Stedelijk @ De Ateliers – Talking Film: Runa Islam en Willem de Rooij
Tessa VerheulNa een korte introductie van De Ateliers directeur Dominic van den Boogerd gaan kunstenaars Willem de Rooij (1969) en Runa Islam (1971) met elkaar in gesprek. De recente presentatie van Islam in het MOMA in New York en de huidige expositie van De Rooij in Kunstverein München vormen daarbij de leidraad.
Islams ‘Magical Consciousness’ (2010) kwam tot stand tijdens haar fellowship aan het Smithsonian in Washington. In het archief vond ze een verguld Japans kamerscherm van 600 jaar oud dat ze in verschillende opstellingen filmde. Door deze beelden op een filmdoek (de zogenaamde ‘Silver Screen’) te projecteren, verandert het goud van het scherm in zilver en transformeert het kamerscherm tot filmscherm.
Ook in De Rooijs ‘Vertigo’s Doll’ (2010), een anagram van ‘Silver to Gold’, speelt een overgang van de kleuren zilver en goud een belangrijke rol. Gefascineerd door de glans van schilderslinnen, creëerde hij een vergelijkbare sensatie door middel van een geweven patroon. In zijn antwoord op een vraag van Islam vertelt De Rooij dat het hem niet gaat om de luxueuze connotatie van het goud, hij is eerder geïnteresseerd in de reflectie van het materiaal. Voor Islam gaat het ook om het proces van kijken en het langzaam zichtbaar worden van details.

Bezoekers bekijken Runa Islams ‘Emergence’, dat tijdens deze avond in een
aparte ruimte in De Ateliers werd getoond.
Voor het werk ‘Emergence’ (2011) filmde Islam het ontwikkelen van een foto in een doka. In drie minuten wordt het beeld van honden op een strand in Teheran, rond 1900 gefotografeerd door een hoffotograaf en door Islam gevonden in het Smithsonian archief, zichtbaar en weer onzichtbaar als het fotopapier door de chemicaliën volledig zwart kleurt. Met een haast structuralistische insteek gaat het Islam vooral om de uitdrukkingskracht van het materiaal in plaats van het overbrengen van een narratief. Zo electeerde ze een foto zonder specifieke historische referenties om daarmee de nadruk op het ontwikkelingsproces te leggen.
Dit werk van Islam laat zich vergelijken met De Rooijs geweven ‘Black to Black’ (2011), waarin een gradatie zwart geleidelijk in een andere tint overgaat. De Rooij benadrukt dat het aanbrengen van de kleurgradaties behoorlijk tijdrovend en complex was.
In reactie op De Rooijs vraag vertelt Islam over de installatie van haar werk in het MOMA. ‘Emergence’ werd op een doorschijnend scherm gepresenteerd, zodat het vanaf twee kanten te bekijken was en een meer sculpturaal karakter kreeg. Om een meditatieve sfeer te creëren werd een aantal projectoren in een glazen kist geplaatst zodat het zoemende geluid niet zou afleiden.
In tegenstelling tot deze ‘cinematic space’ hebben de werken van De Rooij een lichte ruimte nodig, waarin de kleurschakeringen het best tot hun recht komen. Maar dit licht bleek de werken ook te kunnen beschadigen, waardoor ze een speciale behandeling moesten ondergaan.
Het gesprek eindigt met De Rooijs vraag over het gebruik van bestaande beelden in Islams werk. Zo maakte hij zelf de presentatie ‘Intolerance’ (2010) waarin hij een schilderijen van Melchior d’Hondecoeter in een nieuwe context plaatste. Islam stelt dat ze steeds probeert haar eigen auteurschap te ontwikkelen, het gaat haar juist niet om de connotaties van het al bestaande beeld, maar om haar eigen handschrift.
Tekst: Tessa Verheul
Foto’s: Ernst van Deursen
-
Anoniem


