De dag voor de opening … Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club
Het Public Program van het Stedelijk Museum heeft gedurende de renovaties en de verbouwing van het museumgebouw plaatsgevonden op verschillende plekken in de stad. De samenwerking tussen het Stedelijk en TrouwAmsterdam komt voort uit deze programmering en bestaat uit vier events.
Het eerste event vindt morgen plaats en onderzoekt door middel van een lezing, tentoonstelling en een performance hoe de clubcultuur en hedendaagse kunst elkaar geïnspireerd hebben. Ik stelde samen met conservator Bart Rutten de tentoonstelling samen.
Hieronder een kort verslag van de dag voor de opening.
Opbouw dag 3
De dag voor de opening is altijd een gekke dag. Aan de ene kant wil je alles zo ver mogelijk af hebben, aan de andere kant groeit de to-do lijst door last-minute wijzigingen of door voortschrijdend inzicht. Wanneer de inrichting voor een groot gedeelte gedaan is, is het soms goed om de kunstenaars uit te nodigen om te komen kijken. Op zaal bespreek je dan de keuzes die je gemaakt hebt en waarom.
Gisteravond hebben we met Rineke Dijkstra haar werk bekeken. Ze was ontzettend enthousiast en met een paar aanwijzingen van haar kant op zak, beginnen we de derde dag van de opbouw. Vanwege de verhuur van het clubgedeelte aan een externe partij kunnen we nog niet beginnen met de aanpassingen voor The Buzzclub, Liverpool UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit wordt een klus voor morgen, maar met ons ervaren bouwteam moet dat geen probleem zijn.
Ook is Jeremy Shaw vanuit Berlin gearriveerd in Amsterdam. Zijn werk Best Minds Part One (2007) is het jongste werk van de tentoonstelling en is door hem gefilmd tijdens een straight-edge hardcore feest in een buurthuis in Canada. Hieronder zie je een foto van het testbeeld. Het werk, met vertraagde beelden van jongeren die helemaal uit hun dak gaan, lijkt wel gemaakt voor deze ruimte. De opstelling zal nog iets wijzigingen, zodat het werk nog beter uitkomt wanneer je de zaal binnenloopt. Morgen zullen Shaw, Bart Rutten en ikzelf het werk bespreken met de mogelijkheid voor vragen vanuit het publiek.
Het werk van Matt Stokes, Long After Tonight (2005) zal te zien zijn in de ruimte naast die van Shaw. Hieronder zie je een foto van mijn werkplek van vandaag. Links tegen de muur -achter de ronde pilaar- zie je de projectiemuur voor de film van Stokes, de deur naar het werk van Shaw, rechts. De zalen zullen pik-donker zijn, waardoor de bezoeker moet worden geleid door het licht en het geluid van de kunstwerken. Dit is ook een klus voor morgen. Vanavond zal ik Matt Stokes ontmoeten en de laatste details voor zijn werk bespreken.
Het resultaat is vanaf morgen 20 uur te bekijken. Tot en met zondag zijn de kunstwerken te zien tijdens de openingstijden van de club. Of ik morgen de tijd heb om een blog te schrijven, betwijfel ik. Daarom hoop ik jullie morgenavond allemaal te zien of anders in de loop van het weekend.
Zondag is de afsluiting van de tentoonstelling met Upload Cinema door Dagan Cohen. Dus als jullie zin hebben om deze brakke zondag langs te komen: welkom!
Een huzarenstukje: het transport van een Schnabel naar Venetië
Er zijn er maar drie van in Europa: speciale, luchtgeveerde en geklimatiseerde Low Floor aanhangwagens die geschikt zijn voor kunsttransport. Ze kunnen kunstwerken van een gigantisch formaat rechtop vervoeren tot maximaal 335 cm hoog. Dat was het geval met The Unexpected Death of Blinky Palermo in the Tropics uit 1981 van de Amerikaanse kunstenaar Julian Schnabel. Met zijn kistafmetingen van 446 x 29 x 319 cm paste hij er precies in.
Het Stedelijk Museum had er alles aan gedaan om mee te werken aan de voor Julian Schnabel en Museo Correr zo belangrijke overzichtstentoonstelling in Venetië: Julian Schnabel. Permanently Becoming and the Architecture of Seeing (4 juni – 27 november 2011).
Schilderijen worden altijd opgespannen vervoerd, mits het formaat dat toelaat. Als dat technisch niet mogelijk is, worden ze bij hoge uitzondering opgerold, met als risico: beschadiging. Vanwege de precaire conditie van dit schilderij ging het op fluweel geschilderde werk rechtopstaand in opgespannen vorm op transport.
De achterzijde van het werk werd voorzien van een speciaal achterschot (5 mm dik polypropyleen kanaalplaat). Tussen het doek en het achterschot werd de ruimte helemaal opgevuld met schuimplaten (5 cm dikke ethafoam), die met nylon boekschroeven op het achterschot gemonteerd werden. Zo ontstond er een vacuüm en werd de beweging van het doek tijdens het transport maximaal gereduceerd. Daarna werd het schilderij in een houten beschermlijst gemonteerd, met eromheen plastic als extra bescherming.
De houten, op maat gebouwde, kist kreeg een laklaag en een rubber seal op de deksel, zodat hij waterdicht zou zijn. De transportkisten die het Stedelijk zelf maakt, hebben standaard schokdemping in de hoeken. Zo zat het schilderij goed ingepakt voor de lange en gecompliceerde reis naar Venetië.
Om de kist na het uitladen in Venetië door de smalle straatjes verder te kunnen verplaatsen, bedacht Marc Bongaarts – Hoofd Behoudstechnische Art Handling – een licht, innovatief transportsysteem. Dit bestond uit vier aluminium, eenzijdige, draagarmconstructies waarvan de armen op verschillende breedte standen gezet konden worden. Ze waren voorzien van zware zwenkwielen met luchtbanden die schokken en trillingen kunnen absorberen. De draagarmen werden door middel van vier M10 bouten aan de kist gemonteerd en aan de onderzijde door een dikke aluminium strip met elkaar verbonden. Hiermee kon de kist om zijn as draaien en soepel over het Venetiaanse wegdek deinen.
Na een reis van zo’n 1350 kilometer arriveerde de kist in Venetië bij de kade van Tronchetto, het transport centrum voor goederenoverslag. Te midden van groente- en fruitboten en talloze kunstenaars die met hun werk aan de Biënnale deelnamen, werd de Schnabel voorzichtig uit de vrachtwagen getakeld en op de grootste maat vrachtboot die in Venetië te krijgen is, geladen. Daarna voer de boot naar het San Marco plein, waar voor de verbaasde ogen van vele toeristen de kist met een hijskraan omhoog werd getakeld. Terwijl de kist laag boven de boot zweefde, monteerde Marc met zijn Italiaanse assistenten het transportsysteem eraan vast. Het kunstwerk was klaar voor het laatste deel van zijn reis.
Het transportsysteem was zo gemaakt, dat de wielen zowel in een brede als smalle stand gezet konden worden. Zelfs in de smalste stand, bijvoorbeeld op de steiger, stond de kist stabiel. Zo rolde de Schnabel, met aan weerszijden maar liefst acht man ter bescherming, naar het Museo Correr. Onderaan de hoge trappen werd het in een beschermlijst en folie verpakte schilderij, in het bijzijn van Julian Schnabel zelf, uit de kist gehaald en de trappen opgetild.
Na aankomst in de zaal inspecteerden schilderijen restaurator Louise Wijnberg van het Stedelijk en de restaurator van Museo Correr de staat van het schilderij en maakten zij een conditierapport. Het werk, dat het transport prima had doorstaan, schitterde prominent bij de hoofdingang. De moeite die Marc en zijn afdeling hadden gedaan om dit transport vlekkeloos te laten verlopen was beloond.
Aan het einde van de tentoonstelling werd het schilderij op dezelfde wijze weer ingepakt en succesvol terug vervoerd naar het Stedelijk Museum.
Foto’s: Marc Bongaarts en Louise Wijnberg
Bibliotheek Stedelijk koopt zeldzaam tijdschrift

Soms zoek je ergens naar en vind je iets anders, dat ook heel aardig is. Zo was ik voor de bibliotheek van het Stedelijk al lang op zoek naar een compleet exemplaar van het tijdschrift L’Esprit Nouveau uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. Een van de oprichters en voornaamste redacteuren was de Franse architect Le Corbusier, die zijn paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1925 er naar vernoemde, het Pavillon de l’Esprit Nouveau. Zoekend naar Le Corbusier stuitte ik in een veilingcatalogus van veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem op een ander tijdschrift dat ik helemaal niet kende, het tijdschrift Plans uit 1931/1932. We wisten de complete set te verwerven voor de bibliotheek van het Stedelijk Museum. Des te leuker omdat het tijdschrift voor zover ik kan nagaan in geen enkele bibliotheek in Nederland aanwezig is. Ook L’Esprit Nouveau is trouwens zeldzaam. De TU Delft schijnt een incompleet exemplaar te hebben, en Museum Boijmans Van Beuningen heeft een complete set. Het Stedelijk heeft wel de facsimile van dat tijdschrift. Dat is wel vaker zo, de bibliotheek heeft een origineel (bijvoorbeeld van alle nummers van Cobra), maar dat is zo kostbaar dat het achter slot en grendel wordt gezet. Voor bezoekers van de bibliotheek wordt dan de facsimile, de herdruk, aangeschaft als die voorhanden is.
Midweek Masterpiece: Den røde jord van Asger Jorn

© Fam Jørn, Den Rode jord, c/o beeldrecht 2004
Elke week aandacht voor een bijzonder werk uit onze collectie.
Deze week is dat Den røde jord van Asger Jorn uit 1953.
Asger Jorns grote, felgekleurde litho is gebaseerd op de Scandinavische mythologie en in het bijzonder op de verhalen over ‘Jord’, de personificatie van de aarde. Jorn werd geïnspireerd door de Scandinavische folklore en traditie. Het werk van de 20ste-eeuwse Deense schrijver Johannes V. Jensen vormde de bron voor de mythologie in zijn werk. Hoewel hij er in 1953 voor koos om te emigreren, bleef zijn vaderland altijd een belangrijke rol spelen in zijn werk. Den røde jord roept het beeld op van een dor, archaïsch landschap, een verwijzing naar de oude aarde. Uit de rusteloze lijnen in deze prent doemen figuren op. Over traditionele volkskunst merkte Jorn op: ‘Het is de kunst die uiting geeft aan de viering van het mens-zijn en het leven, de volkskunst die we (….) beschouwen als de meest waardevolle, omdat dit de kunst is die het langst al het gemeenschappelijk bezit vormt van de meeste mensen’.
Stedelijk Museum presenteert hoogtepunten uit de schenking van Maurice van Valen
Het Stedelijk Museum toont een ruime keuze uit de schenking van de Nederlandse verzamelaar Maurice van Valen, die 63 kunstwerken omvat op het gebied van sculpturen, schilderijen, videokunst, fotografie en werken op papier, van Nederlandse en internationale kunstenaars. De tentoonstelling is te zien in vier zalen op de begane grond van het museum, als onderdeel van Temporary Stedelijk 2 en bevat werk van Atelier van Lieshout, Isa Genzken, Joseph Grigely, Rachel Harrison, Arnoud Holleman, Klaas Kloosterboer, Dana Lixenberg, Pieter Laurens Mol, Falke Pisano, Yukata Sone, JCJ Vanderheyden en Eric Wesley.
De schenking van Van Valen sluit in alle opzichten opmerkelijk goed aan bij de collectie van het museum. Atelier van Lieshouts tafel met zes stoelen en een bank, vergezeld door een zittende en staande AVL-man geeft bijvoorbeeld meer diepte aan de al in de Stedelijk-collectie aanwezige groep werken. Ook het werk op papier van Pieter Laurens Mol, JCJ Vanderheyden, Arnoud Holleman en Klaas Kloosterboer versterken de al in de collectie aanwezige clusters. Dit geldt eveneens voor werken van vooraanstaande internationale kunstenaars als Isa Genzken en Rachel Harrison.
+ lees het volledige artikel
Midweek Masterpiece: The falling soldier van Robert Capa

Robert Capa © 2001 by Cornell Capa
Elke week aandacht voor een bijzonder werk uit onze collectie.
Deze week is dat The falling soldier van Robert Capa uit 1936.
De republikeinse soldaat Federico Borrell García stort ter aarde, geraakt door een vijandelijke kogel op het moment dat Robert Capa een heroïsch portret van hem wilde maken. Het is de beroemdste oorlogsfoto die ooit is vervaardigd. Voor het eerst in de geschiedenis legde een fotograaf het moment vast waarop een mens sterft. Dankzij de publicatie in diverse tijdschriften (eerst in het Franse Vu, in 1937 in het Amerikaanse Life) werd de foto een icoon van de Spaanse burgeroorlog en een fotojournalistiek sleutelbeeld. Het vastgelegde moment is echter zo extreem dat van verschillende kanten herhaaldelijk twijfel is geuit over het waarheidsgehalte van de foto. Sommigen beweren dat deze in scène zou zijn gezet, een frontale aanval op de ethiek van de moderne fotojournalistiek die het ensceneren van een nieuwsfeit als een halsmisdaad beschouwt. Wat vast staat is dat Capa met zijn Leica, een snelle kleinbeeldcamera, de oorlog op de huid zat. Tot zijn beroemde reportages behoren de foto’s van de landing van de geallieerden in Normandië in 1944. Oorlog maakte ook een vroegtijdig einde aan zijn leven: in 1954 liep hij in Indo China op een mijn.
Tekst door Hripsimé Visser, Conservator fotografie
Midweek masterpiece: Soft Ladder, Hammer, Saw, and Bucket van Claes Oldenburg
© Claes Oldenburg and Coosje van Bruggen, 2005
Elke week aandacht voor een bijzonder werk uit onze collectie.
Deze week is dat Soft Ladder, Hammer, Saw, and Bucket van Claes Oldenburg uit 1967.
In Claes Oldenburgs herschepping van de ladder, hamer, zaag en emmer zijn de oorspronkelijke materialen vervangen, zodat het eindproduct flexibel is geworden. Het werk verandert van vorm en reageert op de zwaartekracht, net als het menselijk lichaam. De slappe sculpturen zijn een toespeling op lichaamsdelen in het algemeen, maar vooral op de geslachtsorganen. Oldenburg wijzigde niet alleen het materiaal, maar ook de schaal. In al zijn zogenaamde soft sculptures maakt Oldenburg een gewoon voorwerp disfunctioneel door de omvang en het materiaal te veranderen. De ladder met hamer, zaag en emmer heeft ook iets humoristisch door Oldenburgs cartoonachtige interpretatie. De kunstenaar was gefascineerd door het feit dat de soft sculptures geen concrete vorm hebben. Hun vorm is afhankelijk van de wijze waarop iemand ze in een ruimte plaatst en van de zwaartekracht. De soft sculptures kunnen worden beschouwd als een reactie op de koele, onpersoonlijke esthetiek van de jaren ’60, die bijvoorbeeld zichtbaar is in het werk van de minimalistische kunstenaar Donald Judd.
Midweek masterpiece: Noire et Blanche van Man Ray
© Man Ray Trust/ADAGP, Noire et Blanche/’Kiki au Masque Nègre’, 1926, c/o Beeldrecht Amsterdam 2004
Elke week aandacht voor een bijzonder werk uit onze collectie.
Deze week is dat Noire et Blanche van Man Ray uit 1926.
De foto Noire et Blanche van Man Ray is een kenmerkend voorbeeld van surrealistische kunst. De markante gelaatstrekken van het bleke model en het donkere masker geven het geheel een verdubbelingseffect. Deze herhaling is een herinnering aan het feit dat een foto een duplicaat is van het afgebeelde, namelijk een teken of indicatie van de realiteit. In het surrealisme geeft de verdubbeling aan dat we als persoon allemaal bestaan uit een bewust en een onbewust gedeelte. Wanneer we deze foto interpreteren als een typisch primitivistisch werk, kan de vrouw worden opgevat als de Europese beschaving en het masker als “primitief” Afrika. De foto trekt een parallel tussen de twee gezichten en toont de gelijkenis die tussen hen bestaat. De titel “zwart en wit” is een woordspel, omdat de volgorde omgekeerd is wanneer men de foto van links naar rechts ‘leest’. De kunstenaar maakte ook een negatieve afdruk van deze foto. De foto werd in ‘Vogue’ voor het eerst gepubliceerd. Het is een portret van Kiki de Montparnasse, Man Ray’s geliefde, die model was in de tijd dat de foto werd genomen.
Midweek masterpiece: Blue Red Rocker van Ellsworth Kelly
© Ellsworth Kelly, 2005
Elke week aandacht voor een bijzonder werk uit onze collectie.
Deze week is dat Blue Red Rocker van Ellsworth Kelly uit 1963.
Ellsworth Kelly’s vrijstaande sculptuur heeft de vorm van een gevouwen ellips. Ook in Kelly’s schilderijen zijn elementaire en gebogen vormen te vinden. Over de relatie tussen zijn twee- en driedimensionale werk zei de kunstenaar: “Sculptuur is voor mij iets wat ik van de wand heb gehaald”. Door de wisselwerking tussen de twee vibrerende primaire kleuren lijkt de sculptuur haast te pulseren. Blue Red Rocker werkt met de vlakke en de ronde vorm: de extreme vlakheid van het oppervlak contrasteert met de gebogen vorm van de ellips. De kunstenaar wees op de buitenwereld als zijn inspiratiebron: “De gevonden vormen in het gewelf van een kathedraal of in een stuk asfalt op straat leken waardevoller en leerzamer, een sensuelere ervaring dan geometrische schilderkunst.”
Midweek Masterpiece: Technology/Transformation: Wonder Woman van Dara Birnbaum
© Dara Birnbaum, 2005
Elke week aandacht voor een bijzonder werk uit onze collectie.
Deze week is dat Technology/Transformation: Wonder Woman van Dara Birnbaum uit 1978/1979.
Vanaf 1978 zijn Dara Birnbaums videotapes gewijd aan de relatie tussen de naoorlogse Amerikaanse samenleving en de technologische ontwikkelingen in de massamedia. Haar bekendste en meest iconische werk uit deze periode is Technology/ Transformation: Wonder Woman. Het werk toont karakteristieke fragmenten uit de gelijknamige Amerikaanse televisieserie. De video begint met een scène waarin een rondwervelende vrouw na een luidruchtige explosie verandert in het tv-personage ‘Wonder Woman’. Hierop volgen herhaaldelijk nieuwe explosies waarbij de vrouw op verschillende manieren transformeert in een superheld. Naar eigen zeggen signaleerde Birnbaum in de bekende tv-serie de psychologische verlangens van mensen om zichzelf te veranderen naar een bepaald moreel ideaal. Tegelijkertijd signaleerde de kunstenares ook de behoefte om deze psychische wensen om te zetten naar fysiek uiterlijk vertoon. Door beelden uit deze commerciële serie te herhalen en te vertragen, leverde Birnbaum een kritisch commentaar op de snelle en flitsende gemonteerde televisiebeelden.
Technology/Transformation: Wonder Woman is op dit moment te zien tijdens de tentoonstelling Temporary Stedelijk 2.














