Veel Nederlandse vormgeving in Milaan en Oranienbaum

De meubelbeurs in Milaan is alweer even voorbij. Vlak daarna reisde ik af naar Oranienbaum in Duitsland, alwaar in het paleis een omvangrijke tentoonstelling met Nederlandse vormgeving werd geopend. Binnen twee weken een dubbel shot, want ook tijdens de Milanese Salone del Mobile zijn de Nederlanders traditiegetrouw sterk vertegenwoordigd.

In Milaan was het duidelijk dat een paar trends die ik eerder signaleerde zich echt doorzetten. Er waren de laatste jaren al minder grootse presentaties (natuurlijk door de crisis). Een van de weinige ontwerpers die van bedrijven nog de gelegenheid krijgt om wel groots uit te pakken is de Italiaanse ontwerpster Paola Navone. Een paar jaar geleden mocht ze een enorme hal vullen met een installatie inclusief restaurant voor keramiekproducent Richard Ginori. Vorig jaar ontwierp ze een doolhof in Superstudio Più in de Zona Tortona voor Barovier & Toso en dit jaar bedacht ze iets nieuws voor het laatste bedrijf.

Ze ontwierp een soort grote bijenkorven van blauw geschilderde wilgentenen, die ze in de botanische tuin van de universiteit zette. Die plek is tamelijk verrassend, namelijk verscholen tussen hoge gebouwen in het centrum van Milaan. Het universiteitsgebouw zelf is ook een attractie, een enorm volume met interne straten. Je waant je in vroeger eeuwen als je daar loopt.


Barovier & Toso

De installatie van Navone was overigens beter dan de zeer traditionele lampen van Barovier & Toso die erin getoond werden. Ik hoop dat ze volgend jaar weer een interessantere opdrachtgever krijgt.

Een andere trend op het gebied van de tentoonstellingen buiten de beurs zelf (Fuori Salone) is de verschuiving van presentaties van individuele ontwerpers naar presentaties door bedrijven. Naar mijn idee is dit ook een gevolg van de crisis. Ontwerpers kunnen zich de dure presentaties op het moment minder goed veroorloven, maar voor bedrijven is het een must om in Milaan te zijn. Ik zag buiten het beursterrein een groeiend aantal interessante Nederlandse initiatieven.


Laurens van Wieringen voor De Vorm

Naast bekende meubelbedrijven als Moooi, Dutch Originals (met mooie nieuwe ontwerpen van o.a. Richard Hutten), Gispen en Lensvelt (de laatste met een spectaculaire presentatie van sculpturen en meubels van Atelier van Lieshout in de wijk Lambrate) presenteerden ook bijvoorbeeld De Vorm en het nieuwe bedrijf New Duivendrecht werk van Nederlandse ontwerpers. Goed om te zien dat (weer) steeds meer Nederlandse bedrijven en ontwerpers elkaar vinden.

In Oranienbaum staan de ontwerpers en hun creativiteit centraal. In het slaperige dorpje in voormalig Oost-Duitsland is men een tijdje geleden begonnen met de restauratie van het zeventiende eeuwse paleis dat ooit aan een Oranje-prinses toebehoorde (vandaar de naam van plaats en paleis). Gelukkig is die restauratie nog niet zo ver, want juist de onopgesmukte staat gaat goed samen met het werk van 120 hedendaagse Nederlandse ontwerpers en historische stukken uit de verzameling van het Koninklijk Huis Archief. Die combinatie klinkt misschien geforceerd, maar het werkt hier goed.


Edward van Vliet voor Venini


Viktor & Rolf

Nicole Uniquole koos de stukken (van mode tot glas en sieraden) rond het thema ambachtelijkheid en maakte er samen met tentoonstellingsontwerpers Maarten Spruyt en Tsur Reshef een bijzonder geheel van. Er is bekend werk van onder meer Hella Jongerius, Edward van Vliet en Viktor & Rolf, maar ook minder bekend werk en speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt werk van onder meer Barbara Broekman, Hester van Eeghen (een reiskoffer met goudleerbehang) en Bernard Heesen (een prachtige glasinstallatie, zie hieronder).

Als u deze zomer in de buurt bent en na dit bombardement van vormgeving nog niet genoeg heeft, kunt u schuin tegenover het paleis op de kruising met de hoofroute naar Dessau galerie Ampelhaus bezoeken.


Ampelhaus

Het is een bewonderenswaardig initiatief van drie Nederlandse (interieur) architecten die onlangs besloten het pand te kopen en er een galerie te stichten waarin ze werk op het grensvlak van kunst en vormgeving presenteren. Echt een verrassing!

Het nabijgelegen Dessau is onder meer bekend van het Bauhausgebouw (1926) en de Meisterhäuser die voor de docenten gebouwd werden. De nog bestaande Meisterhäuser zijn inmiddels ook gerestaureerd (ik heb ze in de jaren tachtig nog gezien toen ze totaal verwaarloosd waren en er wel vier families in woonden). Momenteel wordt het Direktorenhaus van oprichter van het Bauhaus en architect van de gebouwen Walter Gropius gereconstrueerd, alsmede een deel van het dubbele Meisterhaus dat ernaast stond (er viel een bom in de Tweede Wereldoorlog op).

De omgeving van Dessau, bekend van de historische paleizen en parken, blijkt nog meer attracties uit het meer recente verleden te hebben. In de jaren negentig is Ferropolis (Stad van IJzer) geopend, een industrieel park met enorme graafmachines uit de tweede helft van de twintigste eeuw die daar in de buurt voor de winning van bruinkool werden gebruikt. Ik ontwaarde er zelfs een van het concern TAKRAF, in DDR-tijden een van de meest interessante machinebouwers. Ik ben misschien bevooroordeeld (want ik heb onderzoek gedaan naar industriële vormgeving in de DDR-periode), maar ook van anderen hoorde ik dat ze het echt imposant vonden.

Kortom, Oranienbaum en Dessau zijn deze zomer wel een reisje waard.

www.oranienbaumexhibition.com

www.orangemann.nl/ampelhaus

www.ferropolis.de

www.bauhaus-dessau.de

Foto’s: Ingeborg de Roode

De dag voor de opening … Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club

Het Public Program van het Stedelijk Museum heeft gedurende de renovaties en de verbouwing van het museumgebouw plaatsgevonden op verschillende plekken in de stad. De samenwerking tussen het Stedelijk  en TrouwAmsterdam komt voort uit deze programmering en bestaat uit vier events.

Het eerste event vindt morgen plaats en onderzoekt door middel van een lezing, tentoonstelling en een performance hoe de clubcultuur en hedendaagse kunst elkaar geïnspireerd hebben. Ik stelde samen met conservator Bart Rutten de tentoonstelling samen.
Hieronder een kort verslag van de dag voor de opening.

Opbouw dag 3

De dag voor de opening is altijd een gekke dag. Aan de ene kant wil je alles zo ver mogelijk af hebben, aan de andere kant groeit de to-do lijst door last-minute wijzigingen of door voortschrijdend inzicht. Wanneer de inrichting voor een groot gedeelte gedaan is, is het soms goed om de kunstenaars uit te nodigen om te komen kijken. Op zaal bespreek je dan de keuzes die je gemaakt hebt en waarom.

Gisteravond hebben we met Rineke Dijkstra haar werk bekeken. Ze was ontzettend enthousiast en met een paar aanwijzingen van haar kant op zak, beginnen we de derde dag van de opbouw. Vanwege de verhuur van het clubgedeelte aan een externe partij kunnen we nog niet beginnen met de aanpassingen voor The Buzzclub, Liverpool UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit wordt een klus voor morgen, maar met ons ervaren bouwteam moet dat geen probleem zijn.

Ook is Jeremy Shaw vanuit Berlin gearriveerd in Amsterdam. Zijn werk Best Minds Part One (2007) is het jongste werk van de tentoonstelling en is door hem gefilmd tijdens een straight-edge hardcore feest in een buurthuis in Canada. Hieronder zie je een foto van het testbeeld. Het werk, met vertraagde beelden van jongeren die helemaal uit hun dak gaan, lijkt wel gemaakt voor deze ruimte. De opstelling zal nog iets wijzigingen, zodat het werk nog beter uitkomt wanneer je de  zaal binnenloopt.  Morgen zullen Shaw, Bart Rutten en ikzelf het werk bespreken met de mogelijkheid voor vragen vanuit het publiek.

Het werk van Matt Stokes, Long After Tonight (2005) zal te zien zijn in de ruimte naast die van Shaw. Hieronder zie je een foto van mijn werkplek van vandaag. Links tegen de muur -achter de ronde pilaar- zie je de projectiemuur voor de film van Stokes, de deur naar het werk van Shaw, rechts. De zalen zullen pik-donker zijn, waardoor de bezoeker moet worden geleid door het licht en het geluid van de kunstwerken. Dit is ook een klus voor morgen. Vanavond zal ik Matt Stokes ontmoeten en de laatste details voor zijn werk bespreken.

Het resultaat is vanaf morgen 20 uur te bekijken. Tot en met zondag zijn de kunstwerken te zien tijdens de openingstijden van de club. Of ik morgen de tijd heb om een blog te schrijven, betwijfel ik. Daarom hoop ik jullie morgenavond allemaal te zien of anders in de loop van het weekend.

Zondag is de afsluiting van de tentoonstelling met Upload Cinema door Dagan Cohen. Dus als jullie zin hebben om deze brakke zondag langs te komen: welkom!

Een kijkje achter de schermen tijdens de voorbereidingen voor… Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club

In een beschonken toestand in een club een monumentaal videowerk bekijken. Dit zou kunnen op donderdag 29 maart in TrouwAmsterdam. In deze voormalige drukkerij huist nu club Trouw en de culturele instelling De Verdieping. Samen met het Stedelijk Museum organiseert TrouwAmsterdam de Contemporary Art Club: een programma op het snijvlak van hedendaagse kunst en clubcultuur en een tentoonstelling met video-installaties van Rineke Dijkstra, Mark Leckey, Matt Stokes en Jeremy Shaw.

OPBOUW DAG 1

Deze week begint elke dag om 7:30 uur de bouwploeg van het Stedelijk Museum in het Trouw gebouw aan de Wibautstraat. Samen met Menno Dudok van Heel (project coördinator Public Program) installeer ik mij (Britte Sloothaak, conservator in opleiding) met een goede kop koffie, laptop en wifi achter de tafel van ons tijdelijk kantoor.

Onder leiding van Peter van der Lem worden de projectieschermen voor de video-installaties gebouwd. Het is even anders, werken in een club in plaats van een steriele museumzaal, maar dat is juist leuk. De bierlucht van de avond ervoor brengt ons meteen in de juiste sfeer.

Vandaag wordt het projectiescherm gebouwd voor Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK/ Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit werk zal als een vernieuwde versie te zien zijn vanaf een harddisk file. We hebben het hier niet over een geheel nieuw werk, want de montage van video-beelden van jongeren in een club omgeving is precies dezelfde. Dijkstra maakte deze montage opnieuw met o.a. een hogere bitrate (snelheid van informatie overdracht, hoe hoger de bitrate, hoe meer informatie er per tijdseenheid verzonden en ontvangen kan worden) en een beter kleurenschema. Het geeft ons de mogelijkheid om het werk in een nog hogere kwaliteit te presenteren. Het is een primeur voor een van de meest iconische werken uit de Stedelijk Museum collectie.

Hier zie je ons bouwteam Peter van der Lem, Fred Staphorsius en Cees Pels aan de slag met de projectie muur voor Rineke Dijkstra. Conservator Bart Rutten (rechts) is in kort overleg met Peter over de hoogte en breedte van het scherm (check, check, dubbel check). Het scherm zal lichtgrijs worden geverfd door onze huisschilder, Ton Evers. Projecties zien er vaak beter uit op een grijs oppervlak dan op een wit oppervlak. Zoals jullie zien, hebben we overdag te maken met behoorlijk veel daglicht. Dit is controleerbaar (lange leve de luxaflex) en ‘s avonds zal de projectie helemaal van het scherm knallen.

In de tussentijd ratelen Menno en ik door op onze laptops. Ik bereid me voor op de Q&A met kunstenaars Matt Stokes en Jeremy Shaw. Zij zullen bij de opening aanwezig zijn en hun werk toelichten. Menno is opzoek naar een boombox (ja, die gigantische draagbare CD spelers uit de jaren ’80), dus mochten jullie er eentje weten te liggen die we mogen lenen, laat het ons weten.

Morgen meer over de opbouw, de samenwerking tussen Trouw en het Stedelijk en de aanloop naar het Public Program event!

OPBOUW DAG 2

“Heeeeey!”
“Goedemorgen!”
“Koffie?”

De aankomst van het Stedelijk Museum team in TrouwAmsterdam is inmiddels uitgegroeid tot een broederlijk ritueel in de ochtend. Na de koffie werkt het bouwteam hard door aan de projectieschermen. Duidelijk is dat deze mannen al jaren meedraaien en kennis hebben van de nukken van conservatoren, curatoren en kunstenaars. Twintig centimeter omhoog? Geen probleem. Tijdelijk vastzetten totdat de kunstenaar er is? Doen we dat.

Hoewel alles onder controle is, is vandaag een drukke dag. De muren zullen zo goed als klaar zijn en aan het eind van de dag worden de beamers en de audio geïnstalleerd. Dan zal blijken of de voorbereidingen goed zijn verlopen. De geselecteerde video’s hebben verschillende verhoudingen en de afmetingen van installaties variëren vaak en worden bepaald door de ruimte (hoe groot kunnen we projecteren? Of moeten we juist klein projecteren?). De afmetingen van de projectiemuren en verhoudingen van de projectie moeten dus precies samenvallen.
Vanavond, met het installeren van de beamers, zal blijken of alles klopt.

Wanneer de projectiemuren, speakers en beamers zijn geïnstalleerd, begint het fine-tunen van het werk. Dit doen we altijd -wanneer de omstandigheden het toelaten- in samenwerking met de kunstenaar. Vanavond kijkt conservator Bart Rutten met Rineke Dijkstra naar haar werk, wat een bijzondere en geestige positie heeft in het gebouw. Aan de hand van foto’s en telefonisch overleg is Rineke Dijkstra akkoord gegaan met deze plaats en de context waarin die gepresenteerd wordt. Maar pas op zaal kun je zien hoe het concept daadwerkelijk vorm krijgt: Is het precies zoals je in het hoofd had bedacht of ziet het er toch iets anders uit? Op dit gebied geldt: Hoe meer ervaring, hoe beter je dit kunt inschatten. Als conservator in opleiding heb ik mij zo goed mogelijk ingelezen en voorbereid, maar zal de komende twee dagen alsnog veel leren.

Te midden van het geluid van getimmer en gezaag ben ik in overleg met Jeremy Shaw en Matt Stokes over hun aankomst morgen in Amsterdam. Middels foto’s, genomen met mijn iPhone, houd ik hen op de hoogte van de voortgang en wat zij zullen aantreffen. Elk detail wordt besproken, zelfs hoe strak de achterkant van de schermen is afgewerkt. En morgen (woensdag-de-dag-voor-de-opening!) zullen we alle details nog een keer doorlopen wat betreft beeld en geluid.

Tot nu toe hebben we goed kunnen samenwerken met de kunstenaars, ondanks de afstanden. Jeremy Shaw woont en werkt in Berlijn (DE), Matt Stokes woont in Gateshead (UK) maar reist op dit moment door Bangladesh. Ik kijk er ontzettend naar uit om hen te ontvangen in Amsterdam en te praten over hun werk in deze bijzondere context: namelijk die van een club, in plaats van tussen de witte muren van een museum.

Ik houd jullie op de hoogte!

Britte Sloothaak, conservator in opleiding

Toespraak Blues Before Sunrise

Geachte aanwezigen,

Eigenlijk zouden we hier niets moeten zeggen en gewoon 5 minuten zwijgen om zodra het werk aanspringt om het zelf, onbemiddeld te kunnen ervaren wat Blues Before Sunrise teweegbrengt.

Maar deze streng calvinistische aanpak – om Mc Queen te parafraseren – die we tot nu toe hebben gehanteerd door geen beelden van het werk op voorhand de wereld in te sturen als ook heel terughoudend te zijn in het geven van interpretatierichtingen, is misschien niet de meest passende inhoud voor een persmoment. Dus toch een paar woorden van mijn kant.

Zoals zo vaak in het prachtige oeuvre van Mc Queen is eigenlijk datgene wat je ziet ook daadwerkelijk wat je krijgt. Het is een krachtig gebaar, waarbij hij vaak met behulp van filmische middelen een sterk fysieke ervaring weet op te roepen. Overigens zijn in dit werk de ingezette middelen heel beperkt gebleven. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de complexe constructies van het maken van een speelfilm, gaat het hier enkel om een heldere, doeltreffende ingreep.

Het was nadrukkelijk de wens van Mc Queen zelf om dit kunstwerk te maken voor de publieke ruimte van Amsterdam, de stad waar hij zelf al lange tijd woont, om het – wat wij doorgaans als het neutrale wit-gele licht van de straatverlichting beschouwen – te transformeren tot blauw licht. Hij vroeg het Stedelijk of wij ons niet over dit project wilde ontfermen. Met genoegen hebben we dit aanbod aangenomen en realiseren we vandaag als onderdeel van Temporary Stedelijk 3 dit monumentale werk in de openbare ruimte. Alle 275 kappen van de Friso Kramer lantaarnpalen zijn vanochtend geopend en alle lampen zijn omwikkeld met Lee filter, kleur 075: oftewel kleur ‘ evening blue’.

Net als geluid en muziek heeft licht een grote invloed op de beleving van een plaats, hoe goed je die omgeving ook kent. Alles wat vertrouwd was wordt in een bijzonder licht gesteld. De titel Blues Before Sunrise, ontleent aan de Blues klassieker van Scrapper Blackwell en Leroy Carr uit 1934 hint naar deze directe manier van ervaren.

Zoals in zoveel werk van Mc Queen is het juist het moment van overgang tussen licht en donker, tussen dag en nacht dat hem fascineert, hoe wij mensen ons anders gedragen en hoe plekken transformeren tijdens duisternis (juist daarin is het Vondel park zo’n geweldige plek, dat overdag bevolkt wordt door families en kinderen, door mensen die van en naar hun werk fietsen en ‘s nachts een plek kan zijn waar mensen naar toetrekken om zich af te zonderen en zich over te geven aan zaken die het daglicht niet verdragen. Een onderwerp dat in het werk van Mc Queen al meermaals aan bod kwam, denk aan Giardini film die hij voor de Biënnale van 2009 maakte.

Maar genoeg gezegd, tijd om het werk zelf te gaan ervaren. Of, zoals de laatste stofe van de songtekst van Blues Before Sunrise al toe uitnodigt:

Well now goodbye, goodbye baby (voor de duidelijkheid, jullie duid ik nu aan als baby en darling)
I’ll see you on some rainy day.
Well now goodbye baby – pers,
I’ll see you on some rainy day.
You can go ahead now little darling,
‘Cause I want you to have your way

Bart Rutten

Meer informatie over Blues before Sunrise

Jurering van de Gemeentelijke Kunstaankopen 2012

Als onderdeel van de heropeningsactiviteiten van het Stedelijk Museum, organiseert het museum volgend jaar de tentoonstelling Beyond Imagination – Gemeentelijke Kunstaankopen 2012. Dit jaarlijkse project biedt een overzicht van de actuele kunstproductie in Amsterdam en is een open inzending. Uit de tentoonstelling worden werken voor de collectie van het Stedelijk aangekocht.

"Beyond Imagination"

Oproep en documentatie
Op vrijdag 4 november verschenen advertenties in de dagbladen en op kunstwebsites waarin kunstenaars worden opgeroepen een project en/of documentatie voor deze tentoonstelling in te zenden. In de oproep hebben we aangegeven dat we vooral willen kijken naar de huidige artistieke praktijk waarbij kunstenaars zich op een vanzelfsprekende manier tussen media, genres en disciplines in bewegen en deze in hybride kunstuitingen met elkaar vermengen. Door verschillende uitdrukkingsvormen met elkaar te combineren, zien we kunstenaars in hun werk reageren op de vervaging van de grenzen tussen realiteit en fictie, tussen authenticiteit en rollenspel. Opvallend daarbij is de belangstelling voor een performatieve en procesgerichte benadering en een hernieuwde belangstelling voor het gebruik van taal en gesproken woord.

“Het onwerkelijke is vervlochten geraakt met het werkelijke”
Als evocatief voorbeeld noemden we in de advertentie de tv-film World On A Wire uit 1973 van de Duitse filmmaker Rainer Werner Fassbinder. Deze film vertelt het verhaal van een wetenschappelijk instituut dat met behulp van een geavanceerde computer een levensechte stad kan simuleren. De film is gebaseerd op de sciencefictionroman Simulacron-3 van Daniel F. Galouye en beschrijft hoe de bewoners van deze kunstmatige metropool hetzelfde soort leven leiden als mensen in de echte wereld – zonder te weten dat hun leven een simulatie is. “Kijkend naar de simulaties van de financiële wereld, ‘reality’ shows en de manier waarop de politiek één grote performance is, groeit de verleiding om aan te nemen dat het echte en het denkbeeldige vandaag de dag met elkaar verweven zijn. Dromen en fictie hebben niet langer het alleenrecht op het denkbeeldige — het onwerkelijke is vervlochten geraakt met het werkelijke”, aldus de oproep.

650 inzendingen
Zoals gebruikelijk kwamen de meeste inzendingen vlak voor de deadline (30 november) binnen. Omdat het merendeel per post werd ingestuurd bleven deze keer de grote traditionele samenscholingen van kunstenaars bij de locatie waar de documentatie last minute ingeleverd kon worden achterwege. Dat neemt niet weg dat we deze keer 650 inzendingen hebben ontvangen. Een recent record. De inzendingen zijn in korte tijd door een team van vier medewerkers op de tijdelijke (nou ja..) kantoren in Sloterdijk verwerkt. Een hele klus waarbij al het ingezonden beeldmateriaal op harde schijf werd gezet zodat er tijdens het juryberaad snel door het beeldmateriaal genavigeerd kon worden.


vlnr Martijn van Nieuwenhuyzen, Kathrin Jentjens, Frederique Bergholtz, Koen Brams, Melvin Moti

De jurering
Het is allemaal heel snel en gestroomlijnd gegaan. Voor de kerst hebben we de eerste ronde van de jurering van de Gemeentelijke Kunstaankopen 2012 kunnen afronden, mede dankzij de betrokken en kundige jury die dit keer bestond uit Frederique Bergholtz, directeur van de op performatieve kunsten gerichte kunstinstelling If I Can’t Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution, Koen Brams, essayist, onderzoeker en voormalig hoofdredacteur van kunsttijdschrift De Witte Raaf, alsmede voormalig directeur Jan van Eyck Academie en kunstenaar Melvin Moti. Daarnaast maken de curatoren van de tentoonstelling deel uit van de jury: Kathrin Jentjens, directeur van de Kölnischer Kunstverein en ondergetekende, voorzitter en conservator van het Stedelijk Museum. De jury wordt bijgestaan door projectleider Lucas Bonekamp (rechts op de foto) en projectmedewerker Manuela Hoekstra.

In de rustige kamer van een klein museum aan de Amsterdamse gracht (pas in maart gaan we met onze kantoren over naar het nieuwe gebouw aan het Museumplein) heeft de jury in de eerste weken van december in een aantal sessies alle 650 inzendingen gezien. We waren oprecht verrast door de enorme respons op de oproep. Het geeft misschien aan hoe levend het Gemeentelijke Kunstaankopen project is, hoe de kunstenaarsgemeenschap naar de heropening van het museum toeleeft, maar ook hoe de thematische lijnen van dit jaar velen hebben getriggerd een voorstel in te zenden.

Verdere selectie
Nu de eerste ronde voorbij is gaan we in het nieuwe jaar door met de selectie van kandidaten voor Beyond Imagination. Over een aantal weken zullen we een definitieve keuze bepalen en gaan we met de voorbereidingen van de tentoonstelling beginnen. Er zijn al heel wat interessante voorstellen langs gekomen; het is inspirerend te zien hoe kunstenaars met concrete voorstellen ingaan op de in de oproep uitgezette lijnen. Een grote bonus voor de juryleden van de Gemeentelijke Kunstaankopen is dat je met deze open inzending een breed beeld gepresenteerd krijgt van de kunstproductie in Amsterdam en ver daarbuiten, door de generaties heen, want het zijn zeker niet alleen kunstenaars die net van de academies of werkplaatsen komen die op de oproep hebben gereageerd. De oudste inzender is 80!

Martijn van Nieuwenhuyzen

Grafisch Geluk – 100 jaar grafische vormgeving

Ontwerp: Annelys de Vet, opdrachtgever: Fonds BKVB, 1999

Ontwerp: Annelys de Vet, opdrachtgever: Fonds BKVB, 1999

Op 20 oktober hield Carolien Glazenburg, conservator vormgeving van het Stedelijk Museum Amsterdam, een toespraak bij de opening van de tentoonstelling ‘Grafisch Geluk – 100 jaar grafische vormgeving‘ in het Hilversum Museum. Naast een vogelvlucht-schets van een eeuw Nederlandse grafische vormgeving was haar toespraak vooral een oproep aan Nederlandse opdrachtgevers om hun historische taak, het stimuleren van goed ontwerp, opnieuw op zich te nemen. Items publiceert een bewerkte versie van haar kritische rede.

Lees de rede van Carolien Glazenburg op Items.nl

Paris Photo 2011

Voor de vijftiende keer was Parijs van 10 tot en met 13 november één platform voor fotografie. Het eigenlijke Paris Photo, de beurs, vond voor het eerst plaats in een deel van het Grand Palais, die schitterend lichte, glazen- en gietijzeren constructie aan het einde van de Champs Elysées. Een heel wat aangenamere omgeving dan de kelderachtige ruimtes van het Caroussel du Louvre waar de galeries zich de afgelopen veertien jaar presenteerden.

Foto: Ernst van Deursen

Afrika stond dit jaar centraal en dat betekende veel mooie selecties, zowel van galeries als van de Walther Collectie. Al werd er wel erg op safe gespeeld met nauwelijks nieuwe namen naast de bekenden. Van Malick Sidibé tot Zanele Muholi en van Jo Ractliffe tot Peter Hugo: de meeste waren ook nog eens op verschillende plaatsen te zien. Sommige Afrikaanse foto’s zijn inmiddels iconen, zoals te zien in dit werk – met foto van Sidibé –  van Michael Wolf dat onderdeel is van zijn serie ‘Real Fake Art’.

uit de serie ‘Real fake Art’ van Michael Wolf

Opvallend waren de reprints uit Bailey’s African History Archive bij Bailey Seippel Gallery uit Johannesburg – gepubliceerd in o.a. DRUM Magazine – met prachtig werk  uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw van Bob Gosani en Ranjith Kally. Ook de andere exposanten waren veelal de usual suspects met hier en daar een uitzondering zoals (inderdaad Merel Bem!) de fascinerende polaroids die Polke maakte in de Capucijner Catacomben van Palermo in 1976. In die tijd fotografeerde de Amerikaan Peter Hujar de geraamtes en publiceerde ze in zijn prachtige boek ‘ Portraits in Life and Death’.

Vermeldenswaard is de fotowand die Uitgeverij Schaden had gemaakt rond Ed van der Elskens classic “Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés”: een tweezijdig clipboard met foto’s, historische en persoonlijke weetjes, ontwerpschetsen, commentaar van de meester zelf… als de nog ongepolijste biografie van een boek.

Naast de ruimte voor uitgevers en boekhandelaren op de beurs zelf,  met onder andere indrukwekkende klassieke en hedendaagse Japanse uitgaven, vond elders in de stad de manifestatie Off Print plaats met een duizelingwekkende hoeveelheid boeken, tijdschriften catalogi en online publicaties van kleine uitgevers, fotografen en collectieven, een beurs waar Nederlandse initiatieven overigens sterk vertegenwoordigd waren.

Onvermijdelijk leidt een inmiddels eerbiedwaardig instituut als Paris Photo tot een ‘off programma’ gefocust op jong talent. Dit keer waren dat de alternatieve beurzen Photo Off, No Found Photo en Photo Fever. Photo Off was de meest interessante met overtuigend landschapswerk van de jonge Zuid-Afrikaan Graeme Williams bij Janette Danel, organisator van de beurs.

Navrant is de video die Emeric Lhuisset maakte over de Koerdisch-Iraakse student Shardasht Osman die vanwege zijn kritiek op het regime in 2010 op klaarlichte dag gekidnapt werd in de buurt van zijn universiteit.

Maar Paris Photo betekent ook talloze exposities in de stad die natuurlijk ook nu nog te bezoeken zijn. Twee klassiekers, Diane Arbus in het Jeu de Paume en Lewis Hine bij de Fondation Henri Cartier Bresson, zijn beide volgend jaar in Nederland te zien. Een derde klassieker is de expositie van Breitner, georganiseerd door het Rijksmuseum in het Institut Néerlandais. Het recent geopende fotografieplatform le Bal toont de bijzondere expositie ‘Topographies de la Guerre’ (Topographies of War), waarin het landschap als toneel van oorlogshandelingen centraal staat. Met foto- dan wel videowerk van o.a. Harun Farocki, Walid Raad en Till Roeskens een absolute aanrader, net als de intrigerende combinatie van Allan Sekula’s ‘Polonia and Other Fables’ en tekeningen van Dan Perjovschi naar aanleiding van Ciorans teksten bij galerie Michel Rein.

Het enige dat op deze drie hectische en  zonovergoten dagen ontbrak was de traditionele ‘Arrivée du Beaujolais Nouveau’. En het was nog wel terrasweer.

Hripsimé Visser
Conservator fotografie Stedelijk Museum

Voltooiing werk Robert Morris, Specifications for a Piece with Combustible Materials, 1969-2011

For English please scroll down

Tijdens Temporary Stedelijk 2 werd het werk Specifications for a Piece with Combustible Materials (1969) van Robert Morris opnieuw uitgevoerd. Het werk bestaat uit een instructie waarin het verzamelen van brandbaar materiaal uit Amsterdam en omstreken centraal staat. Aan de hand van Morris’ instructie werden de afgelopen weken door medewerkers van het museum iedere week takken, gras, kolen, of ander brandbaar materiaal op de museumvloer geplaatst.

Morris bedacht het werk voor de roemruchte tentoonstelling Op Losse Schroeven die in 1969 in het Stedelijk Museum gehouden werd. De tentoonstelling signaleerde nieuwe materialen in de kunst (o.a. neon, aarde, gas) en bood ruimte aan de nieuwste vormen van conceptuele kunst, waarin het museum en de kunst kritisch werden benaderd. De huidige tentoonstelling in Temporary Stedelijk 2, Recollections, kijkt terug op de expositie, die bepalend zou blijken voor de geschiedenis van het Stedelijk Museum.

Volgens Morris’ instructie moet zijn werk op de laatste dag van de tentoonstelling voltooid worden door middel van het verbranden van het verzamelde materiaal. In het kader van Op Losse Schroeven in 1969 was deze slotacte te lezen als een kritiek op het traditionele kunstobject. In het kader van de afsluiting van Temporary Stedelijk 2, is de voltooiing en transformatie van Combustible Materials mede een symbolische afsluiting van de tijdelijke fase waarin het Stedelijk Museum de afgelopen periode heeft geopereerd.

Projectsponsor Recollections: Métamatic Research Initiative

Completing a work by Robert Morris, Specifications for a Piece with Combustible Materials, 1969-2011

Sunday October 9th, 8 pm
In front of the Stedelijk Museum

During Temporary Stedelijk 2, Robert Morris’ Specifications for a Piece with Combustible Materials (1969) was re-installed. The work consists of a score that instructs to collect different kinds of combustible materials that are available in Amsterdam. Following Morris’ instructions the museum staff collected twigs, grass, coal, and other flammable materials and placed these on the museum floor over the course of the exhibition.

Morris conceived the work for the famous exhibition Op Losse Schroeven, which was held at the Stedelijk Museum in 1969. The exhibition signaled new materials in art (including neon, earth, gas) and demonstrated the latest forms of conceptual art. The exhibition critically questioned both the museum and art. The current exhibition in Temporary Stedelijk 2, Recollections, reexamines this exhibition, which has proven to be influential for the history of the Stedelijk Museum.

According to Morris’ instructions, the work should be completed by way of igniting the collected material on the last day of the exhibition. As part of the Op Losse Schroeven exhibition in 1969, this final instruction was read as a critique on the traditional art object. As part of the closure of the Temporary Stedelijk 2, the completion and transformation of Combustible Materials is also a symbolic ending of the interim phase of the Stedelijk Museum.

Project Sponsor Recollections: Métamatic Research Initiative

Behind the Scenes at Wim Crouwel – A Graphic Odyssey

We made a short video of the setup of the Wim Crouwel exhibition (English, Dutch). It was fascinating to watch the exhibition team at work, but also the sheer amount of Wim Crouwel’s career going on display. This video only captures a fraction of the exhibition.

We would also like to remind you that we will be interviewing Wim Crouwel soon and we still want your questions. This is a fantastic opportunity to ask the influential graphic designer about his career. Email p.martin@stedelijk.nl with your name, location and your question.

Ask Wim Crouwel

ENGLISH

The Stedelijk Museum celebrates the prolific career of influential Dutch graphic designer Wim Crouwel in “Wim Crouwel: A Graphic Odyssey”, which opened Saturday 13th August.
We are offering the readers of this blog and our social network followers the exciting opportunity to submit a question to Wim Crouwel.
Send your question along with your name and location to p.martin@stedelijk.nl

NEDERLANDS

Het Stedelijk Museum brengt een eerbetoon aan de productieve carrière van grafisch vormgever Wim Crouwel in “Wim Crouwel: Een Grafische Ontdekkingsreis”, deze is geopend op zaterdag 13 augustus.
Wij bieden onze lezers van deze blog en onze sociale netwerk volgers de mogelijkheid om een vraag in te dienen voor Wim Crouwel.
Stuur uw vraag met uw naam en locatie naar p.martin@stedelijk.nl