Stedelijk Museum Amsterdam

Journal

Bad Thoughts: the making of

Jeannette en Martijn Sanders in het Stedelijk Museum bij de eerste maquette van de tentoonstelling, voorjaar 2014. Foto: Martijn van Nieuwenhuyzen

Jeannette en Martijn Sanders in het Stedelijk Museum bij de eerste maquette van de tentoonstelling, voorjaar 2014. Foto: Martijn van Nieuwenhuyzen

Een klein jaar geleden zijn we gestart met de voorbereidingen van de zomerpresentatie van 2014: BAD THOUGHTS – Collectie Martijn en Jeannette Sanders, een ruime keuze uit de collectie van het bekende Amsterdamse verzamelaarspaar. Het gebeurt niet vaak dat het Stedelijk Museum een tentoonstelling van een privéverzameling maakt, hoewel het museum op de keper beschouwd juist een initiatief van particulieren is. Het Stedelijk werd eind 19de eeuw mede door Amsterdamse verzamelaars opgericht in een cultuuroffensief dat ook leidde tot de oprichting van de Stadsschouwburg en het Concertgebouw. De relatie tussen particuliere verzamelaars en de musea is complex en kent vele momenten van toenadering en verwijdering, maar particulieren zijn altijd van grote betekenis voor de collectievorming van musea geweest. Privéverzamelaars zijn schenkers aan museumcollecties en tentoonstellingen zouden zonder hun bruiklenen niet te realiseren zijn.

 

Read More »

Tags

Global Collaborations 16 juni, 2014

India: Een Reisverslag

Na Kerstin Winkings reisverslag over Yogyakarta en omgeving en Nat Muller’s introductie op de kunstwereld in Beiroet, is dit het derde reisverslag waarin we kennismaken met het artistieke landschap in één van de vier steden waarmee het Global Collaborations project een uitwisseling ontwikkelt. Deel 2 van Kerstin Winking’s impressies zal later dit jaar gepubliceerd worden. Global Positions III vindt plaats in SMBA in 2015.

Deel 1: Delhi, Baroda, Bombay

Begin april 2014, reisde ik drie weken door India om onderzoek te doen. Tijdens het eerste deel van deze reis bezocht ik samen met Jelle Bouwhuis New Delhi, Baroda en Bombay. Het tweede deel bracht mij naar Bengaluru, Kolkata en weer terug naar Delhi. Het doel van de reis was om kennis te maken met en meer te leren over de hedendaagse kunstwereld van India. Onze trip viel samen met de start van Indiaas nationale verkiezingscampagne, en in veel van de gesprekken die we met lokale kunstprofessionals hadden, kwam de mogelijke historische verandering op een zeker moment ter sprake. Die verandering kondigde zich letterlijk langs alle wegen aan in de vorm van talloze billboards met daarop de beeltenis van Narendra Modi, de populaire presidentskandidaat van de Bharatiya Janata Party (BJP), rechts-nationalistische Hindoe partij.

Read More »

activiteiten 28 mei, 2014

Young Stedelijk: een nieuwe generatie cultuurliefhebbers

Comité Young Stedelijk

Young Stedelijk Comité Foto: Reinier van der Aart

In navolging van Tate in Londen (Young Patrons) en MoMA in New-York (Young Associates) lanceerde het Stedelijk Museum Amsterdam op 24 januari 2014 haar eigen jongeren `circle` genaamd Young Stedelijk. Tijdens de lancering van Young Stedelijk met gastspreker kunstenaar Daan Roosegaarde schreef zo`n 75% van de aanwezigen zich in. De circle telt op dit moment 220 leden. Young Stedelijk geeft jonge cultuurliefhebbers (25-40) de kans meer te leren over moderne en hedendaagse kunst en vormgeving. Daarnaast levert het de leden een interessant netwerk op; het is een ontmoetingsplaats voor een mix van jonge cultuurliefhebbers met verschillende professionele achtergronden. Middels de betaling van hun contributie (vanaf €300,- per jaar) dragen de leden bij aan projecten die deel uitmaken van de kerntaken van het museum zoals: educatie, kunstaankopen of bijvoorbeeld public programm. Kunstenaars betalen een gereduceerd tarief.

Wie?
Young Stedelijk wordt geleid door Katrien van de Linde van het Stedelijk Museum en zes comitéleden. Het comité organiseert 5 evenementen per jaar die de leden een exclusieve ervaring bieden. De evenementen variëren van lezingen en private views in het museum tot het bezoeken van kunstbeurzen, ateliers van kunstenaars en verzamelaars.
Daarnaast telt de circle 30 ambassadeurs die allen uitgenodigd zijn om leden te introduceren.Onder de ambassadeurs zijn Mirik Milan (de Amsterdamse Nachtburgemeester), Freddy Tratlehner (De Jeugd van Tegenwoordig / ontwerper), Hanna Bervoets (schrijver), Borre Akkersdijk (modeontwerper), Friso Feilzer en Thalita van Ogtrop (ondernemers) en young professionals die werkzaam zijn in het bedrijfsleven. Gezamenlijk dragen zij bij aan de ontwikkeling van Young Stedelijk en betrekken zij hun netwerk bij het initiatief.

logo Young Stedelijk

Karin van Gilst, algemeen directeur: “Het Stedelijk Museum wil dé ontmoetingsplek voor jonge cultuurliefhebbers zijn. Of ze nu op de kunstacademie zitten, in de reclame werken of bij een kantoor aan de Zuidas. Met Young Stedelijk geven we onze leden de kans dicht bij de wereld van moderne en hedendaagse kunst en vormgeving te komen, en tegelijk deel uit te maken van een inspirerende groep gelijkgestemden.” Meer informatie over Young Stedelijk of op Facebook  en @youngstedelijk

Tags

Global Collaborations 13 mei, 2014

ARTIST-IN-RESIDENCE: BERNARD AKOI-JACKSON

Als onderdeel van het meerjarige Global Collaborations programma, heeft het Stedelijk Museum de Ghanese kunstenaar Bernard Akoi-Jackson uitgenodigd als artist-in-residence. In samenwerking met de Blikopeners van het Stedelijk Museum heeft Akoi-Jackson een project ontwikkeld rondom thema’s als cultuur en identiteit. De Blikopeners zijn jongeren in de leeftijd 15-19 jaar met een frisse kijk op kunst. Zij vertegenwoordigen uiteenlopende achtergronden, studierichtingen en komen uit verschillende delen van Amsterdam. Bram Verhoef, zelf aanstormend kunstprofessional, volgt dit project en doet er verslag van.

_Stedelijk_2014-04-16_Global-Colaborations-Workshops_Tomek-Dersu-Aaron_032

Voor mijn eerste bijdrage over het project van de artist-in-residence Bernard Akoi-Jackson, interviewde ik de kunstenaar over zijn werk en zijn ideeën voor het Stedelijk Museum. Inmiddels zijn de plannen uitgewerkt in een serie lessen en workshopsvoor 15 klassen uit Amsterdam. In april was Akoi-Jackson weer in Amsterdam om deze workshops te begeleiden en sprak ik met hem over de voortgang van het project.

Read More »

Global Collaborations 8 mei, 2014

Collecting Geographies: Close Reading of Collection Practices

Op 13, 14 en 15 maart organiseerde het Stedelijk Museum in samenwerking met de ASCA/ACGS van de Universiteit van Amsterdam, Moderna Museet Stockholm, Folkwang Museum Essen, en het Tropenmuseum Amsterdam de conferentie Collecting Geographies: Global Programming and Museums of Modern Art. Met meer dan 80 papers, lezingen en paneldiscussies bood de conferentie een caleidoscopisch overzicht van urgente kwesties en vragen die momenteel centraal staan in discussies over de relatie tussen musea, kunstinstellingen, globalisering en het postkoloniale discours.

2014 Collecting Geographies SMA 005 adlib

Nu we met enige afstand kunnen terugkijken, leek het ons een goed moment om een aantal eerste conclusies op de website te publiceren in een serie verslagen – ook omdat, gezien de omvang van het programma, iedereen niet alle sessies heeft kunnen bijwonen. Een klein, bevlogen team van schrijvers tekende voor het Online Platform van Global Collaborations de hoogtepunten, kritische noten en uitdagende discussies op. Drie weken geleden kon u hier al een impressie van de openingsavond lezen, gevolgd door het verslag van de discussie Thinking Globally: Museums, Art and Ethnography after the Global Turn in het Tropenmuseum. Hierna kunt u Michelle Sachtler’s verslag lezen over de tweedelige sessie Close Reading of Collection Practices waarin een aantal concrete casussen werden besproken die ieder op hun eigen manier een antwoord formuleerden op een van de hoofdvragen van de conferentie: Hoe integreren musea (hun idee van) global art in hun collectie enaankoopbeleid?

Read More »

Tags

Bruidje in aluminium halskraag

Marlijn de Jager is freelance blogger voor het Stedelijk Museum. Op het Stedelijk Journal doet zij verslag van evenementen en activiteiten in het museum. Voor dit blog ging ze op bezoek bij Ria van Kooten, galeriehoudster en Gijs Bakker en Emmy van Leersum-liefhebber van het eerste uur.

GijsenEmmy3Ria van Kooten was een opvallend bruidje. Ze trouwde in 1969 met een aluminium kraag van mode- en sieradenontwerpers Gijs Bakker en Emmy van Leersum. De halskraag werd met klittenband bevestigd aan haar zelf ontworpen bruidsjurk. Terwijl de gemiddelde bruid haar sieraden kiest bij de jurk, deed Ria dat andersom. En het gaat nog verder. Ze groeide op in een conservatief milieu waarin strenge opvattingen heersten ten aanzien van de omgang tussen de seksen, en zeker kleedgedrag en opsmuk van de vrouw.

GijsenEmmy1

Ria van Kooten bevrijdde zich van die restricties door voor het opvallende halssieraad te kiezen. Ze voelde zich aangetrokken tot de wereld van de kunst en raakte daar later ook professioneel bij betrokken. Dat het Stedelijk Museum het werk van Gijs en Emmy exposeert, maakt veel in Ria los. Ze blikt net als de expositie, terug naar eind jaren zestig.

GijsenEmmy7

Lijnen en bochten
In haar Galerie Z in Haarlem wordt uitbundig geleefd. Overal staan schalen, kragen, kommen, foto’s en sieraden. Ria speelt met vormen. Karakteristiek voor het oude werk van Gijs en Emmy zijn de vloeiend verlopende strakke lijnen. In Ria’s eigen werk komen deze strakke en vloeiende lijnen geregeld terug. Ze richt zich nu voornamelijk op thema’s als kruispunten en vergankelijkheid, waarbij een zoektocht hoort naar lijnen en kruisen in voornamelijk natuurlijke taferelen. Een thema dat Ria kennelijk al jarenlang bezighoudt. Toen zij trouwde in 1969 kocht zij voor zichzelf een opvallend eigentijds sieraad van Gijs Bakker: een 4 cm brede aluminium band die over de schouders naar achteren buigt.

GijsenEmmy2

Trouwen met een kraag
Ria hoefde niet lang na te denken. Aan de Oude Gracht in Utrecht zat het atelier annex verkoopruimte van Gijs en Emmy. Ze wierp een blik door de winkelruit en wist direct dat die kraag het sieraad was waarmee ze het jawoord wilde geven. Gijs ontwierp er ook een jurk bij, met korte rok en zonder mouwen. De metalen kraag zou op haar blote schouders rusten. Voor een jonge vrouw uit haar milieu ging dit te ver. Daarom bedacht ze een alternatief; een meer traditionele lange jurk, met lange mouwen. Vanuit de kraag aan de achterkant ontwierp ze een stolpplooi die uitliep in een kleine puntsleep. De kraag accentueerde de lijnen van de jurk. In eerste instantie hielp een coupeuse met het ontwerp van de jurk. Maar de twee raakten in een heftige discussie. De coupeuse beweerde dat de schoudernaden niet naar achteren gelegd konden worden, maar dan zou de aluminium kraag niet aansluiten op de jurk. Ria bleef bij haar plan en veranderde zelf het patroon, waardoor de kraag van Gijs toch deel uitmaakte van de jurk. „Het resultaat was geweldig, ik had het gevoel dat ik een kunstwerk droeg, heel bijzonder”, vertelt Ria nog altijd stralend.

GijsenEmmy0Buitenbeentje
Haar familie reageerde enthousiast op de kraag hoewel haar ouders terughoudend bleven. “Ik kom uit een conservatief gezin en ik was de enige die af en toe uit de band sprong. Ik hield wel van een verzetje. Net als Gijs en Emmy eigenlijk,” legt Ria uit. Gijs en Emmy zorgden eind jaren zestig voor een doorbraak. Ze maakten avant-gardistische sieraden van aluminium en perspex. Ook hun futuristische kledinglijn viel op. De ontwerpen deden veel stof opwaaien, de media smulden ervan. Nog steeds staan Gijs en Emmy internationaal bekend als pioniers van het moderne sieraad. Toen en nu nog steeds genoot Ria daar van. Ze was de enige in haar familie die een kunstopleiding volgde. Dat was niet vanzelfsprekend in die tijd.
De aluminium halskraag staat vanaf haar trouwdag symbool voor Ria’s emancipatie.

GijsenEmmy8De kraag op blote schouders
Nog steeds geeft het dragen van de kraag Ria een bijzonder gevoel. Het is niet zomaar een sieraad, het is een kunstwerk. Haar trouwdag bleef daarom niet de enige dag waarop ze met de halskraag pronkte. Ze droeg het sieraad later op een gala, waarbij ze een schouderloze jurk droeg, zoals Gijs het eigenlijk had bedoeld. “Je kunt deze kraag niet zomaar omdoen, je moet goed nadenken welke kleding erbij past”, legt Ria uit. De laatste keer dat Ria de kraag droeg, was op haar zeventigste verjaardag.
Meer info  over de tentoonstelling ‘De Show van Gijs+Emmy’?

Tags

activiteiten verslag 24 april, 2014

Toveren met ruimte: workshop met ontwerper Harm Rensink

 Marlijn de Jager is freelance blogger voor het Stedelijk Museum. Op het Stedelijk Journal doet zij verslag van evenementen en activiteiten in het museum. Voor dit blog toverde ze mee met ruimte in de kinderworkshop van Harm Rensink.

DSC_6766

“Wat gebeurt er als jullie in deze spiegel kijken?” vraagt ontwerper Harm Rensink. “Dan zijn we heel dun,” merkt een meisje op. De rest van de deelnemers aan de kinderworkshop knikt. “En wat gebeurt er als ik de spiegel verbuig?” vraagt Harm. De groep ligt dubbel. “Dan zijn er ineens wel duizend van ons!”, roepen ze. In werkelijkheid zijn er vandaag vijftien kinderen tussen de 6 en 12 jaar oud aanwezig bij de wekelijkse kinderworkshop. Deze keer gaat het om ‘Toveren met Ruimte’. Ontwerper Harm Rensink laat zien hoe je dat doet.

DSC_6763Natte Lady Gaga
Vijftien kinderen zitten aan een grote tafel. Harm Rensink stelt zich voor. “Ik ben een ontwerper, weten jullie wat dat is?” Het blijft stil. Harm laat voorbeelden zien van zijn werk. Een pakket waarin warm zand zit, waar mensen ontspannen in kunnen liggen en een opblaasbaar stoombad: “Kijk, in die bol heb ik een wolk opgesloten”, legt hij uit, “je kunt er in, dat is lekker warm”. De kinderen kijken verbaasd. Als er een afbeelding van Lady Gaga voorbij komt vraagt Harm: “Wat doet Lady Gaga?” “Rare kleding aandoen”, antwoordt Charlotte snel. Harm knikt. Hij was betrokken bij het ontwerp van een jurk voor Lady Gaga waa bellen uit komen. “Dan word je toch nat?” vraagt Cecile verbaasd. “Ja, dat is niet altijd even handig”, geeft Harm toe.

DSC_6753Gekke kragen
“Wat vinden jullie van deze tentoonstelling?” vraagt Harm als er een afbeelding voorbij komt van De Show van Gijs+Emmy in het Stedelijk, waar sieraadontwerpen van Gijs Bakker en Emmy van Leersum worden vertoond. “Eng!” zegt Bert. De rest stemt toe. Ze vinden de kleding en de sieraden maar kil. “Gijs en Emmy hebben ze 50 jaar geleden ontworpen, ze dachten dat mensen in de toekomst dit soort kleding en sieraden wel zouden dragen”, legt Harm uit. “Dan hebben ze pech”, zegt Quinten. Harm ontwierp de tentoonstelling en neemt de groep daarom mee naar de echte ruimte. Enthousiast kijken ze om zich heen. Best spannend, tussen al die futuristisch ogende poppen. “Denk je dat wij dit soort kleding over 50 jaar dragen?” vraagt Harm over de strakke kledinglijn van de ontwerpers Gijs en Emmy. De kinderen denken diep na en zijn het er uiteindelijk over eens dat de kleren misschien wel gedragen worden, maar die grote kragen niet, want “dat is gewoon een beetje gek.” Harm laat zien dat de poppen draaien en dat de tentoonstelling in verschillende ruimtes is ingedeeld. Met veel ‘ooohs’ en ‘aaahs’ lopen de kinderen mee.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
Weer terug in de studio, pakt Harm een groot spiegelend blad. De kinderen zitten bij elkaar op een trapje en moeten lachen als ze zichzelf zien. “Wat zien jullie?” vraagt Harm. “Onszelf!”, roept Bert. Dan snijdt Rensink de spiegel door en zet hij hem gebogen weer neer. “En nu?” Quinten bekijkt zichzelf vlak voor de spiegel. Bert: “Het is net een Quintenfabriek”. “Ik word omsingeld door mezelf”, zegt Quinten. Nu gaan de kinderen zelf een flexibele spiegel maken. Van een A4 vouwen ze een vorm die ze zelf bedenken. Die snijdt Harm uit de spiegelplaat. De kinderen plakken de losse vormen aan elkaar, met een buigzame spiegel als resultaat.

DSC_6769Experimenteren
Tijd voor een experiment. Wat gebeurt er als ze een tekening onder de rechtopstaande spiegel leggen? Hoe ziet de ruimte eruit als je de spiegel verbuigt? Iedereen gaat los. Jonathan maakt een driehoekvormige spiegel waar je doorheen kunt kijken. “Als ik hier doorheen kijk, weerspiegel ik als een superheld”, zegt hij. Sieb ontdekt dat hij alles achter zich kan zien in gekke vormen. Jade staart naar de bewegende lichtvlekjes op het plafond. De kinderen toveren met de ruimte, elk stukje van de studio ziet er steeds anders uit. “Kijk!” hoor je aan alle kanten. Aan het eind van de middag is Harm omsingeld door vijftien kleine ontwerpers die trots hun spiegels aan elkaar laten zien. Dat zijn heel wat nieuwe ruimtelijke inzichten in een middag.

Ook aan de slag?
Benieuwd naar het aanbod kinderworkshops van het Stedelijk en de betrokken kunstenaars?
Bekijk het hele aanbod. Aan de workshops kun je elke zondag deelnemen, ook in de zomervakantie.

 

 

buiten de deur 18 april, 2014

Salone Internazionale del Mobile 2014 in Milaan: de Italianen zijn terug!

De meubelbeurs in Milaan is weer voorbij. Er waren 1336 exposanten, meer dan 350.000 bezoekers uit ruim 160 landen en een stuk of 5000 journalisten in het door Massimiliano Fuksas ontworpen mega beurscomplex zelf. Daarnaast waren er in de stad, Fuori Salone (buiten de beurs), meer dan 600 presentaties; elke galerie, garage of leegstaand industrieel complex was in gebruik. Als je gezien wilt worden als ontwerper of merk, dan moet je erbij zijn en hopen dat jouw presentatie door de belangrijkste bezoekers in hun route wordt opgenomen. De Salone is in 1961 begonnen door een aantal Italiaanse fabrikanten die de export van hun producten wilden stimuleren en vanaf 1967 internationaal. Het is nu de grootste en belangrijkste meubelbeurs ter wereld. En door alle activiteiten eromheen het belangrijkste evenement op het gebied van vormgeving überhaupt.
Op de beurs zijn slechts enkele Nederlandse merken vertegenwoordigd: Artifort (dat er al sinds 1969 regelmatig bij is), Arco, Leolux en Eichholtz, dat meubels in allerlei stijlen en vormen verkoopt, maar voor liefhebbers van vormgeving niet van belang is.

01. Ontwerp van Hella Jongerius voor Vitra

Ontwerp van Hella Jongerius voor Vitra

De inbreng van Nederlandse ontwerpers is er behoorlijk groot: Hella Jongerius is art director van Vitra, Artek en Danskina; Marcel Wanders presenteerde nieuwe ontwerpen bij Gufram, Magis, Olivari en Very Wood; ook Ineke Hans (Magis) en Richard Hutten (Artifort) waren er vertegenwoordigd, om slechts enkelen te noemen.

Daarnaast zijn er bedrijven die in de stad hun presentatie hebben: onder meer Moooi, Linteloo, Lensvelt en Vescom, deels in hun permanente eigen showroom.

04. Een bezoeker kijkt geïntigreerd naar de installatie MOMENTum

Een bezoeker kijkt geïntrigreerd naar de installatie MOMENTum

03. Stand van Ledworks op de Salone Satellite

Stand van Ledwork op de Salone Satellite

02. Spiegel van Ineke Hans voor de Me Too kindercollectie van Magis

Spiegel van Ineke Hans voor de Me Too kindercollectie van Magis

Sinds 1998 wordt de Salone Satellite georganiseerd, een onderdeel van de beurs waar jonge ontwerpers en academies hun werk kunnen presenteren. Een commissie onder leiding van Marva Griffin bepaalt wie er maximaal drie keer een kleine stand mogen hebben. Velen hopen er fabrikanten te ontmoeten. Ik heb daar in voorgaande jaren voor het eerst werk gezien van onder meer Jens Fager, Arihiro Miyake en Osko & Deichmann, die inmiddels allemaal met producenten samenwerken. Dit jaar stond Ledwork er, een bedrijfje dat opgericht is door een aantal (oud-) studenten van de TU Delft. Ze ontwikkelden ledlampen die in allerlei configuraties aan elkaar geklikt kunnen worden en waarvan de kleurnuance kan worden gemanipuleerd. Ze deden er contacten op met potentiële kopers, distributeurs, tentoonstellingsmakers en ontwikkelaars. Nu natuurlijk afwachten wat eruit komt.
Het aantal productierijpe ontwerpen was behoorlijk hoog dit jaar, vaak minder vernieuwend dan het ontwerp van Ledwork, maar over het geheel genomen niet slecht: bijvoorbeeld opbergdozen van Meike Langer, een eenvoudig te produceren houten stoel van Kristian Knobloch, een manier om via capillaire werking porselein te kleuren van Ozan Alaca (Studio Colony), een serie waterlampen van Arturo Erbsman, een bureaulamp van de Australische Rebecca Crooke en een gevouwen bestek van de Belgische ontwerper Pascal Koch. Een van de meest interessante dingen op de Satellite dit jaar was MOMENTum, een installatie van het Japanse collectief Kappes, waarin waterdruppels met behulp van lucht in allerlei patronen worden gestuurd. Op de Satellite gaat het nooit alleen maar over meubels. Net als in de rest van de stad.

Van oudsher zijn vooral de presentaties in de stad vaak spraakmakend. In 1981 was de eerste tentoonstelling van de Memphis-groep onder leiding van Ettore Sottsass de talk of the town. Het postmodernisme in de vormgeving kreeg wereldwijd aandacht. Een paar jaar later had Bořek Šípek, de Tsjechische glas- en meubelontwerper die in Nederland woonde, een grote installatie in de Fabbrica del Vapore, een imposant fabriekscomplex. Recenter organiseerde Swarovski spectaculaire tentoonstellingen van door bekende ontwerpers gemaakte objecten waarin hun kristallen werden gebruikt. Swarovski houdt het al een paar jaar voor gezien, maar de Tsjechische glasfabrikant Lasvit organiseerde dit jaar iets vergelijkbaars met nieuwe lampen van bekende ontwerpers, onder wie Maarten Baas, Michael Young, Arik Levy en Daniel Libeskind.

05.Presentatie Moooi met onder meer lampen van Scholten & Baijings en foto van Massimo Listri

Presentatie Moooi met onder meer lampen van Scholten Baijings en foto van Massimo Listri

De presentatie vond plaats in de Zona Tortona, het gebied aan de zuidelijke rand van het centrum dat een jaar of vijftien geleden een belangrijke trekpleister werd. Het vernieuwende meubelmerk Cappellini was er lange tijd prominent aanwezig, maar is nu weer terug naar de beurs en in hun eigen showroom in het centrum. Moooi is er vanaf het begin van zijn bestaan vertegenwoordigd en heeft er inmiddels een vaste showroom, maar pakt sinds vorig jaar ook weer groot uit. Toen sprak iedereen over de presentatie van de collectie in combinatie met de grote foto’s van Erwin Olaf. Dit jaar werd er gewerkt met interieurfoto’s van Massimo Listri, ook goed, maar nu toch minder verrassend.
De Zona Tortona heeft concurrentie gekregen van andere gebieden in de stad en wordt steeds minder the place to be om vernieuwende vormgeving te zien. In Lambrate, ten noordoosten van het centrum, is sinds een aantal jaar een ander industrieel gebied in herontwikkeling. Het Nederlandse Organisation in Design van Margriet Vollenberg en Margo Konings is er sinds 2010 de drijvende kracht achter de Fuori Salone presentaties. Dit jaar toonde ontwerpbureau Concern uit Amsterdam er ‘Supermodels’: schaalmodellen van Nederlandse stoel- en woningontwerpen uit de afgelopen eeuw, alsmede een ‘poppenhuis’ met nieuwe ontwerpen van allerlei ontwerpers en bedrijven.

06. 3d geprinte schaalmodellen uit de Supermodels presentatie

3d geprinte schaalmodellen uit de Supermodels presentatie

07. Supermodels tentoonstelling van Concern

Supermodels tentoonstelling van Concern

Voor de Fuori Salone een vrij ongebruikelijk, deels historisch onderwerp. Het lijkt echter alsof Concern feilloos een nieuwe trend aanvoelde en deels misschien ook wel zette, want overal in de stad doken schaalmodellen op (bijvoorbeeld ook bij Lensvelt, Moooi en de beddengoedwinkel Society).

Het nieuwste Fuori Salone gebied ligt juist weer in het oude centrum: 5 Vie, dat dit jaar gelanceerd werd. Hier was ‘Baas is in town’ de grootste attractie.

08.Schaalmodellen van bedden in Society

Schaalmodellen van bedden in Society

Na jaren van afwezigheid maakte Maarten Baas een circusachtige presentatie met passende muziek, curieuze objecten als een kauwgomballenapparaat met pillen erin en echte clowns. Een bijzonder vrolijk gebeuren, voor Milaan nogal ongebruikelijk en daardoor des te opvallender.

09.Baas is in town

Baas is in town

De Nederlanders zijn in Milaan altijd bijzonder goed vertegenwoordigd, na de Italianen zijn ze het talrijkst, wat overigens niet alleen voor exposanten, maar ook voor bezoekers lijkt te gelden. Overal hoor je Nederlands praten.

11. Presentatie met ontwerpen van Patricia Urquiola voor Kartell

Presentatie met ontwerpen van Patricia Urquiola voor Kartell

10. Elements collectie van Scholten & Baijings voor J. Hill's Standard

Elements collectie van Scholten Baijings voor J. Hills Standard

Ontwerpers die voor allerlei verschillende bedrijven werken en dus overal opduiken, zijn naast eerder genoemde voorbeelden het Nederlandse duo Scholten & Baijings (J. Hill’s Standard glasfabriek, Verreum, Moustache, Hay), de Spaanse en in Italië wonende en werkende Patricia Urquiola, de eveneens Spaanse Jaime Hayon en het Japanse bureau Nendo van Oki Sato.

Ook oude rot Philippe Starck was weer alom aanwezig, onder andere met een groot aantal ontwerpen voor plastic buitenmeubelen bij het nieuwe bedrijf TOG, opgericht door de Braziliaanse industriële groep Grandene. Een grote winkel van TOG is gevestigd in een net geopend complex bij station Garibaldi, aan de noordkant van het centrum. Het plein waaraan het ligt is genoemd naar de prominente Italiaanse ontwerpster Gae Aulenti (1927-2012).
Het zag er lang naar uit dat de roem van de Italiaanse vormgeving vooral teerde op ontwerpers uit haar periode (de jaren vijftig tot negentig van de vorige eeuw), maar er is weer een nieuwe generatie opgestaan. Luca Nichetto (1976) is een van de jongere ontwerpers die echt doorgebroken is.

12. Installatie De Natura Fossilium van Formafantasma

Installatie De Natura Fossilium van Formafantasma

Je komt zijn werk overal tegen; hij ontwerpt zelfs voor een Russische keramiekproducent: Dymov Ceramics. En Formafantasma, de in Eindhoven gevestigde Andrea Trimarchi (1983) en Simone Farresin (1980), lijkt daar ook bij te gaan horen. In Palazzo Clerici, een van de vele prachtige paleizen in de stad, presenteerden ze het project ‘De Natura Fossilium’ dat is ontstaan naar aanleiding van de eruptie van de Etna in 2013, met onder meer textiel waarin basaltdraad is gebruikt. In het Design Museo in het Triennale gebouw werden ze al onder de ‘Nuovi Maestri’ geschaard. De Italianen zijn weer terug!

Ingeborg de Roode is Conservator industriële vormgeving.
Met dank aan Peter van Kester voor de informatie over de jaren ’80.

Foto’s : Ingeborg de Roode, Concern (schaalmodellen Supermodels)

Global Collaborations 28 maart, 2014

Thinking Globally

Op 13 tot en met 15 maart jongstleden vond het driedaagse symposium Collecting Geographies: Global Programming and Museums of Modern Art, plaats in het Stedelijk Museum en het Tropenmuseum in Amsterdam. Naast de 24 sessies waarin meer dan 80 internationale papers werden gepresenteerd, vonden er ook publieke lezingen en paneldiscussies plaats, waaronder Thinking Globally: Museums, Art and Ethnography after the Global Turn. Deelnemers aan de discussie waren de academici Jette Sandahl, James Clifford en Pamela M. Lee en de kunstenaars Wendelien van Oldenborgh en Kader Attia. De sessie werd gemodereerd door Leon Wainwright. Het Stedelijk vroeg twee jonge schrijvers om vanuit hun eigen perspectief verslag te doen van de avond.

 

2014 Collecting Geographies SMA 177 adlib

Leon Wainwright opens the evening.

De paneldiscussie vond plaats in het Tropenmuseum; een gepaste context volgens Anke Bangma, die de avond opende en conservator hedendaagse kunst en fotografie is in het Tropenmuseum, omdat het bevragen van de omstreden scheiding tussen respectievelijk kunst en cultuur enerzijds en het kunst- en volkenkundig museum anderzijds één van de speerpunten is van het symposium Collecting Geographies. De grootste uitdaging waarvoor het volkenkundig museum zich gesteld ziet, aldus Bangma, is het vinden van nieuwe representatievormen die recht doen aan een wereld gekenmerkt door steeds veranderende relaties tussen het verre en het nabije.

Read More »

Twee jonge kunstenaars geven een nieuwe wending aan fotografie

Door Marloes Brugman en Masha van Vliet

Aan de vooravond van de opening van hun eerste tentoonstelling in het Stedelijk Museum vertellen generatiegenoten Paulien Oltheten (1982) en Anouk Kruithof (1981), onder het genot van een cappuccino en een stokje saté, over zichzelf, elkaar, hun fascinaties, gewoontes, overeenkomsten en verschillen.

 

 

 

 

 

 

Read More »

Global Collaborations 14 maart, 2014

Kick Off Collecting Geographies Conference

Gisteravond vond de kick-off plaats van het driedaagse symposium Collecting Geographies: Global Programming and Museums of Modern Art, geïnitieerd en georganiseerd door het Stedelijk Museum, in samenwerking met ASCA/ACGS van de Universiteit van Amsterdam, Moderna Museet Stockholm, Folkwang Museum Essen, en het Tropenmuseum Amsterdam.

SMA+GClogo_DEF_1200dpi

Read More »

De magie van alledag 


Marlijn de Jager is freelance blogger voor het Stedelijk Museum. Op het Stedelijk Journal doet zij verslag van evenementen en activiteiten in het museum. Voor dit blog bezocht ze de Artist Talk van kunstenaar Jeff Wall.

Het forum van 1 maart trekt veel bezoekers. Geen stoel in het Auditorium van het Stedelijk Museum blijft onbemand. Het publiek luistert ademloos naar Jeff Walls verhaal. Niemand beweegt of zegt wat… Maar is dat wel zo? Er gebeurt altijd meer dan je in eerste instantie denkt en dat wil de Canadese fotograaf Jeff Wall laten zien.

Jeff Wall:Artist Talk
Garfieldsokken
Het publiek bestaat vooral uit kunsthistorici en fotografen van dertig tot en met vijftig jaar. Ook aan pers ontbreekt het niet. Een dame schrijft driftig in haar boekje. Haar bril schuift bijna ongemerkt van haar hoofd naar voren, totdat hij plots op haar neus eindigt. Met een driftige beweging zet ze hem terug op haar hoofd. Achter haar zit een jongeman in pak met zijn voet te wiebelen. Bij het opmerken van een vlek op zijn schoen, tilt hij zijn voet op het randje van de stoel. Een knipogende Garfield komt onder zijn broekspijp vandaan. Hij maakt zijn vinger nat en poetst de vlek weg. Iets verder naar achteren wrijft iemand in haar handen, ze slaat een sjaal om. Haar oorbel blijft steken. Ze peutert hem los en parkeert haar schouder dicht tegen die van haar man aan. Iedereen luistert geboeid naar het verhaal van Jeff Wall, maar niet zonder te krabben, te wrijven of te wiebelen. Iets wat overigens niemand echt opvalt, we doen het per slot van rekening allemaal instinctief. Dat intrigeert Jeff Wall.

Jeff Wall:Artist TalkEr zijn geen regels
“We hebben allemaal twee ogen. De meeste mensen gebruiken hun ogen als GPS-systeem, ze kijken doelgericht. Ik kijk om me heen, want er is altijd meer gaande dan je denkt”, legt Jeff Wall uit. Het is niet dat hij daarom zijn fototoestel overal meeneemt en aandachtig jaagt naar potentiële plaatjes. Sterker nog, hij heeft zijn camera bijna nooit bij zich en de situaties en locaties die hij fotografeert komt hij gewoonweg tegen. Jeff Wall laat zich inspireren door zijn omgeving. Als hij op een stoepje voor zijn studio in het zonnetje zit en mensen hem voorbij lopen met grote tassen, gaat er bij hem een lampje branden. Hij wil deze ‘nomaden van de stad’ vastleggen. Een dweilende man in een leeg kantoor of een slapende fietser maken ook een gevoel bij Jeff Wall los. Hij moet er iets mee. Het kan weken duren voordat hij deze taferelen reconstrueert. Daarbij laat hij zijn creativiteit de vrije loop. Er zijn geen regels, alles mag aangedikt of opgesmukt. Of juist niet.


Cinematografische reconstructie
Jeff Wall vergelijkt zijn werkwijze met die van een filmregisseur. Voorbereiding en samenwerking met andere partijen zijn noodzakelijk. “Je zou kunnen zeggen dat ik een soort filmregisseur ben, maar mijn films bestaan uit één beeld”, zegt hij zelf dan ook. Eén blik op de foto’s bevestigt deze bewering. Jeff Wall maakt geen futiele plaatjes, hij vertelt een verhaal. Daarnaast is Jeff Wall een meester in het opwekken van spanning, sfeer en vragen. Juist vanwege de filmische en soms theatrale elementen die hij toevoegt aan het beeld. Er is tot in de puntjes nagedacht over de cinematografische reconstructies van zijn herinneringen. En dat is wat Jeff Wall onderscheidt van andere fotografen.

JeffWall04Absurd en doodnormaal
Dat Jeff Wall juist die doodnormale straathoek van een gekunstelde setting voorziet, zorgt voor een magische ambiance. Of andersom, een karakteristieke locatie met een opmerkelijk detail. Twee tieners boksen in een keurige, klinische huiskamer. Op een kale begraafplaats zwemmen zeesterren in een vierkant gat en in een rommelige schuur plukken stevige dames kippen kaal. Jeff Wall maakt van dagelijkse beslommeringen eigenaardige beelden. Hij is een observant met een rijke geest. Dat hij in het Stedelijk Museum voor een volle zaal zorgt, bevestigt zijn status als gerenommeerd kunstenaar.

Nieuwsgierig?
Benieuwd naar Jeff Wall: TABLEAUX PICTURES PHOtOGRAPHS 1996 – 2013? De tentoonstelling is t/m 3 augustus te zien in het Stedelijk Museum.

Global Collaborations 3 maart, 2014

Collecting Geographies – Magiciens de la Terre

Op 13, 14 en 15 maart aanstaande organiseert het Stedelijk Museum in samenwerking met ASCA/ACGS van de Universiteit van Amsterdam, Moderna Museet (Stockholm), Museum Folkwang (Essen) en het Tropenmuseum (Amsterdam), de academische conferentie Collecting Geographies – Global Programming and Museums of Modern Art. Tijdens deze conferentie gaat een diverse selectie sprekers nader in op actuele kwesties in de relatie tussen kunstinstellingen, globalisering en het postkoloniale discours. Een van de sessies is gewijd aan de baanbrekende én bekritiseerde tentoonstelling Magiciens de la Terre die 25 jaar geleden werd georganiseerd in het Centre Pompidou te Parijs. Cultuurwetenschapper Liza Swaving neemt in deze blog de controversiële erfenis van deze inmiddels canonieke tentoonstelling onder de loep aan de hand van de recent verschenen publicatie Making Art Global: “Magiciens de la Terre”, 1989.

magiciens

In 2014 is het precies 25 jaar geleden dat de tentoonstelling Magiciens de la Terre plaatsvond in het Centre Pompidou in Parijs. Afgelopen jaar verscheen in de Afterall-serie Exhibition Histories de publicatie Making Art Global (Part 2) ‘Magiciens de la Terre’ 1989. Deze retrospectieve publicatie geeft niet alleen een analyse en (visuele) reconstructie van de tentoonstelling maar reflecteert ook op haar invloed op het hedendaagse kunstdiscourse. Ook in het symposium Collecting Geographies wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze spraakmakende tentoonstelling. Waarom geniet Magiciens de la Terre 25 jaar na dato nog steeds zoveel belangstelling? En wat is precies haar erfenis?

Kunst is een universele expressie

Magiciens de la Terre werd samengesteld door de directeur van het Centre Pompidou, Jean-Hubert Martin, en was zowel een voortzetting van als een tegenreactie op de omstreden tentoonstelling Primitivism in 20th Century Art, die vijf jaar eerder in het MoMA in New York plaatsvond. Magiciens de la Terre werd gepresenteerd als ‘the first worldwide exhibition of contemporary art’, en omvatte werk van honderd kunstenaars: vijftig kunstenaars afkomstig uit Noord-Amerika en Europa, en vijftig afkomstig uit wat Martin aanduidde als de periferie, de zogenaamd niet-westerse gebieden. Met het naast elkaar tonen van verschillende kunstopvattingen, -tradities en – stijlen, poogde Magiciens de la Terre een caleidoscopisch, mondiaal perspectief op de hedendaagse kunst te geven en uitwisseling tussen de verschillende artistieke benaderingen te stimuleren.

Martin stond een universalistische opvatting van artistieke expressie voor: kunst als een universeel fenomeen dat de specifieke culturele, geografische en subjectieve context overstijgt en een spirituele functie heeft. Door de uiteenlopende kunstwerken als gelijkwaardig aan elkaar te presenteren, poogde Martin het (historische en discursieve) onderscheid tussen westerse en niet-westerse kunst te slechten en de getoonde werken op hun eigen merites – als artistiek object – te waarderen: ‘Non-western art seems branded with a taboo that demands it cannot be shown without explaining its context. People should bear in mind that visual objects are capable of conveying signs and meanings through the imagination and the emotions’. Martin besloot alle kunstwerken vrijwel zonder context te presenteren, om niet het risico te lopen dat ze slechts als een representatie hun cultuur zouden worden geïnterpreteerd. Alleen informatie over het land van herkomst, het land van verblijf en de nationaliteit van de kunstenaars werd bekend gemaakt. Alleen werd deze informatie niet gebruikt als categoriseringsprincipe, maar juist om de onhoudbaarheid van deze indeling naar nationale identiteit aan te tonen.

_

Nam June Paik, Bonjour M. Orwell 1984 (1989)

Nam June Paik, Bonjour M. Orwell 1984 (1989)

Illusie van gelijkwaardigheid

Er kwam vanuit verschillende hoeken kritiek op de tentoonstelling. Zo stelden een aantal critici, waaronder  Benjamin H.D. Buchloh en Rasheed Araeen, dat de tentoonstelling een neokoloniaal project was. Buchloch vergeleek Martins denken en handelen met cultureel, politiek en economisch imperialisme. Araeen problematiseerde Martins idee van universalisme en decontextualisatie omdat het volgens hem niet leidde tot gelijkwaardigheid, maar tot oneigenlijke homogenisering. Door de visuele overeenkomsten tussen de kunstwerken te benadrukken en geen aandacht te schenken aan de verschillende culturele, economische en politieke omstandigheden waarbinnen de kunstwerken tot stand waren gekomen, creëerde Martin een illusie van gelijkwaardigheid, die geen ruimte liet voor dialoog, conflict of kritiek. Bovendien werd de bezoeker door de afwezigheid van context aangezet tot het toepassen van westerse esthetische kaders op objecten die buiten die kaders ook een andere betekenis hadden: een vorm van culturele toe-eigening. Dat de idee van gelijkwaardigheid gebaseerd was op een illusie blijkt mogelijk ook uit de criteria die Martin hanteerde tijdens het selectieproces: terwijl westerse kunstenaars werden geselecteerd op grond van ‘their concern for cultures other than their own’, werden niet-westerse kunstenaars geselecteerd indien zij werk maakten dat verwees naar ‘elements of their cultural roots’. Een gevolg hiervan was dat een aanzienlijk deel van de niet-westerse kunst rituele, figuratieve en volkskunst betrof, die werd gekenmerkt door een toepassing van traditionele vormen van materiaalproductie – en gebruik. Jean Fischer beschouwde dit als een ‘fetisjering’ van traditionele productieprocessen, een indicatie voor een westers verlangen naar een pre-industriële vorm van culturele authenticiteit. Met andere woorden, Magiciens de la Terre  werkte juist exotisme, mystificatie en stereotypering van de niet-westerse kunst in de hand.

_

Alfredo Jaar, La géographie, ça sert d'abord à faire la guerre (1989)

Alfredo Jaar, La géographie, ça sert d’abord à faire la guerre (1989)

Er was ook positieve kritiek die de tentoonstelling prees om zijn grensverleggende karakter, het openbreken van de binaire oppositie westers/niet-westers en het stimuleren van culturele dialoog. Zo stelde Alfredo Jaar, één van de deelnemende kunstenaars, in een recent interview: ‘It was evident that after ‘Magiciens’ there was no turning back. In my view, it really was the first crack in the Western art bunker.’

Global Turn

Het polariserende debat dat de tentoonstelling genereerde, heeft eraan bijgedragen dat zij tot op de dag van vandaag een belangrijk referentiepunt is. De tentoonstelling stond model voor vele tentoonstellingen en biënnales, zowel internationaal als in Nederland. Zo zagen de jaren ’90 een groot aantal tentoonstellingen gewijd aan kunst uit niet-westerse of gemarginaliseerde gebieden; en sinds het nieuwe millennium groeide het aantal tentoonstellingen die de invloed van globalisering op artistieke productie en receptie onderzochten. Deze en andere ontwikkelingen zijn onderdeel van wat de global turn wordt genoemd: een periode van mondiale politieke en economische verschuivingen waarin het eurocentrische denkkader van de kunstgeschiedenis, de kunstmusea en de canon vanuit verschillende disciplines wordt hervormd, herschreven en gedecentraliseerd. Ideeën uit de postkoloniale theorie en antropologie worden toegeëigend binnen de kunsttheorie en toegepast in de tentoonstellingspraktijk; er ontstaan alternatieve terminologieën, zoals global art, world art, transnational art en het recentere glocal art, die het fixeren van kunst op grond van nationaliteit identiteit analyseren en uitdagen. Positief of negatief, Magiciens de la Terre is een belangrijke katalysator in deze global turn.

 

pompidou_edited

Modernites Plurielles de 1905 a 1970 in Centre Pompidou (photo: Jelle Bouwhuis)

De erfenis en reputatie van Magiciens de la Terre worden ook door het Centre Pompidou zelf levend gehouden. Deze zomer organiseert het museum een ‘Summer School’ rondom Magiciens en In 2009 werd het ambitieuze onderzoeksprogramma ‘Recherche et Mondialisation’ opgericht, dat zich onder leiding van Catherine Grenier richt op de het ‘internationaliseren’ van het collectiebeleid en het herschrijven van de kunstgeschiedenis. Binnen dit programma werd onlangs de nieuwe collectieopstelling Modernités plurielles de 1905 à 1970  gerealiseerd, waarin moderne kunst vanuit een mondiaal perspectief wordt gepresenteerd, als correctie op het idee dat modernisme enkel een westers fenomeen is. De collectieopstelling wordt gepresenteerd als de eerste tentoonstelling waarmee het Centre Pompidou een mondiale geschiedenis van de kunst laat zien ‘met meer dan 1000 kunstwerken, 400 kunstenaars uit 47 landen’. Het museum treedt hiermee duidelijk in de voetsporen van Magiciens de la Terre; en naar het lijkt, stapt het ook in dezelfde valkuilen. Immers, geeft het herschrijven van de kunstgeschiedenis vanuit het perspectief van het modernisme niet blijk van eenzelfde vorm van toe-eigening en fictieve decontextualisatie waarvan Magiciens de la Terre werd bekritiseerd?

—————–

Alle citaten in de tekst zijn afkomstig uit Lucy Steeds et al., Making Art Global (Part 2). ‘Magiciens de la Terre’ 1989, Londen (Afterall Books/Koenig Books) 2013

Meer informatie over het symposium Collecting Geographies en het volledige programma vindt u hier. Op zaterdagmorgen zal Annie Cohen-Solal, een lezing geven getiteld ‘Magiciens de la Terre and other Postcolonial Exhibitions’.

Voor literatuur over de global turn zie onder meer: Hans Belting, Andrea Buddensieg & Peter Weibel (red.), The Global Contemporary and the Rise of New Art Worlds, Cambridge, MA (The MIT Press) 201;  Jill H. Casid et al., Art History in the Wake of the Global Turn, Londen (Yale University Press) 2014.

Copyright Alfredo Jaar, courtesy Galerie Lelong, New York.

Photography copright Deidi von Schaewen.

Liza Swaving, MA is cultuurwetenschapper en voltooide de Master Museumconservator aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is Research Associate bij Rijksmuseum Volkenkunde, waar ze onderzoek doet naar de relatie tussen authenticiteit en het gebruik van bewegend beeld in de tentoonstellingen van het museum.