buy Fluoxetine walk comprehensive prozac order protected reform Buy prozac generic (STIs) ambulation Buy prozac online canada harmful hospice Buy cheap prozac officer promotion

Journal

Categorie: achter de schermen

Lucy McKenzie, ‘Something They Have To Live With’

Poster Lucy McKenzie, 2013. Ontwerp HIT Studio, London. Fotografie: Johannes Schwarz.

Poster Lucy McKenzie, 2013. Ontwerp HIT Studio, London. Fotografie: Johannes Schwarz.

Op 6 april ging de installatie Something they have to live with van Lucy McKenzie open voor het publiek. Curator van de tentoonstelling Martijn van Nieuwenhuyzen schreef deze blog over de achtergrond en totstandkoming van de tentoonstelling.

Begin april maakte de opstelling van minimal art en color field painting in de IMC zaal – de centraal in het parcours gelegen oude ‘erezaal’ – plaats voor een nieuwe installatie van de Schotse, in Brussel gevestigde kunstenaar Lucy McKenzie (1977). Sinds de heropening wordt de collectie van het museum getoond in wisselende opstellingen in de gerenoveerde oudbouw. Het idee is om dit collectiecircuit op gezette tijden te onderbreken met een interventie van een hedendaagse kunstenaar. Deze kan reageren op de ‘verhalen’ in de verzameling van het Stedelijk, maar kan ook een opzichzelfstaand project voorstellen.

We hebben Lucy McKenzie uitgenodigd een project voor het Stedelijk te ontwikkelen omdat haar werk model staat voor een opvatting waarin op een ontspannen manier een breed scala aan disciplines met elkaar worden verweven: van ‘autonome’ schilderkunst tot decoratieve kunst, beeldhouwkunst, mode, architectuur en decorontwerp. Met durf en flair beweegt zij zich langs de grensgebieden van de kunst, exploreert technieken uit voorbije perioden en trekt zich weinig aan van de traditionele hiërarchie tussen deze uiteenlopende vormen van artistieke expressie. Het unieke auteurschap lijkt bij dit alles een ondergeschikte rol te spelen: veel van McKenzie’s projecten komen tot stand in hechte samenwerking met vrienden en collega’s, met wie zij kunstopleidingen in Schotland en Brussel heeft gevolgd.

AlhambraGranOnze eerste gesprekken met McKenzie concentreerden zich op de rijke afficheverzameling van het Stedelijk. McKenzie verwijst in haar installaties immers vaak naar historische reclamevormgeving. De affiches in de collectie van het museum zouden een mooi aanknopingspunt met het werk van McKenzie kunnen vormen. We brachten samen met haar een oriënterend bezoek aan het museumdepot en McKenzie was enthousiast over deze enorme grafische collectie van 20.000 stuks. Twee reizen, eind vorig jaar, een naar Granada om het Alhambra te bekijken en naar Praag voor een bezoek aan de Villa Müller van Adolf Loos, brachten haar echter op een heel ander spoor voor het Stedelijk project.

VillaMueller

De koers werd rigoureus verlegd. Vanaf januari werkte zij, samen met een groep vrienden, in haar atelier in Brussel aan de verschillende onderdelen van wat de installatie Something They Have To Live With moest worden. Zoals de titel (een variatie op de titel van een kort verhaal van Patricia Highsmith) al enigszins onthult, draait alles in dit project om interieurs, en om de mensen die zich in deze ruimtes bewegen.

Interieur Villa Müller, Adorf Loos.

Opbouw1Op tweede paasdag zijn we in de IMC zaal (de oude ‘erezaal’) begonnen met de opbouw van de installatie. Opmerkelijk genoeg stond de aftrap toch in het teken van een affiche; het eerste deel van de dag werd besteed aan het ensceneren van de foto voor de ‘kunstenaarsposter’ bij de tentoonstelling. McKenzie wilde dat de poster een beetje op de omslag van een literaire thriller ging lijken. Samen met fotograaf Johannes Schwartz ensceneerde zij met een aantal objecten uit de tentoonstelling een tableau, waar ze gekleed in een van haar eigen modeontwerpen in figureerde. Een figurantenrol werd vervuld door Trevor, de border terriër van ondergetekende. Tot verbazing van de kunstenaar en fotograaf bleek Trevor heel braaf op en af een podiumpje te willen springen en allerlei posities aan te kunnen nemen. Binnen anderhalf uur was de klus geklaard.

 

Enscenering fotoset voor poster Lucy McKenzie 'Something they have to live with'.

Enscenering fotoset voor poster Lucy McKenzie ‘Something they have to live with’.

De Stedelijk installatie Something They Have To Live With bestaat uit een aantal onderdelen die deels op haar atelier in Brussel en deels ter plekke op zaal zijn gemaakt. De twee ankers van de tentoonstelling worden gevormd door een groep van drie monumentale schilderijen Alhambra Motifs I, II en III en de grote architectonische structuur Loos House. In 2012 bezocht McKenzie de Villa Müller van Adolf Loos in Praag, een vroeg modernistisch wit blok met kleine ramen uit 1928, en het middeleeuwse Alhambra paleis in Granada, Zuid-Spanje, waar zij de beroemde mozaïeken bekeek.

Alhambramozaieken

Zij zag een aantal opmerkelijke parallellen in de (binnenhuis)architectuur van deze twee zeer verschillende gebouwen, namelijk de opeenvolging van gesepareerde vertrekken die met luxe materialen zijn afgewerkt. In beide gebouwen is bovendien een groot contrast tussen binnen en buiten. McKenzie’s specifieke focus richtte zich op hoe de verhoudingen tussen de seksen zich in de architectonische ontwerpen uitten en hoe deze ontwerpen het gedrag van de bewoners stuurden. In beide gebouwen immers kunnen vrouwen zich in boudoirachtige ruimtes terugtrekken, of zich juist, tegen een spectaculaire, decoratieve achtergrond aan een select gezelschap presenteren.

 

Lucy McKenzie, 'Something they have to live with', zaalopname. Foto: G.J. van Rooij

Lucy McKenzie, ‘Something they have to live with’, zaalopname. Foto: G.J. van Rooij

De ‘Alhambra Motifs’ zijn McKenzie’s studies van de Moorse mozaïeken in het Alhambra, overgebracht op grote doeken middels sjablonen en de tamponeertechniek (waarbij de natte verf met de kwast wordt beklopt). Het effect is hallucinerend: als je ervoor staat beginnen de kleuren en de vormen op elkaar in te werken tot het oppervlak vibreert. In het linkerdeel van de zaal is met de drie Alhambra schilderijen een speciale ruimte gecreëerd die zijn contrapunt vindt in Loos House, het schaalmodel van het interieur van de grote salon van de Villa Müller.

 

Lucy McKenzie, 'Loos House', 2013, IMC zaal Stedelijk Museum

Lucy McKenzie, ‘Loos House’, 2013, IMC zaal Stedelijk Museum

Quodlibet4McKenzie heeft in haar atelier in Brussel wekenlang grote doeken met marmerstructuren beschilderd. Zij werd hierbij geholpen door collega’s met wie zij samen de kunstopleiding Van der Kelen-Logelain in Brussel heeft gevolgd, waar 19de eeuwse decoratietechnieken worden onderwezen. De trompe-l’oeil gemarmerde doeken werden ter plekke in het Stedelijk op houten elementen geplakt, waarmee het interieur van de grote salon van de Villa Müller werd nagebootst.

Zo ontstond een object dat je kunt opvatten als een sculptuur, een architectonisch ontwerp en een decorstuk tegelijk.

In het midden van de zaal plaatste McKenzie twee skelet-achtige, witgespoten metalen paspoppen en een tafel met een trompe-l’oeil beschilderd blad. De voorstelling op dit doek verwijst naar McKenzie’s belangstelling voor kleding en mode. Er zijn schetsontwerpen voor de garderobe van een reizende vrouw op te zien en staaltjes met het kleurenpalet voor de nieuwe collectie van Atelier E.B., het modelabel dat McKenzie in 2011 oprichtte samen met de textielontwerpster Beca Lipscombe. Atelier E.B. is geworteld in de gezamenlijke interesse van de kunstenaars voor traditionele, kleinschalige productieprocessen en nieuwe manieren om zich tot kunst en mode te verhouden. McKenzie en Lipscombe werken voor hun collecties onder andere samen met de Schotse textielindustrie, (bekend om zijn kwalitatief hoogwaardige productie van o.a. wol en cashmere) en kleine Belgische naaiateliers.

 

AtelierEBi

Van 15 t/m 18 mei 2013 presenteert Atelier E.B. haar nieuwe collectie kleding en accessoires in een tijdelijke showroom in Magazijn aan de Oudezijds Voorburgwal 153, Amsterdam. De collectie is op deze tijdelijke locatie voor het publiek te bezichtigen en te bestellen. Het is het eerste station van een Europese showroom-tour van Atelier E.B. Zie ook www.magazijn153.nl

Meer over de tentoonstelling Something they have to live with is te lezen op de website van het Stedelijk, en te zien in het beeldverslag dat Artforum vorige week naar aanleiding van de preview plaatste.

Martijn van Nieuwenhuyzen is curator Presentaties bij het Stedelijk Museum Amsterdam.

achter de schermen februari 14th, 2013

Valentijnsdag: Cupido in het Stedelijk


Ter gelegenheid van de Heilige Valentijn laten we vandaag een aantal medewerkers van het Stedelijk aan het woord.
Zij beantwoordden de vraag: “Op welk werk in het Stedelijk Museum ben jij – stiekem dan wel openlijk, een beetje of tot over je oren – hoteldebotel??”

Wie: Karin van Gilst
Functie: zakelijk directeur
Verliefd op: Wall Drawing #1084 (2003) van Sol LeWitt
 
Quote: “Bij verliefdheid kijk je over het algemeen reikhalzend uit naar het object van je affectie. Altijd als ik richting het werk van Sol LeWitt loop heb ik dat ook. Het blaast je van je sokken als je het de eerste keer ziet. En als ik in de aangrenzende zaal loop kan ik het nooit laten even steels naar rechts te kijken, naar de doorkijk waarachter zich een explosie van kleur schuilhoudt.”

 
Wie: Michiel Nijhof
Functie: teamleider informatiecentrum / bibliotheek
Verliefd op: Peinture a haute tension (1965) van Martial Raysse
 
Quote: “Ik ben stapel op deze vrouw! Wat een ogen! Wat een lippen! Ik bedoel: wat een prachtig kunstwerk!”

 
Wie: Hanna Piksen
Functie: medewerker educatie
Verliefd op: Cathedra (1951) van Barnett Newman
 
Quote: “Dit werk zuigt je op, lijkt te borrelen. En ik ben niet de enige met vlinders in mijn buik, toen ik hier met een groep kinderen naar keek riep Loïs (8 jaar): ‘blauw – zwart – blauw – zwart… het beweegt!”

 
Wie: Jack Zonneveld
Functie: 1e beveiliger
Verliefd op: The Beanery (1965) van Edward Kienholz
 
Quote: “Mijn favoriete post in het museum is bij The Beanery. Bij deze nagebootste bar met zijn bizarre stamgasten staat bijna altijd een rij want mensen mogen slechts één voor één naar binnen… Om er vervolgens stuk voor stuk met een grote grijns uit te komen!”

 
Wie: Bart Rutten
Functie: curator beeldende kunst
Verliefd op: de hele Malevich-zaal
 
Quote: “Wie zich eenmaal laat verleiden tot wat leesvoer over Malevich wordt opslag verliefd. Zijn kunst is als een virus dat zich met hoge koorts in je nestelt: de basis voor een levenslange adoratie. Ik ben sinds december betrokken bij de magnifieke Malevich tentoonstelling die we in oktober gaan maken. Dus eigenlijk een groentje nog, met kalverliefde voor deze absolute radicale meester.”

 
Wie: Dorine Schreurs
Functie: medewerker development
Verliefd op: Catholic Birdhouse (1978) van Mike Kelley
 
Quote: “Ik moet elke keer weer lachen als ik voor het de Catholic Birdhouse van Mike Kelley sta. The hard road en the easy road…. is te grappig.”

 
Wie: Marie-José Raven
Functie: Persvoorlichter
Verliefd op: Compositie met lila ruit (1964) van Daan van Golden
 
Quote: “Dit werk fascineert me eindeloos, ik moet er naar blijven kijken. Er gebeurt iets met je ogen, je krijgt het beeld maar niet scherp gesteld, hoe je het ook probeert. Het brengt je in een andere, haast meditatieve staat. En hoe dichtbij je ook komt, het magische effect kun je niet vangen. Lijkt wel een beetje op de liefde….!”

Op welk kunstwerk in het Stedelijk heeft ú – al dan niet heimelijk – een oogje??

Tags

achter de schermen activiteiten februari 11th, 2013

Suppoost in een dag


Foto: Ernst van Deursen

Het leukste beroep van de wereld? Suppoost! Tenminste dat vinden Noor  en Loes Focke van 7 en 8 jaar. De twee zusjes kregen na hun optreden in de Langs de Leeuw Show van Paul de Leeuw een gratis familierondleiding in het Stedelijk Museum aangeboden. Wat zij niet wisten was dat het Stedelijk een spoedcursus voor ze in petto had. Zijn ze geslaagd als suppoost?    

Enthousiast arriveerde de familie Focke in het museum. Noor en Loes kennen al heel wat musea, want die bezoeken ze als museuminspecteurs. Kritisch onderzoeken zij welk museum het meest kidsproof is. Wat vinden Noor en Loes zo bijzonder aan musea? Noor: “Dat je je kunt vermaken en dat je wat leert” Loes: “Dat je op zoektocht kan gaan en zelf dingen kan doen”. Tijdens een inspectieronde sprak een suppoost vader Focke aan op het flitsen tijdens het fotograferen. Diep onder de indruk van dit moment waarop deze beveiliger, gestoken in een fraai pak, hun vader op subtiele wijze op de regels wees, verlieten zij het museum met een nieuwe carrièrewens: zij wilden ook suppoost worden!    

Hoogste tijd voor de spoedcursus ‘suppoosten’, die begint met een ontmoeting met teamleider Beveiliging Sebastiaan. Uitgedost met een officieel beveiligingsjasje, identiteitspas én heuse portofoon oefenen zij hun blik en houding: rechtop, schouders omlaag, kin omhoog: ready to go!      

Foto: Ernst van Deursen

Loes mag met beveiliger Frans mee naar ‘de Karel Appel-zaal’, vlakbij het entreegebied. Een uitdagend knooppunt: het biedt toegang tot verschillende routes, de toiletten zijn in de buurt (niet onbelangrijk) en je hebt goed zicht op het drukke entreegebied. Daarnaast staat er een aantal spannende objecten opgesteld, waaronder het kleurrijke Untitled van Donald Judd; een groot werk van aluminium van ruim 7,5 meter lang. Opletten geblazen voor de suppoost in spé! Al snel is het raak. Een kind ziet het werk van Donald Judd aan voor een klimrek en maakt aanstalten om erin te klimmen. Gelukkig is daar Loes met haar alerte oog. Voordat het jongetje zijn bergschoentje op het werk heeft gezet, spreekt zij de begeleidster aan. Loes heeft de toon gezet.

Ondertussen staat Noor met beveiliger Mieke bij The Beanery van kunstenaar Edward Kienholz. Voor dit populaire miniatuur-café staat een kleine rij. Voor Noor kent dit object geen beveiligersgeheimen: “er mag maar één persoon tegelijkertijd naar binnen, tassen en dikke jassen mogen niet mee en natuurlijk mag je niets aanraken.” Zoals het een goed suppoost betaamt helpt Noor spullen aan te nemen. Ook herhaalt ze de regels nog eens. De bezoekers luisteren goed naar haar. Ze heeft een natuurlijk overwicht, al zal het jasje ook wel helpen. Opeens klinkt er een stem door de portofoon. Het is haar zus Loes: “Noor ben je klaar om te wisselen? Over.” “Ja, ik ben klaar om te wisselen. Over!” Hoe je met een portofoon moet omgaan weten deze aspirant suppoosten dus ook al. Dat gaat de goede kant op!  

 

Foto: Ernst van Deursen

 

Nu is Noor aan de beurt in de Karel Appel-zaal. Terwijl Mieke uitlegt waar ze allemaal op moet letten stapt er een jongen met een dikke jas en grote tas de zaal in. Noor stapt zonder aarzelen op hem af: “Sorry meneer, maar uw tas is te groot om het museum in te nemen. We hebben een gratis garderobe waar u de tas kunt afgeven.”  

Foto: Ernst van Deursen

De jongen blijkt een rondleider te zijn. Hij is net binnengekomen en was onderweg naar de ruimte waar rondleiders en vrijwilligers hun spullen neer kunnen leggen. Hij kent dus de huisregels en belooft Noor zijn jas en tas op te bergen zonder eerst andere zalen in te lopen. Noor wisselt snel een blik uit met haar mentor en besluit de rondleider door te laten. Goed besluit Noor! Dan ziet Noor een man die met beide ellebogen op het werk van Donald Judd leunt. Op heterdaad betrapt! In een split second staat ze voor hem. Direct haalt hij zijn ellebogen van het kunstwerk, waarna ze hem duidelijk uitlegt dat je niets mag aanraken in een museum. Waarschijnlijk zal hij het nooit meer doen. Noor: “hij keek heel schuldig en ook een beetje geschrokken.”  

 

Foto: Ernst van Deursen

Tijd om de balans op te maken. Na een kort beraad tussen de betrokken suppoosten, krijgen Loes en Noor ten overstaan van hun familie te horen dat ze met vlag en wimpel zijn geslaagd! Om het officieel te maken krijgen de meiden een aspirant-suppoost certificaat dat ze ter plekke moeten tekenen. Lichte paniek bij Noor: “ik heb nog geen handtekening!” Gelukkig mag ze van teamleider beveiliging Ab ook gewoon haar naam schrijven. “Daar zullen we over 10 jaar, wanneer de meiden de echte cursus kunnen gaan volgen, niet moeilijk over doen. De stoere blik hebben ze in ieder geval al!”  

Foto: Ernst van Deursen

Noor en Loes zijn ook in de race om museuminspecteur van het jaar te worden. Je kunt op ze stemmen via www.museuminspecteurs.nl!

Tags

Voorbereidingen collectiepresentatie vormgeving 4: conservatie en restauratie

Het museum is op 23 september opengegaan, maar wij kijken nog even terug op de voorbereidingen.

Om de objecten in zo goed mogelijke staat in de collectiepresentatie te krijgen werden de afgelopen jaren verschillende restauratieprojecten uitgevoerd. Zo werd al in 2006 de monumentale klok van Jan Eisenloeffel door metaalrestaurator Michiel Langeveld gerestaureerd. Van de bronzen voet tot de vergulde tekens van de dierenriem en de tekstband met daarin “Geniet den dag, leeft als de vogelen des hemels, en als de leliën des velds”: alles straalt weer.

 
Restaurator Michiel Langeveld met de klok van Eisenloeffel

Ook de ‘groote koperen klok’ van Berlage onderging een behandeling
en werd nader onderzocht.


Klok van Berlage, voor en na restauratie.

Michiel Langeveld verwijderde de vergeelde laklaag waardoor het contrast tussen kast en wijzerplaat weer net zo sterk is als op oude foto’s die zijn gevonden. Ook het uurwerk is behandeld en kan in principe gewoon lopen, ware het niet dat de klok dan elke dag moet worden opgewonden, wat helaas niet gaat in een dichte vitrine. De wijzers zijn nu op tien uur gezet. In de kinder-audiotour zit een vraag hierover, zodat kinderen kunnen controleren of ze inderdaad al kunnen klokkijken.

De onderdelen van de ‘Harrenstein Slaapkamer’ van Rietveld uit 1926 waarover we al in ons tweede blog over de voorbereidingen berichtten, is in het afgelopen jaar uitgebreid in ons depot onderzocht door meubelrestauratoren Jurjen Creman (extern Rietveld-specialist) en Miko Vasques Dias. Uit dit onderzoek bleek onder meer dat Rietveld verschillende onderdelen lijkt te hebben hergebruikt.  Na de opbouw in het museum zijn de meubelen nog eens schoongemaakt en nagelopen door Miko. Waar de bestaande gebruiksschade te veel stoorde retoucheerde hij de verf.


Na de installatie behandelt restaurateur Miko Vasques Dias de meubels in Rietvelds Harrenstein Slaapkamer.

Ook in andere gevallen vond de ‘finishing touch’ op zaal plaats, vlak voordat de objecten de vitrine in gingen. Sieraden en bestekken werden nog even opgewreven in het sieradenkabinet, waar een werktafel voor dit doel was neergezet.


Restauratoren Netta Krumperman en Marina van der Lecq druk aan het poetsen…  >>

 

Kortom, alle objecten zijn weer in de best mogelijke staat gebracht.

Komt u ze snel bekijken in het museum?

 

 

 

 

 

Door de vormgevingsconservatoren:
Marjan Boot, Carolien Glazenburg, Ingeborg de Roode en Victoria Anastasyadis

Voorbereidingen collectiepresentatie vormgeving 3: onderzoek voor de titelkaartjes


De messenleggers ter nadere bestudering in het depot met van links naar rechts Victoria Anastasyadis, Marjan Boot, Azinta Plantenga en depotbeheerder Pram Pramudji

In de collectiepresentatie komen circa 2000 objecten uit de vormgevingscollectie. Daar moet natuurlijk ook informatie bij: het gaat om zo’n 800 titelkaartjes. Om deze megaklus tot een goed einde te brengen hebben we de afgelopen maanden versterking gehad van Roos Hollander, Azinta Plantenga en Jadwiga Peters. De titels, ontwerpers, makers en dateringen zijn met behulp van literatuuronderzoek en extra informatie van nog levende makers en experts gecheckt. In de praktijk betekende dit dat onze tijdelijke medewerkers vaak onzichtbaar waren: verstopt achter stapels boeken of druk bezig in het depot om toch nog een keer de objecten zelf te bekijken.


Merken op de metalen vazen van Claudius Linossier bekijken

De speurtochten zorgden naast bevestiging van bekende gegevens af en toe ook voor verrassingen. Soms veroorzaakte het nieuwe inzicht teleurstelling omdat de productie toch van later datum bleek te zijn, terwijl we altijd graag een vroege uitvoering willen hebben. En soms leverde het onderzoek interessante nieuwe informatie op, zoals in het geval van een houten messenleggerset met gebeeldhouwde dieren uit het begin van de twintigste eeuw. De vervaardiger was aanvankelijk onbekend, maar spitten in het archief bracht een brief van kunstenares Agathe Wegerif aan de toenmalige directeur van het Stedelijk David Cornelis Röell boven water. Zij schreef daarin over 12 messenleggers die voor haar vervaardigd waren door vier bekende kunstenaars en architecten, te weten Theo van Hoytema, Lambertus Zijl, H.P. Berlage en K.P.C. de Bazel. Conservator Toegepaste Kunst en Vormgeving Marjan Boot kon daarop de verschillende stukken aan de juiste makers toeschrijven.


Merken op een van de messenleggers 

Ook een mooie vondst was de naam van de ontwerper van het affiche voor een tentoonstelling over Moderne Kunstnijverheid in Leiden, die in 1897 werd gehouden. Het affiche was, totdat het uitgekozen werd om op te nemen in de affichegalerij rond de monumentale trap in de oudbouw, al een eeuw met ‘ontwerper onbekend’ in de collectie aanwezig. Dankzij goed speurwerk bleek dat het van J.G. van Caspel (1870-1928) is, een van de belangrijkste afficheontwerpers uit de periode eind 19de-begin 20ste eeuw.


Wekelijks titelkaartjes-overleg met van links naar rechts Roos Hollander, Margreeth Soeting van D&O, Jadwiga Peters en Azinta Plantenga 

Daarnaast heeft een legertje van 12 restauratoren zich over de materialen en technieken van alle objecten gebogen. De zeer uiteenlopende materiaalsoorten en typen objecten in de vormgeving vragen om verschillende specialisten: voor keramiek, glas, textiel, kunststof, hout, papier, sieraden, meubels. In het verleden werden de gebruikte materialen en technieken vaak minder precies vastgelegd dan nu, dus controle was op zijn plaats. De toepassing van bepaalde technieken en materialen kan nadrukkelijk de vorm bepalen, waardoor deze informatie soms essentieel is voor een goed begrip van het object. Hoewel we ons vanwege de ruimte op de titelkaartjes moeten beperken, hebben we geprobeerd de informatie zo uitgebreid mogelijk hierin te verwerken.


Roos met een stapel boeken

Het zorgen voor het stroomlijnen van alle aangeleverde informatie waardoor een zo consequent mogelijke informatievoorziening over alle typen objecten ontstaat is aan de conservatoren, de afdeling Documentatie & Onderzoek en het Projectbureau. En daarna moeten de titelkaartjes ook nog door de grafisch vormgevers Mevis & van Deursen worden ontworpen. Er moet worden vastgesteld hoe de informatie bij de verschillende typen objecten komt: met een titelkaartje op de muur of in de vitrine, op wit papier geprint of op een transparant vel? Met of zonder nummertjes bij de objecten? De keuzes zijn gemaakt, nu de productie nog.


Azinta aan de studie 

Ja, er komt nog heel wat bij kijken. En als het allemaal uiteindelijk klaar is kunnen ook wij ons misschien nauwelijks nog voorstellen hoeveel werk hierin is gaan zitten.

De conservatoren Vormgeving: Marjan Boot, Carolien Glazenburg, Ingeborg de Roode, Victoria Anastasyadis

Voorbereidingen collectiepresentatie Vormgeving 2 – Rietvelds Harrenstein slaapkamer

Gisteren zijn we begonnen met de inrichting van de permanente presentatie. Het eerste object dat geplaatst wordt, is meteen het grootste: een hele slaapkamer. Het is het enige complete interieur (in feite een stijlkamer) dat zich in de vormgevingscollectie bevindt. De slaapkamer die Gerrit Rietveld in 1926 voor de Amsterdamse kinderarts Rein Harrenstein en zijn vrouw An Harrenstein-Schräder ontwierp, wordt de eyecatcher in de grote hoekzaal op de begane grond aan de Van Baerlestraat/Paulus Potterstraat.


Het pand aan de Weteringschans met de pui van Piet Kramer

Het huis van de Harrensteins aan de Weteringschans, op een steenworp afstand van het museum, was een centrum van avant-gardekunst. De slaapkamer is een van de weinige interieurontwerpen in het idioom van De Stijl die nog bestaan, met asymmetrisch geplaatste vlakken en de typische Stijl-kleuren zwart, wit, geel en rood. De derde primaire kleur, blauw, komt alleen voor in de sprei die tegenwoordig op een van de bedden ligt. In dezelfde zaal komen meubelen en maquettes van Rietveld en grafische vormgeving van Willem Sandberg, die van 1945 tot 1963 directeur van het Stedelijk was. Zij kenden elkaar goed en werkten regelmatig samen.

De Harrensteins hadden eerder opdrachten gegeven aan Piet Kramer, vertegenwoordiger van de expressieve Amsterdamse School stroming. Dat is nog steeds te zien aan de gevel van het pand waar ze woonden: de Kramer-pui op de begane grond is nog aanwezig. De studeerkamer die door Kramer werd ontworpen, bevindt zich tegenwoordig in de collectie van het Amsterdam Museum.

Het echtpaar was met Rietveld in contact gekomen via de zus van An, Truus Schröder-Schräder, voor wie de architect in 1924 het nu wereldberoemde Rietveld-Schröder Huis in Utrecht had ontworpen. Rietveld en zijn mede-ontwerper Truus Schröder kregen van de Harrensteins ook de opdracht de woonkamer in te richten en later nog een onderzoekkamer, wachtkamer en logeerkamer. Behalve een paar meubelen en foto’s is daar niets meer van over.


Jos Kenter en Fred Staphorsius van de tentoonstellingsdienst bezig met de opbouw

Het Stedelijk Museum kocht de slaapkamer in 1971 van de erven Harrenstein. Het feit dat de studeerkamer van Kramer toen werd geschonken aan het Amsterdams Historisch Museum illustreert duidelijk het toenmalige verschil in status tussen De Stijl en de Amsterdamse School.

Omdat het bij de slaapkamer niet alleen gaat om de meubels die erin staan, maar ook om enkele ruimtelijke ingrepen (zo is er bijvoorbeeld een verlaagd plafond waarboven licht is aangebracht) werd een omhulsel gemaakt met de oorspronkelijke afmetingen van de kamer, zodat de ruimtebeleving het origineel zo dicht mogelijk benadert. Bezoekers kunnen de kamer inkijken via twee deuropeningen en twee ramen.


Oud-conservator Reyer Kras en huidige conservator Ingeborg de Roode

Mijn voorganger, conservator Reyer Kras, verving in de jaren negentig het omhulsel door een beter exemplaar. Hij heeft de kamer al vele keren op- en afgebouwd; de laatste keer was in 2004, toen onze tijdelijke lokatie Stedelijk Museum CS opende met de grote meubeltentoonstelling ‘Kramer vs. Rietveld’. Hij is er nu ook bij, zodat we van zijn ervaring gebruik kunnen maken en de opstellingsinstructies nog een keer zorgvuldig met hem kunnen doornemen. Veel collega’s die nu bij de opbouw betrokken zijn hebben dat niet eerder meegemaakt. Vanaf volgende week staat de kamer er weer picobello bij. Dan kunnen we verder met de rest.

Tekst: Ingeborg de Roode, conservator industriële vormgeving
Foto’s: Ingeborg de Roode en Carolien de Bruijn

Bekijk de foto’s die de Volkskrant maakte van de inrichting van de slaapkamer


Stagiair Ben Prins helpt bij het vastleggen van alle installatiegegevens

Voorbereidingen voor de Collectiepresentatie Vormgeving 1 – De proefopstellingen

Het Stedelijk Museum verzamelt al sinds 1934 vormgeving. Inmiddels bestaat de collectie toegepaste kunst, grafische en industriële vormgeving uit ca. 70.000 stukken (ruim driekwart van de totale Stedelijk-collectie). Voor het eerst in de geschiedenis van het museum komt hiervan bij de heropening in september een permanente opstelling. Een selectie van circa 2000 objecten zal een oppervlak van 900 m2 (de helft van de begane grond in de oudbouw) beslaan, verspreid over 13 zalen.

Exotisch ornament in het begin van de 20ste eeuw

De presentatie is opgezet rond een losse chronologie, die van ca. 1900 tot nu loopt, waarbinnen iedere zaal een eigen thema heeft gekregen. Om te kijken of de door de conservatoren bedachte combinaties van objecten in de praktijk ook werken (of ze qua verhouding, kleur en hoeveelheid in de geplande displayruimte passen), is maandenlang in het depot aan proefopstellingen gewerkt.

Gerrit Rietveld

In samenwerking met de collega’s die in het depot werken, werden de presentaties zo goed mogelijk nagebootst. Natuurlijk niet met de uiteindelijke vitrines en podia (want die waren er nog niet), maar met behulp van schragentafels en collega’s die objecten voorzichtig omhoog hielden.

Memphis

Er gaat niets boven het daadwerkelijk kunnen bekijken van combinaties van objecten. Daar kan geen virtuele inrichting tegenop. Helaas betekent het ook vaak dat er objecten moeten vervallen, die je er toch graag in had willen hebben. Het is een kwestie van ‘kill your darlings’, maar dat is nu eenmaal niet anders. Verder selecteren – vaak op basis van aanvullend onderzoek – levert uiteindelijk meestal een verbetering op.

Floris Meydam

De conservatoren weten dus al heel precies hoe het straks gaat worden. U moet nog tot eind september wachten.

Ingeborg de Roode, Carolien Glazenburg, Marjan Boot, Victoria Anastasyadis

Hoffmann en Peche

Kitty van der Mijll Dekker