buy Fluoxetine walk comprehensive prozac order protected reform Buy prozac generic (STIs) ambulation Buy prozac online canada harmful hospice Buy cheap prozac officer promotion

Journal

Categorie: activiteiten

activiteiten mei 23rd, 2013

JAMES RICHARDS

Joan Jonas in Glass Puzzle by James Richards, 1973.

Joan Jonas in Glass Puzzle by James Richards, 1973.

In het kader van de serie stedelijk | film nodigt het Public Program elke laatste donderdag van de maand een filmmaker uit. Op 25 april 2013 ontvingen wij de Britse filmmaker James Richards (Cardiff, 1983). In 2012 won hij de Britse Jarman Award, een prestigieuze prijs op het gebied van videokunst en komend jaar is hij een van de kunstenaars die als artist-in-residence deelneemt aan het Berliner Künstlerprogramm van het DAAD in Berlijn. Kortom, een veelbelovend talent wiens werk en visie wij graag wilden presenteren bij het Stedelijk. Curator en schrijfster Isla Leaver-Yap interviewde hem op deze avond.

James Richards stelde een programma samen waarbinnen hij drie eigen werken vertoonde: Not Blacking Out, Just Turning The Lights Off (2012), The Misty Suite (2009), en Rose Bud(2013) en daarnaast de films Glass Puzzle (1973) van Joan Jonas en Seizure (1980) van Pat Hearn en Shelley Lake. De vijf films laat hij, na een korte introductie, zonder onderbrekingen zien.

Het programma begint met Glass Puzzle. Dit werk is een dubbele zwart-wit opname van een performance die wordt uitgevoerd door Lois Lane en Joan Jonas zelf. De ene camera filmt de performance en zendt deze direct uit op een televisie. De andere camera filmt het televisiescherm. In de reflectie van het televisieglas is de ruimte waar de twee kunstenaressen zich bevinden nogmaals zichtbaar. In deze ruimte, het atelier van Jonas, worden allerlei handelingen en choreografieën uitgevoerd die ook op het scherm te zien zijn. Het is dus, zoals Isla Leaver-Yap in haar artikel Performing the image: Joan Jonas’ Glass Puzzle zegt: ‘a video of a video’. Het werk doet haar, door de dubbele laag, denken aan complexe composities in de schilderkunst zoals bijvoorbeeld Bar at Folies-Bergère van Edouard Manet. Waar Manet dit effect bereikt met verf, doet Joan Jonas dit bijna honderd jaar later met een camera.
 

Not Blacking Out, Just Turning The Lights Off by James Richards, 2012.

Not Blacking Out, Just Turning The Lights Off by James Richards, 2012.

Na Glass Puzzle start Richards’ film Not Blacking Out, Just Turning The Lights Off. De manier waarop Joan Jonas speelt met de mogelijkheden van haar analoge videocamera, doet denken aan hoe James Richards dit doet met modernere apparatuur. We zien een man in een stoel en een man in een meer gefilmd met een home-video camera, afgewisseld met rennende elanden gefilmd met een camera met nachtzicht en een loop van een steeds opnieuw vallende sigaret. Dit werk is een collage of, zoals Chris Newlove Horton het in The White Review omschrijft, een karakteristieke medley van found-footage en zelf geschoten beelden. Het woord ‘medley’ is in dit geval goed gekozen. Meestal wordt het geassocieerd met een opeenvolging van korte stukjes muziek. Dat is in dit geval niet anders; het geluid is minstens zo belangrijk als de beelden. Bijvoorbeeld het gedicht Slowly: a plainsong from an older woman to a younger woman van Judy Grahn dat gaat over ouderdom is bijvoorbeeld de toepasselijke en ritmische soundtrack bij close-ups van röntgenfoto’s. In een antwoord op een vraag uit het publiek legt James uit dat hij beeld niet belangrijker vindt dan geluid maar dat de twee elementen parallel naast elkaar ontstaan tijdens het maken van een film.

Touch, James Richards. Courtesy of the artist.Ook de laatste film die James Richards vertoont, Rosebud, die deze avond voor het eerst werd vertoond, is een dergelijke compilatie van beelden. Het is niet altijd even duidelijk welke beelden hij zelf gefilmd heeft en welke beelden hij gevonden heeft. Wel is er een duidelijk verschil tussen de digitale beelden, bijvoorbeeld van webcams en screensavers, en beelden die met een handcamera gefilmd zijn.James Richards is een videokunstenaar die zijn camera gebruikt als een verlengstuk van zijn arm, zoals hij in zijn eigen woorden omschrijft. Bij wijze van dagboek, legt hij momenten uit het alledaagse leven vast en creëert hij een archief dat steeds groter wordt. De momenten hoeven niet bijzonder te zijn, zoals wanneer hij een drukke straat in Londen filmt of zijn camera op een speelse manier in en uit het water van een stromende beek beweegt. Het gaat, licht hij later tijdens het vraaggesprek toe, James Richards om een bepaalde manier van kijken en bekeken worden die juist in die ‘casual moments’ goed te vangen is. Met zijn collages van videobeelden onderzoekt hij dit grijze gebied tussen subject en object. Wij hebben mee mogen kijken door de ogen van James Richards en zagen zijn speelse zoektocht naar de mogelijkheden van de camera.

Tags

activiteiten februari 15th, 2013

Klein kleiner klik: kinderworkshop met Abubakr Akkari

Ik zie, ik zie… “een punt van een lievdesding…”

Nieuwsgierige kinderen van 6 tot 12 jaar kunnen elke zondagmiddag terecht in het Stedelijk. Hier volgen ze een unieke workshop bij een kunstenaar of ontwerper en krijgen ze tips uit eerste hand. Afgelopen zondag – 10 februari – deden 15 kinderen mee aan de workshop Klein kleiner klik met fotograaf en dichter Abubakr Akkari. Hij is net 17 jaar geworden, en maakt heel bijzonder werk. Abubakr houdt vooral van kleine dingen op grote foto’s.

 

Ik zie iets… “het is schuin” en “zo grijs als karton..”

In groepjes speurden Abubakr en de kinderen door het museum, op zoek naar kleine plekjes en details om hier vervolgens bijna onherkenbare detailfoto’s van te maken. Daarna kreeg een ander groepje deze foto en probeerde hiermee hun kunstwerk te vinden.

 

“…zo scheef als een golf…”

Abubakr zoekt vaak de verbinding tussen fotografie en poëzie. Ook dit aspect van zijn werk deelde hij met de kinderen. Daarom vroeg hij ze als extra aanwijzing een gedicht te schrijven over hun kunstwerk. Sarah (6 jaar) deed dit bijvoorbeeld met de woorden: ‘Zo scheef als golf. Zo grijs als karton. Zo mooi als eiland.’

 

“…een lievdesding dat zich ook in jou lichaam bevind..”

De foto’s en gedichten werden uitgewisseld en een nieuwe zoektocht ging van start: welk kunstwerk had het andere groepje gefotografeerd? Met de poëtische aanwijzingen (‘Dit is een punt van een lievdes ding, maar het is niet blauw of geel nee nee maar wel rood!’) en detailfoto’s in de hand lukte het uiteindelijk alle groepjes de kunstwerken te vinden. Met een nieuwe foto van het gehele kunstwerk als trofee, kwamen de kinderen trots weer bij elkaar.

 

Onder ‘Comet’ Sea 3° – 60° (1973) van Jan Dibbets

achter de schermen activiteiten februari 11th, 2013

Suppoost in een dag


Foto: Ernst van Deursen

Het leukste beroep van de wereld? Suppoost! Tenminste dat vinden Noor  en Loes Focke van 7 en 8 jaar. De twee zusjes kregen na hun optreden in de Langs de Leeuw Show van Paul de Leeuw een gratis familierondleiding in het Stedelijk Museum aangeboden. Wat zij niet wisten was dat het Stedelijk een spoedcursus voor ze in petto had. Zijn ze geslaagd als suppoost?    

Enthousiast arriveerde de familie Focke in het museum. Noor en Loes kennen al heel wat musea, want die bezoeken ze als museuminspecteurs. Kritisch onderzoeken zij welk museum het meest kidsproof is. Wat vinden Noor en Loes zo bijzonder aan musea? Noor: “Dat je je kunt vermaken en dat je wat leert” Loes: “Dat je op zoektocht kan gaan en zelf dingen kan doen”. Tijdens een inspectieronde sprak een suppoost vader Focke aan op het flitsen tijdens het fotograferen. Diep onder de indruk van dit moment waarop deze beveiliger, gestoken in een fraai pak, hun vader op subtiele wijze op de regels wees, verlieten zij het museum met een nieuwe carrièrewens: zij wilden ook suppoost worden!    

Hoogste tijd voor de spoedcursus ‘suppoosten’, die begint met een ontmoeting met teamleider Beveiliging Sebastiaan. Uitgedost met een officieel beveiligingsjasje, identiteitspas én heuse portofoon oefenen zij hun blik en houding: rechtop, schouders omlaag, kin omhoog: ready to go!      

Foto: Ernst van Deursen

Loes mag met beveiliger Frans mee naar ‘de Karel Appel-zaal’, vlakbij het entreegebied. Een uitdagend knooppunt: het biedt toegang tot verschillende routes, de toiletten zijn in de buurt (niet onbelangrijk) en je hebt goed zicht op het drukke entreegebied. Daarnaast staat er een aantal spannende objecten opgesteld, waaronder het kleurrijke Untitled van Donald Judd; een groot werk van aluminium van ruim 7,5 meter lang. Opletten geblazen voor de suppoost in spé! Al snel is het raak. Een kind ziet het werk van Donald Judd aan voor een klimrek en maakt aanstalten om erin te klimmen. Gelukkig is daar Loes met haar alerte oog. Voordat het jongetje zijn bergschoentje op het werk heeft gezet, spreekt zij de begeleidster aan. Loes heeft de toon gezet.

Ondertussen staat Noor met beveiliger Mieke bij The Beanery van kunstenaar Edward Kienholz. Voor dit populaire miniatuur-café staat een kleine rij. Voor Noor kent dit object geen beveiligersgeheimen: “er mag maar één persoon tegelijkertijd naar binnen, tassen en dikke jassen mogen niet mee en natuurlijk mag je niets aanraken.” Zoals het een goed suppoost betaamt helpt Noor spullen aan te nemen. Ook herhaalt ze de regels nog eens. De bezoekers luisteren goed naar haar. Ze heeft een natuurlijk overwicht, al zal het jasje ook wel helpen. Opeens klinkt er een stem door de portofoon. Het is haar zus Loes: “Noor ben je klaar om te wisselen? Over.” “Ja, ik ben klaar om te wisselen. Over!” Hoe je met een portofoon moet omgaan weten deze aspirant suppoosten dus ook al. Dat gaat de goede kant op!  

 

Foto: Ernst van Deursen

 

Nu is Noor aan de beurt in de Karel Appel-zaal. Terwijl Mieke uitlegt waar ze allemaal op moet letten stapt er een jongen met een dikke jas en grote tas de zaal in. Noor stapt zonder aarzelen op hem af: “Sorry meneer, maar uw tas is te groot om het museum in te nemen. We hebben een gratis garderobe waar u de tas kunt afgeven.”  

Foto: Ernst van Deursen

De jongen blijkt een rondleider te zijn. Hij is net binnengekomen en was onderweg naar de ruimte waar rondleiders en vrijwilligers hun spullen neer kunnen leggen. Hij kent dus de huisregels en belooft Noor zijn jas en tas op te bergen zonder eerst andere zalen in te lopen. Noor wisselt snel een blik uit met haar mentor en besluit de rondleider door te laten. Goed besluit Noor! Dan ziet Noor een man die met beide ellebogen op het werk van Donald Judd leunt. Op heterdaad betrapt! In een split second staat ze voor hem. Direct haalt hij zijn ellebogen van het kunstwerk, waarna ze hem duidelijk uitlegt dat je niets mag aanraken in een museum. Waarschijnlijk zal hij het nooit meer doen. Noor: “hij keek heel schuldig en ook een beetje geschrokken.”  

 

Foto: Ernst van Deursen

Tijd om de balans op te maken. Na een kort beraad tussen de betrokken suppoosten, krijgen Loes en Noor ten overstaan van hun familie te horen dat ze met vlag en wimpel zijn geslaagd! Om het officieel te maken krijgen de meiden een aspirant-suppoost certificaat dat ze ter plekke moeten tekenen. Lichte paniek bij Noor: “ik heb nog geen handtekening!” Gelukkig mag ze van teamleider beveiliging Ab ook gewoon haar naam schrijven. “Daar zullen we over 10 jaar, wanneer de meiden de echte cursus kunnen gaan volgen, niet moeilijk over doen. De stoere blik hebben ze in ieder geval al!”  

Foto: Ernst van Deursen

Noor en Loes zijn ook in de race om museuminspecteur van het jaar te worden. Je kunt op ze stemmen via www.museuminspecteurs.nl!

Tags

activiteiten november 24th, 2012

213m2 rood tapijt

Performance Patrizio Di Massimo – Buzzi’s Turandot (In the Shape of Notes)
Foto’s: Ernst van Deursen

Als stagiaire bij het Public Program van het Stedelijk Museum is er de mogelijkheid om volledig op de hoogte te zijn van alles wat in en om het gebouw gebeurt. Het risico hierbij is dat al de pracht om je heen normaal begint te worden en je er niet meer van op kijkt dat je op zaal over de Carl André heen rent. De performance avond van de Italiaanse kunstenaar Patrizio Di Massimo doorbrak dit. Het was een avond die mij weer met een frisse blik naar het programma deed kijken. Een experimentele avond waarbij ook het publiek werd wakker geschud.

Op 15 november toonde Di Massimo Buzzi’s Turandot, een film die verschillende kunstvormen en verhaallijnen samen brengt. De film toont een bijzonder vormgegeven stad in Italië, ontworpen door de architect Tomasso Buzzi en voltooit door diens neef Marco Solari. Het verhaal van deze stad, verteld door Solari, is doorvlochten met een uitvoering van de opera Turandot. Di Massimo speelt in zijn film met de complexe architectuur van deze stad en met de relatie tussen theater en architectuur in het algemeen. De film werd, speciaal voor deze avond, getoond als een performance in drie aktes. Niet alleen de structuur van de vertoning was gebaseerd op het theater, ook het decor van de avond volgde deze regels. Het Teijin auditorium was getransformeerd tot een theatrale ruimte door middel van 213 vierkante meter rood tapijt, de stoelen waren in amfitheateropstelling geplaatst en tot de verrassing van het publiek werd er prosecco geserveerd tijdens de twee intermissies.
 

 
De keuze om Buzzi’s Turandot op deze manier te tonen, raakt aan een langer lopend onderzoek en programmering van het Public Program, namelijk de theatraliteit van en ìn het museum. Het statische museum wordt hier los gelaten en er wordt gekeken naar de bewegelijkheid van zowel de bezoeker als de kunst.
Buzzi’s Turandot is een film over een stad en haar architectuur die volledig draait om en bestaat uit theaters. Het is geen functionele maar een utopische stad, waar een route eerder leidt naar filosofische verrijking dan naar een werkelijke locatie. De stad die La Scarzuola, Buzziana of Buzzinda wordt genoemd, maar geen officiële naam heeft, is ook niet bedoelt als bestemming, maar als een werkplaats waar diens architect Tomasso Buzzi zijn droom kon verwezenlijken. Marco Solari, de neef van Buzzi, neemt de kijker mee door deze stad, welke door de monumentale vertoning in het auditorium van het Stedelijk ook bijna te betreden lijkt. Later in de film wordt het gevoel van architectuur op een andere manier ingezet, wanneer de film verwordt tot een abstract geheel wat de vorm lijkt aan te nemen van een plattegrond of bouwtekening. Deze nadruk op de vorm en de creatie van deze stad is te linken aan Solari zelf, die met de achtergebleven schetsen van Buzzi de stad op heeft gemaakt zoals ze nu is. Buzzi’s eigenlijke intentie was om de stad na zijn dood te laten vernietigen, om te voorkomen dat de stad een doods monument zou worden. De Italiaanse regering besloot echter anders en het was aan Solari om de stad in leven te houden en om zelf met deze tweestrijd om te gaan. Solari ontkent zijn deel in de ontstaansgeschiedenis van de stad niet, maar kiest er wel voor om de nadruk te leggen op het verhaal van de stad zelf.

‘Bringing the place back to life’ was voor Solari en Di Massimo een reden om deze film te maken. Leven vertaald naar beweging komt in de film terug in wat en hoe er gefilmd wordt. De drie aktes beginnen allemaal met een fysieke uitputting, een menselijke beweging ingekaderd door de architectuur van de stad. De hele snelle, bijna pulserende camerabeelden vergroten dit gevoel van beweging, van leven in de stad. Dit staat in contrast met de mooie verstilde opnames, die de stad tonen als het podium voor dit leven, vergelijkbaar aan Hendrik Folkerts’ (curator Public Program) visie op het museum als ‘a stage on which anything can happen’.
In de ontstaansgeschiedenis van deze stad bestaande uit theatrale ruimtes zag Di Massimo een gelijkenis met die van Giacomo Puccini’s opera Turandot. De opera en de stad waren allebei het laatste project en zijn beide afgemaakt door iemand anders dan door de meester. Turandot en La Scarzuola zijn beide syntheses van verscheidene visies en vooral bij de stad is niet meer te zeggen waar de oorspronkelijke visie eindigt en de nieuwe visie begint.

In de film zelf zijn de verhalen van Buzzi, Solari en Turandot ook dusdanig verweven. Tussen de verschillende beelden en geluiden zijn talloze associaties te herkennen. Bijvoorbeeld de shot van een open oog terwijl de befaamde aria ‘Nessun Dorma’ (niemand zal slapen) ten gehore wordt gebracht of het moment dat de aria van prinses Turandot belichaamd wordt door het grandioze beeld van een naakte vrouw. Ook meer letterlijk vloeien de verhalen in elkaar over, zoals wanneer Solari’s woorden vervangen worden door een aria of de opera-prins die letterlijk op gaat in de beelden van de stad door zijn representatie als opengewerkt pop.
De film roept op tot mentale activatie van de bezoeker, maar de opstelling van de ruimte van het Teijin Auditorium blijkt de bezoeker ook lichamelijk in actie te brengen. Het publiek is tijdens een groot deel van de vertoning in beweging om de film zo goed mogelijk mee te maken. Het effect hiervan is niet storend, maar toont juist een bevraging en hernieuwde bewustzijn van de architectuur van de ruimte door de architectuur van de getoonde ruimte.

Buzzi’s Turandot gaat over een ‘intersection between art and life’ en vandaar dat Di Massimo er voor koos om de tentoonstellingsvorm wat open te breken. Waar Di Massimo bij een eerdere vertoning in het MAXXI in Rome een theateresque installatie ontwikkelde kiest hij dit keer voor een performatieve vertoning en wordt het publiek hierbij nog meer geconfronteerd met deze ‘intersection’. Het is te merken dat dit het publiek voor een moment in verwarring brengt. Bij de eerste intermissie lijkt men zich af te vragen wat de bedoeling is, wat deze format in een museale ruimte doet. Bij de tweede intermissie voelt men zich al een stuk meer op zijn gemak en durft ook op een derde manier in actie te komen. Om tijdens de performance al te praten over de getoonde video en deze zodanig nog meer tot leven te brengen.1
 
1. Het onderzoek is onder andere geïnspireerd op de theatrale architectuur van het Stedelijk Museum, waarbij het de oudbouw in de nieuwe entreehal oprijst als een groots decor. Het tweedelige performance evenement Stage It! is de fysieke uitkomst van dit onderzoek. Part 1 vond plaats op 23 September en Part 2 zal op 17 januari plaats vinden.

Tags

activiteiten november 13th, 2012

THE OTOLITH GROUP – STEDELIJK|FILM – 1 NOVEMBER

Donderdag 1 november had het Public Program het eigenzinnige duo Anjalika Sagar en Kodwo Eshun op bezoek. Beide zijn onderdeel van het kunstcollectief The Otolith Group dat door hen werd opgericht in 2002. Reden voor hun komst naar Amsterdam was de uitnodiging van het Stedelijk Museum om nieuwe inzichten te bieden op hun meest recente film ‘The Radiant’. De film, die ten dele te zien was op de afgelopen (d)OCUMENTA (13) in Kassel, werd tijdens de stedelijk|film avond voor het eerst, en in zijn geheel, in een museum vertoond. Na de film werden de twee filmmakers geïnterviewd door kunsthistoricus Eric de Bruyn, expert op het gebied van moderne en hedendaagse film- en videokunst.

The Otolith Group gooide eerder hoge ogen met ‘A Long Time Between Suns’, een film die in 2010 genomineerd werd voor de prestigieuze Turner Prize. Hun film ‘The Radiant’, gemaakt in opdracht van (d)OCUMENTA (13), ontstond in 2011 in de nasleep van de kernramp in Fukushima, Japan. De film heeft, door de interviews en de schokkende beelden van de tsunami, veel weg van een documentaire. Toch bezit hij, door de opgenomen en in de film verwerkte performance, en een reflectie op het gebruikte medium, een duidelijk artistiek karakter. Het geheel levert een expliciet statement op dat onze problematische relatie met nucleaire energie bloot legt.


De film begint met beelden van een stad, Tokyo blijkt later. Het is deze miljoenenstad die grotendeels afhankelijk was van de energie die opgewekt werd in Fukushima. De shots verduidelijken het abstracte principe van een kernreactor die op 240 kilometer van Tokyo het leven zoals ze het daar kennen mogelijk maakt. Het beeld wordt begeleid door een interview met een Japanse fotograaf. Op kalme wijze vertelt hij ons over de afspraak die hij had met een bevriende seismograaf, een dag voor de grote beving. Zijn vriend legde hem uit hoe zij in het seismologisch instituut te werk gingen, welke technologische apparatuur ze gebruikten etc. Een dag later kwam hij nietsvermoedend om het leven bij de gevolgen van de zeebeving. Het is deze beginscène die de onmogelijkheid illustreert van het voorspellen van een dergelijke beving, laat staan de gevolgen ervan.
Naderhand vertelt de fotograaf, zittend in zijn kantoor, over wat het begrip ‘landschap’ betekent voor Japanners. Het verschil tussen het Westerse en het Japanse begrip van ‘landschap’, zo legt hij uit, zit hem erin dat het Japanse woord een samenstelling is van de woorden ‘scène’ en ‘wind’, waarmee aan het begrip in de Japanse betekenis een constante beweging, ofwel verandering, wordt toegekend. ‘The Radiant’ schetst de stad op deze manier als een urbaan landschap dat constant onderhevig is aan de meest ingrijpende veranderingen.

De Bruyn vroeg de kunstenaars na de vertoning welke overwegingen zij hadden om een film te maken over deze ramp. Het antwoord van Sagar kwam vanuit haar antropologische achtergrond als filmmaker. In Engeland werd heel gematigd gereageerd op de ramp, legt zij uit, terwijl wij zelf ook kernreactors hebben. Deze onverschilligheid motiveerde haar de menselijke drijfveren te onderzoeken die het gebruik van nucleaire energie rechtvaardigen. Volgens Eshun past hun reis en onderzoek naar de ramp in Fukushima in zekere zin ook bij een bepaalde westerse traditie, die van Japan een toevluchtsoord maakt voor contemplatie en reflectie. Eshun: “This film is our reflection on the effects of radiation. A phenomenon that, even though it has a widely known history, caught us by surprise.”

Naderhand ging De Bruyn in op de wisselwerking tussen documentaire en een meer artistieke filmwijze. Sagar vertelde dat zij is opgegroeid met televisie en dat de tv voor haar als een derde ouder fungeerde. Werken met het medium film, of dat nu een artistieke of documentairevorm aannam, is voor haar altijd heel vanzelfsprekend geweest. Ze ontkende dan ook niet dat ze graag documentaires maakt, maar benadrukte dat ‘The Radiant’ geen klassieke documentaire is, waarin met filmische argumenten een vooraf ingenomen standpunt wordt verdedigd. De film kent ook een meer abstracte en kunstzinnige uitdaging, legt Eshun uit. “How do I participate as an artist in these nuclear developments, how do I make the invisible visible?”

Eén van de hulpmiddelen die de twee kunstenaars hiervoor gebruikten was de ‘Geigerteller’. Dit apparaat meet de hoeveelheid nucleaire straling in de omgeving en reageert hierop door een indringend gepiep te laten horen. Door dit geluid expliciet in hun film naar voren te laten komen, weten Sagar en Eshun een hoorbare werkelijkheid van het fenomeen straling te creëren. Tegelijkertijd geeft de Geigerteller een deprimerende indicatie van een aangetaste, besmette omgeving.

Dat geluid een belangrijke rol speelt in hun werk is niet verwonderlijk voor een groep die zijn naam ontleent aan een vitaal orgaan in de gehoorgang. Ook in de performance van kunstenaar Obtron, die speciaal voor de film gemaakt en gefilmd werd, is een grote rol weggelegd voor geluid. De kunstenaar koppelde een serie neon buizen aan een geluidsinstallatie en wist op deze manier letterlijk het licht te ‘bespelen’. Het levert een stroboscopische filmervaring op, die door middel van licht en geluid de weerbaarheid van een aan energie verslaafde maatschappij probeert weer te geven.

Dat Sagar beweerde dat zij geen klassieke documentaire heeft willen maken, betekent niet dat de film geen uitgesproken standpunt heeft. Vanuit het publiek komt de vraag waarom de filmmakers zich bij het verfilmen van de kernramp in Fukushima zo sterk hebben gericht op het angstaanjagende aspect van nuceaire energie. Ze konden toch ook de positieve kanten belichten van de Japanse maatschappij die zich weer weet te herpakken en dapper aan de wederopbouw begint. Eshun legt uit dat er in de nasleep van de ramp maar liefst vijf films zijn gemaakt over de wederopbouw en dat zij juist een ander geluid wilden laten horen. Sagar bespreekt als voorbeeld het einde van ‘The Radiant’, waarin beelden te zien zijn van een nucleair bezoekerscentrum. Op de achtergrond van deze slotscène hoor je een aangename, vrouwelijke stem die je uitlegt wat je moet doen in geval van een nucleaire ramp. Sagar beweert dat zo’n centrum symbool staat voor de wijze waarop we tegenwoordig omgaan met kernenergie. We zijn in slaap gesust door de omvangrijke nucleaire lobby die kernenergie in onze maatschappij proberen te normaliseren. Met ‘The Radiant’ wordt hier tegenwicht aan gegeven; “I take it as a compliment that our movie makes you feel more fearful towards nuclear energy,” aldus Sagar.

De stedelijk|film avond geeft genoeg stof tot nadenken over hoe wij de afgelopen vijftig jaar met kernenergie zijn omgesprongen. Een kunstenaar die al veel eerder een blik wierp op onze nucleaire ontwikkelingen is Testumi Kudo met haar Cultivation by Radio-activity in the Electronic Circuit, dat op dit moment te zien is in de vaste opstelling van het Stedelijk Museum. Het werk, dat in 1968 gemaakt werd, schept een toekomstvisie waarin de schrikwekkende gevolgen van onze nucleaire politiek worden geschetst. Ruim veertig jaar later toont de film van The Otolith Group opnieuw onze problematische verhouding tot deze vorm van energie. Onze miljoenensteden die niet zonder hun broodnodige energie kunnen, en tegelijkertijd de risico’s die we nemen om hen van die energie te voorzien. Met ‘The Radiant’ creëren Eshun en Sagar een interessant tijdsvacuüm waarin we onze ingewikkelde relatie met kernenergie kunnen overdenken.

activiteiten oktober 25th, 2012

ISAAC JULIEN – STEDELIJK|FILM – 18 OKTOBER

Dat de heer Julien geland is in Amsterdam moge duidelijk zijn. Dit najaar is zijn werk in maar liefst drie instellingen in Amsterdam te bewonderen. In EYE is van 28 September tot en met 12 December 2012 de tentoonstelling ‘Expanded Cinema’ te zien waarin Juliens filminstallatie ‘Ten Thousand Waves’ (2010) wordt gepresenteerd naast werk van Fiona Tan en Yang Fudon. In galerie Ron Mandos was tot zondag 21 oktober 2012 de tentoonstelling  ‘Better Life (Ten Thousand Waves)’ te zien. In nauwe samenwerking met EYE en met het oog op de tentoonstelling bij Ron Mandos organiseert het Stedelijk Museum een bijzondere avond rondom een aantal van Juliens recente films, als onderdeel van het Public Program. Op 18 oktober vond de stedelijk|filmavond plaats in het Teijin Auditorium van het Stedelijk. Bart Rutten, expert op het gebied van experimentele, hedendaagse film- en videokunst, ging met Julien in gesprek.

De stedelijk|film editie voltrok zich rondom drie films van Julien:  ‘True North’ (2004, 18’), ‘The Leopard (Western Union: Small Boats)’ (2007, 18′), en ‘Paradise Omeros’ (2002, 18’46”). Na elke film werd er door Rutten en Julien dieper ingegaan op de thematiek van de films en Juliens beweegredenen bij het maken van de films. Het geheel leverde een interessante filmavond op,  waarbij Julien openhartig sprak over zijn recente filmwerk en waarbij het publiek werd uitgedaagd om vragen te stellen.

De avond startte met ‘True North’, een film gebaseerd op de Afro-Amerikaanse ontdekkingsreiziger Matthew Henson. We zien een eenzame, donkere figuur zich een weg banen door een verlaten sneeuwlandschap. Het is Julien die de opmerking plaatst dat hij een witte en gesublimeerde omgeving heeft proberen te scheppen, waarin donkere figuren zich als buitenstaanders opdringen. “Besmetten”, noemt hij dat overigens zelf. De donkere figuren voelen aan als een “besmetting” van het overwegend witte sfeerbeeld. Toch benadrukt hij dat het in ‘True North’ niet alleen gaat om het uitvergroten van een klassiek rollenspel tussen zwart en wit. Het is de transformatie van het landschap die van Julien een belangrijke rol krijgt, een landschap dat constant aan verandering onderhevig is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de transformatie zich vervolmaakt in de laatste scène van de film. Hierin dwaalt een donkere vrouw over een zwart strand, waarop twee gigantische blokken ijs zich hebben overgegeven aan hun onvermijdelijke einde.

TRUE NORTH (2004)
FILM STILL

‘The Leopard (Western Union: Small Boats)’ is een film met een geheel ander karakter. De film lijkt in eerste instantie geen verhaallijn te hebben door de fragmentarische manier van monteren en de snelle wisseling van beelden. De indringende soundtrack zorgt voor een beklemmende sfeer. Het narratief van de film ontvouwt zich wanneer een groep Afrikaanse vluchtelingen zichtbaar wordt, die in een kleine, blauwe boot het Italiaanse vasteland proberen te bereiken.  De begeerde bestemming is een Italiaanse badplaats waar zich vissersbootjes, badgasten en een kasteel bevinden. Ook hier benadrukt Julien dat het thema draait om het creëren van een subliem landschap, waarin de donkere persoon zich als een besmetting voordoet. Het zijn “spoken van een andere werkelijkheid” die ontkenning van hun bestaansrecht bevechten. De geografische worsteling, die zich bij illegale immigratie voordoet, wordt cinematografisch kracht bijgezet door de worsteling die de personages met het water en hun omgeving aangaan. Het ontluisterende beeld van de overleden vluchtelingen die op het vakantiestrand zijn aangespoeld, tekent het tragische verhaal over onbereikbare dromen en ambities dat ‘The Leopard’ probeert te vertellen. Het is in deze scène dat de besmetting concreet naar voren komt; de vreemdeling die inbreuk doet op onze privacy, Juliens kritiek op de geopolitiek van immigratie in de Westerse wereld.

THE LEOPARD (WESTERN UNION: SMALL BOATS) 2007
FILM STILL
De filmtrilogie wordt afgesloten door een film die door Rutten als een meer persoonlijk project wordt omschreven vanwege de gelijkenissen met Juliens eigen leven . ‘Paradise Omeros’ volgt de ontwikkelingen van een Caribische jongeman, die probeert een nieuw bestaan op te bouwen in Londen. Ook deze homerische omzwerving eindigt in een zoektocht naar identiteit en erkenning. Tegelijkertijd leiden de inspanningen van de hoofdpersoon tot een zekere vervreemding van zijn omgeving en het besef hiervan. Julien ontkent niet dat dit verhaal losjes is gebaseerd op zijn eigen verleden, maar benadrukt dat het hier een zoektocht naar communicatiemiddelen betreft om een taal te vinden die migranten in Londen uiteindelijk een plaats in de Londense maatschappij kunnen bezorgen.

PARADISE OMEROS (2002)
INSTALLATION VIEW, DOCUMENTA XI, KASSEL, 2002

De avond bood een interessante kijk op het recente werk van Julien, omdat na de singlescreen vertoningen van zijn drie films – die normaliter in multiscreen-installaties worden gepresenteerd – met behulp van overzichtfoto’s alsnog werd ingegaan op de ruimtelijke aspecten van Juliens werk. Er werd door Rutten en Julien uitvoerig gesproken over de verschillen tussen single- en multiscreen-vertoningen. Julien hamerde hierbij op de betrokkenheid en participatie die hij bij de toeschouwer wil creëren; “I think a spectator shouldn’t get too comfortable”. Vandaar dat er bij de vertoning van ‘Ten Thousand Waves’ in EYE geen enkel bankje te vinden is, en de bezoeker wordt gedwongen zijn positie tussen de negen schermen steeds opnieuw te heroverwegen.
Enigszins problematisch was Juliens visie ten opzichte van zijn fotografisch werk, dat te zien was in Ron Mandos. Voor wie de films van Julien heeft gezien, doen de foto’s aan als verstilde video-opnamen, gevangen en als nieuw werk gereproduceerd. Het lijkt een eenvoudige oplossing om zijn videowerk in galerievorm tentoon te stellen. Julien legde echter uit dat elke film ontstaat vanuit een verstild beeld van waaruit hij zijn ideeën verder uitwerkt. De beelden zijn geen screenshots, maar foto’s gemaakt als onderdeel van Juliens artistieke proces. Het is daarom lastig uit te maken of de foto’s in staat zijn hun eigen aura te verdedigen en of zij überhaupt los gezien kunnen worden van de films.
Toch was Julien uitstekend in staat een inzicht te bieden in zijn artistieke overwegingen. Zijn films bezitten niet alleen een kritische blik op sociale en politieke dilemma’s, maar geven ook een reflectie op zijn eigen kunstzinnige praktijk en op de rol van de toeschouwer binnen die praktijk. Het gesprek tussen Julien en Rutten was openhartig en prikkelend, wat maakte dat Stedelijk|film een bijzondere avond was waarin Juliens unieke kunstpraktijk en de scherpe kunsthistorische visie van Rutten elkaar konden ontmoeten.

 

 

Tags

activiteiten september 15th, 2012

Pecha Kucha – The Museum of the Future

Pecha Kucha @ Stedelijk – 13 september

Een van de laatste programma’s van Stedelijk @ maar ook het eerste programma onder de luifel. Met Stedelijk @ Stedelijk – Pecha Kucha is het spits afgebeten voor de openingsweek. Aankomende zondag staat het tweede programma geprogrammeerd, daarna volgt een week met verschillende openingsmomenten en is het stedelijk vanaf zondag 23 september open voor publiek.

 

Pecha Kucha is inmiddels een internationaal begrip met initiatiefnemers over de hele wereld. In Amsterdam vertegenwoordigen Joop de Boer en Jeroen Beekman van creatief bureau Golfstromen deze serie van lezingen waarbij twaalf sprekers een lezing van 20 slides × 20 seconden presenteren. Voor de gelegenheid was het thema ‘het museum van de toekomst’ aan deze avond verbonden en passeerde een keur aan meningen en opvattingen over de toekomst de revue. Boris van Hoytema (Non-Fiction) opende met een boodschap die de bezoekers ongetwijfeld aansprak: ‘I like the future better than the now, or the past’. Hiermee werd ook nog eens aangestipt dat in design, beeldende kunst, architectuur en filosofie de blik sterk op de toekomst is gericht. Opvallend was de manier waarop sprekers op de toekomst van het Stedelijk Museum reflecteerden. Hoge verwachtingen en een groot verlangen om het museum weer te betreden maar met een kritische noot dat het museum zichzelf moet updaten om weer mee te kunnen in de internationale kunstwereld.

Wat voor velen een eerste ontmoeting met het museum was, bleek een bijzondere situatie op te leveren. Het podium voor de nieuwe hoofdingang, met daarvoor een ‘tribune van zitzakken’ en de gevel gehuld in een gloed van rood licht zorgde voor een bijzondere sfeer. Het plein onder de luifel bewijst een goede plek te zijn om als museum naar buiten te treden en zal nog vele malen op deze manier worden ingezet, te beginnen met ‘La Commedia’ door Emio Greco | PC, aankomende zondag om 16:00.

En wat dat updaten betreft zit het wel goed. Het Stedelijk blijft goed vertegenwoordigd in het veld van actuele kunst en theorie met het Public Program dat op 27 september met Do it! – Stage it! van start zal gaan.