Gesammelte Gedichte: Gedichte 1957-1966

 

‘Natúúrlijk,’ hoor ik een bezoeker zeggen, ‘dat het zo echt lijkt, dat komt door die vingertjes. Heb je die gezien? Die bewegen allemaal zo sierlijk en los van elkaar. Alsof ze piano speelt in de lucht.’ Natuurlijk vallen ook mij haar soepele gewrichten, witleren laklaarzen, keurig gekamde haar, schaars omklede lijf en vogelmasker op. Natuurlijk is Female figure in de eerste plaats die verleidelijk bewegende vrouwfiguur in robotvorm. Toch is het iets anders dat mijn aandacht trekt: haar taal en spraak. En in het bijzonder die ene zin: I’d like to be a poet.

Read More »

Tags

Geen categorie 20 april, 2017

‘My mother is dead. My father is dead. I’m gay. I’d like to be a poet. This is my house.’

Door Michelle Schulte

Zo begint Female figure van Jordan Wolfson voor ‘Applause’ van Lady Gaga begint te spelen. Volgens Wolfson is ze een seksueel object en adresseert het werk ‘the violence of objectification’. Zonder dit te weten kun je dit al voelen wanneer je in de kamer met de robot bent.

Ze is een blonde vrouw, gekleed als een hypergeseksualiseerde popster: een doorschijnend rokje waar je haar onderbroek doorheen ziet, hoge lieslaarzen, lange handschoenen. Geheel in het wit, de kleur van maagdelijkheid. Haar lichaam is vuil – maar waarom weet je niet. Haar gezicht is bedekt met een heksenmasker – volgens Wolfson signaleert dit onvruchtbaarheid, terwijl de bewegingen die het lichaam maakt juist vruchtbaarheid schreeuwen. Ook voelt het alsof ze door het masker nog meer als een object wordt neergezet in plaats van als persoon, doordat je haar gezicht niet ziet.

Ze zit vast aan een paal – ze wordt als het ware gedwongen om te blijven dansen. Ook wanneer er geen liedje afgespeeld wordt en ze tegen de toeschouwers praat, blijft ze dansen. Vanuit het masker volgen haar ogen de toeschouwers in de kamer voortdurend, waardoor je je ongemakkelijk voelt. Ze zit vast, ze kan niet weg. Ze blijft voortdurend voor het publiek ‘optreden’. En als toeschouwer doe je niets. Read More »

Tags

Geen categorie 11 april, 2017

Schenking Ger van Elk

Zoals in veel van zijn werk, geeft Ger van Elk in Riet-Fruit-Veld commentaar op de kunstgeschiedenis. Het bovenste deel van de voorstelling wordt ingenomen door een fotografisch beeld van Gerrit Rietvelds beroemde hanglamp. Met deze lamp maakte meubelmaker en architect Rietveld in 1922 een driedimensionale vertaling van Mondriaans schilderkunstige principe van horizontalen en verticalen op het platte vlak. Het is een afgeleide van het toonbeeld van een strenge beeldtaal en keuze voor systematische abstractie, typerend voor het vroeg 20ste-eeuwse modernisme. Aan de beeldranden trekt Van Elk de associatie met Rietveld verder door. Met strookjes papier en potlood geeft hij een driedimensionale illusie van een strak-moderne architectonische opening, zoals Rietveld en de architecten van het op Mondriaan en De Stijl geïnspireerde Nieuwe Bouwen die realiseerden.

 

Ger van Elk, Riet-Fruit-Veld, 1988, lakverf en vernis op chromogene kleurendruk, potlood op papier, 81,5 x 71,5 x 3 cm (incl. lijst), schenking Mr. J.M. Boll, ter gelegenheid van het afscheid van Bart Rutten als Hoofd Collecties van het Stedelijk Museum

In het onderste deel van Van Elks voorstelling is het commentaar op de kunstgeschiedenis iets minder evident. Ook hier weer horizontale, verticale en haakse elementen, maar het fotografische beeld doet eerder aan de klassieke stillevenschilderkunst van voor het modernisme denken. We zien een bruin tafelblad met daarop twee bananen, mooi belicht, zoals in de 17de, 18de en 19de eeuwse realistische schilderkunst. Beide contrasterende delen zijn met elkaar verbonden door abstract expressionistisch-achtige kleurvlakken. Die zorgen ervoor dat je de voorstelling ook als een harmonische compositie op het platte vlak kunt zien; het wit van de lampen keert in het midden en onderaan terug in geschilderde witte vlakken; het donkere vlak van de tafelrand en poot wordt in evenwicht gehouden door een donker vlak linksboven; deels lost de tafel op in grijze vlakken. Het lijkt op een compositie van een abstract expressionistisch schilderij. Maar die kleurvlakken roepen toch ook weer associaties op met Mondriaan en De Stijl: ze zijn geschilderd in de kleuren van De Stijl, rood, blauw, wit, grijs en zwart. En het geel van Mondriaan dan? Dat is terug te vinden in de bananen(!)

Read More »

Tags

verslag 27 maart, 2017

Vermaak als medium: het ludieke karakter van de robotsculpturen van Jordan Wolfson

Door Megan Mullarky

 

Wie een sculpturale installatie van Jordan Wolfson binnenloopt begeeft zich op glad ijs. De bezoeker die zich blootstelt aan de blik van een robot – een groteske figuur die oogt en beweegt als een mens, maar het menselijk bestaan tegelijk belachelijk laat overkomen – kan zich niet onttrekken aan de bijtende spot van die robot. De Howdy Doody/Huckleberry Finn-robotpop in de eerste zaal van de tweedelige tentoonstelling in het Stedelijk Museum, getiteld Colored sculpture, wordt aan zware, metalen kettingen door de lucht gesleurd en regelmatig met geweld tegen de vloer gesmakt. Zijn uitzonderlijk grote en oplichtende blauwe ogen zijn uitgerust met motion-tracking software waardoor hij de bezoekers in alle stilte recht kan aankijken en hun gezichtsuitdrukkingen kan aflezen, om nog geen tel later absurd neer te ploffen op de grond, als een sadistische, veel te grote marionet. Daarmee vergeleken is Female figure relatief stationair: een in het wit geklede robotische danseres die in dit geval aan een spiegel is bevestigd met een vrij korte staaf die niet verder kan uitschuiven. Maar zodra de muziek begint en ze haar blik richt op de bezoekers van de spelonkachtige, witte kubus waarin ze zich ophoudt, wordt duidelijk dat je je allesbehalve op je gemak kunt voelen in haar aanwezigheid. Anders dan Colored sculpture verandert ze nauwelijks van houding, zodat aan haar lichaamstaal niet valt af te lezen welke kant ze op kijkt. Alleen haar ogen, deels verscholen achter een groen masker, schieten van het ene gezicht naar het andere en vangen soms opeens de blik van een niets vermoedende toeschouwer.

Read More »

Tags

Geen categorie 8 maart, 2017

Alles te verliezen behalve onze ketenen

Colored sculpture en Female figure roepen verwoesting op uit het verleden, het heden en de toekomst. Beide zijn tijdmachines: deze in ketenen verstrikte jongen die op de grond valt, maar toch over een eigen wilskracht en energie lijkt te beschikken, en dat meisje met haar supergladde, subtiel swingende ledematen en achter het masker verscholen ogen zijn gestolde geschiedenis. Op het lichaam van beiden treedt uit het verleden het half gefluisterde, half verstane, gemuteerde en gemutileerde erfgoed van de romantiek aan de oppervlakte. Poppen uit de romantiek, prachtige vrouwelijke robotbewegingen, filosofieën over wilskracht en doelgerichtheid, angst voor mechanisatie en vervoering over het mysterieuze, fascinatie met het zielloze en het geanimeerde, met kunstmatigheid en authenticiteit, oppervlakkigheid en diepgang, subject en object, gratie en zwaartekracht, erkenning van ambivalentie, van tegengestelden die elkaar opladen in een krachtenveld ˗ al die dingen worden opgeroepen door deze harde lichamen die zachtheid uitstralen. Read More »

Tags

Collectie Collectie nieuws nieuws 20 februari, 2017

Zeldzame lichtgrijze Valentine S typemachine van Sottsass voor de museumcollectie

Ettore Sottsass en Perry King, lichtgrijze Valentine typemachine voor Olivetti, 1969, coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Vintageobjects

Geheel toepasselijk op Valentijnsdag kocht ik voor de museumcollectie een lichtgrijze Valentine S typemachine. De Italiaanse ontwerper Ettore Sottsass ontwierp hem samen met Perry King in 1969 voor Olivetti. De draagbare Valentine S bestaat uit een typemachine die ter bescherming in een kunststoffen omhulsel kan worden geschoven. De achterkant van de machine is tevens het deksel van de doos; hieraan bevindt zich het handvat. Met twee rubberen lipjes bevestigt men het omhulsel aan de machine. Een draagbare typemachine was in die tijd ongekend; voorgangers waren loodzwaar en kwamen vrijwel nooit van hun plaats.

Ettore Sottsass en Perry King, rode Valentine S typemachine, coll. Stedelijk Museum Amsterdam.

Sottsass en King maakten van een professionele kantoormachine een handig apparaat voor privé gebruik. Volgens Sottsass geschikt om dichters gezelschap te houden tijdens eenzame weekenden op het platteland. Het oorspronkelijke ontwerp zou alleen kleine letters kunnen typen en geen rinkelende bel aan het eind hebben. Daarmee ging Olivetti niet akkoord, maar de voor een typemachine ongebruikelijke kleur rood met knaloranje spoelhouders kwam er wel door. De rode versie werd het meest populair. In vrijwel elke museale collectie industriële vormgeving is hij te vinden, maar de lichtgrijze en blauwe versie zijn veel zeldzamer. Heel mooi dus dat we de lichtgrijze hebben gevonden, bij een handelaar in Nederland nota bene. Nu de blauwe nog, zodat we ze ooit met zijn drieën naast elkaar kunnen tonen, zoals Olivetti zelf ook wel deed.

 

 

 

 

 

Tags

Blikopeners 24 november, 2016

ARTOBER 2016

Last van een creatieve blokkade? De Blikopeners lossen het op!

Femke Pijls, Joy Rikkers en Robin Vermeulen

_stedelijk_2016-09-30_oktoberfest_tomek-dersu-aaron_015

Oktober werd dit jaar voor de tweede keer door de Blikopeners van het Stedelijk getransformeerd tot ARTOBER. De Blikopeners zijn jongeren tussen 15 en 19 jaar oud die voor het museum werken. Ze geven rondleidingen, workshops en organiseren evenementen. Tijdens ARTOBER werden jongeren uit Nederland én daarbuiten uitgedaagd om vier weken lang zelf kunst te maken in vier online workshops. En dat alles om de druilerige herfst een stuk leuker te maken!

Veel programmering van Blikopeners is specifiek gericht op Amsterdam omdat het zich in het museum afspeelt, maar de animo voor het project reikt veel verder dan de hoofdstad. ARTOBER maakt het ook mogelijk voor jongeren buiten Amsterdam om actief deel te nemen aan de programmering en daarbij samen te werken met kunstenaars en andere jongeren. Dit jaar deden er deelnemers mee uit Almere, Utrecht, Rotterdam, Groningen, Middelburg, Eindhoven en Den Haag en internationale deelnemers uit de Verenigde Staten, Engeland, Vietnam, Griekenland en Portugal.

Omdat jongeren van nu zijn opgegroeid met smartphones en social media is er voor hen geen verschil meer tussen de online en offline wereld. Maar er gaat niets boven persoonlijk contact en ‘offline’ ervaringen opdoen. Daarom is de workshop zo ingestoken dat er naast online opdrachten die openbaar zijn voor een groot publiek ook evenementen in het museum zijn georganiseerd. Tijdens deze avonden in het museum leerden de deelnemers de collectie van het Stedelijk, elkaar en de Blikopeners kennen.

ARTOBER is een soort stoomcursus voor toelating op de kunstacademie, omdat de deelnemers tijdens de workshop tips en feedback ontvangen van kunstenaars en kunstacademiedocenten. De inzendingen voor de online workshop zijn ook meteen een uitbreiding voor je portfolio. Een van de deelnemers:

“ARTOBER heeft mij geholpen om een beter zelfbeeld te ontwikkelen en zo mijn keuze voor mijn toekomstige studie makkelijker te maken.”

VAN LICHTSCULPTUUR TOT VUILNISZAK

Op vrijdagavond 30 september vond de ARTOBER kick-off plaats in het museum. Tijdens de kick-off lieten de deelnemers zich inspireren door de Stedelijk collectie in Blikopener speedtours, bekeken ze de eerste opdrachtvideo en gingen daar meteen mee aan de slag. Aan het einde van de avond ging elke deelnemer naar huis met een goodiebag met daarin alle basismaterialen om de opdrachten van ARTOBER uit te voeren. De buitenlandse deelnemers volgden de evenementen in het museum via een livestream op Facebook.

Tijdens ARTOBER werd iedere vrijdag een opdrachtvideo van één van de vijf deelnemende kunstenaars online gepost: Brian Elstak, Pieke Bergmans, Jan Hoek en Lernert & Sander. Elke kunstenaar presenteerde een opdracht vanuit hun eigen kunstpraktijk. Zo vroeg illustrator Brian Elstak de deelnemers om een GIF animatie te maken naar aanleiding van een onderwerp uit de actualiteit en maakten de deelnemers in de opdracht van designer Pieke Bergmans een driedimensionaal lichtobject van een vel karton (afbeelding 1).

 

Afbeelding 1 – Inzending van deelnemer Beate Bos bij de opdracht ‘Luminous Forms’ van Pieke Bergmans.

Afbeelding 1 – Inzending van deelnemer Beate Bos bij de opdracht ‘Luminous Forms’ van Pieke Bergmans.

Na het posten van de opdrachtvideo op vrijdag, werd er iedere zaterdag een video met een tip van de kunstenaars online geplaatst. Hierin gaven zij extra informatie over hoe de deelnemers de opdracht op een originele manier konden uitvoeren, bijvoorbeeld door ze buiten hun comfortzone te laten stappen. De kunstenaars gaven de deelnemers iedere woensdag persoonlijke feedback op hun gemaakte werk in een besloten Facebookgroep. Dit deden ze in de vorm van korte filmpjes en berichtjes met tips en opbouwende kritiek. Ook de kunstacademiedocenten gaven feedback. De Blikopeners namen een peer-to-peer rol aan binnen de groep, zij beantwoordden vragen van deelnemers, hielden de dialoog op gang en waren het aanspreekpunt van het Stedelijk. Op deze manier ontstond er een online learning community van ARTOBER deelnemers, kunstenaars, kunstacademiedocenten en Blikopeners. Naast Facebook gaven de Blikopeners reacties via Snapchat zodat zij hun tips direct konden delen vanuit de museumzalen. De opbouw van de workshop komt overeen met de Community of Practice theorie van Lave & Wenger. Een Community of Practice is ‘een groep die gevormd is op basis van gedeelde belangen, interesses en competenties, waarin deelnemers door praktijkervaring een collectief repertoire ontwikkelen door gemeenschappelijke activiteiten, het delen van informatie en leren van elkaar’ (Cultuurnetwerk, 2011, p. 35).

Blikopeners zorgden voor meer achtergrondinformatie  bij iedere opdrachtvideo in de vorm van zelf geschreven content en bestaande video’s en interviews. En als de deelnemers even vast bij het maken van een opdracht konden ze zich laten inspireren door de veelheid van afbeeldingen op de social media kanalen van Blikopeners.

Een van de deelnemers:

“Ik ben echt heel erg anders naar kunst gaan kijken, meer gaan nadenken wat nu precies kunst is en wanneer, en ja ‘t was gewoon een hele leuke workshop, heb met plezier aan alle opdrachten gewerkt!”.

ONLINE ÉN OFFLINE

ARTOBER werd afgesloten met een knaller: ARTOBERFEST. Op vrijdagavond 28 oktober kwamen de deelnemers, vrienden, familie en andere jonge kunstenthousiasten en makers samen in de kelderzalen van het museum. Vanuit heel Nederland werden de ARTOBER kunstwerken naar het Stedelijk gebracht, het ARTOBERFEST was voor de deelnemers namelijk een unieke kans om voor één avond hun gemaakte werk in het museum te laten zien (afbeelding 2). Het werk van de buitenlandse deelnemers werd via grote digitale projecties op de wanden van de museumzaal getoond.

 

img_1135

Afbeelding 2 – Expositie van inzendingen tijdens het ARTOBERFEST.

Ook kregen de deelnemers tijdens deze avond aanvullende feedback op het gemaakte werk van de kunstenaars en kunstacademiedocenten. Verder konden zij hen het hemd van het lijf vragen over het kunstenaarschap en wat je in je mars moet hebben om toegelaten te worden op de kunstacademie. En zoals de naam ARTOBERFEST al een beetje verklapt: het was ook een feestje. Rapper Sef trad op, Brian Elstak gaf een workshop (afbeelding 3), bezoekers likten het glazuur van hun vingers door de heerlijke donuts en konden met hun kunstwerk op de foto in de ‘Trash or Treasure’ fotostudio van Lernert & Sander. Kunst en feest stonden de hele avond centraal, de deelnemers toonden trots hun werk aan elkaar en aan het Stedelijk publiek. Een van de deelnemers:

“Het ARTOBERFEST was het leukst, ik kreeg veel feedback en ik heb in het Stedelijk gehangen!”.

Wij kunnen niet wachten tot de eerstvolgende oktobermaand. Op naar de komende editie, met frisse nieuwe deelnemers en kunstenaars!

 

Afbeelding 2 – Expositie van inzendingen tijdens het ARTOBERFEST.

Afbeelding 3 – De workshop van Brian Elstak.

Referenties:

Cultuurnetwerk. (2011) Informeel leren in de kunsten: theorie en praktijken. [Online] Via: http://www.cultuurnetwerk.nl/producten_en_diensten/publicaties/pdf/cpluse30.pdf. [Geraadpleegd: 24 november 2016]

0001-2

Tags

Future SMBA 21 juni, 2016

Openingsspeech Beatrix Ruf – SMBA & Beyond: Public Kick-Off

foto Ernst van DeursenWelcome, everyone, to the Stedelijk Museum. Today is an important day, because today we kick-off the research needed for the repositioning of SMBA, the Stedelijk’s satellite research institute. Although I understand Dutch, I would like to proceed in English, because this is a topic I’d like to go over carefully.  Following our discussion, feel free to speak in either Dutch or English.

I do still not know or have seen everything – as you can imagine – it has been intense inside and outside the Stedelijk in the last year: but I am very exited to be here and exited about the cultural landscape of this city and country.
Amsterdam impresses by the richness of its own cultural complexity and diversity, and the many institutions bringing artists and curators to town at the edge of their beginnings,
I am thinking of Rijksacademie, deAteliers, Sandberg, de Appel and spaces like W139, Pakt, FramerFramed, Kunstverein and many more – many having survived or are surviving shaky times and having adopted to new conditions of the cultural landscape and the “post welfare” conditions we are all working in.

With the research on a new and continued SMBA we want to concentrate and only briefly pause in physical presence of this institution, as beginning of next year we want to start a new space, we want to take SMBA forward as a new format, in the center of our thinking.

We want SMBA to continue its relevance into the future and to be a central voice of today.
Together we want to have everybody here and abroad to be able to experience and get to know this international cultural voices of Amsterdam.

We want to learn from dialogues and add multiple voices to our research
We want to learn more about how to be local in the changed conditions we are living and working in, how we are and want to be global, and what kind of institutional model we want to offer as an additional place to Amsterdam.

We also want to find out how can we be a place, which is open, flexibel and fit to continuously adopt to change in the arts and in society. We want to be used and needed as a public space. We really want to move and change in dialogue.

23 years ago, Museum Fodor voor Amsterdamse Kunst suddenly lost its funding from the city of Amsterdam. After protests from artists, the SMBA arose from a small amount reserved for that function.

(I’ve been told some fighting went on during the discussions about the closing of Fodor. Hopefully we manage today to have rather constructive fights of words….the great thing so is – if that happens – it shows that public institutions like these are emotional places, in the heart of many people… So, yes, we hope for real engagment.)

In the last 23 years, the SMBA has had many identities. It was successively led by Leontine Coelewij and Martijn van Nieuwenhuyzen, and in recent years curated by Jelle Bouwhuis.

From a platform for young Amsterdam-based makers and artists, a production house and a breeding ground for local and increasingly international collaborations, it grew into a research center around Global Collaborations.

The Stedelijk was continuously nourished and inspired by the knowledge and networks resulting from SMBA, which were brought into the museum in various ways.
By including artworks from SMBA projects in its collection, or by including then young and relatively unknown artists in the Stedelijk’s exhibition programming. To mention a few of them: Rineke Dijkstra, Aernout Mik, Michael Tedja, Willem de Rooij, and Tino Sehgal. we recently also acquired video works by Tromarama and an installation by Amol Petil.

The relations between SMBA and the Stedelijk Museum were always charged with emotions, SMBA was kind of a self injected and assigned critisism: as a successor to Museum Fodor, as an inquisitive and critical satellite, as a pathfinder for experimental and new policymaking. The changing of ambitions or the relocation of a place mark endings, but always a new beginning as well.

When I started out here, I saw the great accomplishments of this place. In my previous job I closely followed SMBA’s exhibition programming and worked with several artists who have exhibited at SMBA, such as De Rijke/De Rooij. But I also noticed the more vulnerable aspects of this satellite. From the beginning, its financial and organizational frameworks have been less than perfect.
Lack of money has always been an issue. And when SMBA disappeared from the Kunstenplan in 2013, the Stedelijk became financially responsible and SMBA’s budget grew even tighter.
This was around the time of the museum’s re-opening, and the time of the massive budget cuts in the cultural sector. It is thanks to funds such as Ammodo, the Mondriaan Fund and others that systematically support SMBA that the place could even stay open after 2013…

End of last year we made the choice to seriously invest in the satellite institution, and to seek a repositioning of SMBA. It’s become clear to me that things must be arranged better and more sustainably. That is why, together with Ammodo, we’ve decided to investigate how the continuity of SMBA can be safeguarded and how its effects on this city can be still further expanded.

To briefly return to SMBA’s impact on the Stedelijk’s recent policy choices: the Global Collaborations program and Project 1975, both supported by Ammodo, are a key inspiration for the Stedelijk Museum’s course in the coming years. For example, in 2014 Global Collaborations resulted in a three-day conference and a strong awareness that this way of thinking must become anchored within our walls and our minds. Our programming for 2017 around the theme of migration in all its facets is a first result of this.
A clearly focused acquisition policy, thorough research led by Jelle Bouwhuis, and a collaboration with The Silent University are several other early results of this process.

We are acutely aware of the local situation, which often makes things difficult for Amsterdam-based artists. We’re not blind to the shortage of studio space, presentation locations and development centers. We have frequently urged the city government to ensure a long-term investment in the cultural urban infrastructure with regard to locations, controlled rent and the allocation of spaces.

We certainly feel a responsibility in this, but the Stedelijk Museum’s primary assignment is a different one.
Our task is to signal new developments in the field of art, we want to question rather then to confirm.
Our task is also to bring the world beyond our city into it, and to adequately present it.
We engage in and are alert of existing concerns – those that also surfaced in the advice report by the Amsterdam Kunstraad / art council – about differences, relationships and responsibilities between the Stedelijk Museum and smaller presentation spaces in Amsterdam. We want to open a new chapter for the SMBA, and the new institution should play a key part in the closing of gaps and the activation of collaborations.

Today we invited you for a public round to bring your voices and knowledge to our research.

We also invited three curators from diverse contexts, all of them with specific experience in setting up new institutional models in a local context.
We consider them exceptional and are very happy they agreed to work with us.

We are looking a lot forward for them to be thinking with us and the city of Amsterdam to bring extended knowledge to what is found here.

Together with our chief curator Bart van der Heide, with curator Martijn van Nieuwenhuyzen and Milou van Vlijmen of Ammodo they will team up in a working group, which will be also continuously open to your input.

Our three foreign experts are: Sophie Goltz, Eungie Joo, Emily Pethik.

Sophie Goltz, (DE) was initiator of the Stadtkuratorin in Hamburg, where since 2013 she has headed a program for public art that reflects global and social issues. She also works as curator for Neuer Berliner Kunstverein (since 2008), lectures at the Hochschule für Bildende Künste Hamburg, and writes for journals such as Texte zur Kunst and Springerin. Her previous roles include freelance curator and “art educator” for Documenta 11 (2002), the 3rd Berlin Biennale (2004), Projekt Migration, Cologne (2004–06), and Documenta 12 (2007).

Eungie Joo, joins us from the US, but more so from Korea where she is artistic director of the 5th An-yang Public Art Project to be inaugurated in October this year.
Eungie was curator of the 12th Sharjah Biennial (2015), Director of Art and Cultural Programs at Instituto Inhotim Brazil (2012-2014), and Keith Haring Director and Curator of Education and Public Programs at the New Museum, New York (2007-2012), where she installed the Museum as Hub project. At the New Museum, Joo published Rethinking Contemporary Art and Multicultural Education (Routledge and New Museum, 2009) and the Art Spaces Directory (ArtAsiaPacific and New Museum, 2012)
Eungie also curated The Ungovernables, 2012, presented „Condensation“ by Haegue Yang at the Korean Pavilion (2009) and was founding Director of REDCAT, Los Angeles (2003–2007).

Emily Pethick (UK) is director of The Showroom, London, which she relocated as well physically and mentally in the London landscape. Between 2003 and 2004, she was curator of Cubitt, London. She has contributed to numerous catalogs and journals, including Frieze, dot dot dot, GAS, Texte zur Kunst, Artforum, and Untitled, and has published a number of books.
Emily knows the Dutch landscape from inside, as from 2005–2008 she was director of Casco, Office for Art Design and Theory, in Utrecht – and is devising the curatorial program Curating Positions in 2016-2017 for the Dutch Art Institut (DAI).

Sophie, Eungie and Emily’s assignment is to make the rounds, to listen closely, to work closely with us and to present recommendations, based on their expertise, for an institution that will truly hold a position of its own within the ecosystem of Amsterdam art institutions.

Help them and us to get to know more, about what to focus on.
The agenda set today, with your input, will function as one of the starting points of the research group’s activities.

Please take the opportunity, contribute and help us in the development of a new institution, a place that gives expression to Amsterdam’s art production in all its shapes and forms.

We know that this decision aroused many emotions, but I would like to highlight again that we want to take a next step and focus on the future. We don’t want to stay for too long with these negative sentiments but we want to see this as a positive starting point.

It’s a good thing that these emotions are so prominent, right now. It shows that everyone is feeling very much involved.

I have heard many new things that can help us developing the research, thank you for that.

Listen to the debate on Soundcloud

Tags

Rust, een ontwerpfilosofie voor de digitale tijd

Van 6 t/m 19 februari was het de beurt aan ontwerper Harald Dunnink, oprichter van Momkai en mede-oprichter van De Correspondent een Stedelijk X tour uit te zetten. Hij koos 10 werken die hem persoonlijk raken.

De ervaring Stedelijk X inspireerde hem zijn eigen ontwerpfilosofie uiteen te zetten. Een blog over rust. Deze post verscheen eerder op De Correspondent.

2_StedelijkX_site_Harald
Read More »

Tags

Martijn van Nieuwenhuyzen blikt terug op jaar met Tino Sehgal

A Year at the Stedelijk: Tino Sehgal nadert zijn einde. Het Stedelijk en vele bezoekers gaan de overrompelende live situaties in de museumzalen missen. Hoe kijkt Martijn van Nieuwenhuyzen, samen met Beatrix Ruf curator van de tentoonstelling, terug op dit veelbewogen en veelbesproken jaar? Marie-José Raven stelt hem vijf vragen.

GenericService (2)

Read More »

Tags