The Day After The Night Before, een terugblik op Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club


Volle zaal tijdens de lezing van Dick Hebdige tijdens Stedelijk @ Trouw -
Contemporary Art Club

Wie de Contemporary Art Club van het Stedelijk Public Program donderdag 29 maart heeft gemist, heeft de afgelopen tijd onder een steen geleefd. Er is over geblogd, getwitterd, gepost en getagd met als kers op de taart media aandacht in o.a. de Volkskrant, Parool en Metro. De avond met een lezing van Professor Dick Hebdige over subculturen in de muziek, een tentoonstelling met vier iconische video-installaties van Mark Leckey, Rineke Dijkstra, Matt Stokes en Jeremy Shaw en een bizarre maar tegelijkertijd bijna feeërieke performance van Matthew Lutz-Kinoy, mag met meer dan 500 bezoekers een succes genoemd worden.


Upload Cinema van Dagan Cohen. Foto: Carolien de Bruijn

Op zondag 1 april eindigde dit culturele weekend in TrouwAmsterdam met Upload Cinema van Dagan Cohen. Hij selecteerde voor ons de beste, hilarische en soms ook de meest verontrustende YouTube filmpjes op het gebied van dans en clubleven.  

 
Een gepassioneerde Dick Hebdige tijdens zijn lezing over verbanden tussen
subculturen in de muziek.

De avond begon met een lezing door cultuurcriticus en theoreticus Dick Hebdige. Hebdige is Professor Film, Media Studies en Art Specializations en is verbonden aan de Universiteit van California, Santa Barbara. Zijn lezing nam ons mee langs verschillende stromingen binnen de muziek en het gedrag van de hieraan verbonden subculturen. Voor sommigen was zijn verhaal een literaire voordracht, waarin hij het massale dansen in clubs vergeleek met het gedrag van mensen tijdens een opstand. Voor anderen was zijn lezing een bombardement van beeld, muziek en een lyrisch slot over Dub (een vorm van Jamicaanse muziek, ontstaan uit Ska en Reggae). Zijn lezing moedigde ons  aan om dwarsverbanden te zoeken tussen kunst, muziek, dans en subculturen.

Hierna begon het tweede gedeelte van de avond: een Q&A tussen kunstenaars en curatoren. Twee kunstenaars waren overgekomen om hun werk toe te lichten en vragen te beantwoorden. Hiervoor verlieten wij het clubgedeelte en daalden wij af tot de kelders van het Trouwgebouw. Daar waren twee video-installaties in alle rust te bekijken.

 
Kunstenaar Matt Stokes kijkt naar zijn werk Long After Tonight (2005)

 
Moment opname van Long After Tonight (2005) waarop een Maria beeld te
zien is

In de eerste zaal stond het werk Long after tonight (2005) opgesteld van de kunstenaar Matt Stokes. Stokes is hierboven op de eerste foto te zien, kijkend naar zijn film, die geschoten is op 16 mm film -en dus loepzuiver- en is overgezet op DVD. Zijn oeuvre bestaat uit werk, waarin hij subculturen onderzoekt, met name hoe muziek het leven en de identiteit van mensen kan vormgeven en beïnvloeden. Het werk dat we getoond hebben, is vernoemd naar Jimmy Radcliffe’s soulversie van een nummer van Burt Bacharach. Het nummer is een voorbeeld van de Afro-Amerikaanse soul muziek die in de jaren ‘60 tal van fans kreeg in het noorden van Engeland en Schotland. Stokes maakte deze film in de Sint-Salvador kerk in Dundee, Schotland. Sinds de jaren ’70 werden in de kelder van deze kerk Northern Soul avonden gehouden. Speciaal voor deze film zette Stokes zo’n dansavond in scène, en overtuigde hij de kerk ervan het geënsceneerde feest niet in de kelder te laten plaatsvinden maar in het gotische schip. Bijna zeven minuten lang ziet men mannen en vrouwen dansen, draaien, zwaaien en breakdancen. Stokes benadrukt het verband tussen de dansfeesten en de kerk, door afwisselend de dansers en de heilige beelden te filmen. De ongerijmdheid van de arbeidersklasse die dit soort feesten organiseerde en het vergulde decor, creëert een vreemde, sfeervolle film.


Kunstenaar Jeremy Shaw kijkend naar zijn werk Best Minds Part One (2007)
 
Britte Sloothaak (conservator in opleiding), Jeremy Shaw (kunstenaar) &
Bart Rutten (conservator) tijdens de Q&A

In de tweede zaal was de video-installatie Best Minds Part One (2007) te zien van kunstenaar Jeremy Shaw. Shaw is hierboven op de foto’s te zien. De twee-kanaals video-installatie beschikt over vertraagde beelden van een menigte op een straight edge hardcore concert in Vancouver, Canada. Zij zet zich af van de traditionele hardcore punk, die vooral geassocieerd werd met drank- en drugs misbruik. Door feesten te propageren zonder verdovende middelen of alcohol streefden de jongeren naar een gezondere levensstijl en heldere geest. Shaw maakte zelf de bijzondere soundtrack, geïnspireerd door The Disintegration Loops (2002) van de avant-garde componist William Basinski. De soundtrack is een geluidsopname van verslechterde tapeopnames, een verwijzing naar de degeneratie van analoge technologie. Diezelfde nadruk wordt gelegd met de lage resolutie van de beelden, die werden opgenomen met een handheld digitale camcorder onder lage lichtomstandigheden. De melancholische muziek en de toon van het omgevingslicht, gecombineerd met de slow motion beelden transformeren de gewelddadige uitingen van macho-extase in meditatieve ballet passages.


Fragmenten van de performance door Matthew Lutz-Kinoy, samen met
Chelsea Culp en DJ SOPHIE

Na de Q&A startte het derde deel van de avond met een raadselachtige performance van Matthew Lutz-Kinoy. Samen met performer Chelsea Culp en London-based DJ and producer SOPHIE ging de performance een relatie aan met de club door beweging, muziek, en gesproken woord. Met licht projecties op de muren, op de sculpturen en op de performers zelf werd de gehele ruimte betrokken bij de performance. Matthew Lutz-Kinow en Chelsea Culp  –gekleed in een jaren ’80 ballet tenue in neonkleuren-  deelden shotjes uit en wasten  de glazen sculpturen die voor deze gelegenheid op de dansvloer geplaatst waren. De vreemde maar betoverende performance toverde de dansvloer om tot “kunstwerk”.

De rest van de avond was op eigen gelegenheid The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997) van Rineke Dijkstra te bewonderen in de rookruimte. Op de entresol boven de dansvloer was van generatiegenoot Mark Leckey te zien: Fiorucci Made Me Hardcore (1999) . Tot laat in de nacht werd er nog gedanst onder begeleiding van DJ  Joost van Bellen, Tom Trago, and Strange Boutique, met visuals van Arnout Hulskamp.


Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam (NL)
(1996-1997)


Mark Leckey, Fiorucci Made Me Harcore (1999)

De tentoonstelling was het gehele weekend te bezoeken. Na de opening op donderdag waren de video-installaties tijdens reguliere club avonden op vrijdag- en zaterdagnacht te zien. De nietsvermoedende clubber maakte op deze manier op ongedwongen wijze kennis met kunst die normaliter alleen in musea of galeries te zien is.  Door zowel de bezoekers van de donderdagavond en de clubbers van de vrijdag- en zaterdagnacht werden de werken goed ontvangen.

Ik moet hierbij vermelden dat dit alleen mogelijk was door de goede samenwerking tussen TrouwAmsterdam, de kunstenaars en ook met Beamsystems, die de hoge kwaliteit beamers aanleverde. Maar ook door het werk verricht door mijn mentor en conservator Bart Rutten, curator Public Program Hendrik Folkerts, projectcoördinator Menno Dudok van Heel en het Stedelijk bouwteam onder leiding van Peter van der Lem. Door alleen genoegen te nemen met de hoogste mogelijke kwaliteit, was het mogelijk om de werken op gepaste wijze te plaatsen in deze club context.

Ik wil iedereen hartelijk danken, ook alle bezoekers van het event, het was een mooi project. Op naar de volgende samenwerking tussen TrouwAmsterdam en het Stedelijk Museum!

Op 19 april organiseren het Stedelijk Museum en Non-fiction voor de tweede keer een avond over en met geluidskunst, als onderdeel van de serie Temporary Stedelijk 3 – Stedelijk @ Trouw/De Verdieping in TrouwAmsterdam. Toonaangevende kunstenaars en musici reageren op de vraag: hoe klinkt een gebouw? Met live optredens en installaties van o.a. Alva Noto, Machinefabriek, Jacob Kirkegaard, Sarah van Sonsbeeck, Mark Bain, Alexandra Duvekot, Peter C. Simon en bijzondere collectiepresentaties van het Stedelijk in De Verdieping. 

Tekst: Britte Sloothaak, conservator in opleiding
Foto’s (indien niet anders vermeld): Ernst van Deursen

De dag voor de opening … Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club

Het Public Program van het Stedelijk Museum heeft gedurende de renovaties en de verbouwing van het museumgebouw plaatsgevonden op verschillende plekken in de stad. De samenwerking tussen het Stedelijk  en TrouwAmsterdam komt voort uit deze programmering en bestaat uit vier events.

Het eerste event vindt morgen plaats en onderzoekt door middel van een lezing, tentoonstelling en een performance hoe de clubcultuur en hedendaagse kunst elkaar geïnspireerd hebben. Ik stelde samen met conservator Bart Rutten de tentoonstelling samen.
Hieronder een kort verslag van de dag voor de opening.

Opbouw dag 3

De dag voor de opening is altijd een gekke dag. Aan de ene kant wil je alles zo ver mogelijk af hebben, aan de andere kant groeit de to-do lijst door last-minute wijzigingen of door voortschrijdend inzicht. Wanneer de inrichting voor een groot gedeelte gedaan is, is het soms goed om de kunstenaars uit te nodigen om te komen kijken. Op zaal bespreek je dan de keuzes die je gemaakt hebt en waarom.

Gisteravond hebben we met Rineke Dijkstra haar werk bekeken. Ze was ontzettend enthousiast en met een paar aanwijzingen van haar kant op zak, beginnen we de derde dag van de opbouw. Vanwege de verhuur van het clubgedeelte aan een externe partij kunnen we nog niet beginnen met de aanpassingen voor The Buzzclub, Liverpool UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit wordt een klus voor morgen, maar met ons ervaren bouwteam moet dat geen probleem zijn.

Ook is Jeremy Shaw vanuit Berlin gearriveerd in Amsterdam. Zijn werk Best Minds Part One (2007) is het jongste werk van de tentoonstelling en is door hem gefilmd tijdens een straight-edge hardcore feest in een buurthuis in Canada. Hieronder zie je een foto van het testbeeld. Het werk, met vertraagde beelden van jongeren die helemaal uit hun dak gaan, lijkt wel gemaakt voor deze ruimte. De opstelling zal nog iets wijzigingen, zodat het werk nog beter uitkomt wanneer je de  zaal binnenloopt.  Morgen zullen Shaw, Bart Rutten en ikzelf het werk bespreken met de mogelijkheid voor vragen vanuit het publiek.

Het werk van Matt Stokes, Long After Tonight (2005) zal te zien zijn in de ruimte naast die van Shaw. Hieronder zie je een foto van mijn werkplek van vandaag. Links tegen de muur -achter de ronde pilaar- zie je de projectiemuur voor de film van Stokes, de deur naar het werk van Shaw, rechts. De zalen zullen pik-donker zijn, waardoor de bezoeker moet worden geleid door het licht en het geluid van de kunstwerken. Dit is ook een klus voor morgen. Vanavond zal ik Matt Stokes ontmoeten en de laatste details voor zijn werk bespreken.

Het resultaat is vanaf morgen 20 uur te bekijken. Tot en met zondag zijn de kunstwerken te zien tijdens de openingstijden van de club. Of ik morgen de tijd heb om een blog te schrijven, betwijfel ik. Daarom hoop ik jullie morgenavond allemaal te zien of anders in de loop van het weekend.

Zondag is de afsluiting van de tentoonstelling met Upload Cinema door Dagan Cohen. Dus als jullie zin hebben om deze brakke zondag langs te komen: welkom!

Een kijkje achter de schermen tijdens de voorbereidingen voor… Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club

In een beschonken toestand in een club een monumentaal videowerk bekijken. Dit zou kunnen op donderdag 29 maart in TrouwAmsterdam. In deze voormalige drukkerij huist nu club Trouw en de culturele instelling De Verdieping. Samen met het Stedelijk Museum organiseert TrouwAmsterdam de Contemporary Art Club: een programma op het snijvlak van hedendaagse kunst en clubcultuur en een tentoonstelling met video-installaties van Rineke Dijkstra, Mark Leckey, Matt Stokes en Jeremy Shaw.

OPBOUW DAG 1

Deze week begint elke dag om 7:30 uur de bouwploeg van het Stedelijk Museum in het Trouw gebouw aan de Wibautstraat. Samen met Menno Dudok van Heel (project coördinator Public Program) installeer ik mij (Britte Sloothaak, conservator in opleiding) met een goede kop koffie, laptop en wifi achter de tafel van ons tijdelijk kantoor.

Onder leiding van Peter van der Lem worden de projectieschermen voor de video-installaties gebouwd. Het is even anders, werken in een club in plaats van een steriele museumzaal, maar dat is juist leuk. De bierlucht van de avond ervoor brengt ons meteen in de juiste sfeer.

Vandaag wordt het projectiescherm gebouwd voor Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK/ Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit werk zal als een vernieuwde versie te zien zijn vanaf een harddisk file. We hebben het hier niet over een geheel nieuw werk, want de montage van video-beelden van jongeren in een club omgeving is precies dezelfde. Dijkstra maakte deze montage opnieuw met o.a. een hogere bitrate (snelheid van informatie overdracht, hoe hoger de bitrate, hoe meer informatie er per tijdseenheid verzonden en ontvangen kan worden) en een beter kleurenschema. Het geeft ons de mogelijkheid om het werk in een nog hogere kwaliteit te presenteren. Het is een primeur voor een van de meest iconische werken uit de Stedelijk Museum collectie.

Hier zie je ons bouwteam Peter van der Lem, Fred Staphorsius en Cees Pels aan de slag met de projectie muur voor Rineke Dijkstra. Conservator Bart Rutten (rechts) is in kort overleg met Peter over de hoogte en breedte van het scherm (check, check, dubbel check). Het scherm zal lichtgrijs worden geverfd door onze huisschilder, Ton Evers. Projecties zien er vaak beter uit op een grijs oppervlak dan op een wit oppervlak. Zoals jullie zien, hebben we overdag te maken met behoorlijk veel daglicht. Dit is controleerbaar (lange leve de luxaflex) en ‘s avonds zal de projectie helemaal van het scherm knallen.

In de tussentijd ratelen Menno en ik door op onze laptops. Ik bereid me voor op de Q&A met kunstenaars Matt Stokes en Jeremy Shaw. Zij zullen bij de opening aanwezig zijn en hun werk toelichten. Menno is opzoek naar een boombox (ja, die gigantische draagbare CD spelers uit de jaren ’80), dus mochten jullie er eentje weten te liggen die we mogen lenen, laat het ons weten.

Morgen meer over de opbouw, de samenwerking tussen Trouw en het Stedelijk en de aanloop naar het Public Program event!

OPBOUW DAG 2

“Heeeeey!”
“Goedemorgen!”
“Koffie?”

De aankomst van het Stedelijk Museum team in TrouwAmsterdam is inmiddels uitgegroeid tot een broederlijk ritueel in de ochtend. Na de koffie werkt het bouwteam hard door aan de projectieschermen. Duidelijk is dat deze mannen al jaren meedraaien en kennis hebben van de nukken van conservatoren, curatoren en kunstenaars. Twintig centimeter omhoog? Geen probleem. Tijdelijk vastzetten totdat de kunstenaar er is? Doen we dat.

Hoewel alles onder controle is, is vandaag een drukke dag. De muren zullen zo goed als klaar zijn en aan het eind van de dag worden de beamers en de audio geïnstalleerd. Dan zal blijken of de voorbereidingen goed zijn verlopen. De geselecteerde video’s hebben verschillende verhoudingen en de afmetingen van installaties variëren vaak en worden bepaald door de ruimte (hoe groot kunnen we projecteren? Of moeten we juist klein projecteren?). De afmetingen van de projectiemuren en verhoudingen van de projectie moeten dus precies samenvallen.
Vanavond, met het installeren van de beamers, zal blijken of alles klopt.

Wanneer de projectiemuren, speakers en beamers zijn geïnstalleerd, begint het fine-tunen van het werk. Dit doen we altijd -wanneer de omstandigheden het toelaten- in samenwerking met de kunstenaar. Vanavond kijkt conservator Bart Rutten met Rineke Dijkstra naar haar werk, wat een bijzondere en geestige positie heeft in het gebouw. Aan de hand van foto’s en telefonisch overleg is Rineke Dijkstra akkoord gegaan met deze plaats en de context waarin die gepresenteerd wordt. Maar pas op zaal kun je zien hoe het concept daadwerkelijk vorm krijgt: Is het precies zoals je in het hoofd had bedacht of ziet het er toch iets anders uit? Op dit gebied geldt: Hoe meer ervaring, hoe beter je dit kunt inschatten. Als conservator in opleiding heb ik mij zo goed mogelijk ingelezen en voorbereid, maar zal de komende twee dagen alsnog veel leren.

Te midden van het geluid van getimmer en gezaag ben ik in overleg met Jeremy Shaw en Matt Stokes over hun aankomst morgen in Amsterdam. Middels foto’s, genomen met mijn iPhone, houd ik hen op de hoogte van de voortgang en wat zij zullen aantreffen. Elk detail wordt besproken, zelfs hoe strak de achterkant van de schermen is afgewerkt. En morgen (woensdag-de-dag-voor-de-opening!) zullen we alle details nog een keer doorlopen wat betreft beeld en geluid.

Tot nu toe hebben we goed kunnen samenwerken met de kunstenaars, ondanks de afstanden. Jeremy Shaw woont en werkt in Berlijn (DE), Matt Stokes woont in Gateshead (UK) maar reist op dit moment door Bangladesh. Ik kijk er ontzettend naar uit om hen te ontvangen in Amsterdam en te praten over hun werk in deze bijzondere context: namelijk die van een club, in plaats van tussen de witte muren van een museum.

Ik houd jullie op de hoogte!

Britte Sloothaak, conservator in opleiding

Onze eerste week op het Museumplein

Vrijdag 2 maart was het dan eindelijk echt zo ver: na negen jaar konden wij onze tijdelijke locatie – een oude sigarettenfabriek in het Westelijk Havengebied – definitief vaarwel zeggen. Na een paar dagen hard werken door verhuizers, ict-mensen, schoonmakers en andere collega’s namen we op maandag 5 maart onze nieuwe kantoren in gebruik. We kwamen terecht op een sobere, maar goed ingerichte kantoorverdieping, bovenop de ‘badkuip’ (als u een eindje van onze nieuwbouw af gaat staan kunt u de verdieping zien). Van daaruit hebben we rondom uitzicht op ons eigen oude gebouw en op onze culturele buren, het Van Gogh Museum, Rijksmuseum en het Concertgebouw. Dat is het lange wachten wel waard!

Op allerlei fronten was het even wennen: in plaats van tientallen verschillende typen bureaus, tafels en stoelen nu een strakke Ahrend inrichting in zwart, grijs en wit (onder meer met de Ahrend 380 stoelen van Ineke Hans) en een paar rode accenten in de Napoli lounge hoek en op de Living Wall (beide een ontwerp van Frans van der Wielen). Die Living Wall – een akoestisch wandsysteem – is nodig om de grootste verandering voor ons allemaal werkbaar te maken: flexwerken in grote open kantoorruimten. We gingen van een eigen of met hoogstens een paar collega’s gedeelde kamer met kasten vol documentatie- en onderzoeksmateriaal naar een tijdelijk bureau (leegmaken als je een vergadering hebt!) en een paar planken in de kast. En natuurlijk een nieuw computerprogramma, 360◦ geheten, om zoveel mogelijk papierloos te gaan werken. Dat laatste vind ik wel een behoorlijke uitdaging.

Werkruimten en vergaderzalen werden verder aangekleed met Stedelijk-affiches van onder meer Willem Sandberg, Wim Crouwel, Anthon Beeke, Jean Tinguely en Keith Haring, portretfoto’s van Gerrit Rietveld en Sonia Delaunay en vergadertafels die Bart van Kasteel ooit voor het museum ontwierp, zodat we ons allemaal snel thuis zouden voelen.

En dat is gelukt! Na de eerste week lijkt bijna iedereen zijn draai al gevonden te hebben en te weten waar hij/zij het liefst op de verdieping vertoeft: tussen veel andere collega’s om gemakkelijk even te kunnen overleggen of juist op een stilteplek waar geconcentreerd kan worden gewerkt.

In deze eerste week werd ook het project dat Steve McQueen in samenwerking met het Stedelijk voor het Vondelpark ontwikkelde gelanceerd. Slechts twee minuten fietsen van onze nieuwe werkplek: wat een luxe.

Ingeborg de Roode
Conservator industriële vormgeving

A spectacular feat: transporting a Schnabel to Venice

Special, low-floor art transport trailers equipped with climate control and air suspension systems are a rare commodity: there are just three in the whole of Europe. They allow huge works of art (up to 335 cm high) to be transported vertically. And that was just what was needed in the case of American artist Julian Schnabel’s 1981 painting, The Unexpected Death of Blinky Palermo in the Tropics. In its 446 x 29 x 319 cm crate, it just fitted into the trailer.

Recognizing the importance of the event for Julian Schnabel and Museo Correr, the Stedelijk Museum had gone to every length to cooperate on the artist’s Venice retrospective, Julian Schnabel. Permanently Becoming and the Architecture of Seeing (4 June – 27 November 2011).

Paintings are always transported on their stretchers if size permits. If not, they are occasionally rolled up for transportation, but this always entails a risk of damage. The precarious condition of this particular painting, done on velvet, meant that it had to be transported vertically on its stretcher.

First, the rear of the work was covered by a special backing board (made of 5 mm thick polypropylene hollow core sheeting). Then the space between the support and the backing board was filled up completely with foam planks (5 cm thick Ethafoam), mounted onto the backing board using nylon book screws. This produced a vacuum which ensured maximum immobilization of the painting in transit. Finally, the work was mounted in a protective wooden transit frame and wrapped in plastic sheeting for additional protection.

The tailor-made wooden crate was rendered watertight by a layer of gloss paint and a rubber seal on the lid. Travel crates made by the Stedelijk in-house are always equipped with shock absorbers in the corners. So the painting was well packaged for its long and complicated journey to Venice.

Once the crate was unloaded on the outskirts of Venice, it would still have to be maneuvered through the narrow pedestrian streets of the town to its final destination. To achieve this, Marc Bongaarts – the Stedelijk’s Head of Technical Conservation Art Handling – devised an innovative kind of light-weight transportation system. This consisted of four one-sided aluminum supporting arms, capable of adjustment to different widths. These were equipped with heavy swiveling castors fitted with pneumatic tires to absorb shocks and vibration. Four M10 bolts were used to mount the supporting arms onto the crate and the arms were fastened together at the bottom by a thick aluminum strip. This ensured that the case could turn on its own axis and pass smoothly over the uneven surface of the Venetian streets.

After a journey of around 1350 kilometers, the case arrived on the quayside at the Tronchetto boat terminal, Venice’s freight transshipment point. Amid fruit and vegetable boats and countless artists bringing their work to the Biennale, the Schnabel was carefully winched out of the truck and loaded onto the largest freighter available in Venice. The vessel then proceeded to the Piazza San Marco, where a crane was used to winch the case up into the air before the astonished eyes of crowds of tourists. With the case suspended just over the boat deck, Marc and his Italian assistants mounted the transportation system onto it. The painting was now ready for the final leg of its journey.

The transportation system was designed in such a way that the width between the casters could be varied. Even in the narrowest position, for example on the landing stage, the case stood stably upright. The system permitted the Schnabel to be wheeled safely to the Museo Carrer, guarded on each side by an escort of no fewer than eight people. At the foot of the museum’s long staircase, the painting was removed from the case and carried up the stairs, still packed in its transit frame and plastic sheet wrappings, in the presence of Julian Schnabel himself.

Once the work had arrived in the gallery, its condition was checked by two restorers (Louise Wijnberg from the Stedelijk and a restorer from the Museo Correr), who prepared a joint condition report. The painting was found to have suffered no ill effects and looked magnificent in its prominent position by the main entrance – ample reward for the time and trouble that Marc and his department had taken to ensure a flawless transport operation.

At the end of the exhibition, the painting was successfully repackaged and brought back to the Stedelijk Museum by the same method.


Photos: Marc Bongaarts and Louise Wijnberg

Een huzarenstukje: het transport van een Schnabel naar Venetië

Er zijn er maar drie van in Europa: speciale, luchtgeveerde en geklimatiseerde Low Floor aanhangwagens die geschikt zijn voor kunsttransport. Ze kunnen kunstwerken van een gigantisch formaat rechtop vervoeren tot maximaal 335 cm hoog. Dat was het geval met The Unexpected Death of Blinky Palermo in the Tropics uit 1981 van de Amerikaanse kunstenaar Julian Schnabel. Met zijn kistafmetingen van 446 x 29 x 319 cm paste hij er precies in.

Het Stedelijk Museum had er alles aan gedaan om mee te werken aan de voor Julian Schnabel en Museo Correr zo belangrijke overzichtstentoonstelling in Venetië: Julian Schnabel. Permanently Becoming and the Architecture of Seeing (4 juni – 27 november 2011).

Schilderijen worden altijd opgespannen vervoerd, mits het formaat dat toelaat. Als dat technisch niet mogelijk is, worden ze bij hoge uitzondering opgerold, met als risico: beschadiging. Vanwege de precaire conditie van dit schilderij ging het op fluweel geschilderde werk rechtopstaand in opgespannen vorm op transport.

De achterzijde van het werk werd voorzien van een speciaal achterschot (5 mm dik polypropyleen kanaalplaat). Tussen het doek en het achterschot werd de ruimte helemaal opgevuld met schuimplaten (5 cm dikke ethafoam), die met nylon boekschroeven op het achterschot gemonteerd werden. Zo ontstond er een vacuüm en werd de beweging van het doek tijdens het transport maximaal gereduceerd. Daarna werd het schilderij in een houten beschermlijst gemonteerd, met eromheen plastic als extra bescherming.

De houten, op maat gebouwde, kist kreeg een laklaag en een rubber seal op de deksel, zodat hij waterdicht zou zijn. De transportkisten die het Stedelijk zelf maakt, hebben standaard schokdemping in de hoeken. Zo zat het schilderij goed ingepakt voor de lange en gecompliceerde reis naar Venetië.

Om de kist na het uitladen in Venetië door de smalle straatjes verder te kunnen verplaatsen, bedacht Marc Bongaarts – Hoofd Behoudstechnische Art Handling – een licht, innovatief transportsysteem. Dit bestond uit vier aluminium, eenzijdige, draagarmconstructies waarvan de armen op verschillende breedte standen gezet konden worden. Ze waren voorzien van zware zwenkwielen met luchtbanden die schokken en trillingen kunnen absorberen. De draagarmen werden door middel van vier M10 bouten aan de kist gemonteerd en aan de onderzijde door een dikke aluminium strip met elkaar verbonden. Hiermee kon de kist om zijn as draaien en soepel over het Venetiaanse wegdek deinen.

Na een reis van zo’n 1350 kilometer arriveerde de kist in Venetië bij de kade van Tronchetto, het transport centrum voor goederenoverslag. Te midden van groente- en fruitboten en talloze kunstenaars die met hun werk aan de Biënnale deelnamen, werd de Schnabel voorzichtig uit de vrachtwagen getakeld en op de grootste maat vrachtboot die in Venetië te krijgen is, geladen. Daarna voer de boot naar het San Marco plein, waar voor de verbaasde ogen van vele toeristen de kist met een hijskraan omhoog werd getakeld. Terwijl de kist laag boven de boot zweefde, monteerde Marc met zijn Italiaanse assistenten het transportsysteem eraan vast. Het kunstwerk was klaar voor het laatste deel van zijn reis.

Het transportsysteem was zo gemaakt, dat de wielen zowel in een brede als smalle stand gezet konden worden. Zelfs in de smalste stand, bijvoorbeeld op de steiger, stond de kist stabiel. Zo rolde de Schnabel, met aan weerszijden maar liefst acht man ter bescherming, naar het Museo Correr. Onderaan de hoge trappen werd het in een beschermlijst en folie verpakte schilderij, in het bijzijn van Julian Schnabel zelf, uit de kist gehaald en de trappen opgetild.

Na aankomst in de zaal inspecteerden schilderijen restaurator Louise Wijnberg van het Stedelijk en de restaurator van Museo Correr de staat van het schilderij en maakten zij een conditierapport. Het werk, dat het transport prima had doorstaan, schitterde prominent bij de hoofdingang. De moeite die Marc en zijn afdeling hadden gedaan om dit transport vlekkeloos te laten verlopen was beloond.

Aan het einde van de tentoonstelling werd het schilderij op dezelfde wijze weer ingepakt en succesvol terug vervoerd naar het Stedelijk Museum.

Foto’s: Marc Bongaarts en Louise Wijnberg

discussies naar aanleiding van public program do it! load it!

 

6 oktober 2011 vond Load it! plaats als vierde Do it! evenement van het Temporary Stedelijk public program, samengesteld door Hendrik Folkerts en Submarine Channel. De avond stond geheel in het teken van games en kunst. Zo werd er stilgestaan bij de vraag hoe games gepresenteerd kunnen worden in het museum en hoe men het discours van de games positioneert ten opzichte van de beeldende kunst.

De avond startte met een paneldiscussie waarin Isabelle Arvers (freelance curator, gespecialiseerd in kunst en videogames), Matthias Fuchs (gamepionier, conservator en senior docent aan de universiteit van Salford), Bruno Felix (directeur van Submarine Channel) en Bart Rutten (conservator Stedelijk Museum) spraken over games in de context van het museum.

Vervolgens leidde een bizarre performance van Han Hoogerbrugge de première in van drie videogames die beeldend kunstenaars en gamedesigners ontwikkelden op uitnodiging van het Stedelijk Museum en Submarine Channel. Deze games waren die avond en het gehele daaropvolgende weekend te spelen door museumbezoekers.


Sollmann (Part 1: The Harbour) door kunstenaar Marcel van Eeden en gamedesigner Jorrit de Vries

Na dit Do it! event werd nog lang nagepraat over de relatie tussen (kunst)musea en games. Via verschillende fora vanuit de game gemeenschap kwam bijvoorbeeld een kritische en vruchtbare discussie op gang (zie o.a. Bashers.nl. Interessant omdat door de reacties duidelijk werd welke aspecten van een game voor de game gemeenschap essentieel worden geacht en waar hun inziens in niet werd voldaan door de games die waren ontwikkeld.

Conservator Bart Rutten en ikzelf als conservator in opleiding werd de gelegenheid geboden om online te reageren, waarbij we de nadruk konden leggen op de ruimte die het Stedelijk bood om de grenzen te verleggen. Het was een discussie waarin de verschillen in inzicht werden aangescherpt en genuanceerd.


FLX. door kunstenaar Han Hoogerbrugge en gamedesigner Sander van der Vegte.

Ook speelde Do it! Load it! een rol in een televisie programma (zie bovenstaande video) dat gemaakt werd door studenten voor de opleiding Media en Cultuur (UvA). Zij onderzochten het begrip “participatiekunst” en de rol die technologie daarin speelt. Ik schoof hiervoor aan tafel bij Petra Heck van het NIMK. Dat gesprek kwam er vooral op neer dat participatie en technologie niet vanzelfsprekend samengaan in de kunst.


Styleclash – The Painting Machine Construction Kit door kunstenaar en gamedesigner Jochem van der Spek

Het is nog te vroeg om een conclusie te trekken naar aanleiding van Do it! Load it!. Wel heb ik het gevoel dat er een mooie basis ligt voor een vervolg.

Met dank aan Teije Terhorst, Jeroen Slot, Felix van Gisbergen, Lotte Bloem, Linda Roos, Sacha van Drunen, Charlotte van Duin, Jessica Pateer, Robbin Bakker, Patrick van Dorp, Noortje Hübner en Joep Meertens voor de video.

Britte Sloothaak
Conservator in opleiding

First relocation to the Museumplein: the Stedelijk Museum library

The great day has finally come: the first parts of the Stedelijk’s collections are at last being moved into their new home. The library is the first to go: on the afternoon of Monday 16 January, the first books were transferred to the depots in Paulus Potterstraat. Over a period of six weeks, 3000 shelf metres of material will be relocated – almost 200,000 books and 350 metres of archive material.


Librarian Michiel Nijhoff in the new depot

The move follows extensive preparation. The new depots – in cellars under the newly renovated 19th-century museum building – have lower ceilings than those in Deccaweg. Over the past year, staff have worked hard to give thousands of books new location codes. Tens of thousands of volumes have been moved from over-sized storage boxes into ones that are a better fit. The purpose of this is to make better use of limited space and allow for an annual growth rate of over 3300 volumes (over 40 metres of shelf space).

Boring statistics but a thrilling collection
Every one of the past century’s trends in the fine and decorative arts and in photography is reflected in the exhibition catalogues, books and journals that the museum has been collecting ever since the 1930s. There are thousands of catalogues from the Stedelijk Museum itself, but also ones from more than 400 museums worldwide. 1500 journal titles, 250 of them current, constitute one of the greatest collections of modern art journals anywhere in the world. The moving image is also well-represented, with over 2500 videos and DVDs collected since 1980.

In 2003, all of these collections were transferred from the old building on the Museumplein to Deccaweg in Westpoort. The library continued to attract a faithful public, but will now be ready to welcome a surge of new visitors when the museum reopens this autumn. A lounge reading room on the ground floor will accommodate those who just want to look something up quickly, while the study area on the floor below offers thirty places for those wishing to conduct in-depth research. Enthusiastic, well-trained staff will be available in both places to assist. This section of the new library is what we call the ‘learning zone’, a term that also embraces its educational work, lecture program and guided tours.

“All of us – both public and staff – are looking forward eagerly to the day when the museum is completely open again. This is just the first small step”, says Michiel Nijhoff, head of the library. “Moving a few books into a cellar is a humble prelude to what we expect to be an extraordinary year.”


The new reading room at the Museumplein

Als eerste naar het Museumplein: de bibliotheek

Eindelijk is het zover: de eerste collectieonderdelen van het Stedelijk worden ondergebracht in het nieuwe gebouw. De bibliotheek had de primeur: maandagmiddag 16 januari werden de eerste boeken uit de bibliotheekcollectie in de depots aan de Paulus Potterstraat geplaatst. In zes weken tijd wordt 3000 strekkende meter verhuisd, bijna 200.000 boeken en 350 meter archief.


Bibliothecaris Michiel Nijhoff met eerste boek in nieuw depot

Daar zijn heel wat voorbereiding aan vooraf gegaan. De nieuwe depots, die in kelders van de gerenoveerde oudbouw werden gerealiseerd, zijn lager dan de depots op de Deccaweg. Het afgelopen jaar is hard gewerkt om duizenden boeken een nieuwe plaatssignatuur te geven.

Tienduizenden boeken zijn overgepakt van grote archiefdozen naar dozen waarin ze preciezer pasten. Dit alles om de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken en rekening te houden met een groei van de collectie van ruim 3300 boeken per jaar (dat is ruim 40 meter boekenplank).

Saaie cijfers, opwindende collectie
De ontwikkelingen in beeldende kunst, toegepaste kunst en fotografie van de afgelopen honderd jaar is terug te vinden in de tentoonstellingscatalogi, boeken en tijdschriften die de bibliotheek vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw verzamelde. Niet alleen de duizenden catalogi van het Stedelijk Museum zelf, maar ook die van meer dan vierhonderd musea van over de hele wereld. 1500 tijdschrifttitels waarvan 250 lopende, een van de grootste collecties moderne kunst van de wereld. Ook bewegend beeld is goed vertegenwoordigd: meer dan 2500 video’s en dvds werden vanaf 1980 verzameld.


Leeszaal aan de Deccaweg

Al deze collecties werden in 2003 van het oude gebouw aan het Museumplein naar de Deccaweg in Westpoort verhuisd. Daar trok de bibliotheek nog steeds een trouw publiek, maar als het museum dit najaar open gaat, is de bibliotheek weer helemaal klaar voor een grote schare bezoekers.

Een lounge leeszaal op de begane grond biedt plaats aan mensen die even iets willen opzoeken, en de studiezaal één verdieping lager heeft dertig studieplaatsen voor wie zich werkelijk wil verdiepen in een onderwerp. Op beide locaties zijn goed geschoolde en enthousiaste medewerkers aanwezig om te assisteren. Dit geheel van ruimtes noemen wij de ‘learning zone’, een term die ook het educatieve werk, een programma van lezingen en rondleidingen omvat.


De nieuwe leeszaal aan het Museumplein

“Iedereen – publiek en medewerkers van het museum – kijkt reikhalzend uit naar de dag waarop het museum weer echt helemaal open zal zijn. Dit is het eerste prille begin, boeken in een kelder, een bescheiden opmaat voor wat wij verwachten dat een grandioos jaar zal worden”, aldus Michiel Nijhoff, hoofd van de bibliotheek.

Meer over de verhuizing van de bibliotheek

Foto’s: Willem van Beek

Video interview Patrick van Mil


Interview met zakelijk directeur Patrick van Mil door het Financieele Dagblad over zijn plannen voor 2012