Veel Nederlandse vormgeving in Milaan en Oranienbaum
Ingeborg de RoodeDe meubelbeurs in Milaan is alweer even voorbij. Vlak daarna reisde ik af naar Oranienbaum in Duitsland, alwaar in het paleis een omvangrijke tentoonstelling met Nederlandse vormgeving werd geopend. Binnen twee weken een dubbel shot, want ook tijdens de Milanese Salone del Mobile zijn de Nederlanders traditiegetrouw sterk vertegenwoordigd.
In Milaan was het duidelijk dat een paar trends die ik eerder signaleerde zich echt doorzetten. Er waren de laatste jaren al minder grootse presentaties (natuurlijk door de crisis). Een van de weinige ontwerpers die van bedrijven nog de gelegenheid krijgt om wel groots uit te pakken is de Italiaanse ontwerpster Paola Navone. Een paar jaar geleden mocht ze een enorme hal vullen met een installatie inclusief restaurant voor keramiekproducent Richard Ginori. Vorig jaar ontwierp ze een doolhof in Superstudio Più in de Zona Tortona voor Barovier & Toso en dit jaar bedacht ze iets nieuws voor het laatste bedrijf.
Ze ontwierp een soort grote bijenkorven van blauw geschilderde wilgentenen, die ze in de botanische tuin van de universiteit zette. Die plek is tamelijk verrassend, namelijk verscholen tussen hoge gebouwen in het centrum van Milaan. Het universiteitsgebouw zelf is ook een attractie, een enorm volume met interne straten. Je waant je in vroeger eeuwen als je daar loopt.
De installatie van Navone was overigens beter dan de zeer traditionele lampen van Barovier & Toso die erin getoond werden. Ik hoop dat ze volgend jaar weer een interessantere opdrachtgever krijgt.
Een andere trend op het gebied van de tentoonstellingen buiten de beurs zelf (Fuori Salone) is de verschuiving van presentaties van individuele ontwerpers naar presentaties door bedrijven. Naar mijn idee is dit ook een gevolg van de crisis. Ontwerpers kunnen zich de dure presentaties op het moment minder goed veroorloven, maar voor bedrijven is het een must om in Milaan te zijn. Ik zag buiten het beursterrein een groeiend aantal interessante Nederlandse initiatieven.

Laurens van Wieringen voor De Vorm
Naast bekende meubelbedrijven als Moooi, Dutch Originals (met mooie nieuwe ontwerpen van o.a. Richard Hutten), Gispen en Lensvelt (de laatste met een spectaculaire presentatie van sculpturen en meubels van Atelier van Lieshout in de wijk Lambrate) presenteerden ook bijvoorbeeld De Vorm en het nieuwe bedrijf New Duivendrecht werk van Nederlandse ontwerpers. Goed om te zien dat (weer) steeds meer Nederlandse bedrijven en ontwerpers elkaar vinden.
In Oranienbaum staan de ontwerpers en hun creativiteit centraal. In het slaperige dorpje in voormalig Oost-Duitsland is men een tijdje geleden begonnen met de restauratie van het zeventiende eeuwse paleis dat ooit aan een Oranje-prinses toebehoorde (vandaar de naam van plaats en paleis). Gelukkig is die restauratie nog niet zo ver, want juist de onopgesmukte staat gaat goed samen met het werk van 120 hedendaagse Nederlandse ontwerpers en historische stukken uit de verzameling van het Koninklijk Huis Archief. Die combinatie klinkt misschien geforceerd, maar het werkt hier goed.
Nicole Uniquole koos de stukken (van mode tot glas en sieraden) rond het thema ambachtelijkheid en maakte er samen met tentoonstellingsontwerpers Maarten Spruyt en Tsur Reshef een bijzonder geheel van. Er is bekend werk van onder meer Hella Jongerius, Edward van Vliet en Viktor & Rolf, maar ook minder bekend werk en speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt werk van onder meer Barbara Broekman, Hester van Eeghen (een reiskoffer met goudleerbehang) en Bernard Heesen (een prachtige glasinstallatie, zie hieronder).
Als u deze zomer in de buurt bent en na dit bombardement van vormgeving nog niet genoeg heeft, kunt u schuin tegenover het paleis op de kruising met de hoofroute naar Dessau galerie Ampelhaus bezoeken.
Het is een bewonderenswaardig initiatief van drie Nederlandse (interieur) architecten die onlangs besloten het pand te kopen en er een galerie te stichten waarin ze werk op het grensvlak van kunst en vormgeving presenteren. Echt een verrassing!
Het nabijgelegen Dessau is onder meer bekend van het Bauhausgebouw (1926) en de Meisterhäuser die voor de docenten gebouwd werden. De nog bestaande Meisterhäuser zijn inmiddels ook gerestaureerd (ik heb ze in de jaren tachtig nog gezien toen ze totaal verwaarloosd waren en er wel vier families in woonden). Momenteel wordt het Direktorenhaus van oprichter van het Bauhaus en architect van de gebouwen Walter Gropius gereconstrueerd, alsmede een deel van het dubbele Meisterhaus dat ernaast stond (er viel een bom in de Tweede Wereldoorlog op).
De omgeving van Dessau, bekend van de historische paleizen en parken, blijkt nog meer attracties uit het meer recente verleden te hebben. In de jaren negentig is Ferropolis (Stad van IJzer) geopend, een industrieel park met enorme graafmachines uit de tweede helft van de twintigste eeuw die daar in de buurt voor de winning van bruinkool werden gebruikt. Ik ontwaarde er zelfs een van het concern TAKRAF, in DDR-tijden een van de meest interessante machinebouwers. Ik ben misschien bevooroordeeld (want ik heb onderzoek gedaan naar industriële vormgeving in de DDR-periode), maar ook van anderen hoorde ik dat ze het echt imposant vonden.
Kortom, Oranienbaum en Dessau zijn deze zomer wel een reisje waard.
Foto’s: Ingeborg de Roode









