Stedelijk Museum Journal http://journal.stedelijk.nl Wed, 16 May 2012 19:01:04 +0000 en hourly 1 http://wordpress.org/?v=3.1 Augment it!http://journal.stedelijk.nl/2012/05/augment-it/ http://journal.stedelijk.nl/2012/05/augment-it/#comments Tue, 15 May 2012 14:23:11 +0000 Menno http://journal.stedelijk.nl/?p=1851 De afgelopen maand stond in het teken van een tentoonstelling die alleen digitaal bestaat. Augmented reality (AR) is een techniek waarbij digitale lagen worden toegevoegd aan de realiteit. De techniek biedt in de beeldende kunst een zeer futuristisch pakket aan mogelijkheden waar vele kunstenaars de afgelopen jaren gretig gebruik van hebben gemaakt. Voor een AR-newbie als ik is Augment it! een avond waar ik hoge verwachtingen van heb maar ook een avond die vragen oproept.

Op mijn iPhone staan sinds een maand een paar Apps waarvan ik wel had gehoord, maar die ik nog niet eerder opende. Alsof de AR mij de afgelopen dagen langzaam wakker schudde begint de app Stiktu mij te herinneren aan aankomende donderdag: er worden digitale kunstwerken ‘opgehangen’ in de grote industriële hal van TrouwAmsterdam. Het Stedelijk Museum organiseerde hier samen met TrouwAmsterdam de afgelopen maanden twee succesvolle avonden. Dit betekent dat de tentoonstelling nu al officieus geopend is: voorafgaand aan de tentoonstellingsbouw. Een primeur voor mij!

Wie doen dit? Wat is de drijfveer voor kunstenaars om hier mee aan de slag te gaan? Sander Veenhof, curator van de AR-tentoonstelling heeft ervoor gezorgd dat dit duidelijk wordt. De beperkende factoren van de realiteit worden doorbroken en opeens is alles mogelijk. Als computer sciëntist en kunstenaar staat hij aan de wieg van deze toepassingen van AR en laat hij zien wat er mogelijk is. De wereld van AR is klein en Sander heeft de kopstukken bij elkaar gehaald. Will Pappenheimer, Mark Skwarek en anderen laten zien hoe kunst aan de realiteit wordt toegevoegd op de meest veelzijdige manieren. Dans samen met je smartphone, lik aan virtuele kikkers of laat je eigen kunstwerk achter en wordt deel van de tentoonstelling. In deze virtuele wereld kan het!

Tijdens de ontwikkeling van Augment it! is het steeds duidelijker geworden dat wat hier gaat gebeuren een ontwikkeling in de beeldende kunst is die vreemd aanvoelt omdat je er een smartphone voor in je hand moet hebben maar die eigenlijk is ontsproten uit schilderkunst, installatiekunst, videokunst, street art en uiteindelijk mediakunst. Deze ontwikkeling laat zien dat Augment it! een programma biedt dat zowel het Stedelijk Museum als TrouwAmsterdam als een handschoen past. Beide partijen werken al veelvuldig met nieuwe media en kunnen tijdens deze avond een overzicht van toepassingen tonen. Augmented reality klinkt als de toekomst maar is er gewoon nu: donderdag in TrouwAmsterdam.

Menno Dudok van Heel is als projectcoördinator Public Program betrokken bij Augment it! en zal verslag doen van zijn bevindingen tijdens dit evenement.

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/05/augment-it/feed/ 0
Veel Nederlandse vormgeving in Milaan en Oranienbaumhttp://journal.stedelijk.nl/2012/05/veel-nederlandse-vormgeving-in-milaan-en-oranienbaum/ http://journal.stedelijk.nl/2012/05/veel-nederlandse-vormgeving-in-milaan-en-oranienbaum/#comments Thu, 03 May 2012 15:02:25 +0000 Ingeborg de Roode http://journal.stedelijk.nl/?p=1802 De meubelbeurs in Milaan is alweer even voorbij. Vlak daarna reisde ik af naar Oranienbaum in Duitsland, alwaar in het paleis een omvangrijke tentoonstelling met Nederlandse vormgeving werd geopend. Binnen twee weken een dubbel shot, want ook tijdens de Milanese Salone del Mobile zijn de Nederlanders traditiegetrouw sterk vertegenwoordigd.

In Milaan was het duidelijk dat een paar trends die ik eerder signaleerde zich echt doorzetten. Er waren de laatste jaren al minder grootse presentaties (natuurlijk door de crisis). Een van de weinige ontwerpers die van bedrijven nog de gelegenheid krijgt om wel groots uit te pakken is de Italiaanse ontwerpster Paola Navone. Een paar jaar geleden mocht ze een enorme hal vullen met een installatie inclusief restaurant voor keramiekproducent Richard Ginori. Vorig jaar ontwierp ze een doolhof in Superstudio Più in de Zona Tortona voor Barovier & Toso en dit jaar bedacht ze iets nieuws voor het laatste bedrijf.

Ze ontwierp een soort grote bijenkorven van blauw geschilderde wilgentenen, die ze in de botanische tuin van de universiteit zette. Die plek is tamelijk verrassend, namelijk verscholen tussen hoge gebouwen in het centrum van Milaan. Het universiteitsgebouw zelf is ook een attractie, een enorm volume met interne straten. Je waant je in vroeger eeuwen als je daar loopt.


Barovier & Toso

De installatie van Navone was overigens beter dan de zeer traditionele lampen van Barovier & Toso die erin getoond werden. Ik hoop dat ze volgend jaar weer een interessantere opdrachtgever krijgt.

Een andere trend op het gebied van de tentoonstellingen buiten de beurs zelf (Fuori Salone) is de verschuiving van presentaties van individuele ontwerpers naar presentaties door bedrijven. Naar mijn idee is dit ook een gevolg van de crisis. Ontwerpers kunnen zich de dure presentaties op het moment minder goed veroorloven, maar voor bedrijven is het een must om in Milaan te zijn. Ik zag buiten het beursterrein een groeiend aantal interessante Nederlandse initiatieven.


Laurens van Wieringen voor De Vorm

Naast bekende meubelbedrijven als Moooi, Dutch Originals (met mooie nieuwe ontwerpen van o.a. Richard Hutten), Gispen en Lensvelt (de laatste met een spectaculaire presentatie van sculpturen en meubels van Atelier van Lieshout in de wijk Lambrate) presenteerden ook bijvoorbeeld De Vorm en het nieuwe bedrijf New Duivendrecht werk van Nederlandse ontwerpers. Goed om te zien dat (weer) steeds meer Nederlandse bedrijven en ontwerpers elkaar vinden.

In Oranienbaum staan de ontwerpers en hun creativiteit centraal. In het slaperige dorpje in voormalig Oost-Duitsland is men een tijdje geleden begonnen met de restauratie van het zeventiende eeuwse paleis dat ooit aan een Oranje-prinses toebehoorde (vandaar de naam van plaats en paleis). Gelukkig is die restauratie nog niet zo ver, want juist de onopgesmukte staat gaat goed samen met het werk van 120 hedendaagse Nederlandse ontwerpers en historische stukken uit de verzameling van het Koninklijk Huis Archief. Die combinatie klinkt misschien geforceerd, maar het werkt hier goed.


Edward van Vliet voor Venini


Viktor & Rolf

Nicole Uniquole koos de stukken (van mode tot glas en sieraden) rond het thema ambachtelijkheid en maakte er samen met tentoonstellingsontwerpers Maarten Spruyt en Tsur Reshef een bijzonder geheel van. Er is bekend werk van onder meer Hella Jongerius, Edward van Vliet en Viktor & Rolf, maar ook minder bekend werk en speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt werk van onder meer Barbara Broekman, Hester van Eeghen (een reiskoffer met goudleerbehang) en Bernard Heesen (een prachtige glasinstallatie, zie hieronder).

Als u deze zomer in de buurt bent en na dit bombardement van vormgeving nog niet genoeg heeft, kunt u schuin tegenover het paleis op de kruising met de hoofroute naar Dessau galerie Ampelhaus bezoeken.


Ampelhaus

Het is een bewonderenswaardig initiatief van drie Nederlandse (interieur) architecten die onlangs besloten het pand te kopen en er een galerie te stichten waarin ze werk op het grensvlak van kunst en vormgeving presenteren. Echt een verrassing!

Het nabijgelegen Dessau is onder meer bekend van het Bauhausgebouw (1926) en de Meisterhäuser die voor de docenten gebouwd werden. De nog bestaande Meisterhäuser zijn inmiddels ook gerestaureerd (ik heb ze in de jaren tachtig nog gezien toen ze totaal verwaarloosd waren en er wel vier families in woonden). Momenteel wordt het Direktorenhaus van oprichter van het Bauhaus en architect van de gebouwen Walter Gropius gereconstrueerd, alsmede een deel van het dubbele Meisterhaus dat ernaast stond (er viel een bom in de Tweede Wereldoorlog op).

De omgeving van Dessau, bekend van de historische paleizen en parken, blijkt nog meer attracties uit het meer recente verleden te hebben. In de jaren negentig is Ferropolis (Stad van IJzer) geopend, een industrieel park met enorme graafmachines uit de tweede helft van de twintigste eeuw die daar in de buurt voor de winning van bruinkool werden gebruikt. Ik ontwaarde er zelfs een van het concern TAKRAF, in DDR-tijden een van de meest interessante machinebouwers. Ik ben misschien bevooroordeeld (want ik heb onderzoek gedaan naar industriële vormgeving in de DDR-periode), maar ook van anderen hoorde ik dat ze het echt imposant vonden.

Kortom, Oranienbaum en Dessau zijn deze zomer wel een reisje waard.

www.oranienbaumexhibition.com

www.orangemann.nl/ampelhaus

www.ferropolis.de

www.bauhaus-dessau.de

Foto’s: Ingeborg de Roode

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/05/veel-nederlandse-vormgeving-in-milaan-en-oranienbaum/feed/ 0
Stedelijk @ De Ateliers – Talking Film: Pierre Bismuth en Raimundas Malasauskashttp://journal.stedelijk.nl/2012/04/stedelijk-de-ateliers-26-april-2012/ http://journal.stedelijk.nl/2012/04/stedelijk-de-ateliers-26-april-2012/#comments Sat, 28 Apr 2012 13:49:01 +0000 Tessa Verheul http://journal.stedelijk.nl/?p=1779 

Tijdens de vierde en laatste aflevering van ‘Talking Film’, op 26 april in De Ateliers, zit de sfeer er meteen goed in. Curator en criticus Raimundas Malasauskas spreekt met Pierre Bismuth (1963) over zijn werk. Bismuth blijkt een enthousiaste verteller en heeft de lachers op zijn hand met verhalen over een aanvaring met Charlie Kaufman, een grap van Harun Farocki en zijn voorliefde voor vinyl. Het eigenlijke onderwerp van de avond, Bismuths videowerk, raakt door het persoonlijke en anekdotische karakter van het gesprek wat ondergesneeuwd.

Als zoon van Tunesische migranten komt Bismuth eind jaren zestig in Frankrijk voor het eerst met film in aanraking. Hij ziet dan de Disney film ‘Jungle Book’ in de bioscoop, die later het onderwerp zal worden in een van zijn eigen films. Zijn ouders stimuleren hem om te studeren aan de École national supérieure des Arts Décoratifs in Parijs. Sinds de jaren negentig werkt hij met het videogenre. “We took everything from film and television”, stelt Bismuth over de werkwijze die hij deelt met onder anderen Douglas Gordon. Niet alleen lieten zij zich inspireren door deze media, ze maakten ook direct gebruik van dit bestaande materiaal. Het gaat Bismuth daarbij niet om het narratief maar om de ervaring van realiteit in mediaproducties. Sterker nog, wat hem dwars zit bij de films waaraan hij refereert, is nou juist het verhalende element dat niets meer met de werkelijkheid te maken heeft. In zijn werk probeert hij deze schijnbare logica te deconstrueren.

‘Respect the Dead’ (2003) is een serie waarin Bismuth Hollywood actiefilms laat stoppen nadat de eerste dode is gevallen. “Ook in het echte leven dender je niet zomaar verder na een overlijden, waarom in films dan wel?” Zijn bewerking van ‘Lethal Weapon’, die hij tijdens de avond toont, is dan ook bijzonder kort. Het ongeluk van een van de personages staat in schril contrast met de vrolijke muziek tijdens de aftiteling, die direct na deze openingssequentie volgt. Met ‘The Jungle Book Effect’ (2002) bewerkte hij de Disney klassieker en laat hij elk personage een eigen taal spreken. Mowgli is Spaans, de olifant spreekt Duits en de slang Italiaans. “Want waarom spreken zij in ‘Jungle Book’ dezelfde taal, het zijn toch verschillende (dier)soorten?”

Op geestige wijze laat Bismuth ons steeds weer inzien hoezeer wij gewend zijn geraakt aan de gecreëerde realiteit van film en televisie. Dit kwam ook tot uitdrukking in het sterke werk “Link #7” (1999-2006) dat tijdens deze avond in een aparte ruimte van De Ateliers te bekijken was. Bismuth filmde hier televisieschermen in verschillende interieurs waarop een Engelse detective te zien is, en baseerde zijn montage op de shotwisseling binnen de film. Hierdoor ontstaat een interessante spanning tussen de on-screen en off-screen ruimte want telkens als het camerastandpunt op de televisie verandert, toont “Link #7” een ander televisiescherm in een nieuw interieur. Ingenieus verbindt hij hier ook de cinemaconventies met het zapgedrag van de televisiekijker.

De vragen van Malasauskas sturen het gesprek meer en meer aan tot het ophalen van anekdotes, die behalve vermakelijk niet altijd iets toevoegen. Succesvol is Bismuths verhaal over zijn favoriete speelgoed uit zijn jeugd, een scheikunde set waarmee hij experimenten uitvoerde. Dit blijkt veelzeggend voor Bismuths latere aanpak als kunstenaar. Hij moet niets hebben van de term creativiteit en  ziet zijn werkwijze meer als een wetenschappelijke methode waarin hij bestaande elementen samenvoegt. Al grappend concludeert hij: “In feite creëer ik zelf nu nog steeds niets!”

Foto’s door Ernst van Deursen

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/04/stedelijk-de-ateliers-26-april-2012/feed/ 0
Hear It: Playing the Buildinghttp://journal.stedelijk.nl/2012/04/hear-it-playing-the-building/ http://journal.stedelijk.nl/2012/04/hear-it-playing-the-building/#comments Fri, 20 Apr 2012 14:45:10 +0000 Tessa Verheul http://journal.stedelijk.nl/?p=1758 Hoe klinkt een gebouw? En hoe kun je geluid verbeelden en ruimtelijk ervaren?

Deze vragen stonden centraal tijdens #Hear It ‘Playing the Building’, het tweede deel in een reeks over geluidskunst, georganiseerd door Stedelijk Museum, TrouwAmsterdam en Non-fiction. Gedurende deze avond werd het grensvlak tussen beeldende kunst en experimentele muziek opgezocht door middel van installaties, performances en videovertoningen.

Een belangrijk element van ‘Playing the Building’ was de interactie die kunstenaars en muzikanten aan gingen met de architectuur van Trouw, in de jaren zestig speciaal gebouwd voor de drukpersen van de krant. Zo ontwikkelde Zeno van den Broek de installatie ‘Paper Tones’ voor de houten ruimte waar vroeger papier werd bewaard. Als bezoeker loop je door een geluidstunnel heen en beïnvloed je daarmee de resonantie.

Machinefabriek creëerde met ‘Kamermuziek’ een nieuwe ervaring van de machinekamer en Jacob Kirkegaard nam eerder het geluid (of misschien wel het gebrek daaraan) in de hal op en maakte daarmee de installatie ‘ri-zound’, bestaand uit een aantal enorme geluidsboxen. Door het geluid meerdere keren af te spelen en weer op te nemen ontstaat er een interessante verdubbeling van het geluid, en begint ‘ri-zound’ aanvankelijk geruisloos om later op te lopen tot een overheersend en enorm zwaar geluid.

Ook in het werk van Sarah van Sonsbeeck staat stilte centraal. Haar installatie ‘spatial silence structure’, een ode aan Zero-kunstenaar Herman de Vries gemaakt van geluidsdempende panelen, vulde samen met videowerken van Bruce Nauman, Gary Hill en Valie Export de (beneden) Verdieping. Gemene deler van een groot aantal geluidswerken- en performances was de vertaling van geluid naar een tastbare ervaring; geluid wordt iets we ook kunnen zien en voelen.

Na een optreden van Phonophani, die met een accordeon aangesloten op elektronische apparatuur een experimentele jazz sound voortbracht, begon de performance ‘The Archisonic’ van Mark Bain. Met behulp van seismologische sensoren zette hij live de resonantiefrequenties van het gebouw om tot geluid waardoor er architectonische feedback ontstaat. De zware tonen krijgen een driedimensionaal karakter als ze letterlijk door je heen trillen.

Net als Bain maakt ook Semiconductor fenomenen waarneembaar die we normaal gesproken niet zouden kunnen opmerken. Met ‘20HZ’ visualiseren zij een elektromagnetische storm in de meest buitenste atmosferische laag van de aarde. In de installatie ‘Isolator’ van Peter C. Simon zorgt geluid voor een ruimtelijk patroon in een met zwart water gevulde speaker, wat een projectie op de muur oplevert.

Hoogtepunt van de avond is het optreden van Alva Noto, dat bewijst dat er op geluidskunst ook best gedanst kan worden. De geluidskunstenaar baseert zijn composities op ritmische structuren en gebruikt daarbij samples van geluiden van onder andere faxmachines, modems en telefoons. Het opzwepende geluid wordt gecombineerd met grafische visuals, omdat beeld volgens Alva Noto cruciaal is om geluid buiten het bereik van het menselijk gehoor te onderzoeken.

De avond eindigde met een intiem optreden van de zangeres Alexandra Duvekot, die met haar stem (en met behulp van de belichting) de industriële ruimte van Trouw even liet veranderen in een spirituele setting.

Tekst: Tessa Verheul
Foto’s Ernst van Deursen

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/04/hear-it-playing-the-building/feed/ 0
Hear-It!http://journal.stedelijk.nl/2012/04/hear-it/ http://journal.stedelijk.nl/2012/04/hear-it/#comments Tue, 17 Apr 2012 15:09:25 +0000 Carolien de Bruijn http://journal.stedelijk.nl/?p=1752 Bijna een jaar geleden organiseerden het Stedelijk Museum en Non-fiction de eerste editie van Hear it! – Een playlist voor het Stedelijk Museum. Deze drie-en-een-half uur durende tentoonstelling stond in het teken van het fenomeen geluid in de beeldende kunsten. Omdat het tentoonstellen van geluid zowel een ruimtelijke als een tijdelijke uitdaging is – twee geluidswerken naast elkaar in dezelfde ruimte kunnen hinderlijk zijn – besloten we indertijd geen opstelling in de ruimte te maken, maar in de tijd. Eigenlijk zoals een DJ zijn muziek volgtijdig uitzoekt, de ene plaat over laten gaand in de ander. Maar dan met een extra ruimtelijke dimensie, namelijk de tentoonstellingszalen van het Stedelijk Museum. 

 Zo werd de playlist als organiserend principe geboren. Een playlist voor het Stedelijk Museum.

 Hear it! bleek een onverwacht success: de avond werd druk bezocht – met meer dan 500 bezoekers waren we feitelijk uitverkocht – en de deelnemende kunstenaars waren erg blij met de pragmatische en enigszins terloopse manier van programmeren. Onder hen waren onder meer Gabriel Lester, Hans Aarsman, Carl Michael von Hausswolff, Claron McFadden en Brandon LaBelle. In de collectie vonden we bijzondere werken van Dick Raaymakers, John Cage en LaMonte Young. Een magische avond kwam in stijl ten einde met het gregoriaanse koor Schola Cantorum Amsterdam, dat kruisvaartliederen zong in de Erezaal voor de schilderijen met kruizen van Malevich.

Aanstaande donderdag 19 april organiseren we de tweede editie van Hear it! Met deze keer de ondertitel Playing the Building, vanwege de verkenning van het gebouw door een groot aantal geroemde geluidskunstenaars, musici en zelfs een voormalige architecte. Aan hen hebben we gevraagd op zoek te gaan naar de bijzondere akoestische kwaliteiten van het Trouwgebouw, een gebouw dat ooit voor machines is gebouwd – de drukpersen van PCM – en nooit (echt) voor mensen bedoeld is geweest. Zo heeft Machinefabriek een compositie gemaakt voor de machinekamer, zal Jacob Kirkegaard de grote hal in beweging brengen, en benut Carsten Nicolai het kraakheldere geluidssysteem in combinatie met de akoestische panelen van de clubzaal waarmee ooit de herrie van de drukpersen binnen werd gehouden.

In totaal zullen 18 verschillende werken, zowel nieuw gemaakte als bestaande uit de collecties van het Stedelijk Museum, De Appel en het Nederlands Instituut voor Mediakunst, in vijf uur tijd over de loop van de avond geprogrammeerd worden. En net als de vorige avond in het Stedelijk Museum is het geheel nu in Trouw ook een dynamische vermenging van verschillende werken die elkaar  in de tijd en de ruimte zullen opvolgen. 

Zo zal de bezoeker (vermoedelijk) oren tekort komen en (hopelijk) als vanzelf door de ruimten gaan zwerven, luisterend naar het ruimtelijk spel tussen de architectuur en de kunst.

We kijken er enorm naar uit, en hopen u allen tegen te komen.

Juha van ‘t Zelfde & Michiel van Iersel

Non-fiction

 

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/04/hear-it/feed/ 1
Stedelijk @ De Ateliers – Talking Film: Runa Islam en Willem de Rooijhttp://journal.stedelijk.nl/2012/04/stedelijk-de-ateliers-talking-film-runa-islam-en-willem-de-rooij/ http://journal.stedelijk.nl/2012/04/stedelijk-de-ateliers-talking-film-runa-islam-en-willem-de-rooij/#comments Fri, 13 Apr 2012 21:04:48 +0000 Tessa Verheul http://journal.stedelijk.nl/?p=1732 Na een korte introductie van De Ateliers directeur Dominic van den Boogerd gaan kunstenaars Willem de Rooij (1969) en Runa Islam (1971) met elkaar in gesprek. De recente presentatie van Islam in het MOMA in New York en de huidige expositie van De Rooij in Kunstverein München vormen daarbij de leidraad.

Islams ‘Magical Consciousness’ (2010) kwam tot stand tijdens haar fellowship aan het Smithsonian in Washington. In het archief vond ze een verguld Japans kamerscherm van 600 jaar oud dat ze in verschillende opstellingen filmde. Door deze beelden op een filmdoek (de zogenaamde ‘Silver Screen’) te projecteren, verandert het goud van het scherm in zilver en transformeert het kamerscherm tot filmscherm.

Ook in De Rooijs ‘Vertigo’s Doll’ (2010), een anagram van ‘Silver to Gold’, speelt een overgang van de kleuren zilver en goud een belangrijke rol. Gefascineerd door de glans van schilderslinnen, creëerde hij een vergelijkbare sensatie door middel van een geweven patroon. In zijn antwoord op een vraag van Islam vertelt De Rooij dat het hem niet gaat om de luxueuze connotatie van het goud, hij is eerder geïnteresseerd in de reflectie van het materiaal. Voor Islam gaat het ook om het proces van kijken en het langzaam zichtbaar worden van details.


Bezoekers bekijken Runa Islams ‘Emergence’, dat tijdens deze avond in een
aparte ruimte in De Ateliers werd getoond.

Voor het werk ‘Emergence’ (2011) filmde Islam het ontwikkelen van een foto in een doka. In drie minuten wordt het beeld van honden op een strand in Teheran, rond 1900 gefotografeerd door een hoffotograaf en door Islam gevonden in het Smithsonian archief, zichtbaar en weer onzichtbaar als het fotopapier door de chemicaliën volledig zwart kleurt. Met een haast structuralistische insteek gaat het Islam vooral om de uitdrukkingskracht van het materiaal in plaats van het overbrengen van een narratief. Zo electeerde ze een foto zonder specifieke historische referenties om daarmee de nadruk op het ontwikkelingsproces te leggen.

Dit werk van Islam laat zich vergelijken met De Rooijs geweven ‘Black to Black’ (2011), waarin een gradatie zwart geleidelijk in een andere tint overgaat. De Rooij benadrukt dat het aanbrengen van de kleurgradaties behoorlijk tijdrovend en complex was.

In reactie op De Rooijs vraag vertelt Islam over de installatie van haar werk in het MOMA. ‘Emergence’ werd op een doorschijnend scherm gepresenteerd, zodat het vanaf twee kanten te bekijken was en een meer sculpturaal karakter kreeg. Om een meditatieve sfeer te creëren werd een aantal projectoren in een glazen kist geplaatst zodat het zoemende geluid niet zou afleiden.

In tegenstelling tot deze ‘cinematic space’ hebben de werken van De Rooij een lichte ruimte nodig, waarin de kleurschakeringen het best tot hun recht komen. Maar dit licht bleek de werken ook te kunnen beschadigen, waardoor ze een speciale behandeling moesten ondergaan.

Het gesprek eindigt met De Rooijs vraag over het gebruik van bestaande beelden in Islams werk. Zo maakte hij zelf de presentatie ‘Intolerance’ (2010) waarin hij een  schilderijen van Melchior d’Hondecoeter in een nieuwe context plaatste. Islam stelt dat ze steeds probeert haar eigen auteurschap te ontwikkelen, het gaat haar juist niet om de connotaties van het al bestaande beeld, maar om haar eigen handschrift.

Tekst: Tessa Verheul
Foto’s: Ernst van Deursen

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/04/stedelijk-de-ateliers-talking-film-runa-islam-en-willem-de-rooij/feed/ 0
Bard Award in New York uitgereikt aan Ann Goldsteinhttp://journal.stedelijk.nl/2012/04/bard-award-in-new-york-uitgereikt-aan-ann-goldstein/ http://journal.stedelijk.nl/2012/04/bard-award-in-new-york-uitgereikt-aan-ann-goldstein/#comments Sat, 07 Apr 2012 10:10:07 +0000 Marie-Jose Raven http://journal.stedelijk.nl/?p=1703 Het was al aangekondigd, en op woensdag 4 april ging zij hem echt in ontvangst nemen: de Bard Award voor Curatorial Excellence. Deze prijs is afkomstig van het Center for Curatorial Studies aan het Bard College, in 1990 opgericht in upstate New York. Daar worden, in een internationaal programma, curatoren in moderne en hedendaagse kunst opgeleid.

CCS Bard kent sinds vijftien jaar een prijs toe aan ‘toonaangevende curatoren die zich onderscheiden in nieuwe ideeën, visie en toewijding’. Eerder ging die naar onder meer Harald Szeemann, Kasper König, Cathérine David, Okwui Enwezor en Hans Ulrich Obrist.

Tijdens een groots opgezet galadiner in Capitale, een indrukwekkende oude bank hartje New York, werd Ann Goldstein gelauwerd. Onder de genodigden vooraanstaande galeriehouders als David Zwirner, kunstenaars (Lawrence Weiner, Roni Horn, Christopher Wool, onder anderen), verzamelaars en museumcollega’s, zoals de directeuren van Guggenheim en MOCA. Velen waren overgekomen, uit LA en Chicago. En allemaal verzekerden ze me een ding: “she is the best, the very best” – en dat was geen Amerikaanse beleefdheid; ze wordt duidelijk op handen gedragen.

De jonge curator Johanna Burton, director of the graduate program of CCS Bard, hield een speech recht uit het hart, en benadrukte hoezeer Ann een voorbeeld is voor jonge mensen uit het vak en hoezeer haar projecten een toetssteen zijn voor wie dit pad ambieert. De prijs zelf, een prachtig object ontworpen door Lawrence Weiner, met de voor hem zo kenmerkende intrigerende en ironische teksten, werd uitgereikt door verzamelaar en filantroop Audrey Irmas, sinds dit jaar de naamgeefster en sponsor van de prijs. Vers toegetreden tot de board van CCS Bard, was zij dolgelukkig en trots dat men juist Ann had gekozen voor de prijs van 2012 – een keuze die zij met haar jarenlange ervaring in de board van MOCA geheel kon onderschrijven.

In de speeches passeerden vele tentoonstellingen van Ann Goldstein de revue, tentoonstellingen waar anderen steeds weer op terug blijken te grijpen, zoals A Forest of Signs: Art in the Crisis of Representation uit 1989, 1965-1975: Reconsidering the Object of Art uit 1995 en A Minimal Future? Art as Object 1958-1968 uit 2004. Maar ook de solo’s die ze maakte van onder meer Lawrence Weiner, Martin Kippenberger, Barbara Kruger en William Leavitt werden geroemd.

En Ann zelf? Die slaagde er in in haar dankwoord op elegante wijze werkelijk iedereen die ooit haar pad kruiste te bedanken, strijdbaar te verklaren hoe belangrijk kunst is voor mensen, een stad, een samenleving en vertelde gepassioneerd wat een voorrecht het voor haar is om het Stedelijk Museum te leiden, het museum dat voor haar het lichtend voorbeeld was in haar carrière.

Een staande ovatie van 400 man, een applaus dat niet op leek te houden, was haar deel.

Tekst: Marie-José Raven, persvoorlichter Stedelijk Museum
Foto’s: Karl Rabe, Courtesy CCS Bard

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/04/bard-award-in-new-york-uitgereikt-aan-ann-goldstein/feed/ 1
The Day After The Night Before, een terugblik op Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Clubhttp://journal.stedelijk.nl/2012/04/the-day-after-the-night-before-een-terugblik-op-stedelijk-trouw-%e2%80%93-contemporary-art-club/ http://journal.stedelijk.nl/2012/04/the-day-after-the-night-before-een-terugblik-op-stedelijk-trouw-%e2%80%93-contemporary-art-club/#comments Thu, 05 Apr 2012 13:24:47 +0000 Britte Sloothaak http://journal.stedelijk.nl/?p=1665
Volle zaal tijdens de lezing van Dick Hebdige tijdens Stedelijk @ Trouw -
Contemporary Art Club

Wie de Contemporary Art Club van het Stedelijk Public Program donderdag 29 maart heeft gemist, heeft de afgelopen tijd onder een steen geleefd. Er is over geblogd, getwitterd, gepost en getagd met als kers op de taart media aandacht in o.a. de Volkskrant, Parool en Metro. De avond met een lezing van Professor Dick Hebdige over subculturen in de muziek, een tentoonstelling met vier iconische video-installaties van Mark Leckey, Rineke Dijkstra, Matt Stokes en Jeremy Shaw en een bizarre maar tegelijkertijd bijna feeërieke performance van Matthew Lutz-Kinoy, mag met meer dan 500 bezoekers een succes genoemd worden.


Upload Cinema van Dagan Cohen. Foto: Carolien de Bruijn

Op zondag 1 april eindigde dit culturele weekend in TrouwAmsterdam met Upload Cinema van Dagan Cohen. Hij selecteerde voor ons de beste, hilarische en soms ook de meest verontrustende YouTube filmpjes op het gebied van dans en clubleven.  

 
Een gepassioneerde Dick Hebdige tijdens zijn lezing over verbanden tussen
subculturen in de muziek.

De avond begon met een lezing door cultuurcriticus en theoreticus Dick Hebdige. Hebdige is Professor Film, Media Studies en Art Specializations en is verbonden aan de Universiteit van California, Santa Barbara. Zijn lezing nam ons mee langs verschillende stromingen binnen de muziek en het gedrag van de hieraan verbonden subculturen. Voor sommigen was zijn verhaal een literaire voordracht, waarin hij het massale dansen in clubs vergeleek met het gedrag van mensen tijdens een opstand. Voor anderen was zijn lezing een bombardement van beeld, muziek en een lyrisch slot over Dub (een vorm van Jamicaanse muziek, ontstaan uit Ska en Reggae). Zijn lezing moedigde ons  aan om dwarsverbanden te zoeken tussen kunst, muziek, dans en subculturen.

Hierna begon het tweede gedeelte van de avond: een Q&A tussen kunstenaars en curatoren. Twee kunstenaars waren overgekomen om hun werk toe te lichten en vragen te beantwoorden. Hiervoor verlieten wij het clubgedeelte en daalden wij af tot de kelders van het Trouwgebouw. Daar waren twee video-installaties in alle rust te bekijken.

 
Kunstenaar Matt Stokes kijkt naar zijn werk Long After Tonight (2005)

 
Moment opname van Long After Tonight (2005) waarop een Maria beeld te
zien is

In de eerste zaal stond het werk Long after tonight (2005) opgesteld van de kunstenaar Matt Stokes. Stokes is hierboven op de eerste foto te zien, kijkend naar zijn film, die geschoten is op 16 mm film -en dus loepzuiver- en is overgezet op DVD. Zijn oeuvre bestaat uit werk, waarin hij subculturen onderzoekt, met name hoe muziek het leven en de identiteit van mensen kan vormgeven en beïnvloeden. Het werk dat we getoond hebben, is vernoemd naar Jimmy Radcliffe’s soulversie van een nummer van Burt Bacharach. Het nummer is een voorbeeld van de Afro-Amerikaanse soul muziek die in de jaren ‘60 tal van fans kreeg in het noorden van Engeland en Schotland. Stokes maakte deze film in de Sint-Salvador kerk in Dundee, Schotland. Sinds de jaren ’70 werden in de kelder van deze kerk Northern Soul avonden gehouden. Speciaal voor deze film zette Stokes zo’n dansavond in scène, en overtuigde hij de kerk ervan het geënsceneerde feest niet in de kelder te laten plaatsvinden maar in het gotische schip. Bijna zeven minuten lang ziet men mannen en vrouwen dansen, draaien, zwaaien en breakdancen. Stokes benadrukt het verband tussen de dansfeesten en de kerk, door afwisselend de dansers en de heilige beelden te filmen. De ongerijmdheid van de arbeidersklasse die dit soort feesten organiseerde en het vergulde decor, creëert een vreemde, sfeervolle film.


Kunstenaar Jeremy Shaw kijkend naar zijn werk Best Minds Part One (2007)
 
Britte Sloothaak (conservator in opleiding), Jeremy Shaw (kunstenaar) &
Bart Rutten (conservator) tijdens de Q&A

In de tweede zaal was de video-installatie Best Minds Part One (2007) te zien van kunstenaar Jeremy Shaw. Shaw is hierboven op de foto’s te zien. De twee-kanaals video-installatie beschikt over vertraagde beelden van een menigte op een straight edge hardcore concert in Vancouver, Canada. Zij zet zich af van de traditionele hardcore punk, die vooral geassocieerd werd met drank- en drugs misbruik. Door feesten te propageren zonder verdovende middelen of alcohol streefden de jongeren naar een gezondere levensstijl en heldere geest. Shaw maakte zelf de bijzondere soundtrack, geïnspireerd door The Disintegration Loops (2002) van de avant-garde componist William Basinski. De soundtrack is een geluidsopname van verslechterde tapeopnames, een verwijzing naar de degeneratie van analoge technologie. Diezelfde nadruk wordt gelegd met de lage resolutie van de beelden, die werden opgenomen met een handheld digitale camcorder onder lage lichtomstandigheden. De melancholische muziek en de toon van het omgevingslicht, gecombineerd met de slow motion beelden transformeren de gewelddadige uitingen van macho-extase in meditatieve ballet passages.


Fragmenten van de performance door Matthew Lutz-Kinoy, samen met
Chelsea Culp en DJ SOPHIE

Na de Q&A startte het derde deel van de avond met een raadselachtige performance van Matthew Lutz-Kinoy. Samen met performer Chelsea Culp en London-based DJ and producer SOPHIE ging de performance een relatie aan met de club door beweging, muziek, en gesproken woord. Met licht projecties op de muren, op de sculpturen en op de performers zelf werd de gehele ruimte betrokken bij de performance. Matthew Lutz-Kinow en Chelsea Culp  –gekleed in een jaren ’80 ballet tenue in neonkleuren-  deelden shotjes uit en wasten  de glazen sculpturen die voor deze gelegenheid op de dansvloer geplaatst waren. De vreemde maar betoverende performance toverde de dansvloer om tot “kunstwerk”.

De rest van de avond was op eigen gelegenheid The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997) van Rineke Dijkstra te bewonderen in de rookruimte. Op de entresol boven de dansvloer was van generatiegenoot Mark Leckey te zien: Fiorucci Made Me Hardcore (1999) . Tot laat in de nacht werd er nog gedanst onder begeleiding van DJ  Joost van Bellen, Tom Trago, and Strange Boutique, met visuals van Arnout Hulskamp.


Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam (NL)
(1996-1997)


Mark Leckey, Fiorucci Made Me Harcore (1999)

De tentoonstelling was het gehele weekend te bezoeken. Na de opening op donderdag waren de video-installaties tijdens reguliere club avonden op vrijdag- en zaterdagnacht te zien. De nietsvermoedende clubber maakte op deze manier op ongedwongen wijze kennis met kunst die normaliter alleen in musea of galeries te zien is.  Door zowel de bezoekers van de donderdagavond en de clubbers van de vrijdag- en zaterdagnacht werden de werken goed ontvangen.

Ik moet hierbij vermelden dat dit alleen mogelijk was door de goede samenwerking tussen TrouwAmsterdam, de kunstenaars en ook met Beamsystems, die de hoge kwaliteit beamers aanleverde. Maar ook door het werk verricht door mijn mentor en conservator Bart Rutten, curator Public Program Hendrik Folkerts, projectcoördinator Menno Dudok van Heel en het Stedelijk bouwteam onder leiding van Peter van der Lem. Door alleen genoegen te nemen met de hoogste mogelijke kwaliteit, was het mogelijk om de werken op gepaste wijze te plaatsen in deze club context.

Ik wil iedereen hartelijk danken, ook alle bezoekers van het event, het was een mooi project. Op naar de volgende samenwerking tussen TrouwAmsterdam en het Stedelijk Museum!

Op 19 april organiseren het Stedelijk Museum en Non-fiction voor de tweede keer een avond over en met geluidskunst, als onderdeel van de serie Temporary Stedelijk 3 – Stedelijk @ Trouw/De Verdieping in TrouwAmsterdam. Toonaangevende kunstenaars en musici reageren op de vraag: hoe klinkt een gebouw? Met live optredens en installaties van o.a. Alva Noto, Machinefabriek, Jacob Kirkegaard, Sarah van Sonsbeeck, Mark Bain, Alexandra Duvekot, Peter C. Simon en bijzondere collectiepresentaties van het Stedelijk in De Verdieping. 

Tekst: Britte Sloothaak, conservator in opleiding
Foto’s (indien niet anders vermeld): Ernst van Deursen

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/04/the-day-after-the-night-before-een-terugblik-op-stedelijk-trouw-%e2%80%93-contemporary-art-club/feed/ 0
De dag voor de opening … Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Clubhttp://journal.stedelijk.nl/2012/03/de-dag-voor-de-opening-stedelijk-trouw-contemporary-art-club/ http://journal.stedelijk.nl/2012/03/de-dag-voor-de-opening-stedelijk-trouw-contemporary-art-club/#comments Wed, 28 Mar 2012 21:46:41 +0000 Britte Sloothaak http://journal.stedelijk.nl/?p=1636

Het Public Program van het Stedelijk Museum heeft gedurende de renovaties en de verbouwing van het museumgebouw plaatsgevonden op verschillende plekken in de stad. De samenwerking tussen het Stedelijk  en TrouwAmsterdam komt voort uit deze programmering en bestaat uit vier events.

Het eerste event vindt morgen plaats en onderzoekt door middel van een lezing, tentoonstelling en een performance hoe de clubcultuur en hedendaagse kunst elkaar geïnspireerd hebben. Ik stelde samen met conservator Bart Rutten de tentoonstelling samen.
Hieronder een kort verslag van de dag voor de opening.

Opbouw dag 3

De dag voor de opening is altijd een gekke dag. Aan de ene kant wil je alles zo ver mogelijk af hebben, aan de andere kant groeit de to-do lijst door last-minute wijzigingen of door voortschrijdend inzicht. Wanneer de inrichting voor een groot gedeelte gedaan is, is het soms goed om de kunstenaars uit te nodigen om te komen kijken. Op zaal bespreek je dan de keuzes die je gemaakt hebt en waarom.

Gisteravond hebben we met Rineke Dijkstra haar werk bekeken. Ze was ontzettend enthousiast en met een paar aanwijzingen van haar kant op zak, beginnen we de derde dag van de opbouw. Vanwege de verhuur van het clubgedeelte aan een externe partij kunnen we nog niet beginnen met de aanpassingen voor The Buzzclub, Liverpool UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit wordt een klus voor morgen, maar met ons ervaren bouwteam moet dat geen probleem zijn.

Ook is Jeremy Shaw vanuit Berlin gearriveerd in Amsterdam. Zijn werk Best Minds Part One (2007) is het jongste werk van de tentoonstelling en is door hem gefilmd tijdens een straight-edge hardcore feest in een buurthuis in Canada. Hieronder zie je een foto van het testbeeld. Het werk, met vertraagde beelden van jongeren die helemaal uit hun dak gaan, lijkt wel gemaakt voor deze ruimte. De opstelling zal nog iets wijzigingen, zodat het werk nog beter uitkomt wanneer je de  zaal binnenloopt.  Morgen zullen Shaw, Bart Rutten en ikzelf het werk bespreken met de mogelijkheid voor vragen vanuit het publiek.

Het werk van Matt Stokes, Long After Tonight (2005) zal te zien zijn in de ruimte naast die van Shaw. Hieronder zie je een foto van mijn werkplek van vandaag. Links tegen de muur -achter de ronde pilaar- zie je de projectiemuur voor de film van Stokes, de deur naar het werk van Shaw, rechts. De zalen zullen pik-donker zijn, waardoor de bezoeker moet worden geleid door het licht en het geluid van de kunstwerken. Dit is ook een klus voor morgen. Vanavond zal ik Matt Stokes ontmoeten en de laatste details voor zijn werk bespreken.

Het resultaat is vanaf morgen 20 uur te bekijken. Tot en met zondag zijn de kunstwerken te zien tijdens de openingstijden van de club. Of ik morgen de tijd heb om een blog te schrijven, betwijfel ik. Daarom hoop ik jullie morgenavond allemaal te zien of anders in de loop van het weekend.

Zondag is de afsluiting van de tentoonstelling met Upload Cinema door Dagan Cohen. Dus als jullie zin hebben om deze brakke zondag langs te komen: welkom!

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/03/de-dag-voor-de-opening-stedelijk-trouw-contemporary-art-club/feed/ 0
Een kijkje achter de schermen tijdens de voorbereidingen voor… Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Clubhttp://journal.stedelijk.nl/2012/03/stedelijk-at-trouw-contemporary-art-club/ http://journal.stedelijk.nl/2012/03/stedelijk-at-trouw-contemporary-art-club/#comments Mon, 26 Mar 2012 17:54:52 +0000 Britte Sloothaak http://journal.stedelijk.nl/?p=1622 In een beschonken toestand in een club een monumentaal videowerk bekijken. Dit zou kunnen op donderdag 29 maart in TrouwAmsterdam. In deze voormalige drukkerij huist nu club Trouw en de culturele instelling De Verdieping. Samen met het Stedelijk Museum organiseert TrouwAmsterdam de Contemporary Art Club: een programma op het snijvlak van hedendaagse kunst en clubcultuur en een tentoonstelling met video-installaties van Rineke Dijkstra, Mark Leckey, Matt Stokes en Jeremy Shaw.

OPBOUW DAG 1

Deze week begint elke dag om 7:30 uur de bouwploeg van het Stedelijk Museum in het Trouw gebouw aan de Wibautstraat. Samen met Menno Dudok van Heel (project coördinator Public Program) installeer ik mij (Britte Sloothaak, conservator in opleiding) met een goede kop koffie, laptop en wifi achter de tafel van ons tijdelijk kantoor.

Onder leiding van Peter van der Lem worden de projectieschermen voor de video-installaties gebouwd. Het is even anders, werken in een club in plaats van een steriele museumzaal, maar dat is juist leuk. De bierlucht van de avond ervoor brengt ons meteen in de juiste sfeer.

Vandaag wordt het projectiescherm gebouwd voor Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK/ Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997). Dit werk zal als een vernieuwde versie te zien zijn vanaf een harddisk file. We hebben het hier niet over een geheel nieuw werk, want de montage van video-beelden van jongeren in een club omgeving is precies dezelfde. Dijkstra maakte deze montage opnieuw met o.a. een hogere bitrate (snelheid van informatie overdracht, hoe hoger de bitrate, hoe meer informatie er per tijdseenheid verzonden en ontvangen kan worden) en een beter kleurenschema. Het geeft ons de mogelijkheid om het werk in een nog hogere kwaliteit te presenteren. Het is een primeur voor een van de meest iconische werken uit de Stedelijk Museum collectie.

Hier zie je ons bouwteam Peter van der Lem, Fred Staphorsius en Cees Pels aan de slag met de projectie muur voor Rineke Dijkstra. Conservator Bart Rutten (rechts) is in kort overleg met Peter over de hoogte en breedte van het scherm (check, check, dubbel check). Het scherm zal lichtgrijs worden geverfd door onze huisschilder, Ton Evers. Projecties zien er vaak beter uit op een grijs oppervlak dan op een wit oppervlak. Zoals jullie zien, hebben we overdag te maken met behoorlijk veel daglicht. Dit is controleerbaar (lange leve de luxaflex) en ‘s avonds zal de projectie helemaal van het scherm knallen.

In de tussentijd ratelen Menno en ik door op onze laptops. Ik bereid me voor op de Q&A met kunstenaars Matt Stokes en Jeremy Shaw. Zij zullen bij de opening aanwezig zijn en hun werk toelichten. Menno is opzoek naar een boombox (ja, die gigantische draagbare CD spelers uit de jaren ’80), dus mochten jullie er eentje weten te liggen die we mogen lenen, laat het ons weten.

Morgen meer over de opbouw, de samenwerking tussen Trouw en het Stedelijk en de aanloop naar het Public Program event!

OPBOUW DAG 2

“Heeeeey!”
“Goedemorgen!”
“Koffie?”

De aankomst van het Stedelijk Museum team in TrouwAmsterdam is inmiddels uitgegroeid tot een broederlijk ritueel in de ochtend. Na de koffie werkt het bouwteam hard door aan de projectieschermen. Duidelijk is dat deze mannen al jaren meedraaien en kennis hebben van de nukken van conservatoren, curatoren en kunstenaars. Twintig centimeter omhoog? Geen probleem. Tijdelijk vastzetten totdat de kunstenaar er is? Doen we dat.

Hoewel alles onder controle is, is vandaag een drukke dag. De muren zullen zo goed als klaar zijn en aan het eind van de dag worden de beamers en de audio geïnstalleerd. Dan zal blijken of de voorbereidingen goed zijn verlopen. De geselecteerde video’s hebben verschillende verhoudingen en de afmetingen van installaties variëren vaak en worden bepaald door de ruimte (hoe groot kunnen we projecteren? Of moeten we juist klein projecteren?). De afmetingen van de projectiemuren en verhoudingen van de projectie moeten dus precies samenvallen.
Vanavond, met het installeren van de beamers, zal blijken of alles klopt.

Wanneer de projectiemuren, speakers en beamers zijn geïnstalleerd, begint het fine-tunen van het werk. Dit doen we altijd -wanneer de omstandigheden het toelaten- in samenwerking met de kunstenaar. Vanavond kijkt conservator Bart Rutten met Rineke Dijkstra naar haar werk, wat een bijzondere en geestige positie heeft in het gebouw. Aan de hand van foto’s en telefonisch overleg is Rineke Dijkstra akkoord gegaan met deze plaats en de context waarin die gepresenteerd wordt. Maar pas op zaal kun je zien hoe het concept daadwerkelijk vorm krijgt: Is het precies zoals je in het hoofd had bedacht of ziet het er toch iets anders uit? Op dit gebied geldt: Hoe meer ervaring, hoe beter je dit kunt inschatten. Als conservator in opleiding heb ik mij zo goed mogelijk ingelezen en voorbereid, maar zal de komende twee dagen alsnog veel leren.

Te midden van het geluid van getimmer en gezaag ben ik in overleg met Jeremy Shaw en Matt Stokes over hun aankomst morgen in Amsterdam. Middels foto’s, genomen met mijn iPhone, houd ik hen op de hoogte van de voortgang en wat zij zullen aantreffen. Elk detail wordt besproken, zelfs hoe strak de achterkant van de schermen is afgewerkt. En morgen (woensdag-de-dag-voor-de-opening!) zullen we alle details nog een keer doorlopen wat betreft beeld en geluid.

Tot nu toe hebben we goed kunnen samenwerken met de kunstenaars, ondanks de afstanden. Jeremy Shaw woont en werkt in Berlijn (DE), Matt Stokes woont in Gateshead (UK) maar reist op dit moment door Bangladesh. Ik kijk er ontzettend naar uit om hen te ontvangen in Amsterdam en te praten over hun werk in deze bijzondere context: namelijk die van een club, in plaats van tussen de witte muren van een museum.

Ik houd jullie op de hoogte!

Britte Sloothaak, conservator in opleiding

]]>
http://journal.stedelijk.nl/2012/03/stedelijk-at-trouw-contemporary-art-club/feed/ 1