Journal

Categorie: Global Collaborations

Geen categorie 25 juli, 2014

This is the Time: This is the Record of the Time

Als onderdeel van het Global Collaborations project opent in september in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA) deel twee van de Global Positions tentoonstellingenreeks, waarbij ditmaal een link wordt gelegd tussen Amsterdam en Beiroet en wordt samengewerkt met de AUB Gallery in Beiroet. De tentoonstelling is samengesteld door Angela Harutyunyan en Nat Muller. Angela heeft een academische achtergrond in post-Sovjet kunst en cultuur, en in historiografie, en is geïnteresseerd in de sociale positie, publieke impact en politieke contexten van kunstwerken. Nat’s achtergrond ligt in de genderstudies en contemporaine kunst uit het Midden-Oosten. Zij is met name geïnteresseerd in de politieke en publieke context van kunst en in de invloed van technologie en nieuwe media. De tentoonstelling heeft als titel This is the Time. This is the Record of the Time, en beoogt ‘een kritische bevraging van onze relatie tot tijd, maar ook onze relatie tot de mechanismen voor het vastleggen van tijd’. De tentoonstelling omvat nieuw werk van de internationale kunstenaars Kristina Benjocki, Sebastian Diaz Morales, Peter Fengler, Priscilla Fernandes, Daniele Genadry, Walid Sadek, Rayyane Tabet, Esmé Valk en Cynthia Zaven. Ter introductie op het project heeft Vincent van Velsen een aantal vragen voor de curatoren:
_

Persistent Luminescence.2

Daniele Genadry, Persistent Luminescence, 2013

Read More »

Tags

Geen categorie 28 maart, 2014

Thinking Globally

Op 13 tot en met 15 maart jongstleden vond het driedaagse symposium Collecting Geographies: Global Programming and Museums of Modern Art, plaats in het Stedelijk Museum en het Tropenmuseum in Amsterdam. Naast de 24 sessies waarin meer dan 80 internationale papers werden gepresenteerd, vonden er ook publieke lezingen en paneldiscussies plaats, waaronder Thinking Globally: Museums, Art and Ethnography after the Global Turn. Deelnemers aan de discussie waren de academici Jette Sandahl, James Clifford en Pamela M. Lee en de kunstenaars Wendelien van Oldenborgh en Kader Attia. De sessie werd gemodereerd door Leon Wainwright. Het Stedelijk vroeg twee jonge schrijvers om vanuit hun eigen perspectief verslag te doen van de avond.

 

2014 Collecting Geographies SMA 177 adlib

Leon Wainwright opens the evening.

De paneldiscussie vond plaats in het Tropenmuseum; een gepaste context volgens Anke Bangma, die de avond opende en conservator hedendaagse kunst en fotografie is in het Tropenmuseum, omdat het bevragen van de omstreden scheiding tussen respectievelijk kunst en cultuur enerzijds en het kunst- en volkenkundig museum anderzijds één van de speerpunten is van het symposium Collecting Geographies. De grootste uitdaging waarvoor het volkenkundig museum zich gesteld ziet, aldus Bangma, is het vinden van nieuwe representatievormen die recht doen aan een wereld gekenmerkt door steeds veranderende relaties tussen het verre en het nabije.

Read More »

Tags

Geen categorie 3 maart, 2014

Collecting Geographies – Magiciens de la Terre

Op 13, 14 en 15 maart aanstaande organiseert het Stedelijk Museum in samenwerking met ASCA/ACGS van de Universiteit van Amsterdam, Moderna Museet (Stockholm), Museum Folkwang (Essen) en het Tropenmuseum (Amsterdam), de academische conferentie Collecting Geographies – Global Programming and Museums of Modern Art. Tijdens deze conferentie gaat een diverse selectie sprekers nader in op actuele kwesties in de relatie tussen kunstinstellingen, globalisering en het postkoloniale discours. Een van de sessies is gewijd aan de baanbrekende én bekritiseerde tentoonstelling Magiciens de la Terre die 25 jaar geleden werd georganiseerd in het Centre Pompidou te Parijs. Cultuurwetenschapper Liza Swaving neemt in deze blog de controversiële erfenis van deze inmiddels canonieke tentoonstelling onder de loep aan de hand van de recent verschenen publicatie Making Art Global: “Magiciens de la Terre”, 1989.

magiciens

In 2014 is het precies 25 jaar geleden dat de tentoonstelling Magiciens de la Terre plaatsvond in het Centre Pompidou in Parijs. Afgelopen jaar verscheen in de Afterall-serie Exhibition Histories de publicatie Making Art Global (Part 2) ‘Magiciens de la Terre’ 1989. Deze retrospectieve publicatie geeft niet alleen een analyse en (visuele) reconstructie van de tentoonstelling maar reflecteert ook op haar invloed op het hedendaagse kunstdiscourse. Ook in het symposium Collecting Geographies wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze spraakmakende tentoonstelling. Waarom geniet Magiciens de la Terre 25 jaar na dato nog steeds zoveel belangstelling? En wat is precies haar erfenis?

Kunst is een universele expressie

Magiciens de la Terre werd samengesteld door de directeur van het Centre Pompidou, Jean-Hubert Martin, en was zowel een voortzetting van als een tegenreactie op de omstreden tentoonstelling Primitivism in 20th Century Art, die vijf jaar eerder in het MoMA in New York plaatsvond. Magiciens de la Terre werd gepresenteerd als ‘the first worldwide exhibition of contemporary art’, en omvatte werk van honderd kunstenaars: vijftig kunstenaars afkomstig uit Noord-Amerika en Europa, en vijftig afkomstig uit wat Martin aanduidde als de periferie, de zogenaamd niet-westerse gebieden. Met het naast elkaar tonen van verschillende kunstopvattingen, -tradities en – stijlen, poogde Magiciens de la Terre een caleidoscopisch, mondiaal perspectief op de hedendaagse kunst te geven en uitwisseling tussen de verschillende artistieke benaderingen te stimuleren.

Martin stond een universalistische opvatting van artistieke expressie voor: kunst als een universeel fenomeen dat de specifieke culturele, geografische en subjectieve context overstijgt en een spirituele functie heeft. Door de uiteenlopende kunstwerken als gelijkwaardig aan elkaar te presenteren, poogde Martin het (historische en discursieve) onderscheid tussen westerse en niet-westerse kunst te slechten en de getoonde werken op hun eigen merites – als artistiek object – te waarderen: ‘Non-western art seems branded with a taboo that demands it cannot be shown without explaining its context. People should bear in mind that visual objects are capable of conveying signs and meanings through the imagination and the emotions’. Martin besloot alle kunstwerken vrijwel zonder context te presenteren, om niet het risico te lopen dat ze slechts als een representatie hun cultuur zouden worden geïnterpreteerd. Alleen informatie over het land van herkomst, het land van verblijf en de nationaliteit van de kunstenaars werd bekend gemaakt. Alleen werd deze informatie niet gebruikt als categoriseringsprincipe, maar juist om de onhoudbaarheid van deze indeling naar nationale identiteit aan te tonen.

_

Nam June Paik, Bonjour M. Orwell 1984 (1989)

Nam June Paik, Bonjour M. Orwell 1984 (1989)

Illusie van gelijkwaardigheid

Er kwam vanuit verschillende hoeken kritiek op de tentoonstelling. Zo stelden een aantal critici, waaronder  Benjamin H.D. Buchloh en Rasheed Araeen, dat de tentoonstelling een neokoloniaal project was. Buchloch vergeleek Martins denken en handelen met cultureel, politiek en economisch imperialisme. Araeen problematiseerde Martins idee van universalisme en decontextualisatie omdat het volgens hem niet leidde tot gelijkwaardigheid, maar tot oneigenlijke homogenisering. Door de visuele overeenkomsten tussen de kunstwerken te benadrukken en geen aandacht te schenken aan de verschillende culturele, economische en politieke omstandigheden waarbinnen de kunstwerken tot stand waren gekomen, creëerde Martin een illusie van gelijkwaardigheid, die geen ruimte liet voor dialoog, conflict of kritiek. Bovendien werd de bezoeker door de afwezigheid van context aangezet tot het toepassen van westerse esthetische kaders op objecten die buiten die kaders ook een andere betekenis hadden: een vorm van culturele toe-eigening. Dat de idee van gelijkwaardigheid gebaseerd was op een illusie blijkt mogelijk ook uit de criteria die Martin hanteerde tijdens het selectieproces: terwijl westerse kunstenaars werden geselecteerd op grond van ‘their concern for cultures other than their own’, werden niet-westerse kunstenaars geselecteerd indien zij werk maakten dat verwees naar ‘elements of their cultural roots’. Een gevolg hiervan was dat een aanzienlijk deel van de niet-westerse kunst rituele, figuratieve en volkskunst betrof, die werd gekenmerkt door een toepassing van traditionele vormen van materiaalproductie – en gebruik. Jean Fischer beschouwde dit als een ‘fetisjering’ van traditionele productieprocessen, een indicatie voor een westers verlangen naar een pre-industriële vorm van culturele authenticiteit. Met andere woorden, Magiciens de la Terre  werkte juist exotisme, mystificatie en stereotypering van de niet-westerse kunst in de hand.

_

Alfredo Jaar, La géographie, ça sert d'abord à faire la guerre (1989)

Alfredo Jaar, La géographie, ça sert d’abord à faire la guerre (1989)

Er was ook positieve kritiek die de tentoonstelling prees om zijn grensverleggende karakter, het openbreken van de binaire oppositie westers/niet-westers en het stimuleren van culturele dialoog. Zo stelde Alfredo Jaar, één van de deelnemende kunstenaars, in een recent interview: ‘It was evident that after ‘Magiciens’ there was no turning back. In my view, it really was the first crack in the Western art bunker.’

Global Turn

Het polariserende debat dat de tentoonstelling genereerde, heeft eraan bijgedragen dat zij tot op de dag van vandaag een belangrijk referentiepunt is. De tentoonstelling stond model voor vele tentoonstellingen en biënnales, zowel internationaal als in Nederland. Zo zagen de jaren ’90 een groot aantal tentoonstellingen gewijd aan kunst uit niet-westerse of gemarginaliseerde gebieden; en sinds het nieuwe millennium groeide het aantal tentoonstellingen die de invloed van globalisering op artistieke productie en receptie onderzochten. Deze en andere ontwikkelingen zijn onderdeel van wat de global turn wordt genoemd: een periode van mondiale politieke en economische verschuivingen waarin het eurocentrische denkkader van de kunstgeschiedenis, de kunstmusea en de canon vanuit verschillende disciplines wordt hervormd, herschreven en gedecentraliseerd. Ideeën uit de postkoloniale theorie en antropologie worden toegeëigend binnen de kunsttheorie en toegepast in de tentoonstellingspraktijk; er ontstaan alternatieve terminologieën, zoals global art, world art, transnational art en het recentere glocal art, die het fixeren van kunst op grond van nationaliteit identiteit analyseren en uitdagen. Positief of negatief, Magiciens de la Terre is een belangrijke katalysator in deze global turn.

 

pompidou_edited

Modernites Plurielles de 1905 a 1970 in Centre Pompidou (photo: Jelle Bouwhuis)

De erfenis en reputatie van Magiciens de la Terre worden ook door het Centre Pompidou zelf levend gehouden. Deze zomer organiseert het museum een ‘Summer School’ rondom Magiciens en In 2009 werd het ambitieuze onderzoeksprogramma ‘Recherche et Mondialisation’ opgericht, dat zich onder leiding van Catherine Grenier richt op de het ‘internationaliseren’ van het collectiebeleid en het herschrijven van de kunstgeschiedenis. Binnen dit programma werd onlangs de nieuwe collectieopstelling Modernités plurielles de 1905 à 1970  gerealiseerd, waarin moderne kunst vanuit een mondiaal perspectief wordt gepresenteerd, als correctie op het idee dat modernisme enkel een westers fenomeen is. De collectieopstelling wordt gepresenteerd als de eerste tentoonstelling waarmee het Centre Pompidou een mondiale geschiedenis van de kunst laat zien ‘met meer dan 1000 kunstwerken, 400 kunstenaars uit 47 landen’. Het museum treedt hiermee duidelijk in de voetsporen van Magiciens de la Terre; en naar het lijkt, stapt het ook in dezelfde valkuilen. Immers, geeft het herschrijven van de kunstgeschiedenis vanuit het perspectief van het modernisme niet blijk van eenzelfde vorm van toe-eigening en fictieve decontextualisatie waarvan Magiciens de la Terre werd bekritiseerd?

—————–

Alle citaten in de tekst zijn afkomstig uit Lucy Steeds et al., Making Art Global (Part 2). ‘Magiciens de la Terre’ 1989, Londen (Afterall Books/Koenig Books) 2013

Meer informatie over het symposium Collecting Geographies en het volledige programma vindt u hier. Op zaterdagmorgen zal Annie Cohen-Solal, een lezing geven getiteld ‘Magiciens de la Terre and other Postcolonial Exhibitions’.

Voor literatuur over de global turn zie onder meer: Hans Belting, Andrea Buddensieg & Peter Weibel (red.), The Global Contemporary and the Rise of New Art Worlds, Cambridge, MA (The MIT Press) 201;  Jill H. Casid et al., Art History in the Wake of the Global Turn, Londen (Yale University Press) 2014.

Copyright Alfredo Jaar, courtesy Galerie Lelong, New York.

Photography copright Deidi von Schaewen.

Liza Swaving, MA is cultuurwetenschapper en voltooide de Master Museumconservator aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is Research Associate bij Rijksmuseum Volkenkunde, waar ze onderzoek doet naar de relatie tussen authenticiteit en het gebruik van bewegend beeld in de tentoonstellingen van het museum.

Tags

buiten de deur 23 januari, 2014

Beirut Again and Again*: Een reis door de Libanese kunstwereld

Na een vruchtbare samenwerking tussen het SMBA en KUNCI in Yogyakarta, met als resultaat de tentoonstelling en publicatie Made in Commons, richt deel twee in de Global Positions serie zich op de regio Beiroet. Op uitnodiging van het SMBA ontwikkelen de gastcuratoren Nat Muller en Angela Harutyunyan een voorstel voor een tentoonstelling die zowel in Amsterdam als Beirut zal plaatsvinden, met daarbij een publicatie en een publieksprogramma. Global Positions II wordt georganiseerd in samenwerking met het Beiroetse kunstenaarsinitiatief 98 weeks. In aanloop naar de tentoonstelling die dit najaar zal openen, deelt Nat Muller in deze blog alvast haar kijk op de kunstwereld in Beiroet.

Beirut - 12 July, 2006. First day of the 2006 July war with Israel.
Beirut – 12 juli, 2006. Eerste dag van de oorlog met Israel.

_

Mijn eerste bezoek aan Beiroet om onderzoek te doen voor een tentoonstelling, staat mij nog helder voor de geest. Het was 16 februari 2005, twee dagen nadat Premier Rafiq el Hariri met een allesverwoestende autobom om het leven was gebracht. Het vliegtuig was leeg, en de straten van Beiroet bij aankomst verlaten. De aanslag op Hariri leidde tot een storm van protesten culminerend in de terugtrekking van het Syrische leger uit Libanon na een bezetting die 29 jaar duurde. In de drie weken die volgden vond het merendeel van mijn ontmoetingen met kunstenaars, curatoren en andere kunstprofessionals plaats tijdens demonstraties en herdenkingsoptochten Het was een crash-course in Libanese politiek. En tot op de dag van vandaag herinnert deze ervaring mij aan het feit dat productie van kunst in Libanon nauw verweven is met het heden en verleden, de politieke geschiedenis, de wonden van de Burgeroorlog (1975-1990), het individuele en collectieve geheugen – of het gebrek hieraan. De kortstondige “Cedar Revolutie” die volgde op Hariri’s moord bracht weliswaar een herschikking van de machtsbalans in Libanon, maar betekende niet het einde van de sektarische geschillen. Integendeel, spanningen tussen de verschillende groeperingen in Libanon zijn sindsdien alleen maar toegenomen en houden tot op de dag vandaag het land in haar greep. Wel stimuleerde de terugtrekking van Syrië tot een influx aan investeringen vanuit de Golf Regio en van de Libanese diaspora, wat leidde tot een explosieve groei in de bouwsector, een sterke stijging van de vastgoedprijzen en de betreurenswaardige uitverkoop van het architectonische erfgoed van Beiroet; vele beeldschone Ottomaanse villa’s zijn gesloopt om plaats te maken voor de zoveelste, oerlelijke wolkenkrabber. Hoe dan ook, het zette Libanon weer op de kaart.

3ArtFactum_4WalidRaad
Solo tentoonstellingen van Lamia Joreige in Art Factum Gallery, en Walid Raad in Sfeir-Semler Gallery (beiden 2013)
_
Kunstenaars

De kleine, maar levendige Libanese kunst scene bloeide in deze onzekere omstandigheden. Mede vanwege de politieke instabiliteit ontpopte de kunst scene zich vooral als een cultuur van tijdelijke activiteiten en events. Vooral Libanese kunstenaars die opgroeiden tijdens de Burgeroorlog, zoals Walid Raad, Akram Zaatari, Joana Hadjithomas & Khalil Joreige, Lamia Joreige en Rabih Mroué maakten in deze periode furore in de internationale kunstwereld. Hun werk gaat in belangrijke mate over de nasleep en het verwerken van de Burgeroorlog, en toont een interesse in onderwerpen als het individuele en collectieve geheugen, herinneren en vergeten, het archief en de politiek van representatie (na rampspoed). Ook bij organisaties als het unieke Arab Image Foundation, dat sinds 1997 bestaat en de fotografische erfenis van het Midden-Oosten en Noord-Afrika bestudeert en conserveert, zien we een speciale aandacht voor het archief en archiveren terug als belangrijke drijfveer. Zo ook bij Umam D&R, een non-profit organisatie opgericht in 2004 en gevestigd in de buitenwijken van Beiroet, die zich toelegt op het archiveren en bestuderen van Libanons nationale geschiedenis en de herinnering aan haar Burgeroorlog.

Mounira al Solh, detail video installation Dinosaurs (2013)
Mounira al Solh, detail video installatie Dinosaurs (2013)

_

Een jongere generatie kunstenaars, allen begin tot midden jaren dertig, trad meer recentelijk op de voorgrond. Voortbordurend op de thema’s en de beeldtaal van de generatie kunstenaars voor hen, speelt deze groep kunstenaars met humor en populaire cultuur, en lijken zij zich door en door bewust van de verwachtingen die de lokale en internationale kunstwereld aan hen stelt. Voorbeelden zijn Mounira al Solh, Raed Yassin, Ziad Antar, Ali Cherri en de populaire schilder Ayman Baalbaki. In tegenstelling tot de overwegend beeld georiënteerde kunstpraktijk van de na-Burgeroorlogse generatie, is het werk van kunstenaars zoals Rayyane Tabet, Daniele Genadry en Stéphanie Saadé materiaal georiënteerd, zowel in het concept als in de uitvoering.

Kunstinstellingen en organisaties

De belangrijkste kunstinstelling in Beiroet is Ashkal Alwan, de Libanese Vereniging voor Beeldende Kunsten die 19jaar geleden mede werd opgericht door de onvermoeibare Christine Tohme die de organisatie nog steeds leidt. Ashkal Alwan’s programma met festivals en evenementen, en het twee tot drie-jarige programma Home Works: A Forum for Cultural Practices waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt, is niet alleen staalkaart van belangrijke artistieke en socio-politieke kwesties, het is ook een culturele en politieke thermometer van de regio. Voor mij is het Home Works programma, dat inmiddels haar 6e editie beleeft, het platform waar ik door de jaren heen het meeste heb geleerd over het Midden-Oosten en de Noord-Afrikaanse kunstwereld. Niet alleen vanwege de programmering maar vooral omdat het een uitstekende plek is om kunstenaars en andere kunstprofessionals uit de regio te ontmoeten. In 2011 opende Ashkal Alwan haar Home Works Space; 2000 m2 gewijd aan kunsteducatie en –productie.

Werk van Raed Yassin, Beirut Art Space (2009)

_

De klassieke, white cube kunst- en tentoonstellingsruimte zijn een uitzonderlijk en recent verschijnsel in Beirut. Het Beirut Art Center (BAC) opende in 2009 haar deuren. Het BAC wordt gerund door kunstenaar Lamia Joreige en Sandra Dagher, de voormalige directrice van het inmiddels gesloten Espace SD, een semi-commerciële ruimte voor kunst en design. Het BAC biedt haar bezoekers een uitgebreid programma met publieksactiviteiten, solotentoonstellingen met internationaal gerenommeerde kunstenaars uit de regio, zoals Mona Hatoum, Wael Shawky en met internationale boegbeelden als Gerhard Richter en Harun Farocki. Het BAC organiseert ook de jaarlijkse Exposure tentoonstelling waarin aanstormend talent uit Libanon in de schijnwerpers wordt gezet. Het belang van een fysieke plek voor hedendaagse kunst in Beiroet moet niet worden onderschat. Door de jaren heen zijn Libanese kunstenaars en curatoren experts geworden in het omgaan met ad hoc situaties en in het ontwikkelen van alternatieve organisatie- en presentatiemodellen waarin disruptie en dislocatie een logische plek hadden, omdat zij zich staande moesten zien te houden in een instabiele en onvoorspelbare omgeving. Maar de op tijdelijke events georiënteerde structuren die hiervan het resultaat zijn, werken ook als versterking van de fragmentatie die inherent is aan deze reeds verdeelde stad. Door beeldende kunst een vast onderkomen te bieden van steen en cement, krijgen ook andere modellen en praktijken een plek, zowel lokaal als in een breder en bijvoorbeeld kunsthistorisch perspectief.

Work van Marwan Rechmaoui in Home Works Space voor de renovatie; panel discussion in HomeWorks 5 (2010)

_

Een hele andere tak van sport in de Libanese en regionale kunst scene wordt vertegenwoordigd door de Sfeir-Semler Gallery, die in 2005 naast haar galerie in Hamburg een dependance opende in Beiroet. De galerie is gevestigd in het industriegebied van Beiroet, Karantina, waar tijdens de Libanese Burgeroorlog meerdere massamoorden plaatsvonden en waar tegenwoordig de Sukleen vuilstortplaats en het slachthuis van de stad zijn gevestigd. Met een oppervlak van 1400m2, haar industriële look en smetteloze witte wanden, lijkt de ruimte meer op een Kunsthalle dan een commerciële galerie. De stank van afval en rottend vlees die af en toe voorbij komt, doet hier nagenoeg niets aan af. Tot de opening van het BAC in 2009 was Sfeir-Semler de enige tentoonstellingsruimte van enig formaat waar in Beiroet hedendaagse kunst te zien was. Eigenaar Andrée Sfeir-Semler heeft oog voor aankomend talent en gevestigde namen, en vertegenwoordigt top-kunstenaars uit de Arabische wereld.

In 2010 opende de Solidere Company een eigen cultureel centrum aan de promenade in Beirut, het Beirut Exhibition Center. Solidere, dat onderdeel is van het Hariri-familiebedrijf ligt onder vuur van intellectuelen en wordt bekritiseerd vanwege haar controversiële wederopbouw van het oude, door de burgeroorlog gehavende centrum van Beirut. De artistieke visie van het BEC is zacht gezegd, obscuur en eclectisch, en de kwaliteit van de tentoonstellingen is wisselend. Maar, ook al wordt het BEC door veel mensen in de Libanese kunst scene met argusogen bekeken, het centrum verdient credits voor het introduceren van andere tentoonstellingsmodellen en voor het opnieuw onder de aandacht brengen van Libanese modernistische kunstenaars zoals Saloua Raouda Choucair, die afgelopen jaar ook een solo had in het Tate Modern, Shaffic Abboud en Paul Guiragossian.

In een stad waar weinig animo is om zich bezig te houden met de recente geschiedenis, simpelweg omdat de wonden nog te vers zijn, kan de neiging bestaan om de artistieke erfenis van voorgangers te vergeten. Salah Barakat, kunstkenner en eigenaar van de Agial Gallery, is een van de mensen die probeert om de balans tussen het artistieke heden en verleden te herstellen en heeft zich opgeworpen als fervent promotor van de Moderne Arabische schilderkunst. Ook het tentoonstellingsprogramma van de twee splinternieuwe tentoonstellingsruimtes van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet, zal bijdragen aan het opvullen van de vele kunsthistorische hiaten; in de ene ruimte, off campus, wordt aandacht besteed aan de moderne kunst collectie van de universiteit, en in de andere ruimte die is gevestigd op de campus, staat de hedendaagse kunst centraal.

Off campus Gallery, American University in Beirut
Exhibition Profiles: Collecting Art in Lebanon, AUB Gallery (off campus), (2013)

_

Net als de meeste andere overheidsinstellingen in het land, is het Libanese ministerie van cultuur dysfunctioneel en ongeorganiseerd. Dit betekent veelal dat kunstenaars en organisaties afhankelijk zijn van particuliere organisaties, mecenaat en buitenlandse financiering om hun activiteiten te kunnen blijven voortzetten. De teruglopende financiële steun vanuit het Westen als gevolg van de economische crisis en de benarde status van de nationale economie als gevolg van de oorlog in Syrië, maakt dat Libanese kunstinstellingen kwetsbaar en precair zijn. Desalniettemin lukt het een aantal instellingen om met minimale middelen zeer vernieuwende programma’s te realiseren. Het programma met publieksactiviteiten van kunstenaars-onderzoekscollectief 98 weeks, opgericht door de twee nichten Marwa en Mirene Arsanios, of het jaarlijkse experimentele muziekfestival Irtijal, zijn goede voorbeelden. Voor wie niet te ver kijkt, is Beiroet een kosmopolitische en dynamische stad waar van alles gebeurt qua kunst, trendy bars en een fantastisch uitgaansleven. Maar wie dieper graaft, wordt geconfronteerd met een onderstroom van voortdurende bedreiging die opborrelt uit de diepe, sektarische kloof in het land, de verlamming van de institutionele infrastructuur en instabiliteit in de regio. De oorlog in Syrië legt een enorme druk op het kleine Libanon. Niet alleen wat betreft de stroom vluchtelingen, maar ook het geweld dat de grens over komt. Keer op keer is het doorzettingsvermogen van Libanese kunstenaars en kunstprofessionals op de proef gesteld om zich te kunnen handhaven in instabiele situaties. En hun volharding en wilskracht om door te gaan verdient op zijn minst erkenning.

 

*: De titel “Beirut Again and Again” is ontleend aan de solotentoonstelling van de schilder Ayman Baalbaki uit 2010, met als onderwerp de tumult die dagelijkse leven in een beschadigde stad zoals Beirut tekent.

Nat Muller is een onafhankelijke curator en criticus uit Rotterdam. Haar belangrijkste interesses omvatten media kunst en hedendaagse kunst in en uit het Midden-Oosten. Nat publiceert regelmatig in tijdschriften als Springerin en MetropolisM, en in Bidoun, ArtAsiaPacific en Harper’s Bazaar Arabia. Zij stelde video en filmprogramma’s samen voor internationale projecten en festivals, waaronder het IFFR. Ook cureerde zijn internationaal tentoonstellingen waaronder Spectral Imprints in opdracht van de the Abraaj Group Capital Art Prize 2012 in Dubai.

Fotografie Nat Muller; tekst vertaald uit het Engels

Tags

verslag 13 november, 2013

Indonesië: een reisverslag

Eind november opent de eerste tentoonstelling in het kader van het meerjarige project Global Collaborations. De groepstentoonstelling Made in Commons is tot stand gekomen in intensieve samenwerking met de Indonesische kunstinstelling KUNCI Cultural Studies Center in Yogyakarta. Projectcurator Kerstin Winking reisde in augustus naar Indonesië om een aantal deelnemende kunstenaars ter plaatse te bezoeken. Tijdens haar reis, met tussenstops in Jakarta, Bandung, Jatiwangi en Yogyakarta, werd Kerstin vergezeld door KUNCI curator Syafiatudina (Dina) en de Nederlandse kunstenaar Vincent Vulsma die er onderzoek deed voor zijn bijdrage aan Made in Commons. Hier haar verslag.

Read More »

Tags

Geen categorie 5 november, 2013

Global Collaborations

Begin dit jaar startte het Stedelijk Museum met het project Global Collaborations: een drie jaar durend programma met tentoonstellingen, collectiepresentaties, lezingen, symposia, een speciale Blikopeners, publicaties en een online platform hier in de Journal van het Stedelijk Museum. Met Global Collaborations richt het Stedelijk Museum haar blik op ontwikkelingen in de beeldende kunst wereldwijd, met een speciale focus op opkomende regio’s als Afrika, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië.

Een breder perspectief

Het Stedelijk Museum staat niet alleen in haar ambitie om meer aandacht te besteden aan kunst uit ‘andere’ delen van de wereld. Zo lanceerde het Guggenheim Museum in New York in het voorjaar van 2012 haar ambitieuze UBS MAP Global Art Initiative; een meerjarig project met als doel een netwerk van kunst, kunstenaars en curatoren in andere delen van de wereld in kaart te brengen en te ondersteunen. Ook hier is het verbreden van het traditionele, Westers georiënteerde perspectief op kunst en de kunstgeschiedenis een belangrijke motivatie. In samenwerking met curatoren uit respectievelijk Zuid en Zuidoost Azië, Latijns America en het Midden-Oosten en Noord Afrika organiseert het Guggenheim Museum reizende tentoonstellingen en een uitgebreid educatief programma waarin kunst en cultuur uit deze regio’s bij een breed publiek onder de aandacht worden gebracht. Ook zullen werken uit de tentoonstelling worden aangekocht voor de collectie.

Dichter bij huis, in Londen, ontwikkelt Tate Modern soortgelijke programma’s waarmee meer ruimte wordt gemaakt voor niet-Westerse kunst. In het door het SMBA georganiseerde symposium What is a Postcolonial Exhibition? lichtte directeur Chris Dercon de missie van het museum toe: In ons aankoopbeleid werken wij met zogenaamde adviescommissies die grondig research doen naar de lokale kunstscène en de lokale context. Daarnaast nodigt Tate regelmatig lokale kunstinstellingen en initiatieven uit om in Londen tentoonstellingen te maken, waarmee het een serieuze poging doet om de oude disbalans tussen Westerse en niet-Westerse kunstinstituten te doorbreken.

Dorothy Akpene Amenuke, How Far How Near, 2012. Tentoongesteld in Time, Trade, Travel, SMBA, najaar 2012

Beide voorbeelden – die overigens slechts een kleine greep vormen uit een brede selectie van tentoonstellingen, symposia en publicaties die getuigen van een global turn in de kunstwereld – onderstrepen het belang van een nieuw, meer gelijkwaardig evenwicht tussen Westerse kunst-instellingen en hun omgang met niet-westers kunst.

Om kritisch onderzoek te doen naar de relaties tussen globalisering, hedendaagse kunst en de kunstwereld, startte  het ZKM –Centrum voor Kunst en Media in Karlsruhe, het project Global Art and the Museum. Via verschillende activiteiten onderzoekt het GAM project onder meer hoe een ‘grenzen-loos’ begrip van kunst inspireert tot nieuwe museumpraktijken in het Westen, wat de impact is van een groeiende en verschuivende kunstmarkt, en hoe musea omgaan met de diversiteit van hun publiek.

Global Collaborations

Sinds de jaren ’70 tonen Westerse musea regelmatig kunst en kunstenaars uit andere delen van de wereld. Ook het Stedelijk. Kunst wordt niet langer als een exclusief Westerse aangelegenheid beschouwd. Toch laat het globale kunst perspectief dat blijkbaar moeiteloos door de kunstwereld en de kunstmarkt is omarmt, zich nog niet zo makkelijk integreren in het DNA van de kunstmusea, de collecties. Vaak vanwege simpele argumenten als, ‘dit past niet in onze collectie.’

De zoektocht naar nieuwe perspectieven en nieuwe modellen ligt ook aan de basis van Global Collaborations. Het vraagt om een herpositionering van de eigen collectie en geschiedenis, met de erkenning dat er buiten het westerse kunstcanon een pluriformiteit bestaat aan kunst-ontwikkelingen en geschiedenissen.

Global Collaborations, de titel zegt het al, is gebaseerd op samenwerking en uitwisseling, zowel met individuen als met kunstinstellingen, in verschillende delen van de wereld. De eerste, intensieve samenwerking is met KUNCI in Yogyakarta, Indonesië, met als thema Made in Commons.Deze samenwerking resulteert onder meer in twee tentoonstellingen, een hier in Amsterdam, en een in Yogyakarta, een symposium en een uitgebreide publicatie met essays en kunstenaarsbijdragen in drie talen.

Global Collaborations is een project-in-ontwikkeling dat zich in de komende drie jaar ontvouwt en zich gaandeweg zal manifesteren in het programma van het Stedelijk Museum en het SMBA. Om iedereen te informeren over de voortgang van de samenwerkingsprojecten, achtergronden bij de tentoonstellingen en kunstenaars, en het onderzoek dat in het Stedelijk rondom dit onderwerp wordt gedaan, zullen wij op deze plek, in de Global Collaborations Journal, doorlopend aandacht besteden aan het project. Een klein team van auteurs uit binnen- en buitenland zal regelmatig achtergrondinformatie, interviews, essays, boekrecensies en reportages over activiteiten uit het programma publiceren. Zo ontstaat er gaandeweg een groeiende en rijke verzameling in tekst en beeld.

Meer informatie over
Voor meer informatie over Global Collaborations http://www.stedelijk.nl/global-collaborations

Verslag conferentie What is a Postcolonial Exhibition? http://project1975.smba.nl/en/article/report-symposium-what-is-a-postcolonial-exhibition

Tags