About: Carolien de Bruijn
Berichten geplaatst door Carolien de Bruijn:
Hear-It!
Bijna een jaar geleden organiseerden het Stedelijk Museum en Non-fiction de eerste editie van Hear it! – Een playlist voor het Stedelijk Museum. Deze drie-en-een-half uur durende tentoonstelling stond in het teken van het fenomeen geluid in de beeldende kunsten. Omdat het tentoonstellen van geluid zowel een ruimtelijke als een tijdelijke uitdaging is – twee geluidswerken naast elkaar in dezelfde ruimte kunnen hinderlijk zijn – besloten we indertijd geen opstelling in de ruimte te maken, maar in de tijd. Eigenlijk zoals een DJ zijn muziek volgtijdig uitzoekt, de ene plaat over laten gaand in de ander. Maar dan met een extra ruimtelijke dimensie, namelijk de tentoonstellingszalen van het Stedelijk Museum.
Zo werd de playlist als organiserend principe geboren. Een playlist voor het Stedelijk Museum.
Hear it! bleek een onverwacht success: de avond werd druk bezocht – met meer dan 500 bezoekers waren we feitelijk uitverkocht – en de deelnemende kunstenaars waren erg blij met de pragmatische en enigszins terloopse manier van programmeren. Onder hen waren onder meer Gabriel Lester, Hans Aarsman, Carl Michael von Hausswolff, Claron McFadden en Brandon LaBelle. In de collectie vonden we bijzondere werken van Dick Raaymakers, John Cage en LaMonte Young. Een magische avond kwam in stijl ten einde met het gregoriaanse koor Schola Cantorum Amsterdam, dat kruisvaartliederen zong in de Erezaal voor de schilderijen met kruizen van Malevich.
Aanstaande donderdag 19 april organiseren we de tweede editie van Hear it! Met deze keer de ondertitel Playing the Building, vanwege de verkenning van het gebouw door een groot aantal geroemde geluidskunstenaars, musici en zelfs een voormalige architecte. Aan hen hebben we gevraagd op zoek te gaan naar de bijzondere akoestische kwaliteiten van het Trouwgebouw, een gebouw dat ooit voor machines is gebouwd – de drukpersen van PCM – en nooit (echt) voor mensen bedoeld is geweest. Zo heeft Machinefabriek een compositie gemaakt voor de machinekamer, zal Jacob Kirkegaard de grote hal in beweging brengen, en benut Carsten Nicolai het kraakheldere geluidssysteem in combinatie met de akoestische panelen van de clubzaal waarmee ooit de herrie van de drukpersen binnen werd gehouden.
In totaal zullen 18 verschillende werken, zowel nieuw gemaakte als bestaande uit de collecties van het Stedelijk Museum, De Appel en het Nederlands Instituut voor Mediakunst, in vijf uur tijd over de loop van de avond geprogrammeerd worden. En net als de vorige avond in het Stedelijk Museum is het geheel nu in Trouw ook een dynamische vermenging van verschillende werken die elkaar in de tijd en de ruimte zullen opvolgen.
Zo zal de bezoeker (vermoedelijk) oren tekort komen en (hopelijk) als vanzelf door de ruimten gaan zwerven, luisterend naar het ruimtelijk spel tussen de architectuur en de kunst.
We kijken er enorm naar uit, en hopen u allen tegen te komen.
Juha van ‘t Zelfde & Michiel van Iersel
Het debuut van Stedelijk in de Klas op de basisschool
Museumdocent Sarai komt de klas binnen met een grote koffer. Wat zou er in zitten? De ogen van de kinderen zijn er meteen op gefixeerd.
Het is vrijdag 17 februari en we zijn in Naarden. De leerlingen van groep 3 en groep 5 van de Comeniusschool hebben vandaag de primeur: zij zijn de eerste basisschoolleerlingen die een Stedelijk in de Klas les krijgen. Een paar maanden geleden ontstond het plan om het Stedelijk Museum naar klaslokalen te brengen.
Het doel: leerlingen laten kennismaken met het Stedelijk Museum en de collectie, ons samen verdiepen in het proces van een kunstenaar en met andere ogen kijken naar dagelijkse dingen. En eindelijk is het nu zover, nu gaan we er achter komen hoe onze nauwkeurig voorbereide lessen in de praktijk werken. Museumdocent Sarai geeft de les en ik kijk mee.
Sarai schudt eens met de koffer, wie weet wat er in zit? ‘Iets wat kapot is!’ ‘Kunst!’ ‘Rommel!’ Sarai zet de koffer op tafel en opent de deksel. Eruit komen buizen, veren, pluisjes, touw, oud plastic en een heleboel andere materialen. Alle ingrediënten om samen iets bijzonders mee te bouwen.
Door te stapelen, hangen, knopen en schuiven maken de kinderen van deze verzameling dagelijkse materialen een gezamenlijk werk. Ze kijken nauwkeurig en maken weloverwogen beslissingen. Het verplaatsen van een piepschuim bal leidt tot een verrassende discussie: de kinderen zien niet meer een hoopje rommel maar een waardevol bouwwerk.
Hierop volgt een kennismaking met het Stedelijk (‘Is dat jullie museum? Mooi!’) en de collectie, met extra verdieping in de werken van Jean Tinguely. Zijn kunst van gevonden materialen inspireert, de kinderen herkennen zijn werk direct: ‘zoiets hebben wij net ook gedaan!’ Als blijkt dat deze werken ook nog eens kunnen bewegen, stampen, piepen en ratelen gaan ze verder. Kunnen zij hun objecten ook tot leven brengen? Ze ontmantelen het eerder gemaakte werk en bedenken met behulp van elastiek en veren nieuwe constructies, die ze meteen uitproberen. Het is zo leuk, dat ze niet meer willen stoppen. Als de les voorbij is tonen de kinderen elkaar trots hun werken en geven ze titels als ‘springmachine’ of ‘rommelkunst’.
Deze kennismaking met het Stedelijk Museum, met de werken van Tinguely en met de koffer vol spullen was verrassend, ook voor ons. Het was bijzonder om te zien dat de kinderen met zoveel plezier en fantasie van ‘rommel’ iets waardevols maakten. Ik kijk tevreden terug op een inspirerende en energieke les. Dit doen we graag vaker!
Tekst: Hanna Piksen, medewerker educatie Stedelijk Museum
Foto’s: Tomek Whitfield
De komende maanden loopt dit project voor een beperkt aantal basis- en middelbare scholen als een gratis pilot. Meer weten of aanmelden?
Neem contact op met de afdeling educatie via educatie@stedelijk.nl of 020 – 573 27 41.
Paintings by Chagall restored
The Stedelijk’s restoration department is currently at work on three paintings by Marc Chagall: Self-Portrait with Seven Fingers, Motherhood and La Synagogue de Safed. The first two date from 1912-1913, when Chagall was living in Paris. They were exhibited at the Stedelijk as early as 1914 and bought immediately afterwards by an Amsterdam-based collector called Willem Beffie. In 1930 he sold them on to a collector called Regnault, who gave them to the Stedelijk on long-term loan. In 1953 the paintings were acquired by the Dutch state and they are now the responsibility of the cultural heritage department (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed or RCE). The two pictures are therefore ‘old friends’ of Stedelijk Museum visitors and deserve to be cherished. Now, therefore, almost a century after they were created, they are under restoration, together with Chagall’s 1931 painting La Synagogue de Safed (property of the Stedelijk Museum).

Marc Chagall, Self-Portrait with Seven Fingers (1912, B2166, on long-term loan from RCE) – during removal of the varnish layer.
Self-Portrait with Seven Fingers shows Chagall in his Paris studio. At top left, a window affords a view of the Eiffel Tower. At top right, there is a glimpse of Chagall’s birthplace, Vitebsk. Chagall depicts himself as an artist, holding a palette dotted with real daubs of oil paint. Like the rest of the painting, the palette was covered with a layer of varnish. This was applied during a previous restoration, when the painting was also relined.
In places, the wax-resin compound used at that time to apply the new canvas to its back had worked through to the front of the painting and was visible over the paint layers. Both the varnish and the patches of compound had darkened and dulled over time, concealing Chagall’s brushwork. The removal of the varnish layer and patches of compound has revealed the painting’s original bright colours. The palette has been restored to its original brilliance and Chagall’s subtle variations between matte and glossy brushstrokes can once again be appreciated.

Marc Chagall, La synagogue de Safed, Israël (1931, A 632) – surface dirt has been removed in the area at top right.
The two other paintings are undergoing more limited restoration: flaking paint is being consolidated and surface dirt removed.
Alongside the restoration, research is also being done to improve knowledge of Chagall’s painting materials. A better understanding of these will enable the Museum to conserve the paintings better in future.
Vera Blok
Restorer Stedelijk Museum
A spectacular feat: transporting a Schnabel to Venice
Special, low-floor art transport trailers equipped with climate control and air suspension systems are a rare commodity: there are just three in the whole of Europe. They allow huge works of art (up to 335 cm high) to be transported vertically. And that was just what was needed in the case of American artist Julian Schnabel’s 1981 painting, The Unexpected Death of Blinky Palermo in the Tropics. In its 446 x 29 x 319 cm crate, it just fitted into the trailer.
Recognizing the importance of the event for Julian Schnabel and Museo Correr, the Stedelijk Museum had gone to every length to cooperate on the artist’s Venice retrospective, Julian Schnabel. Permanently Becoming and the Architecture of Seeing (4 June – 27 November 2011).
Paintings are always transported on their stretchers if size permits. If not, they are occasionally rolled up for transportation, but this always entails a risk of damage. The precarious condition of this particular painting, done on velvet, meant that it had to be transported vertically on its stretcher.
First, the rear of the work was covered by a special backing board (made of 5 mm thick polypropylene hollow core sheeting). Then the space between the support and the backing board was filled up completely with foam planks (5 cm thick Ethafoam), mounted onto the backing board using nylon book screws. This produced a vacuum which ensured maximum immobilization of the painting in transit. Finally, the work was mounted in a protective wooden transit frame and wrapped in plastic sheeting for additional protection.
The tailor-made wooden crate was rendered watertight by a layer of gloss paint and a rubber seal on the lid. Travel crates made by the Stedelijk in-house are always equipped with shock absorbers in the corners. So the painting was well packaged for its long and complicated journey to Venice.
Once the crate was unloaded on the outskirts of Venice, it would still have to be maneuvered through the narrow pedestrian streets of the town to its final destination. To achieve this, Marc Bongaarts – the Stedelijk’s Head of Technical Conservation Art Handling – devised an innovative kind of light-weight transportation system. This consisted of four one-sided aluminum supporting arms, capable of adjustment to different widths. These were equipped with heavy swiveling castors fitted with pneumatic tires to absorb shocks and vibration. Four M10 bolts were used to mount the supporting arms onto the crate and the arms were fastened together at the bottom by a thick aluminum strip. This ensured that the case could turn on its own axis and pass smoothly over the uneven surface of the Venetian streets.
After a journey of around 1350 kilometers, the case arrived on the quayside at the Tronchetto boat terminal, Venice’s freight transshipment point. Amid fruit and vegetable boats and countless artists bringing their work to the Biennale, the Schnabel was carefully winched out of the truck and loaded onto the largest freighter available in Venice. The vessel then proceeded to the Piazza San Marco, where a crane was used to winch the case up into the air before the astonished eyes of crowds of tourists. With the case suspended just over the boat deck, Marc and his Italian assistants mounted the transportation system onto it. The painting was now ready for the final leg of its journey.
The transportation system was designed in such a way that the width between the casters could be varied. Even in the narrowest position, for example on the landing stage, the case stood stably upright. The system permitted the Schnabel to be wheeled safely to the Museo Carrer, guarded on each side by an escort of no fewer than eight people. At the foot of the museum’s long staircase, the painting was removed from the case and carried up the stairs, still packed in its transit frame and plastic sheet wrappings, in the presence of Julian Schnabel himself.
Once the work had arrived in the gallery, its condition was checked by two restorers (Louise Wijnberg from the Stedelijk and a restorer from the Museo Correr), who prepared a joint condition report. The painting was found to have suffered no ill effects and looked magnificent in its prominent position by the main entrance – ample reward for the time and trouble that Marc and his department had taken to ensure a flawless transport operation.
At the end of the exhibition, the painting was successfully repackaged and brought back to the Stedelijk Museum by the same method.
Een huzarenstukje: het transport van een Schnabel naar Venetië
Er zijn er maar drie van in Europa: speciale, luchtgeveerde en geklimatiseerde Low Floor aanhangwagens die geschikt zijn voor kunsttransport. Ze kunnen kunstwerken van een gigantisch formaat rechtop vervoeren tot maximaal 335 cm hoog. Dat was het geval met The Unexpected Death of Blinky Palermo in the Tropics uit 1981 van de Amerikaanse kunstenaar Julian Schnabel. Met zijn kistafmetingen van 446 x 29 x 319 cm paste hij er precies in.
Het Stedelijk Museum had er alles aan gedaan om mee te werken aan de voor Julian Schnabel en Museo Correr zo belangrijke overzichtstentoonstelling in Venetië: Julian Schnabel. Permanently Becoming and the Architecture of Seeing (4 juni – 27 november 2011).
Schilderijen worden altijd opgespannen vervoerd, mits het formaat dat toelaat. Als dat technisch niet mogelijk is, worden ze bij hoge uitzondering opgerold, met als risico: beschadiging. Vanwege de precaire conditie van dit schilderij ging het op fluweel geschilderde werk rechtopstaand in opgespannen vorm op transport.
De achterzijde van het werk werd voorzien van een speciaal achterschot (5 mm dik polypropyleen kanaalplaat). Tussen het doek en het achterschot werd de ruimte helemaal opgevuld met schuimplaten (5 cm dikke ethafoam), die met nylon boekschroeven op het achterschot gemonteerd werden. Zo ontstond er een vacuüm en werd de beweging van het doek tijdens het transport maximaal gereduceerd. Daarna werd het schilderij in een houten beschermlijst gemonteerd, met eromheen plastic als extra bescherming.
De houten, op maat gebouwde, kist kreeg een laklaag en een rubber seal op de deksel, zodat hij waterdicht zou zijn. De transportkisten die het Stedelijk zelf maakt, hebben standaard schokdemping in de hoeken. Zo zat het schilderij goed ingepakt voor de lange en gecompliceerde reis naar Venetië.
Om de kist na het uitladen in Venetië door de smalle straatjes verder te kunnen verplaatsen, bedacht Marc Bongaarts – Hoofd Behoudstechnische Art Handling – een licht, innovatief transportsysteem. Dit bestond uit vier aluminium, eenzijdige, draagarmconstructies waarvan de armen op verschillende breedte standen gezet konden worden. Ze waren voorzien van zware zwenkwielen met luchtbanden die schokken en trillingen kunnen absorberen. De draagarmen werden door middel van vier M10 bouten aan de kist gemonteerd en aan de onderzijde door een dikke aluminium strip met elkaar verbonden. Hiermee kon de kist om zijn as draaien en soepel over het Venetiaanse wegdek deinen.
Na een reis van zo’n 1350 kilometer arriveerde de kist in Venetië bij de kade van Tronchetto, het transport centrum voor goederenoverslag. Te midden van groente- en fruitboten en talloze kunstenaars die met hun werk aan de Biënnale deelnamen, werd de Schnabel voorzichtig uit de vrachtwagen getakeld en op de grootste maat vrachtboot die in Venetië te krijgen is, geladen. Daarna voer de boot naar het San Marco plein, waar voor de verbaasde ogen van vele toeristen de kist met een hijskraan omhoog werd getakeld. Terwijl de kist laag boven de boot zweefde, monteerde Marc met zijn Italiaanse assistenten het transportsysteem eraan vast. Het kunstwerk was klaar voor het laatste deel van zijn reis.
Het transportsysteem was zo gemaakt, dat de wielen zowel in een brede als smalle stand gezet konden worden. Zelfs in de smalste stand, bijvoorbeeld op de steiger, stond de kist stabiel. Zo rolde de Schnabel, met aan weerszijden maar liefst acht man ter bescherming, naar het Museo Correr. Onderaan de hoge trappen werd het in een beschermlijst en folie verpakte schilderij, in het bijzijn van Julian Schnabel zelf, uit de kist gehaald en de trappen opgetild.
Na aankomst in de zaal inspecteerden schilderijen restaurator Louise Wijnberg van het Stedelijk en de restaurator van Museo Correr de staat van het schilderij en maakten zij een conditierapport. Het werk, dat het transport prima had doorstaan, schitterde prominent bij de hoofdingang. De moeite die Marc en zijn afdeling hadden gedaan om dit transport vlekkeloos te laten verlopen was beloond.
Aan het einde van de tentoonstelling werd het schilderij op dezelfde wijze weer ingepakt en succesvol terug vervoerd naar het Stedelijk Museum.
Foto’s: Marc Bongaarts en Louise Wijnberg
Schilderijen van Chagall gerestaureerd
Momenteel staan er in het restauratieatelier van het Stedelijk Museum drie schilderijen van Marc Chagall: Zelfportret met zeven vingers, Moederschap en Synagoge te Safad, Israël. De eerste twee werken schilderde Chagall in 1912-1913 toen hij in Parijs woonde. Al in 1914 werden deze twee werken in het Stedelijk tentoongesteld en vlak daarna aangekocht door de Amsterdamse verzamelaar Willem Beffie. In 1930 verkocht hij ze op zijn beurt aan de verzamelaar Regnault die ze in bruikleen aan het Stedelijk Museum gaf.
De schilderijen zijn sinds 1953 Rijksbezit (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het zijn dus al lang vertrouwde ‘beelden’ aan de wanden van het museum. Voldoende reden voor aandacht; nu bijna een eeuw na de vervaardiging worden beide schilderijen gerestaureerd, evenals het in 1931 geschilderde Synagoge te Safad, Israël (collectie Stedelijk Museum).

Marc Chagall, Zelfportret met zeven vingers (1912, langdurige bruikleen RCE)
tijdens het verwijderen van de vernis
Het Zelfportret met zeven vingers toont Chagall in zijn atelier in Parijs. Door het venster linksachter werpen we een blik op de Eiffeltoren. Rechtsboven zien we een glimp van zijn geboortestad Vitebsk. Chagall beeldde zichzelf af als schilder, in zijn hand houdt hij een palet met echte verfklodders. Dit palet, maar ook de rest van het schilderij, was bedekt met een laag vernis. Deze laag is tijdens een restauratiebehandeling in het verleden aangebracht. Ook is het schilderij toen bedoekt met een extra doek aan de achterzijde. Het was-hars mengsel dat gebruikt is om de twee doeken te verbinden is gedeeltelijk aan de voorzijde op de verflagen terecht gekomen.
De vernislaag is inmiddels donker en grauw verkleurd, evenals de was-hars resten. Het schilderwerk van Chagall was hierdoor niet meer goed leesbaar en subtiele verschillen in glanzende en matte kwaststreken waren verdwenen. Door deze vernislaag en resten was-hars van de verflaag te verwijderen, komen de heldere kleuren van Chagall weer tevoorschijn. Het palet oogt weer stralend en ook de afwisseling tussen matte en glanzende verftoetsen is nu zichtbaar.

Marc Chagall, Synagoge te Safad, Israel – het oppervlaktevuil is in het
gebied rechtsboven verwijderd
De twee andere schilderijen ondergaan kleinere behandelingen: er worden loszittende verfschollen vastgezet en het oppervlaktevuil wordt verwijderd. Naast de restauraties wordt er ook onderzoek aan de schilderijen van Chagall uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in zijn schildertechniek. Een beter begrip van de gebruikte materialen stelt het museum in staat de schilderijen beter te conserveren.
Vera Blok
restaurator Stedelijk Museum
Stedelijk in de Klas
In november startte op veler verzoek een nieuw project: Stedelijk in de Klas. Daarbij staan kunstenaars uit de collectie van het Stedelijk centraal in toegankelijke en verfrissende lessen voor het basis- en voortgezet onderwijs.
Welke toegevoegde waarde kan het Stedelijk hebben voor docenten die moderne en hedendaagse kunst bespreekbaar willen maken in hun lessen? Deze vraag hebben wij met ons team, inclusief museumdocenten en Blikopeners, proberen te beantwoorden. Op middelbare scholen geven Blikopeners, samen met een museumdocent van het Stedelijk, de lessen. In een les over videokunst dagen zij leerlingen uit vragen te stellen en hun ideeën over kunstwerken te verwoorden.

Blikopener Lou op het Damstede in Amsterdam Noord. Foto: Tomek Whitfield
Op basisscholen komt een museumdocent naar de klas en zijn de lessen gericht op kunstenaarsprocessen. Wat zijn de keuzes die kunstenaars maken? Waarom maken zij die keuzes? Leerlingen leren op speelse wijze over Dada en De Stijl en kunnen een persoonlijke verbinding maken met hun eigen belevingswereld.
De eerste reacties op Stedelijk in de Klas zijn positief. Onlangs was ik bij een van de eerste Stedelijk in de Klas lessen op het Damstede College in Amsterdam Noord. Als medewerker educatie is het interessant om te zien hoe je plannen werkelijkheid worden en hoe leerlingen reageren op het materiaal. In deze fase kun je nog zo veel leren over het project en hoe het nog beter gemaakt kan worden. Ik heb in ieder geval gezien hoe leerlingen verbaasd en geïntrigeerd reageerden op videowerken uit de collectie. Hun interpretaties waren heel persoonlijk en goed doordacht. Wie weet komen ze dankzij deze ervaring de collectie volgend jaar bekijken in het nieuwe Stedelijk!
Mirjam Eikelenboom, medewerker educatie Stedelijk Museum
Karel van Mander Prijs voor boek over Sandberg
Op 11 november j.l. is in het Teylers Museum in Haarlem de Karel van Mander Prijs uitgereikt aan Caroline Roodenburg, de schrijfster van het boek ‘Expressie en ordening. Het verzamelbeleid van Willem Sandberg voor het Stedelijk Museum, 1945-1962′, Rotterdam (NAi uitgevers i.s.m. Stedelijk Museum) 2004. Dit is alweer de tweede prijs voor het boek, dat eerder door de Nederlandse kunstcritici werd bekroond met de AICA-oorkonde 2006.
De Karel van Mander Prijs is een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici en wordt elk jaar toegekend aan een specifiek vakgebied. In 2011 was na vijf jaar de moderne kunst weer aan bod. De prijs is aan Roodenburg uitgereikt omdat haar boek helder en toegankelijk is geschreven en mooi het beleid van de legendarische museumdirecteur uit de doeken doet. Het toont aan dat Sandberg niet alleen – zoals het gangbare beeld dat van hem bestaat – spraakmakende tentoonstellingen in het Stedelijk organiseerde, maar zich ook bekommerde om de opbouw van de collectie. Veel van de ‘moderne klassieken’ uit het Stedelijk Museum, maar ook talloze werken uit de jaren vijfig (o.a. van Karel Appel en deCoBrA-beweging) zijn tijdens de periode-Sandberg aan de collectie toegevoegd.
Zie ook: http://www.kunsthistorici.nl/
Caroline Roodenburg heeft van 1997 tot 2003 bij het Stedelijk Museum gewerkt, met financiële steun van de Mondriaan Stichting.













