Augment it!
De afgelopen maand stond in het teken van een tentoonstelling die alleen digitaal bestaat. Augmented reality (AR) is een techniek waarbij digitale lagen worden toegevoegd aan de realiteit. De techniek biedt in de beeldende kunst een zeer futuristisch pakket aan mogelijkheden waar vele kunstenaars de afgelopen jaren gretig gebruik van hebben gemaakt. Voor een AR-newbie als ik is Augment it! een avond waar ik hoge verwachtingen van heb maar ook een avond die vragen oproept.
Op mijn iPhone staan sinds een maand een paar Apps waarvan ik wel had gehoord, maar die ik nog niet eerder opende. Alsof de AR mij de afgelopen dagen langzaam wakker schudde begint de app Stiktu mij te herinneren aan aankomende donderdag: er worden digitale kunstwerken ‘opgehangen’ in de grote industriële hal van TrouwAmsterdam. Het Stedelijk Museum organiseerde hier samen met TrouwAmsterdam de afgelopen maanden twee succesvolle avonden. Dit betekent dat de tentoonstelling nu al officieus geopend is: voorafgaand aan de tentoonstellingsbouw. Een primeur voor mij!
Wie doen dit? Wat is de drijfveer voor kunstenaars om hier mee aan de slag te gaan? Sander Veenhof, curator van de AR-tentoonstelling heeft ervoor gezorgd dat dit duidelijk wordt. De beperkende factoren van de realiteit worden doorbroken en opeens is alles mogelijk. Als computer sciëntist en kunstenaar staat hij aan de wieg van deze toepassingen van AR en laat hij zien wat er mogelijk is. De wereld van AR is klein en Sander heeft de kopstukken bij elkaar gehaald. Will Pappenheimer, Mark Skwarek en anderen laten zien hoe kunst aan de realiteit wordt toegevoegd op de meest veelzijdige manieren. Dans samen met je smartphone, lik aan virtuele kikkers of laat je eigen kunstwerk achter en wordt deel van de tentoonstelling. In deze virtuele wereld kan het!
Tijdens de ontwikkeling van Augment it! is het steeds duidelijker geworden dat wat hier gaat gebeuren een ontwikkeling in de beeldende kunst is die vreemd aanvoelt omdat je er een smartphone voor in je hand moet hebben maar die eigenlijk is ontsproten uit schilderkunst, installatiekunst, videokunst, street art en uiteindelijk mediakunst. Deze ontwikkeling laat zien dat Augment it! een programma biedt dat zowel het Stedelijk Museum als TrouwAmsterdam als een handschoen past. Beide partijen werken al veelvuldig met nieuwe media en kunnen tijdens deze avond een overzicht van toepassingen tonen. Augmented reality klinkt als de toekomst maar is er gewoon nu: donderdag in TrouwAmsterdam.
Menno Dudok van Heel is als projectcoördinator Public Program betrokken bij Augment it! en zal verslag doen van zijn bevindingen tijdens dit evenement.
Stedelijk @ De Ateliers – Talking Film: Pierre Bismuth en Raimundas Malasauskas
Tijdens de vierde en laatste aflevering van ‘Talking Film’, op 26 april in De Ateliers, zit de sfeer er meteen goed in. Curator en criticus Raimundas Malasauskas spreekt met Pierre Bismuth (1963) over zijn werk. Bismuth blijkt een enthousiaste verteller en heeft de lachers op zijn hand met verhalen over een aanvaring met Charlie Kaufman, een grap van Harun Farocki en zijn voorliefde voor vinyl. Het eigenlijke onderwerp van de avond, Bismuths videowerk, raakt door het persoonlijke en anekdotische karakter van het gesprek wat ondergesneeuwd.
Als zoon van Tunesische migranten komt Bismuth eind jaren zestig in Frankrijk voor het eerst met film in aanraking. Hij ziet dan de Disney film ‘Jungle Book’ in de bioscoop, die later het onderwerp zal worden in een van zijn eigen films. Zijn ouders stimuleren hem om te studeren aan de École national supérieure des Arts Décoratifs in Parijs. Sinds de jaren negentig werkt hij met het videogenre. “We took everything from film and television”, stelt Bismuth over de werkwijze die hij deelt met onder anderen Douglas Gordon. Niet alleen lieten zij zich inspireren door deze media, ze maakten ook direct gebruik van dit bestaande materiaal. Het gaat Bismuth daarbij niet om het narratief maar om de ervaring van realiteit in mediaproducties. Sterker nog, wat hem dwars zit bij de films waaraan hij refereert, is nou juist het verhalende element dat niets meer met de werkelijkheid te maken heeft. In zijn werk probeert hij deze schijnbare logica te deconstrueren.
‘Respect the Dead’ (2003) is een serie waarin Bismuth Hollywood actiefilms laat stoppen nadat de eerste dode is gevallen. “Ook in het echte leven dender je niet zomaar verder na een overlijden, waarom in films dan wel?” Zijn bewerking van ‘Lethal Weapon’, die hij tijdens de avond toont, is dan ook bijzonder kort. Het ongeluk van een van de personages staat in schril contrast met de vrolijke muziek tijdens de aftiteling, die direct na deze openingssequentie volgt. Met ‘The Jungle Book Effect’ (2002) bewerkte hij de Disney klassieker en laat hij elk personage een eigen taal spreken. Mowgli is Spaans, de olifant spreekt Duits en de slang Italiaans. “Want waarom spreken zij in ‘Jungle Book’ dezelfde taal, het zijn toch verschillende (dier)soorten?”
Op geestige wijze laat Bismuth ons steeds weer inzien hoezeer wij gewend zijn geraakt aan de gecreëerde realiteit van film en televisie. Dit kwam ook tot uitdrukking in het sterke werk “Link #7” (1999-2006) dat tijdens deze avond in een aparte ruimte van De Ateliers te bekijken was. Bismuth filmde hier televisieschermen in verschillende interieurs waarop een Engelse detective te zien is, en baseerde zijn montage op de shotwisseling binnen de film. Hierdoor ontstaat een interessante spanning tussen de on-screen en off-screen ruimte want telkens als het camerastandpunt op de televisie verandert, toont “Link #7” een ander televisiescherm in een nieuw interieur. Ingenieus verbindt hij hier ook de cinemaconventies met het zapgedrag van de televisiekijker.
De vragen van Malasauskas sturen het gesprek meer en meer aan tot het ophalen van anekdotes, die behalve vermakelijk niet altijd iets toevoegen. Succesvol is Bismuths verhaal over zijn favoriete speelgoed uit zijn jeugd, een scheikunde set waarmee hij experimenten uitvoerde. Dit blijkt veelzeggend voor Bismuths latere aanpak als kunstenaar. Hij moet niets hebben van de term creativiteit en ziet zijn werkwijze meer als een wetenschappelijke methode waarin hij bestaande elementen samenvoegt. Al grappend concludeert hij: “In feite creëer ik zelf nu nog steeds niets!”
Foto’s door Ernst van Deursen
Hear It: Playing the Building
Hoe klinkt een gebouw? En hoe kun je geluid verbeelden en ruimtelijk ervaren?
Deze vragen stonden centraal tijdens #Hear It ‘Playing the Building’, het tweede deel in een reeks over geluidskunst, georganiseerd door Stedelijk Museum, TrouwAmsterdam en Non-fiction. Gedurende deze avond werd het grensvlak tussen beeldende kunst en experimentele muziek opgezocht door middel van installaties, performances en videovertoningen.
Een belangrijk element van ‘Playing the Building’ was de interactie die kunstenaars en muzikanten aan gingen met de architectuur van Trouw, in de jaren zestig speciaal gebouwd voor de drukpersen van de krant. Zo ontwikkelde Zeno van den Broek de installatie ‘Paper Tones’ voor de houten ruimte waar vroeger papier werd bewaard. Als bezoeker loop je door een geluidstunnel heen en beïnvloed je daarmee de resonantie.
Machinefabriek creëerde met ‘Kamermuziek’ een nieuwe ervaring van de machinekamer en Jacob Kirkegaard nam eerder het geluid (of misschien wel het gebrek daaraan) in de hal op en maakte daarmee de installatie ‘ri-zound’, bestaand uit een aantal enorme geluidsboxen. Door het geluid meerdere keren af te spelen en weer op te nemen ontstaat er een interessante verdubbeling van het geluid, en begint ‘ri-zound’ aanvankelijk geruisloos om later op te lopen tot een overheersend en enorm zwaar geluid.
Ook in het werk van Sarah van Sonsbeeck staat stilte centraal. Haar installatie ‘spatial silence structure’, een ode aan Zero-kunstenaar Herman de Vries gemaakt van geluidsdempende panelen, vulde samen met videowerken van Bruce Nauman, Gary Hill en Valie Export de (beneden) Verdieping. Gemene deler van een groot aantal geluidswerken- en performances was de vertaling van geluid naar een tastbare ervaring; geluid wordt iets we ook kunnen zien en voelen.
Na een optreden van Phonophani, die met een accordeon aangesloten op elektronische apparatuur een experimentele jazz sound voortbracht, begon de performance ‘The Archisonic’ van Mark Bain. Met behulp van seismologische sensoren zette hij live de resonantiefrequenties van het gebouw om tot geluid waardoor er architectonische feedback ontstaat. De zware tonen krijgen een driedimensionaal karakter als ze letterlijk door je heen trillen.
Net als Bain maakt ook Semiconductor fenomenen waarneembaar die we normaal gesproken niet zouden kunnen opmerken. Met ‘20HZ’ visualiseren zij een elektromagnetische storm in de meest buitenste atmosferische laag van de aarde. In de installatie ‘Isolator’ van Peter C. Simon zorgt geluid voor een ruimtelijk patroon in een met zwart water gevulde speaker, wat een projectie op de muur oplevert.
Hoogtepunt van de avond is het optreden van Alva Noto, dat bewijst dat er op geluidskunst ook best gedanst kan worden. De geluidskunstenaar baseert zijn composities op ritmische structuren en gebruikt daarbij samples van geluiden van onder andere faxmachines, modems en telefoons. Het opzwepende geluid wordt gecombineerd met grafische visuals, omdat beeld volgens Alva Noto cruciaal is om geluid buiten het bereik van het menselijk gehoor te onderzoeken.
De avond eindigde met een intiem optreden van de zangeres Alexandra Duvekot, die met haar stem (en met behulp van de belichting) de industriële ruimte van Trouw even liet veranderen in een spirituele setting.
Tekst: Tessa Verheul
Foto’s Ernst van Deursen
Hear-It!
Bijna een jaar geleden organiseerden het Stedelijk Museum en Non-fiction de eerste editie van Hear it! – Een playlist voor het Stedelijk Museum. Deze drie-en-een-half uur durende tentoonstelling stond in het teken van het fenomeen geluid in de beeldende kunsten. Omdat het tentoonstellen van geluid zowel een ruimtelijke als een tijdelijke uitdaging is – twee geluidswerken naast elkaar in dezelfde ruimte kunnen hinderlijk zijn – besloten we indertijd geen opstelling in de ruimte te maken, maar in de tijd. Eigenlijk zoals een DJ zijn muziek volgtijdig uitzoekt, de ene plaat over laten gaand in de ander. Maar dan met een extra ruimtelijke dimensie, namelijk de tentoonstellingszalen van het Stedelijk Museum.
Zo werd de playlist als organiserend principe geboren. Een playlist voor het Stedelijk Museum.
Hear it! bleek een onverwacht success: de avond werd druk bezocht – met meer dan 500 bezoekers waren we feitelijk uitverkocht – en de deelnemende kunstenaars waren erg blij met de pragmatische en enigszins terloopse manier van programmeren. Onder hen waren onder meer Gabriel Lester, Hans Aarsman, Carl Michael von Hausswolff, Claron McFadden en Brandon LaBelle. In de collectie vonden we bijzondere werken van Dick Raaymakers, John Cage en LaMonte Young. Een magische avond kwam in stijl ten einde met het gregoriaanse koor Schola Cantorum Amsterdam, dat kruisvaartliederen zong in de Erezaal voor de schilderijen met kruizen van Malevich.
Aanstaande donderdag 19 april organiseren we de tweede editie van Hear it! Met deze keer de ondertitel Playing the Building, vanwege de verkenning van het gebouw door een groot aantal geroemde geluidskunstenaars, musici en zelfs een voormalige architecte. Aan hen hebben we gevraagd op zoek te gaan naar de bijzondere akoestische kwaliteiten van het Trouwgebouw, een gebouw dat ooit voor machines is gebouwd – de drukpersen van PCM – en nooit (echt) voor mensen bedoeld is geweest. Zo heeft Machinefabriek een compositie gemaakt voor de machinekamer, zal Jacob Kirkegaard de grote hal in beweging brengen, en benut Carsten Nicolai het kraakheldere geluidssysteem in combinatie met de akoestische panelen van de clubzaal waarmee ooit de herrie van de drukpersen binnen werd gehouden.
In totaal zullen 18 verschillende werken, zowel nieuw gemaakte als bestaande uit de collecties van het Stedelijk Museum, De Appel en het Nederlands Instituut voor Mediakunst, in vijf uur tijd over de loop van de avond geprogrammeerd worden. En net als de vorige avond in het Stedelijk Museum is het geheel nu in Trouw ook een dynamische vermenging van verschillende werken die elkaar in de tijd en de ruimte zullen opvolgen.
Zo zal de bezoeker (vermoedelijk) oren tekort komen en (hopelijk) als vanzelf door de ruimten gaan zwerven, luisterend naar het ruimtelijk spel tussen de architectuur en de kunst.
We kijken er enorm naar uit, en hopen u allen tegen te komen.
Juha van ‘t Zelfde & Michiel van Iersel
Stedelijk @ De Ateliers – Talking Film: Runa Islam en Willem de Rooij
Na een korte introductie van De Ateliers directeur Dominic van den Boogerd gaan kunstenaars Willem de Rooij (1969) en Runa Islam (1971) met elkaar in gesprek. De recente presentatie van Islam in het MOMA in New York en de huidige expositie van De Rooij in Kunstverein München vormen daarbij de leidraad.
Islams ‘Magical Consciousness’ (2010) kwam tot stand tijdens haar fellowship aan het Smithsonian in Washington. In het archief vond ze een verguld Japans kamerscherm van 600 jaar oud dat ze in verschillende opstellingen filmde. Door deze beelden op een filmdoek (de zogenaamde ‘Silver Screen’) te projecteren, verandert het goud van het scherm in zilver en transformeert het kamerscherm tot filmscherm.
Ook in De Rooijs ‘Vertigo’s Doll’ (2010), een anagram van ‘Silver to Gold’, speelt een overgang van de kleuren zilver en goud een belangrijke rol. Gefascineerd door de glans van schilderslinnen, creëerde hij een vergelijkbare sensatie door middel van een geweven patroon. In zijn antwoord op een vraag van Islam vertelt De Rooij dat het hem niet gaat om de luxueuze connotatie van het goud, hij is eerder geïnteresseerd in de reflectie van het materiaal. Voor Islam gaat het ook om het proces van kijken en het langzaam zichtbaar worden van details.

Bezoekers bekijken Runa Islams ‘Emergence’, dat tijdens deze avond in een
aparte ruimte in De Ateliers werd getoond.
Voor het werk ‘Emergence’ (2011) filmde Islam het ontwikkelen van een foto in een doka. In drie minuten wordt het beeld van honden op een strand in Teheran, rond 1900 gefotografeerd door een hoffotograaf en door Islam gevonden in het Smithsonian archief, zichtbaar en weer onzichtbaar als het fotopapier door de chemicaliën volledig zwart kleurt. Met een haast structuralistische insteek gaat het Islam vooral om de uitdrukkingskracht van het materiaal in plaats van het overbrengen van een narratief. Zo electeerde ze een foto zonder specifieke historische referenties om daarmee de nadruk op het ontwikkelingsproces te leggen.
Dit werk van Islam laat zich vergelijken met De Rooijs geweven ‘Black to Black’ (2011), waarin een gradatie zwart geleidelijk in een andere tint overgaat. De Rooij benadrukt dat het aanbrengen van de kleurgradaties behoorlijk tijdrovend en complex was.
In reactie op De Rooijs vraag vertelt Islam over de installatie van haar werk in het MOMA. ‘Emergence’ werd op een doorschijnend scherm gepresenteerd, zodat het vanaf twee kanten te bekijken was en een meer sculpturaal karakter kreeg. Om een meditatieve sfeer te creëren werd een aantal projectoren in een glazen kist geplaatst zodat het zoemende geluid niet zou afleiden.
In tegenstelling tot deze ‘cinematic space’ hebben de werken van De Rooij een lichte ruimte nodig, waarin de kleurschakeringen het best tot hun recht komen. Maar dit licht bleek de werken ook te kunnen beschadigen, waardoor ze een speciale behandeling moesten ondergaan.
Het gesprek eindigt met De Rooijs vraag over het gebruik van bestaande beelden in Islams werk. Zo maakte hij zelf de presentatie ‘Intolerance’ (2010) waarin hij een schilderijen van Melchior d’Hondecoeter in een nieuwe context plaatste. Islam stelt dat ze steeds probeert haar eigen auteurschap te ontwikkelen, het gaat haar juist niet om de connotaties van het al bestaande beeld, maar om haar eigen handschrift.
Tekst: Tessa Verheul
Foto’s: Ernst van Deursen
De dag voor de opening … Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club
Het Public Program van het Stedelijk Museum heeft gedurende de renovaties en de verbouwing van het museumgebouw plaatsgevonden op verschillende plekken in de stad. De samenwerking tussen het Stedelijk en TrouwAmsterdam komt voort uit deze programmering en bestaat uit vier events.
Het eerste event vindt morgen plaats en onderzoekt door middel van een lezing, tentoonstelling en een performance hoe de clubcultuur en hedendaagse kunst elkaar geïnspireerd hebben. Ik stelde samen met conservator Bart Rutten de tentoonstelling samen.
Hieronder een kort verslag van de dag voor de opening.
Opbouw dag 3
De dag voor de opening is altijd een gekke dag. Aan de ene kant wil je alles zo ver mogelijk af hebben, aan de andere kant groeit de to-do lijst door last-minute wijzigingen of door voortschrijdend inzicht. Wanneer de inrichting voor een groot gedeelte gedaan is, is het soms goed om de kunstenaars uit te nodigen om te komen kijken. Op zaal bespreek je dan de keuzes die je gemaakt hebt en waarom.
Gisteravond hebben we met Rineke Dijkstra haar werk bekeken. Ze was ontzettend enthousiast en met een paar aanwijzingen van haar kant op zak, beginnen we de derde dag van de opbouw. Vanwege de verhuur van het clubgedeelte aan een externe partij kunnen we nog niet beginnen met de aanpassingen voor The Buzzclub, Liverpool UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit wordt een klus voor morgen, maar met ons ervaren bouwteam moet dat geen probleem zijn.
Ook is Jeremy Shaw vanuit Berlin gearriveerd in Amsterdam. Zijn werk Best Minds Part One (2007) is het jongste werk van de tentoonstelling en is door hem gefilmd tijdens een straight-edge hardcore feest in een buurthuis in Canada. Hieronder zie je een foto van het testbeeld. Het werk, met vertraagde beelden van jongeren die helemaal uit hun dak gaan, lijkt wel gemaakt voor deze ruimte. De opstelling zal nog iets wijzigingen, zodat het werk nog beter uitkomt wanneer je de zaal binnenloopt. Morgen zullen Shaw, Bart Rutten en ikzelf het werk bespreken met de mogelijkheid voor vragen vanuit het publiek.
Het werk van Matt Stokes, Long After Tonight (2005) zal te zien zijn in de ruimte naast die van Shaw. Hieronder zie je een foto van mijn werkplek van vandaag. Links tegen de muur -achter de ronde pilaar- zie je de projectiemuur voor de film van Stokes, de deur naar het werk van Shaw, rechts. De zalen zullen pik-donker zijn, waardoor de bezoeker moet worden geleid door het licht en het geluid van de kunstwerken. Dit is ook een klus voor morgen. Vanavond zal ik Matt Stokes ontmoeten en de laatste details voor zijn werk bespreken.
Het resultaat is vanaf morgen 20 uur te bekijken. Tot en met zondag zijn de kunstwerken te zien tijdens de openingstijden van de club. Of ik morgen de tijd heb om een blog te schrijven, betwijfel ik. Daarom hoop ik jullie morgenavond allemaal te zien of anders in de loop van het weekend.
Zondag is de afsluiting van de tentoonstelling met Upload Cinema door Dagan Cohen. Dus als jullie zin hebben om deze brakke zondag langs te komen: welkom!
Een kijkje achter de schermen tijdens de voorbereidingen voor… Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club
In een beschonken toestand in een club een monumentaal videowerk bekijken. Dit zou kunnen op donderdag 29 maart in TrouwAmsterdam. In deze voormalige drukkerij huist nu club Trouw en de culturele instelling De Verdieping. Samen met het Stedelijk Museum organiseert TrouwAmsterdam de Contemporary Art Club: een programma op het snijvlak van hedendaagse kunst en clubcultuur en een tentoonstelling met video-installaties van Rineke Dijkstra, Mark Leckey, Matt Stokes en Jeremy Shaw.
OPBOUW DAG 1
Deze week begint elke dag om 7:30 uur de bouwploeg van het Stedelijk Museum in het Trouw gebouw aan de Wibautstraat. Samen met Menno Dudok van Heel (project coördinator Public Program) installeer ik mij (Britte Sloothaak, conservator in opleiding) met een goede kop koffie, laptop en wifi achter de tafel van ons tijdelijk kantoor.
Onder leiding van Peter van der Lem worden de projectieschermen voor de video-installaties gebouwd. Het is even anders, werken in een club in plaats van een steriele museumzaal, maar dat is juist leuk. De bierlucht van de avond ervoor brengt ons meteen in de juiste sfeer.
Vandaag wordt het projectiescherm gebouwd voor Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK/ Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit werk zal als een vernieuwde versie te zien zijn vanaf een harddisk file. We hebben het hier niet over een geheel nieuw werk, want de montage van video-beelden van jongeren in een club omgeving is precies dezelfde. Dijkstra maakte deze montage opnieuw met o.a. een hogere bitrate (snelheid van informatie overdracht, hoe hoger de bitrate, hoe meer informatie er per tijdseenheid verzonden en ontvangen kan worden) en een beter kleurenschema. Het geeft ons de mogelijkheid om het werk in een nog hogere kwaliteit te presenteren. Het is een primeur voor een van de meest iconische werken uit de Stedelijk Museum collectie.
Hier zie je ons bouwteam Peter van der Lem, Fred Staphorsius en Cees Pels aan de slag met de projectie muur voor Rineke Dijkstra. Conservator Bart Rutten (rechts) is in kort overleg met Peter over de hoogte en breedte van het scherm (check, check, dubbel check). Het scherm zal lichtgrijs worden geverfd door onze huisschilder, Ton Evers. Projecties zien er vaak beter uit op een grijs oppervlak dan op een wit oppervlak. Zoals jullie zien, hebben we overdag te maken met behoorlijk veel daglicht. Dit is controleerbaar (lange leve de luxaflex) en ‘s avonds zal de projectie helemaal van het scherm knallen.
In de tussentijd ratelen Menno en ik door op onze laptops. Ik bereid me voor op de Q&A met kunstenaars Matt Stokes en Jeremy Shaw. Zij zullen bij de opening aanwezig zijn en hun werk toelichten. Menno is opzoek naar een boombox (ja, die gigantische draagbare CD spelers uit de jaren ’80), dus mochten jullie er eentje weten te liggen die we mogen lenen, laat het ons weten.
Morgen meer over de opbouw, de samenwerking tussen Trouw en het Stedelijk en de aanloop naar het Public Program event!
OPBOUW DAG 2
“Heeeeey!”
“Goedemorgen!”
“Koffie?”
De aankomst van het Stedelijk Museum team in TrouwAmsterdam is inmiddels uitgegroeid tot een broederlijk ritueel in de ochtend. Na de koffie werkt het bouwteam hard door aan de projectieschermen. Duidelijk is dat deze mannen al jaren meedraaien en kennis hebben van de nukken van conservatoren, curatoren en kunstenaars. Twintig centimeter omhoog? Geen probleem. Tijdelijk vastzetten totdat de kunstenaar er is? Doen we dat.
Hoewel alles onder controle is, is vandaag een drukke dag. De muren zullen zo goed als klaar zijn en aan het eind van de dag worden de beamers en de audio geïnstalleerd. Dan zal blijken of de voorbereidingen goed zijn verlopen. De geselecteerde video’s hebben verschillende verhoudingen en de afmetingen van installaties variëren vaak en worden bepaald door de ruimte (hoe groot kunnen we projecteren? Of moeten we juist klein projecteren?). De afmetingen van de projectiemuren en verhoudingen van de projectie moeten dus precies samenvallen.
Vanavond, met het installeren van de beamers, zal blijken of alles klopt.
Wanneer de projectiemuren, speakers en beamers zijn geïnstalleerd, begint het fine-tunen van het werk. Dit doen we altijd -wanneer de omstandigheden het toelaten- in samenwerking met de kunstenaar. Vanavond kijkt conservator Bart Rutten met Rineke Dijkstra naar haar werk, wat een bijzondere en geestige positie heeft in het gebouw. Aan de hand van foto’s en telefonisch overleg is Rineke Dijkstra akkoord gegaan met deze plaats en de context waarin die gepresenteerd wordt. Maar pas op zaal kun je zien hoe het concept daadwerkelijk vorm krijgt: Is het precies zoals je in het hoofd had bedacht of ziet het er toch iets anders uit? Op dit gebied geldt: Hoe meer ervaring, hoe beter je dit kunt inschatten. Als conservator in opleiding heb ik mij zo goed mogelijk ingelezen en voorbereid, maar zal de komende twee dagen alsnog veel leren.
Te midden van het geluid van getimmer en gezaag ben ik in overleg met Jeremy Shaw en Matt Stokes over hun aankomst morgen in Amsterdam. Middels foto’s, genomen met mijn iPhone, houd ik hen op de hoogte van de voortgang en wat zij zullen aantreffen. Elk detail wordt besproken, zelfs hoe strak de achterkant van de schermen is afgewerkt. En morgen (woensdag-de-dag-voor-de-opening!) zullen we alle details nog een keer doorlopen wat betreft beeld en geluid.
Tot nu toe hebben we goed kunnen samenwerken met de kunstenaars, ondanks de afstanden. Jeremy Shaw woont en werkt in Berlijn (DE), Matt Stokes woont in Gateshead (UK) maar reist op dit moment door Bangladesh. Ik kijk er ontzettend naar uit om hen te ontvangen in Amsterdam en te praten over hun werk in deze bijzondere context: namelijk die van een club, in plaats van tussen de witte muren van een museum.
Ik houd jullie op de hoogte!
Britte Sloothaak, conservator in opleiding
Titelraadsels: Kirchner en Ensor
De titel van een kunstwerk verduidelijkt vaak de betekenis ervan. Een juiste weergave is daarom essentieel. Maar hoe komen we aan titels? Ze staan vermeld op de werken zelf, op etiketten, nota’s, in brieven, of catalogi. Soms heeft de kunstenaar de titel mondeling meegedeeld aan het museum. We weten het dan dankzij een aantekening, bewaard door de conservator, de afdeling Collectieregistratie of Documentatie en Onderzoek.

Alert op opschriften, inscripties en etiketten: medewerkster Collectieregistratie
(links) en Beeldenrestauratie inventariseren een kunstwerk.
(Foto: Marc van den Bemt)
In het museum is iedereen doordrongen van het belang van zulke informatie. Als de restauratoren een schilderij bedoeken en er bevinden zich opschriften of etiketten op het oude doek, dan fotograferen ze die. Etiketten worden waar nodig losgemaakt en bewaard. De informatie blijft daardoor controleerbaar.
Het etiket van Kirchner
Een restaurator ontdekte aan de onderkant van een beeld van de Duitse kunstenaar Ernst Ludwig Kirchner een gedeeltelijk afgescheurd etiket met de tekst: ‘Holzplastik Tanzende. L. Kirchner Berlin Wilmersdorf [...]lacherstra[...] 14 II’.

Etiket, oorspronkelijk op onderzijde van houtsculptuur Tanzende
(Dansende vrouw) van Ernst Ludwig Kirchner
Na voorzichtig van die kwetsbare plek te zijn gehaald, zag Documentatie en Onderzoek door handschriftvergelijking dat de kunstenaar dit etiket zelf maakte. Het bevat zijn adresgegevens (Durlacherstrasse, Berlijn), én de titel: Tanzende (letterlijk ‘Dansende’; in het Nederlands zeggen wij eerder Dansende vrouw). Kirchner gaf zo aan wat zijn beeld voorstelt en dat hij de eigenaar was. We weten nu zeker dat we een dansende figuur zien en bijvoorbeeld geen baadster of godin. Voor ons is dit stukje papier een belangrijk historisch document.

Ernst Ludwig Kirchner, Tanzende (Dansende vrouw), 1911,
elzenhout, beschilderd, 87 x 35.5 x 27.5 cm
Het opschrift van Ensor
Soms lezen we een opschrift verkeerd, totdat een expert ons terecht wijst. ‘Bonne triste carnaval en Flandre’ (‘Goede trieste carnaval in Vlaanderen’) stond er volgens Documentatie en Onderzoek moeilijk leesbaar op de achterkant van een schilderij van de Belgische kunstenaar James Ensor. Het toont een groep carnavalsvierders die zich lijkt te vermaken met het tafereel van een gehavende vogel die zojuist door twee katten lijkt te zijn mishandeld.
We wilden het opschrift tot titel verheffen, omdat Ensor het er zoals bleek eigenhandig had opgeschreven; een paradoxale titel door de combinatie ‘bonne’ en ‘triste’, maar wel eentje gegeven door de kunstenaar, klaarblijkelijk in overeenstemming met de voorstelling en het sombere mensbeeld van de maker. Kan het completer? We hadden echter een probleem: ‘bonne’ is een vrouwelijk woord in het Frans en ‘carnaval’ mannelijk, en Ensor zou deze woorden niet snel foutief combineren. Een bezoek van Xavier Tricot, de samensteller van Ensors oeuvrecatalogus, bood uitkomst.

James Ensor, Carnaval en Flandre (Carnaval in Vlaanderen),
ca. 1929-1930, olieverf op doek, 54.5 x 73 cm
Tricot, goed bekend met het handschrift van Ensor, las meteen: ‘bonne toile carnaval en Flandre’ (‘goed doek carnaval in Vlaanderen’). De kunstenaar doelde hoogstwaarschijnlijk niet op de kwaliteit van het schilderslinnen maar wel op die van zijn eigen schilderij. Waarom schreef hij er achterop dat hij het een goed schilderij vond? Uit zakelijk oogpunt misschien? Hij voelde zich lang miskend. Maar waarom dan slecht leesbaar? Zonder de woorden ‘bonne’ en ‘triste’ is de titel in elk geval neutraler. Kennelijk vond Ensor dat zijn schilderij gevoelsmatig voor zich voor zich moet spreken en misschien ook iets raadselachtigs moet behouden. Wie geeft hem daarin geen gelijk?
Maurice Rummens
Toespraak Blues Before Sunrise
Geachte aanwezigen,
Eigenlijk zouden we hier niets moeten zeggen en gewoon 5 minuten zwijgen om zodra het werk aanspringt om het zelf, onbemiddeld te kunnen ervaren wat Blues Before Sunrise teweegbrengt.
Maar deze streng calvinistische aanpak – om Mc Queen te parafraseren – die we tot nu toe hebben gehanteerd door geen beelden van het werk op voorhand de wereld in te sturen als ook heel terughoudend te zijn in het geven van interpretatierichtingen, is misschien niet de meest passende inhoud voor een persmoment. Dus toch een paar woorden van mijn kant.
Zoals zo vaak in het prachtige oeuvre van Mc Queen is eigenlijk datgene wat je ziet ook daadwerkelijk wat je krijgt. Het is een krachtig gebaar, waarbij hij vaak met behulp van filmische middelen een sterk fysieke ervaring weet op te roepen. Overigens zijn in dit werk de ingezette middelen heel beperkt gebleven. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de complexe constructies van het maken van een speelfilm, gaat het hier enkel om een heldere, doeltreffende ingreep.
Het was nadrukkelijk de wens van Mc Queen zelf om dit kunstwerk te maken voor de publieke ruimte van Amsterdam, de stad waar hij zelf al lange tijd woont, om het – wat wij doorgaans als het neutrale wit-gele licht van de straatverlichting beschouwen – te transformeren tot blauw licht. Hij vroeg het Stedelijk of wij ons niet over dit project wilde ontfermen. Met genoegen hebben we dit aanbod aangenomen en realiseren we vandaag als onderdeel van Temporary Stedelijk 3 dit monumentale werk in de openbare ruimte. Alle 275 kappen van de Friso Kramer lantaarnpalen zijn vanochtend geopend en alle lampen zijn omwikkeld met Lee filter, kleur 075: oftewel kleur ‘ evening blue’.
Net als geluid en muziek heeft licht een grote invloed op de beleving van een plaats, hoe goed je die omgeving ook kent. Alles wat vertrouwd was wordt in een bijzonder licht gesteld. De titel Blues Before Sunrise, ontleent aan de Blues klassieker van Scrapper Blackwell en Leroy Carr uit 1934 hint naar deze directe manier van ervaren.
Zoals in zoveel werk van Mc Queen is het juist het moment van overgang tussen licht en donker, tussen dag en nacht dat hem fascineert, hoe wij mensen ons anders gedragen en hoe plekken transformeren tijdens duisternis (juist daarin is het Vondel park zo’n geweldige plek, dat overdag bevolkt wordt door families en kinderen, door mensen die van en naar hun werk fietsen en ‘s nachts een plek kan zijn waar mensen naar toetrekken om zich af te zonderen en zich over te geven aan zaken die het daglicht niet verdragen. Een onderwerp dat in het werk van Mc Queen al meermaals aan bod kwam, denk aan Giardini film die hij voor de Biënnale van 2009 maakte.
Maar genoeg gezegd, tijd om het werk zelf te gaan ervaren. Of, zoals de laatste stofe van de songtekst van Blues Before Sunrise al toe uitnodigt:
Well now goodbye, goodbye baby (voor de duidelijkheid, jullie duid ik nu aan als baby en darling)
I’ll see you on some rainy day.
Well now goodbye baby – pers,
I’ll see you on some rainy day.
You can go ahead now little darling,
‘Cause I want you to have your way
Bart Rutten
Het debuut van Stedelijk in de Klas op de basisschool
Museumdocent Sarai komt de klas binnen met een grote koffer. Wat zou er in zitten? De ogen van de kinderen zijn er meteen op gefixeerd.
Het is vrijdag 17 februari en we zijn in Naarden. De leerlingen van groep 3 en groep 5 van de Comeniusschool hebben vandaag de primeur: zij zijn de eerste basisschoolleerlingen die een Stedelijk in de Klas les krijgen. Een paar maanden geleden ontstond het plan om het Stedelijk Museum naar klaslokalen te brengen.
Het doel: leerlingen laten kennismaken met het Stedelijk Museum en de collectie, ons samen verdiepen in het proces van een kunstenaar en met andere ogen kijken naar dagelijkse dingen. En eindelijk is het nu zover, nu gaan we er achter komen hoe onze nauwkeurig voorbereide lessen in de praktijk werken. Museumdocent Sarai geeft de les en ik kijk mee.
Sarai schudt eens met de koffer, wie weet wat er in zit? ‘Iets wat kapot is!’ ‘Kunst!’ ‘Rommel!’ Sarai zet de koffer op tafel en opent de deksel. Eruit komen buizen, veren, pluisjes, touw, oud plastic en een heleboel andere materialen. Alle ingrediënten om samen iets bijzonders mee te bouwen.
Door te stapelen, hangen, knopen en schuiven maken de kinderen van deze verzameling dagelijkse materialen een gezamenlijk werk. Ze kijken nauwkeurig en maken weloverwogen beslissingen. Het verplaatsen van een piepschuim bal leidt tot een verrassende discussie: de kinderen zien niet meer een hoopje rommel maar een waardevol bouwwerk.
Hierop volgt een kennismaking met het Stedelijk (‘Is dat jullie museum? Mooi!’) en de collectie, met extra verdieping in de werken van Jean Tinguely. Zijn kunst van gevonden materialen inspireert, de kinderen herkennen zijn werk direct: ‘zoiets hebben wij net ook gedaan!’ Als blijkt dat deze werken ook nog eens kunnen bewegen, stampen, piepen en ratelen gaan ze verder. Kunnen zij hun objecten ook tot leven brengen? Ze ontmantelen het eerder gemaakte werk en bedenken met behulp van elastiek en veren nieuwe constructies, die ze meteen uitproberen. Het is zo leuk, dat ze niet meer willen stoppen. Als de les voorbij is tonen de kinderen elkaar trots hun werken en geven ze titels als ‘springmachine’ of ‘rommelkunst’.
Deze kennismaking met het Stedelijk Museum, met de werken van Tinguely en met de koffer vol spullen was verrassend, ook voor ons. Het was bijzonder om te zien dat de kinderen met zoveel plezier en fantasie van ‘rommel’ iets waardevols maakten. Ik kijk tevreden terug op een inspirerende en energieke les. Dit doen we graag vaker!
Tekst: Hanna Piksen, medewerker educatie Stedelijk Museum
Foto’s: Tomek Whitfield
De komende maanden loopt dit project voor een beperkt aantal basis- en middelbare scholen als een gratis pilot. Meer weten of aanmelden?
Neem contact op met de afdeling educatie via educatie@stedelijk.nl of 020 – 573 27 41.
























