buy Fluoxetine walk comprehensive prozac order protected reform Buy prozac generic (STIs) ambulation Buy prozac online canada harmful hospice Buy cheap prozac officer promotion

Stedelijk Museum Amsterdam

Journal

tentoonstellingen mei 15th, 2013

Touch and Tweet!

Installatie Dune

Conservator Ingeborg de Roode in de installatie Dune van Daan Roosegaarde.

Deze week zijn we bezig met de opbouw van de tentoonstelling Touch and Tweet! In het midden van het vormgevingscircuit. De tentoonstelling met interactieve installaties is ontstaan in samenwerking met het evenement What Design Can Do. Het tweedaagse congres barst morgen los in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Vanaf die dag is de tentoonstelling voor bezoekers toegankelijk.

Daan Roosegaarde bouwde met zijn team de afgelopen dagen een grote, nieuwe versie op van de lichtinstallatie Dune, die reageert op aanraking en beweging. Ja, je mag dit werk echt aanraken! Heel bijzonder in het museum.

 

Foto: Ingeborg de Roode

Pete Hellicar (links) met twee collega’s installeren The Hello Cube.

Pete Hellicar (de helft van de studio Hellicar& Lewis uit Londen) werkte samen met de audiovisuele afdeling van het Stedelijk aan het installeren van drie installaties. Twee reageren op beweging: Somantics en Feedback en één (The Hello Cube) op beweging en tweets. Speciaal voor de tentoonstelling is de Cube voor Nederlandse tweets geschikt gemaakt.

In september organiseren we in het kader van het publieksprogramma ook twee activiteiten rond Touch and Tweet! Kom alles uitproberen in het museum!

Houd de agenda in de gaten en kijk voor meer informatie over de tentoonstelling op de website.

 

Foto: Ingeborg de Roode

Daan en Lidi van Studio Roosegaarde bij de installatie Dune.

 

 

Tags

buiten de deur verslag april 19th, 2013

Salone del Mobile

Salone Del Mobile

Ondanks de steeds somberder verhalen over de interieursector (geen nieuwe woningen, dus weinig verhuizingen, dus weinig verkoop) was daar afgelopen week in Milaan tijdens de belangrijkste meubelbeurs van het jaar nog steeds weinig van te merken. Buiten de beurs, in de stad, zijn wel iets minder spectaculaire en grootse presentaties – kristalfabrikant Swarovski houdt het al een paar jaar voor gezien en de Italiaanse meubelfabrikant Cappellini en consorten hebben zich in hun plaatselijke showrooms en stands op de beurs teruggetrokken – en er is de laatste jaren nog meer aandacht voor duurzaamheid en natuurlijke materialen. Maar desondanks lijkt de stemming opperbest. De interieursector is zijn elan niet kwijt; dat is goed nieuws. Gelukkig waren er weer mooie en interessante nieuwe ontwerpen te zien.
 

Moooi

Presentatie Moooi met onder meer lampen van Bertjan Pot en Monster Chairs van Marcel Wanders.

Vrijwel het enige merk dat een grote, indrukwekkende presentatie in de stad aandurfde, in een 1700 m2 grote fabriekshal in de Zona Tortona, was Moooi. Het Nederlandse label, waarvan Marcel Wanders art director en mede-oprichter is, toonde zijn meubels, lampen en interieuraccessoires in een setting van geënsceneerde ensembles met vrij werk van fotograaf Erwin Olaf, die sinds de oprichting in 2001 reclamefoto’s voor het bedrijf maakt. De combinatie werkte wonderwel en was the talk of the town. Hoewel deze presentatie natuurlijk (ook) met een commerciële invalshoek is gemaakt, kijk ik hierdoor nog meer uit naar de  overzichtstentoonstelling van Marcel Wanders volgend jaar in het Stedelijk waarvan hij zelf de inrichting zal doen.

De aandacht voor ambachtelijkheid en productieprocessen is al een aantal jaren prominent aanwezig bij de academies. Dat was nadrukkelijk in verschillende presentaties zichtbaar, ook bij die van de Design Academy (Eindhoven) en de Koninklijke Academie (Den Haag).
 

Design Academy

Presentatie Design Academy in de wijk Ventura Lambrate, met op de voorgrond werk van Dienke Dekker en Daniel Costa

In het pand waar ook de Design Academy zich presenteerde, toonde Aldo Bakker nieuwe en enkele oudere ontwerpen. Vooral de uit drie delen bestaande, 150 kilo zware kruk Three Pair van basalt is indrukwekkend.
 

Aldo Bakker

Presentatie van Aldo Bakker met de Three Pair kruk op de voorgrond.

Nederlandse ontwerpers waren zoals elk jaar weer ruim vertegenwoordigd. Een verrassing voor mij was een subtiel tafellampje van Studio WM uit Rotterdam. Ik ken deze ontwerpers, Maarten Collignon en Wendy Legro, vooral van hun kruik voor Droog. In een galerieruimte in Ventura Lambrate toonden ze dit jaar hun ontwerpen voor verlichting in de interessante gezamenlijke presentatie 010-020 van ontwerpers uit Rotterdam en Amsterdam.
 

Studio WM

Presentatie van Studio WM in de wijk Ventura Lambrate met Maarten Collignon.

Tijdens een debat, georganiseerd door de tijdschriften Connecting the Dots en Items, waaraan ik deelnam, kwam de vraag aan de orde of Nederland niet zou moeten selecteren om een kwalitatief hoogstaander of meer homogeen aanbod te laten zien. Afgezien van de praktische onmogelijkheid (je kunt ontwerpers of producenten niet verbieden om in Milaan een presentatie te maken), is dat mijns inziens ook niet gewenst. Juist de diversiteit geeft de volle breedte van het ontwerpvak in Nederland aan. Dat niet alles van even hoge kwaliteit kan zijn, is een gegeven. Dat geldt voor elke beurs en presentatie, maar Nederland komt er bepaald niet slecht vanaf.

De Salone Satellite – de enige hal op het officiële beursterrein die is gereserveerd voor jonge ontwerpers en opleidingsinstituten – biedt ook een enorme diversiteit. Het meeste is niet de moeite waard, maar er zijn altijd een paar ontwerpers die echt een ontdekking zijn en die komen bovendrijven. Zo zag ik daar de afgelopen jaren voor het eerst werk van de Zweedse ontwerper Jens Fager en van de Poolse ontwerper Oskar Zieta. Van de eerste staat een meubel in onze collectiepresentatie en van de tweede ben ik bezig werk te verwerven. Dit jaar sprongen een paar Aziatische ontwerpers er voor mij uit: NBT Studio, gevestigd in Taiwan en Hong Kong, presenteerde een serie meubels en een lamp waarin recycling van materialen centraal staat.
 

Beamo Light Studio NBT

Beamo Light van NBT Studio gemaakt van afval uit de computerindustrie.

Ik kijk al een paar jaar vol verwachting naar China. In de stad was nu ook voor het eerst een presentatie van Chinese ontwerpers die mij echt verraste. De meubels van hout met porseleinen afdekking zijn een mooi voorbeeld van het samengaan van inheemse vormentaal met een universele esthetiek.
 

Chinese presentatie From Yuhang

Meubels van hout met porselein in de presentatie From Yuhang in de Zona Tortona.

Ik ben benieuwd hoe de Aziatische vormgeving in het algemeen, en de Chinese in het bijzonder, zich de komende tijd zal ontwikkelen. Met zo’n culturele bagage moet dat toch interessante dingen gaan opleveren. Op de beurs in Milaan kunnen we dat op de voet blijven volgen.

Ingeborg de Roode is conservator industriële vormgeving bij het Stedelijk Museum Amsterdam.

Lucy McKenzie, ‘Something They Have To Live With’

Poster Lucy McKenzie, 2013. Ontwerp HIT Studio, London. Fotografie: Johannes Schwarz.

Poster Lucy McKenzie, 2013. Ontwerp HIT Studio, London. Fotografie: Johannes Schwarz.

Op 6 april ging de installatie Something they have to live with van Lucy McKenzie open voor het publiek. Curator van de tentoonstelling Martijn van Nieuwenhuyzen schreef deze blog over de achtergrond en totstandkoming van de tentoonstelling.

Begin april maakte de opstelling van minimal art en color field painting in de IMC zaal – de centraal in het parcours gelegen oude ‘erezaal’ – plaats voor een nieuwe installatie van de Schotse, in Brussel gevestigde kunstenaar Lucy McKenzie (1977). Sinds de heropening wordt de collectie van het museum getoond in wisselende opstellingen in de gerenoveerde oudbouw. Het idee is om dit collectiecircuit op gezette tijden te onderbreken met een interventie van een hedendaagse kunstenaar. Deze kan reageren op de ‘verhalen’ in de verzameling van het Stedelijk, maar kan ook een opzichzelfstaand project voorstellen.

We hebben Lucy McKenzie uitgenodigd een project voor het Stedelijk te ontwikkelen omdat haar werk model staat voor een opvatting waarin op een ontspannen manier een breed scala aan disciplines met elkaar worden verweven: van ‘autonome’ schilderkunst tot decoratieve kunst, beeldhouwkunst, mode, architectuur en decorontwerp. Met durf en flair beweegt zij zich langs de grensgebieden van de kunst, exploreert technieken uit voorbije perioden en trekt zich weinig aan van de traditionele hiërarchie tussen deze uiteenlopende vormen van artistieke expressie. Het unieke auteurschap lijkt bij dit alles een ondergeschikte rol te spelen: veel van McKenzie’s projecten komen tot stand in hechte samenwerking met vrienden en collega’s, met wie zij kunstopleidingen in Schotland en Brussel heeft gevolgd.

AlhambraGranOnze eerste gesprekken met McKenzie concentreerden zich op de rijke afficheverzameling van het Stedelijk. McKenzie verwijst in haar installaties immers vaak naar historische reclamevormgeving. De affiches in de collectie van het museum zouden een mooi aanknopingspunt met het werk van McKenzie kunnen vormen. We brachten samen met haar een oriënterend bezoek aan het museumdepot en McKenzie was enthousiast over deze enorme grafische collectie van 20.000 stuks. Twee reizen, eind vorig jaar, een naar Granada om het Alhambra te bekijken en naar Praag voor een bezoek aan de Villa Müller van Adolf Loos, brachten haar echter op een heel ander spoor voor het Stedelijk project.

VillaMueller

De koers werd rigoureus verlegd. Vanaf januari werkte zij, samen met een groep vrienden, in haar atelier in Brussel aan de verschillende onderdelen van wat de installatie Something They Have To Live With moest worden. Zoals de titel (een variatie op de titel van een kort verhaal van Patricia Highsmith) al enigszins onthult, draait alles in dit project om interieurs, en om de mensen die zich in deze ruimtes bewegen.

Interieur Villa Müller, Adorf Loos.

Opbouw1Op tweede paasdag zijn we in de IMC zaal (de oude ‘erezaal’) begonnen met de opbouw van de installatie. Opmerkelijk genoeg stond de aftrap toch in het teken van een affiche; het eerste deel van de dag werd besteed aan het ensceneren van de foto voor de ‘kunstenaarsposter’ bij de tentoonstelling. McKenzie wilde dat de poster een beetje op de omslag van een literaire thriller ging lijken. Samen met fotograaf Johannes Schwartz ensceneerde zij met een aantal objecten uit de tentoonstelling een tableau, waar ze gekleed in een van haar eigen modeontwerpen in figureerde. Een figurantenrol werd vervuld door Trevor, de border terriër van ondergetekende. Tot verbazing van de kunstenaar en fotograaf bleek Trevor heel braaf op en af een podiumpje te willen springen en allerlei posities aan te kunnen nemen. Binnen anderhalf uur was de klus geklaard.

 

Enscenering fotoset voor poster Lucy McKenzie 'Something they have to live with'.

Enscenering fotoset voor poster Lucy McKenzie ‘Something they have to live with’.

De Stedelijk installatie Something They Have To Live With bestaat uit een aantal onderdelen die deels op haar atelier in Brussel en deels ter plekke op zaal zijn gemaakt. De twee ankers van de tentoonstelling worden gevormd door een groep van drie monumentale schilderijen Alhambra Motifs I, II en III en de grote architectonische structuur Loos House. In 2012 bezocht McKenzie de Villa Müller van Adolf Loos in Praag, een vroeg modernistisch wit blok met kleine ramen uit 1928, en het middeleeuwse Alhambra paleis in Granada, Zuid-Spanje, waar zij de beroemde mozaïeken bekeek.

Alhambramozaieken

Zij zag een aantal opmerkelijke parallellen in de (binnenhuis)architectuur van deze twee zeer verschillende gebouwen, namelijk de opeenvolging van gesepareerde vertrekken die met luxe materialen zijn afgewerkt. In beide gebouwen is bovendien een groot contrast tussen binnen en buiten. McKenzie’s specifieke focus richtte zich op hoe de verhoudingen tussen de seksen zich in de architectonische ontwerpen uitten en hoe deze ontwerpen het gedrag van de bewoners stuurden. In beide gebouwen immers kunnen vrouwen zich in boudoirachtige ruimtes terugtrekken, of zich juist, tegen een spectaculaire, decoratieve achtergrond aan een select gezelschap presenteren.

 

Lucy McKenzie, 'Something they have to live with', zaalopname. Foto: G.J. van Rooij

Lucy McKenzie, ‘Something they have to live with’, zaalopname. Foto: G.J. van Rooij

De ‘Alhambra Motifs’ zijn McKenzie’s studies van de Moorse mozaïeken in het Alhambra, overgebracht op grote doeken middels sjablonen en de tamponeertechniek (waarbij de natte verf met de kwast wordt beklopt). Het effect is hallucinerend: als je ervoor staat beginnen de kleuren en de vormen op elkaar in te werken tot het oppervlak vibreert. In het linkerdeel van de zaal is met de drie Alhambra schilderijen een speciale ruimte gecreëerd die zijn contrapunt vindt in Loos House, het schaalmodel van het interieur van de grote salon van de Villa Müller.

 

Lucy McKenzie, 'Loos House', 2013, IMC zaal Stedelijk Museum

Lucy McKenzie, ‘Loos House’, 2013, IMC zaal Stedelijk Museum

Quodlibet4McKenzie heeft in haar atelier in Brussel wekenlang grote doeken met marmerstructuren beschilderd. Zij werd hierbij geholpen door collega’s met wie zij samen de kunstopleiding Van der Kelen-Logelain in Brussel heeft gevolgd, waar 19de eeuwse decoratietechnieken worden onderwezen. De trompe-l’oeil gemarmerde doeken werden ter plekke in het Stedelijk op houten elementen geplakt, waarmee het interieur van de grote salon van de Villa Müller werd nagebootst.

Zo ontstond een object dat je kunt opvatten als een sculptuur, een architectonisch ontwerp en een decorstuk tegelijk.

In het midden van de zaal plaatste McKenzie twee skelet-achtige, witgespoten metalen paspoppen en een tafel met een trompe-l’oeil beschilderd blad. De voorstelling op dit doek verwijst naar McKenzie’s belangstelling voor kleding en mode. Er zijn schetsontwerpen voor de garderobe van een reizende vrouw op te zien en staaltjes met het kleurenpalet voor de nieuwe collectie van Atelier E.B., het modelabel dat McKenzie in 2011 oprichtte samen met de textielontwerpster Beca Lipscombe. Atelier E.B. is geworteld in de gezamenlijke interesse van de kunstenaars voor traditionele, kleinschalige productieprocessen en nieuwe manieren om zich tot kunst en mode te verhouden. McKenzie en Lipscombe werken voor hun collecties onder andere samen met de Schotse textielindustrie, (bekend om zijn kwalitatief hoogwaardige productie van o.a. wol en cashmere) en kleine Belgische naaiateliers.

 

AtelierEBi

Van 15 t/m 18 mei 2013 presenteert Atelier E.B. haar nieuwe collectie kleding en accessoires in een tijdelijke showroom in Magazijn aan de Oudezijds Voorburgwal 153, Amsterdam. De collectie is op deze tijdelijke locatie voor het publiek te bezichtigen en te bestellen. Het is het eerste station van een Europese showroom-tour van Atelier E.B. Zie ook www.magazijn153.nl

Meer over de tentoonstelling Something they have to live with is te lezen op de website van het Stedelijk, en te zien in het beeldverslag dat Artforum vorige week naar aanleiding van de preview plaatste.

Martijn van Nieuwenhuyzen is curator Presentaties bij het Stedelijk Museum Amsterdam.

verslag maart 28th, 2013

Bloemen voor de 500.000ste bezoeker

Foto: Ernst van Deursen
Algemeen directeur Karin van Gilst feliciteert de 500.000e bezoeker: de jarige Nicole van de Kar. Foto: Ernst van Deursen

Nicole van de Kar en Lidy Geven uit Molenhoek, bij Nijmegen, besloten gisteravond spontaan om naar het Stedelijk Museum te gaan. Nietsvermoedend gingen zij met hun kaartje door de poortjes. Daar wachtte algemeen directeur Karin van Gilst hen samen met medewerkers van het museum op en er klonk een groot applaus. Nicole was namelijk de 500.000e bezoeker! Zij kregen uit handen van Karin van Gilst een prachtig boeket, 2 jaarkaarten van het Stedelijk en een tas vol Stedelijk-cadeaus.

Nicole: “Ik ben jarig nota bene, ik ben vandaag 50 geworden! Wat een verrassing. We zijn er helemaal beduusd van. Het is de eerste keer dat we in het Stedelijk komen, ik heb het museum wel steeds gevolgd in de media. Ik ben erg benieuwd naar het portret van Beatrix. Eerst schrok ik ervan toen ik het werk in de krant zag, maar toen ik er meer uitleg over las, kreeg ik wel waardering voor de menselijkheid ervan. Nu kan ik het in het echt zien. En ik zag net ook al Rineke Dijkstra in mijn ooghoek, en het lichtwerk van Dan Flavin – dat wil ik ook allemaal graag zien.”

Lidy Geven:: “Voor mij is het ook de eerste keer hier, en mijn dag kan niet meer stuk… Het was zo’n impulsief idee gisteravond, en wat worden we geweldig ontvangen. Leuk dat we met de jaarkaarten kunnen terugkomen!”

Lees hier het officiële nieuwsbericht.

collectie maart 13th, 2013

De Venus van… Rineke Dijkstra

'Kolobrzeg Polen, 26 juli 1992', Dijkstra Rineke

Kolobrzeg, Polen, 2 juli 1992, Rineke Dijkstra, Collectie Stedelijk Museum

Het is een van de mooiste foto’s ooit gemaakt als je het mij vraagt. Rineke Dijkstra’s portret van een meisje aan het strand in Polen bleek het fundament voor de internationale carrière van deze Nederlandse kunstenaar. De foto is inmiddels alweer twintig jaar oud en hangt tijdelijk weer op zaal in het Stedelijk Museum. Een geschikt moment dus om er weer eens goed naar te kijken.

Heup
Birth_of_VenusCombo_s2Over de houding van het meisje is vaak geschreven dat deze lijkt op die van de Venus van Botticelli – een beroemd schilderij uit de Renaissance dat de geboorte van deze godin verbeeldt. Staand op een schelp laat zij haar heup op eenzelfde manier iets doorzakken, in “contraposto” zodat het lichaam extra diepte krijgt. De foto van Dijkstra lijkt nonchalanter en is in tegenstelling tot het allegorische schilderij geheel rechttoe rechtaan, zonder enige opsmuk. Het meisje kijkt recht in de camera, de natte voeten nog vol plakkend zand en het badpak nat tot aan haar middel. Dit lijkt niet iemand die ver van te voren is geïnformeerd dat ze op de foto komt, maar het tegendeel is waar. De foto is minutieus voorbereid om zo spontaan te ogen. Door het meisje frontaal met flits vast te leggen wordt de achtergrond verder naar achter geduwd. Kijk maar eens waar de lichtlijn loopt: tot net iets achter haar voeten. De blauwgrijze deinende zee en de dunne wolkjes aan de hemel rond haar hoofd zijn heel belangrijk voor de sfeer van de foto.

Betekenis
Kolobrzeg, Poland, July 26, 1992 heet de foto. Verwijzend naar locatie en datum waarop de foto is gemaakt. De geportretteerde zelf blijft echter voor de kijker anoniem. Het gaat dus niet zozeer om een portret van deze persoon, maar om iets van algemener strekking. Ook is er nergens moeite gedaan om met attributen of met een handeling een verhaal te suggereren. We krijgen enkel, krachtig realistisch het meisje te zien. En alle details tellen dan dubbel en dwars: de gezichtsuitdrukking, het bijten op de onderlip, de directe en open blik en het badpak dat te groot valt. Zou het zuinigheid zijn, vast op de groei gekocht? De foto vertelt ons hiermee natuurlijk iets over het meisje dat we niet kennen. Maar ook over haar achtergrond ; over Polen drie jaar na de val van de Muur.

Kwetsbaar
Het meest aanstekelijk blijft de kwetsbaarheid waar je naar kijkt. Door de lichaamshouding lijkt het meisje zich wat ongemakkelijk te voelen, maar haar blik is zeker niet verlegen. De dubbelheid van poseren: controle willen hebben over hoe je overkomt zoals fotomodellen dat kunnen en iets van jezelf laten zien omdat je je vrij voelt bij degene die een foto maakt. Iedere keer blijkt Rineke Dijkstra in staat die microseconde waarin die transitie van ‘open’ naar ‘pose’ plaatsvindt, vast te leggen. Een psychisch moment, zo vluchtig dat we het nauwelijks met onze eigen ogen kunnen waarnemen. Hier, hard maar vol eerbied, is die verandering nu langdurig zichtbaar. Hoewel langdurig? Over een paar maanden moet de foto weer terug in depot om het niet te lang aan licht bloot te stellen en zo voor de toekomst te kunnen bewaren.

Auteur
Bart Rutten is conservator Beeldende Kunst bij het Stedelijk Museum.

Bezoek Collectie Online voor meer werk van Rineke Dijkstra in de collectie van het Stedelijk Museum.

collectie maart 5th, 2013

Kandinsky

Wassily Kandinsky - Bild mit Häusern (1909)

Wassily Kandinsky, Schilderij met huizen (Bild mit Häusern), 1909, olieverf op doek, 98 x 133 cm,
Stedelijk Museum, Amsterdam

Schilderij met huizen (1909) van de Russische kunstenaar Wassily Kandinsky is een van de kleurrijkste schilderijen uit de collectie van het Stedelijk Museum. En het is een van de bijzonderste: het maakt de sensatie van Kandinsky’s eerste stappen in zijn pioniersstreven naar een vrijere, abstracte schilderkunst bijna voelbaar. Hoe kwam Kandinsky erbij als een van de eersten, na eeuwen waarin de schilderkunst primair de kunst van het afbeelden was, naar abstracte, voorstellingsloze, kunst te streven? Hij had er zelf verschillende verklaringen voor.

Zo beschreef hij in 1912 hoe hij eens in het schemerduister zijn atelier betrad en er in zijn ooghoek een onbekende, mysterieuze kleurenpracht opdoemde. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat het een schilderij van hemzelf was dat op zijn kant stond. Dat hij het boeiender vond toen hij de voorstelling niet herkende, bewees volgens hem dat de voorstelling afbreuk deed aan de zelfstandige werking van de beeldmiddelen, kleur, lijn, compositie en textuur.

Brücke in Kochel am See (Bayern), 1902, olieverf op doek, 30 x 45 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Brücke in Kochel am See (Bayern), 1902, olieverf op doek, 30 x 45 cm,
Stedelijk Museum, Amsterdam

Lezersexperiment naar aanleiding van Kandinsky’s ervaring: is Brug te Kochel am See (Beieren) op zijn kant, met minder herkenbare motieven, verrassender dan in de gewone stand?

Wassily Kandinsky, Brücke in Kochel am See (Bayern), 90 graden naar rechts gedraaid

Wassily Kandinsky, Brücke in Kochel am See (Bayern),
90 graden naar rechts gedraaid.

Uitdrukken van spiritualiteit
Kandinsky zag het als zijn taak om met beeldmiddelen spiritualiteit uit te drukken. Dit doel sloot aan bij het geloof dat de mensheid evolueerde naar een hoger geestelijk niveau en dat het in de 19de eeuw steeds dominanter geworden materialisme op den duur zou worden overwonnen. In veel van zijn werken, bijvoorbeeld in Aquarel no. 2  van 1911-1912, gebruikte Kandinsky omtreklijnen of silhouetten van heiligen, bazuinen, en ruiters, die zonder voorkennis niet of nauwelijks zijn te duiden. Deze worden in de Kandinsky-literatuur algemeen beschouwd als apocalyptische elementen. Kandinsky wees herhaaldelijk op het verval van het ‘zielloos-materiële leven van de 19de eeuw’, tegenover de ‘opbouw van het geestelijke zielsleven van de 20ste eeuw’ en de rol van de kunst daarin. Gestimuleerd door het spiritualistische denkbeeld dat de zichtbare werkelijkheid slechts een uiterlijke verschijningsvorm was, wilde Kandinsky het onzichtbare zichtbaar maken.

Wassily Kandinsky, Aquarell No. 2, 1911-1912, aquarel, gouache en potlood op papier, 31,6 x 47,6 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Wassily Kandinsky, Aquarell No. 2, 1911-1912, aquarel, gouache en potlood op papier,
31,6 x 47,6 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Aquarell No. 2  is in verband gebracht met de hemelvaart van Elia. De blauwe golvende vorm linksonder wordt wel geduid als het water van de rivier de Jordaan, dat naar twee kanten wijkt om de profeet Elia doorgang te verlenen. Rechtsboven gaat Elia naar de hemel in een wagen die door drie paarden wordt voortgetrokken.

Kunst als expressie van de eigen tijd
In eerste instantie stonden alleen vernieuwingsgezinde collega’s en critici welwillend tegenover Kandinsky’s werk en theorieën. Geen wonder dat hij eraan twijfelde of het wel mogelijk was om abstracte kunstwerken te maken die uitstegen boven het niveau van betekenisloze ornamentiek. Kandinsky schreef in 1912: ‘Als we nu zouden beginnen heel de band die ons met de natuur verbindt te vernietigen […] dan zouden we werken maken […] die, grof gezegd, op een dasje, een tapijt zouden lijken.’ De meeste experimenten op het gebied van de abstractie zijn waarschijnlijk mede doorgezet omdat kunstenaars vonden dat zij de taak hadden om het karakteristieke van hun eigen tijd uit te drukken – een overtuiging die haar oorsprong vond in de theorieën van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel.

De filosofie van Hegel bespoedigde het ontstaan van de abstracte kunst.

Hegels ideeën over de tijdgeest raakten verankerd in het denken van vooruitstrevende kunstenaars en hun pleitbezorgers. Kandinsky sprak in verband met de tijdgeest over de ‘innerlijke noodzaak’. Hij hing de opvatting aan dat de kunst van een bepaalde periode de voornaamste expressie vormt van die periode. Deze opvatting wakkerde het idee aan dat er zich in de kunst onontkoombare veranderingen voltrekken en dat kritiek daarop vanzelfsprekend zinloos is. Bovendien impliceerde het geloof in de tijdgeest een onherroepelijke vooruitgangsgedachte.

Wassily Kandinsky, Improvisation 33 (Orient I), 1913, olieverf op doek, 88,5 x 100,5 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Wassily Kandinsky, Improvisation 33 (Orient I), 1913, olieverf op doek,
88,5 x 100,5 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Muzikale beeldende kunst
Kandinsky vond voor zijn beeldtaal inspiratie in de muziek. Aan de hand van het prestige dat de muziek als abstracte, want immateriële kunst genoot, kon de aandacht worden gevestigd op de zuiver beeldende kant van de schilderkunst, ten koste van het verhalende element. De aantrekkingskracht van de muziek school in vervoerende melodieën, die schilderkunstig konden worden benaderd door te speuren naar de juiste harmonische verhoudingen. In zijn boek Über das Geistige in der Kunst van 1912, de vroegste uitvoerige publicatie over abstractie in de schilderkunst, gaf Kandinsky een eerste aanzet tot systematisering met een muzikale vergelijking: ‘De kleur (respectievelijk vorm) is de toets. Het oog de hamer. De ziel het klavier met de vele snaren. De kunstenaar is de hand, die door de toets doelmatig de menselijke ziel in vibratie brengt.’ In de titel Improvisatie 33 (Oriënt I) verwijst het woord ‘Improvisatie’ naar een spontane muzikale uiting.

Positie ‘Schilderij met huizen’  in Kandinsky’s oeuvre
Het contrast tussen Schilderij met huizen en Kandinsky’s vroegere werk is opmerkelijk. Voor 1909 was de ruimtewerking in zijn schilderijen altijd natuurlijk, met één gezichtspunt en een perspectivisch verdwijnpunt, zoals bij Brug te Kochel am See (Beieren) uit 1902. In Schilderij met huizen echter lijkt het linkerdeel van de voorstelling naar voren geklapt, terwijl de gehurkte figuur met het rode gewaad op de voorgrond frontaal is weergegeven. Het moeilijk te duiden deel rechtsonder lijkt als geheel frontaal weergegeven. Van een aantal partijen in dit deel, dat het meest lijkt op een terrasvormige berghelling (een motief dat Kandinsky veelvuldig toepaste), kun je niet zeggen of ze de zichtbare werkelijkheid nabootsen. Tevoren was dat bij Kandinsky wel altijd het geval. Het kleurgebruik is in dit schilderij bonter, gloeiender en minder aan natuurnabootsing gebonden dan in vroegere Kandinsky’s. Schilderij met huizen past in een reeks landschappen met menselijke, vaak sprookjesachtige figuren. In deze reeks is het een van de eerste met sterke vertekeningen en abstract aandoende delen.

Vanaf 1911 maakte hij paren waarin het abstraheringsproces spectaculair is te volgen. Het zijn de werken waarin christelijke motieven, zoals de vier apocalyptische ruiters en engelen met bazuinen telkens vereenvoudigd worden tot omtreklijnen en silhouetten. De resultaten zijn sprankelend, zoals in Aquarel no. 2 en Improvisatie 33 (Oriënt I), maar het abstraheren lijkt hier bijna een vaste procedure. De verwijzing naar een muzikale improvisatie in de titel van het laatstgenoemde schilderij is in dit opzicht een beetje misleidend. In Schilderij met huizen daarentegen verschijnen die kantelende, primitieve huizenrij en abstract ogende kleurvlakken ineens, schijnbaar ongepland, enkel voorbereid door een getekende voorstudie. Het lijkt dichter aan te sluiten bij de sensatie van het schilderij op zijn kant, dan die paren uit 1911 en later. Toch kwamen het motief en de compositie van Schilderij met huizen niet uit de lucht vallen.

Wassily Kandinsky, Ontwerp voor Bild mit Häusern, 1909, bruine inkt en potlood op papier, 10,4 x 19,4 cm, Städtische Galerie im Lenbachhaus, München

Wassily Kandinsky, Ontwerp voor Bild mit Häusern, 1909, bruine inkt en potlood op papier,
10,4 x 19,4 cm, Städtische Galerie im Lenbachhaus, München

In Ontwerp voor Schilderij met huizen zijn drie figuren in lange gewaden – links en rechts een gehurkte en in het midden een staande – duidelijker te herkennen dan in het schilderij.

Invloed van de volkskunst
In een terugblik uit 1913 legde Kandinsky een verband tussen zijn streven naar abstractie en zijn vroege interesse in de ornamentele volkskunst: hij beschreef hoe hij in 1889 in de afgelegen Noord-Russische provincie Vologda onder de indruk raakte van volkomen bont gedecoreerde boereninterieurs, en dat die interieurs als het ware oplosten in de kleurenrijkdom. Zelfs de bewoners liepen erbij als wandelende kerstbomen. Dat moet spectaculair zijn geweest, want als Moskoviet was Kandinsky wel wat gewend op het gebied van decoratie.

Moderne kunstenaars, zoals de Duitse expressionisten, waar de in 1896 naar München geëmigreerde Kandinsky onder verkeerde, riepen destijds in hun werk graag herinneringen op aan volkskunst en niet-westerse of oude kunst. Perspectivische onjuistheden passen in dit stramien.

Van Schilderij met huizen is zelfs de precieze bron bekend. De huizenrij en straat zijn geïnspireerd op die uit een votiefschilderij (een werk ter ere van Maria die de schenkers tegen de pest beschermde) in een kerk in het Zuid-Duitse stadje Murnau. Kandinsky verbleef in 1908-1909 langdurig in Murnau en beeldde dit votiefwerk in 1912 af in de zogenoemde Blaue Reiter almanak, een boek dat hij met zijn collega Franz Marc samenstelde. In dit boek prijst hij het votiefschilderij om ‘de verbluffende eigenschap van de compositorische vorm’. Deze berustte volgens hem op ‘verandering, aantasting’ en ‘vervanging’, noodzakelijk om de ‘innerlijke klank’ van objecten waarneembaar te maken. Anders gezegd, transformatie en versluiering van de natuur waren nodig om te komen tot expressie ofwel gevoelsuitdrukking. Overigens is Schilderij met huizen perspectivisch realistischer dan je zou denken, zoals een foto van Murnau uit de collectie van Kandinsky’s toenmalige vriendin Gabriele Münter laat zien.

Votiefschilderij, verf op paneel, St. Nikolauskerk, Murnau

Votiefschilderij, verf op paneel, St. Nikolauskerk, Murnau

Murnau, 1909. Gabriele Münter- und Johannes Eichner-Stiftung, München

Murnau, 1909.
Gabriele Münter- und Johannes Eichner-Stiftung, München

Zou de foto ook een inspiratiebron zijn geweest? Zou de schaduw op de foto rechtsonder Kandinsky op het idee van de donkere gehurkte figuur hebben gebracht?

De Blaue Reiter was de eerste publicatie waarin eigentijdse kunst en kunstuitingen uit alle delen van de wereld en uiteenlopende tijdperken  gelijkwaardig werden geïllustreerd en beschreven onder de noemer van de expressie die ze uitstralen. Het boek zette de trend voor het naast elkaar afbeelden van recente, oude en volkskunst en niet-westerse kunst in kunstboeken en tentoonstellingen; een gewoonte die onder meer voormalig Stedelijk-directeur Willem Sandberg graag toegepaste en koppelde aan expressie, wat goed paste bij de mooie collectie expressionisten die hij voor het museum verwierf. Overeenkomstig vertekende gestalten en koppen met starende ogen in de expressionistische kunst en oude, niet-westerse en volkskunst droegen bij aan het idee dat deze ons intuïtief aanspreken, dat we ze gevoelsmatig doorgronden.

Wassily Kandinsky en Franz Marc, Der Blaue Reiter, München 1912, Stedelijk Museum, Amsterdam

Der Blaue Reiter, Wassily Kandinsky en Franz Marc,
München 1912, Stedelijk Museum, Amsterdam

Expressie en waarnemingspsychologie
Het probleem met expressie echter, is dat een intense, directe reactie nog geen communicatie garandeert. De kunsthistoricus E.H. Gombrich heeft  op grond van de waarnemingspsychologie overtuigend aangetoond dat wij de expressieve eigenschappen van kleuren of lijnen niet als absolute eigenschappen moeten opvatten; hoe we deze ervaren is een relatieve kwestie. Wie vindt dat de compositielijnen van Schilderij met huizen bijdragen aan een macabere sfeer denkt daar na het zien van het afgebeelde votiefschilderij misschien anders over. Ten opzichte van dit werk ervaart de beschouwer Schilderij met huizen misschien niet langer als macaber. Pas als we lijnen of kleuren hebben verdeeld over een bepaald scala van mogelijkheden, kunnen we ze laten corresponderen met een bepaald scala van gevoelens. Alleen als de beschouwer weet over welke mogelijkheden de kunstenaar beschikt, kan de kunstenaar een bepaald gevoel of mededeling van persoonlijke aard overbrengen. In alle andere gevallen blijft de ervaring van de kunstenaar subjectief en alleen voor hemzelf navoelbaar. De overdracht is, hoezeer ook verbonden met emotie, uiteindelijk gebaseerd op kennis. Het valt echter niet te loochenen dat veel van die kennis over vergelijkingsmogelijkheden in de schilderkunst een grote vanzelfsprekendheid heeft. Met groot gemak worden kleuren en lijnen met elkaar vergeleken langs schalen van koel tot gloeiend, triest tot vrolijk, enzovoorts, en krijgen beeldmiddelen zo een quasi-autonome gevoelswaarde.

Betekenis
Dankzij onze bekendheid met werken als Schilderij met huizen, waarin de expressiviteit centraal staat, hebben we veel van de expressieve mogelijkheden van verf en vorm leren waarderen. Schilderij met huizen is zowel een rijke compositie van kleurvlakken en lijnen, als een fascinerend stadsgezicht met sprookjesachtige figuren. Het stadsgezicht en de figuren sturen samen met de door de kunstenaar gegeven titel onze interpretatie van dit schilderij.

Waar te zien?
Schilderij met huizen en Improvisatie 33 (Oriënt I) zijn te zien in zaal 0.3 van het Stedelijk Museum. Kom snel kijken!
Meer weten?
De afdeling Schilderijenrestauratie van het Stedelijk onderzoekt momenteel Schilderij met huizen, samen met de overige expressionistische schilderijen uit de collectie. Zo worden eventuele onderschilderingen onderzocht en achterkanten bekeken. Als daarbij nieuwe kunsthistorische informatie aan het licht komt, zal die hier worden toegevoegd. Klik hier.

Auteur
Maurice Rummens is wetenschappelijk medewerker bij het Stedelijk Museum Amsterdam.

Keuze uit de literatuur:
- Wassily Kandinsky, Über das Geistige in der Kunst, insbesondere in der Malerei, Bern 2009 (München 1912)
- id. en Franz Marc (red.), Der Blaue Reiter; dokumentarische Neuausgabe von Klaus Lankheit, München 2006 (1912)
- Rose-Carol Washton Long, Kandinsky: The Development of an Abstract Style, Oxford [1980]
-  Peg Weiss, Kandinsky in Munich: The Formative Jugendstil Years, New Haven/Londen 1979
- id., Kandinsky and Old Russia: The Artist as Ethnographer and Shaman, New Haven/Londen 1995
- E.H. Gombrich, Kunst und Fortschritt. Wirkung und Wandlung einer Idee, Keulen 1978
- id., Meditations on a Hobby Horse and Other Essays on the Theory of Art, Londen/New York 1978 (Londen 1963)
- id., The Preference for the Primitive: Episodes in the History of Western Taste and Art, Londen 2002
- Willem Sandberg en Hans Jaffé, tent. cat. Moderne kunst nieuw + oud, Amsterdam (Stedelijk Museum), 1955
- Maurice Rummens, ‘Kandinsky’s “Painting with Houses” and a votive panel at Murnau’, The Burlington Magazine 129 (1987) 1011, pp. 394-396

activiteiten februari 15th, 2013

Klein kleiner klik: kinderworkshop met Abubakr Akkari

Ik zie, ik zie… “een punt van een lievdesding…”

Nieuwsgierige kinderen van 6 tot 12 jaar kunnen elke zondagmiddag terecht in het Stedelijk. Hier volgen ze een unieke workshop bij een kunstenaar of ontwerper en krijgen ze tips uit eerste hand. Afgelopen zondag – 10 februari – deden 15 kinderen mee aan de workshop Klein kleiner klik met fotograaf en dichter Abubakr Akkari. Hij is net 17 jaar geworden, en maakt heel bijzonder werk. Abubakr houdt vooral van kleine dingen op grote foto’s.

 

Ik zie iets… “het is schuin” en “zo grijs als karton..”

In groepjes speurden Abubakr en de kinderen door het museum, op zoek naar kleine plekjes en details om hier vervolgens bijna onherkenbare detailfoto’s van te maken. Daarna kreeg een ander groepje deze foto en probeerde hiermee hun kunstwerk te vinden.

 

“…zo scheef als een golf…”

Abubakr zoekt vaak de verbinding tussen fotografie en poëzie. Ook dit aspect van zijn werk deelde hij met de kinderen. Daarom vroeg hij ze als extra aanwijzing een gedicht te schrijven over hun kunstwerk. Sarah (6 jaar) deed dit bijvoorbeeld met de woorden: ‘Zo scheef als golf. Zo grijs als karton. Zo mooi als eiland.’

 

“…een lievdesding dat zich ook in jou lichaam bevind..”

De foto’s en gedichten werden uitgewisseld en een nieuwe zoektocht ging van start: welk kunstwerk had het andere groepje gefotografeerd? Met de poëtische aanwijzingen (‘Dit is een punt van een lievdes ding, maar het is niet blauw of geel nee nee maar wel rood!’) en detailfoto’s in de hand lukte het uiteindelijk alle groepjes de kunstwerken te vinden. Met een nieuwe foto van het gehele kunstwerk als trofee, kwamen de kinderen trots weer bij elkaar.

 

Onder ‘Comet’ Sea 3° – 60° (1973) van Jan Dibbets

achter de schermen februari 14th, 2013

Valentijnsdag: Cupido in het Stedelijk


Ter gelegenheid van de Heilige Valentijn laten we vandaag een aantal medewerkers van het Stedelijk aan het woord.
Zij beantwoordden de vraag: “Op welk werk in het Stedelijk Museum ben jij – stiekem dan wel openlijk, een beetje of tot over je oren – hoteldebotel??”

Wie: Karin van Gilst
Functie: zakelijk directeur
Verliefd op: Wall Drawing #1084 (2003) van Sol LeWitt
 
Quote: “Bij verliefdheid kijk je over het algemeen reikhalzend uit naar het object van je affectie. Altijd als ik richting het werk van Sol LeWitt loop heb ik dat ook. Het blaast je van je sokken als je het de eerste keer ziet. En als ik in de aangrenzende zaal loop kan ik het nooit laten even steels naar rechts te kijken, naar de doorkijk waarachter zich een explosie van kleur schuilhoudt.”

 
Wie: Michiel Nijhof
Functie: teamleider informatiecentrum / bibliotheek
Verliefd op: Peinture a haute tension (1965) van Martial Raysse
 
Quote: “Ik ben stapel op deze vrouw! Wat een ogen! Wat een lippen! Ik bedoel: wat een prachtig kunstwerk!”

 
Wie: Hanna Piksen
Functie: medewerker educatie
Verliefd op: Cathedra (1951) van Barnett Newman
 
Quote: “Dit werk zuigt je op, lijkt te borrelen. En ik ben niet de enige met vlinders in mijn buik, toen ik hier met een groep kinderen naar keek riep Loïs (8 jaar): ‘blauw – zwart – blauw – zwart… het beweegt!”

 
Wie: Jack Zonneveld
Functie: 1e beveiliger
Verliefd op: The Beanery (1965) van Edward Kienholz
 
Quote: “Mijn favoriete post in het museum is bij The Beanery. Bij deze nagebootste bar met zijn bizarre stamgasten staat bijna altijd een rij want mensen mogen slechts één voor één naar binnen… Om er vervolgens stuk voor stuk met een grote grijns uit te komen!”

 
Wie: Bart Rutten
Functie: curator beeldende kunst
Verliefd op: de hele Malevich-zaal
 
Quote: “Wie zich eenmaal laat verleiden tot wat leesvoer over Malevich wordt opslag verliefd. Zijn kunst is als een virus dat zich met hoge koorts in je nestelt: de basis voor een levenslange adoratie. Ik ben sinds december betrokken bij de magnifieke Malevich tentoonstelling die we in oktober gaan maken. Dus eigenlijk een groentje nog, met kalverliefde voor deze absolute radicale meester.”

 
Wie: Dorine Schreurs
Functie: medewerker development
Verliefd op: Catholic Birdhouse (1978) van Mike Kelley
 
Quote: “Ik moet elke keer weer lachen als ik voor het de Catholic Birdhouse van Mike Kelley sta. The hard road en the easy road…. is te grappig.”

 
Wie: Marie-José Raven
Functie: Persvoorlichter
Verliefd op: Compositie met lila ruit (1964) van Daan van Golden
 
Quote: “Dit werk fascineert me eindeloos, ik moet er naar blijven kijken. Er gebeurt iets met je ogen, je krijgt het beeld maar niet scherp gesteld, hoe je het ook probeert. Het brengt je in een andere, haast meditatieve staat. En hoe dichtbij je ook komt, het magische effect kun je niet vangen. Lijkt wel een beetje op de liefde….!”

Op welk kunstwerk in het Stedelijk heeft ú – al dan niet heimelijk – een oogje??

Tags

achter de schermen activiteiten februari 11th, 2013

Suppoost in een dag


Foto: Ernst van Deursen

Het leukste beroep van de wereld? Suppoost! Tenminste dat vinden Noor  en Loes Focke van 7 en 8 jaar. De twee zusjes kregen na hun optreden in de Langs de Leeuw Show van Paul de Leeuw een gratis familierondleiding in het Stedelijk Museum aangeboden. Wat zij niet wisten was dat het Stedelijk een spoedcursus voor ze in petto had. Zijn ze geslaagd als suppoost?    

Enthousiast arriveerde de familie Focke in het museum. Noor en Loes kennen al heel wat musea, want die bezoeken ze als museuminspecteurs. Kritisch onderzoeken zij welk museum het meest kidsproof is. Wat vinden Noor en Loes zo bijzonder aan musea? Noor: “Dat je je kunt vermaken en dat je wat leert” Loes: “Dat je op zoektocht kan gaan en zelf dingen kan doen”. Tijdens een inspectieronde sprak een suppoost vader Focke aan op het flitsen tijdens het fotograferen. Diep onder de indruk van dit moment waarop deze beveiliger, gestoken in een fraai pak, hun vader op subtiele wijze op de regels wees, verlieten zij het museum met een nieuwe carrièrewens: zij wilden ook suppoost worden!    

Hoogste tijd voor de spoedcursus ‘suppoosten’, die begint met een ontmoeting met teamleider Beveiliging Sebastiaan. Uitgedost met een officieel beveiligingsjasje, identiteitspas én heuse portofoon oefenen zij hun blik en houding: rechtop, schouders omlaag, kin omhoog: ready to go!      

Foto: Ernst van Deursen

Loes mag met beveiliger Frans mee naar ‘de Karel Appel-zaal’, vlakbij het entreegebied. Een uitdagend knooppunt: het biedt toegang tot verschillende routes, de toiletten zijn in de buurt (niet onbelangrijk) en je hebt goed zicht op het drukke entreegebied. Daarnaast staat er een aantal spannende objecten opgesteld, waaronder het kleurrijke Untitled van Donald Judd; een groot werk van aluminium van ruim 7,5 meter lang. Opletten geblazen voor de suppoost in spé! Al snel is het raak. Een kind ziet het werk van Donald Judd aan voor een klimrek en maakt aanstalten om erin te klimmen. Gelukkig is daar Loes met haar alerte oog. Voordat het jongetje zijn bergschoentje op het werk heeft gezet, spreekt zij de begeleidster aan. Loes heeft de toon gezet.

Ondertussen staat Noor met beveiliger Mieke bij The Beanery van kunstenaar Edward Kienholz. Voor dit populaire miniatuur-café staat een kleine rij. Voor Noor kent dit object geen beveiligersgeheimen: “er mag maar één persoon tegelijkertijd naar binnen, tassen en dikke jassen mogen niet mee en natuurlijk mag je niets aanraken.” Zoals het een goed suppoost betaamt helpt Noor spullen aan te nemen. Ook herhaalt ze de regels nog eens. De bezoekers luisteren goed naar haar. Ze heeft een natuurlijk overwicht, al zal het jasje ook wel helpen. Opeens klinkt er een stem door de portofoon. Het is haar zus Loes: “Noor ben je klaar om te wisselen? Over.” “Ja, ik ben klaar om te wisselen. Over!” Hoe je met een portofoon moet omgaan weten deze aspirant suppoosten dus ook al. Dat gaat de goede kant op!  

 

Foto: Ernst van Deursen

 

Nu is Noor aan de beurt in de Karel Appel-zaal. Terwijl Mieke uitlegt waar ze allemaal op moet letten stapt er een jongen met een dikke jas en grote tas de zaal in. Noor stapt zonder aarzelen op hem af: “Sorry meneer, maar uw tas is te groot om het museum in te nemen. We hebben een gratis garderobe waar u de tas kunt afgeven.”  

Foto: Ernst van Deursen

De jongen blijkt een rondleider te zijn. Hij is net binnengekomen en was onderweg naar de ruimte waar rondleiders en vrijwilligers hun spullen neer kunnen leggen. Hij kent dus de huisregels en belooft Noor zijn jas en tas op te bergen zonder eerst andere zalen in te lopen. Noor wisselt snel een blik uit met haar mentor en besluit de rondleider door te laten. Goed besluit Noor! Dan ziet Noor een man die met beide ellebogen op het werk van Donald Judd leunt. Op heterdaad betrapt! In een split second staat ze voor hem. Direct haalt hij zijn ellebogen van het kunstwerk, waarna ze hem duidelijk uitlegt dat je niets mag aanraken in een museum. Waarschijnlijk zal hij het nooit meer doen. Noor: “hij keek heel schuldig en ook een beetje geschrokken.”  

 

Foto: Ernst van Deursen

Tijd om de balans op te maken. Na een kort beraad tussen de betrokken suppoosten, krijgen Loes en Noor ten overstaan van hun familie te horen dat ze met vlag en wimpel zijn geslaagd! Om het officieel te maken krijgen de meiden een aspirant-suppoost certificaat dat ze ter plekke moeten tekenen. Lichte paniek bij Noor: “ik heb nog geen handtekening!” Gelukkig mag ze van teamleider beveiliging Ab ook gewoon haar naam schrijven. “Daar zullen we over 10 jaar, wanneer de meiden de echte cursus kunnen gaan volgen, niet moeilijk over doen. De stoere blik hebben ze in ieder geval al!”  

Foto: Ernst van Deursen

Noor en Loes zijn ook in de race om museuminspecteur van het jaar te worden. Je kunt op ze stemmen via www.museuminspecteurs.nl!

Tags

collectie tentoonstellingen januari 29th, 2013

I don’t feel the pain anymore

 

Dit waren de laatste woorden van componist Frédéric Chopin. Ze zijn de rode draad geworden in het nieuwe werk van Guido van der Werve dat het Stedelijk Museum Amsterdam onlangs samen met De Hallen Haarlem heeft aangekocht. Op donderdag 24 januari is Nummer veertien, home, 2012 van Guido van der Werve op het Filmfestival van Rotterdam in première gegaan. Ik mocht op de persvertoning in het Stedelijk Museum komen kijken en verbaasde mij over de poëtische registratie van een uitputtingsslag. Van der Werve legde ruim 1500 kilometer af in een duizelingwekkende triatlon dwars door Europa.

Van der Werve stelt zijn fysiek regelmatig in dienst van zijn kunstwerken. Eerder heeft hij bergen beklommen, gletsjers getrotseerd en zelfs een etmaal op de Noordpool doorgebracht. Deze fysieke inspanningen geven de kijker een gevoel dat in de buurt komt van wat kunstcriticus Hans den Hartog Jager ‘het sublieme’ noemt. Den Hartog Jager maakte twee jaar geleden een tentoonstelling in Museum de Fundatie en nam hier ook een werk van Guido van der Werve in op: Nummer acht, Everything is going to be alright, 2007. In dit werk –dat iconisch is voor zijn oeuvre- loopt van der Werve rustig over een ijsvlakte, op de voet gevolgd door een ijsbreker. De kwetsbaarheid van de mens afgezet tegen de krachten van de natuur en die van de gigantische ijsbreker gaven mij een vervreemdend gevoel. 

In Nummer veertien, home zie je de kunstenaar onuitputbaar rennen, fietsen en zwemmen. Er is aandacht voor het landschap, en je raakt in vervoering door de meeslepende muziek. De kunstenaar figureert slechts in dit weidse landschap, terwijl hij toch het onderwerp van dit werk is. Of niet? In zijn requiem brengt Van der Werve in twaalf aktes verschillende onderwerpen aan bod: Frederic Chopin, Alexander de Grote en zijn geboorteplaats Papendrecht. Daarmee raakt hij het thema ‘het ultieme’, ‘het sublieme’: de hoogst bereikbare inspanning – een triatlon óf een requiem. Strijkers en een koor zorgen voor een dramatisering van het gegeven: home. Van der Werve componeerde de muziek voor nummer veertien zelf. Het proces van het componeren van een muziekstuk zou een vergelijkbare inspanning hebben als het afleggen van een triatlon.

 

Je wordt heftig wakker geschud uit de subtiele cameravoering door het Europese landschap bij de scenes in Papendrecht. Verschrikkelijke gebeurtenissen overkomen de kunstenaar. In gezelschap van een strijkorkest en een koor wordt hij opgeblazen, in de fik gestoken en weggetakeld. De schijnbaar moeiteloze inspanningen tijdens de triatlon worden hier bruut verstoord en de laatste woorden van Chopin worden eens temeer onderstreept.

 

Pas in Parijs als van der Werve de begraafplaats Père Lachaise nadert zie je zijn inspanning. Met een van vermoeidheid vertrokken gezicht loopt Van der Werve moeizaam naar het graf van Chopin waar hij een potje met geboortegrond van de componist neerzet. De cirkel is rond: de dochter van Chopin smokkelde in 1849 zijn hart naar Polen en Van der Werve brengt de geboortegrond weer naar Parijs terug. Hier wordt het grote contrast met Alexander de Grote ook onderstreept: hij keerde nooit meer terug.

Nummer veertien, home volgt een narratief dat vergelijkbaar is met een speelfilm. Het oogt als een documentaire weergave van de tocht die afgelegd wordt. De poëtische boodschap die de reis tussen geboorte- en sterfplaats, start en finish, met zich meebrengt, geeft de aanschouwer de mogelijkheid dit werk te bekijken en na te denken over de loop van de geschiedenis, de inspanning van de kunstenaar of toch gewoon de schoonheid van de registratie hiervan.

 

Nu te zien in het Stedelijk.