Stedelijk Museum Amsterdam

Journal

De magie van alledag

Marlijn de Jager is freelance blogger voor het Stedelijk Museum. Op het Stedelijk Journal doet zij verslag van evenementen en activiteiten in het museum. Voor dit blog bezocht ze de Artist Talk van kunstenaar Jeff Wall.

Het forum van 1 maart trekt veel bezoekers. Geen stoel in het Auditorium van het Stedelijk Museum blijft onbemand. Het publiek luistert ademloos naar Jeff Walls verhaal. Niemand beweegt of zegt wat… Maar is dat wel zo? Er gebeurt altijd meer dan je in eerste instantie denkt en dat wil de Canadese fotograaf Jeff Wall laten zien.

Jeff Wall:Artist Talk
Garfieldsokken

Het publiek bestaat vooral uit kunsthistorici en fotografen van dertig tot en met vijftig jaar. Ook aan pers ontbreekt het niet. Een dame schrijft driftig in haar boekje. Haar bril schuift bijna ongemerkt van haar hoofd naar voren, totdat hij plots op haar neus eindigt. Met een driftige beweging zet ze hem terug op haar hoofd. Achter haar zit een jongeman in pak met zijn voet te wiebelen. Bij het opmerken van een vlek op zijn schoen, tilt hij zijn voet op het randje van de stoel. Een knipogende Garfield komt onder zijn broekspijp vandaan. Hij maakt zijn vinger nat en poetst de vlek weg. Iets verder naar achteren wrijft iemand in haar handen, ze slaat een sjaal om. Haar oorbel blijft steken. Ze peutert hem los en parkeert haar schouder dicht tegen die van haar man aan. Iedereen luistert geboeid naar het verhaal van Jeff Wall, maar niet zonder te krabben, te wrijven of te wiebelen. Iets wat overigens niemand echt opvalt, we doen het per slot van rekening allemaal instinctief. Dat intrigeert Jeff Wall.

Jeff Wall:Artist TalkEr zijn geen regels
“We hebben allemaal twee ogen. De meeste mensen gebruiken hun ogen als GPS-systeem, ze kijken doelgericht. Ik kijk om me heen, want er is altijd meer gaande dan je denkt”, legt Jeff Wall uit. Het is niet dat hij daarom zijn fototoestel overal meeneemt en aandachtig jaagt naar potentiële plaatjes. Sterker nog, hij heeft zijn camera bijna nooit bij zich en de situaties en locaties die hij fotografeert komt hij gewoonweg tegen. Jeff Wall laat zich inspireren door zijn omgeving. Als hij op een stoepje voor zijn studio in het zonnetje zit en mensen hem voorbij lopen met grote tassen, gaat er bij hem een lampje branden. Hij wil deze ‘nomaden van de stad’ vastleggen. Een dweilende man in een leeg kantoor of een slapende fietser maken ook een gevoel bij Jeff Wall los. Hij moet er iets mee. Het kan weken duren voordat hij deze taferelen reconstrueert. Daarbij laat hij zijn creativiteit de vrije loop. Er zijn geen regels, alles mag aangedikt of opgesmukt. Of juist niet.


Cinematografische reconstructie
Jeff Wall vergelijkt zijn werkwijze met die van een filmregisseur. Voorbereiding en samenwerking met andere partijen zijn noodzakelijk. “Je zou kunnen zeggen dat ik een soort filmregisseur ben, maar mijn films bestaan uit één beeld”, zegt hij zelf dan ook. Eén blik op de foto’s bevestigt deze bewering. Jeff Wall maakt geen futiele plaatjes, hij vertelt een verhaal. Daarnaast is Jeff Wall een meester in het opwekken van spanning, sfeer en vragen. Juist vanwege de filmische en soms theatrale elementen die hij toevoegt aan het beeld. Er is tot in de puntjes nagedacht over de cinematografische reconstructies van zijn herinneringen. En dat is wat Jeff Wall onderscheidt van andere fotografen.

JeffWall04Absurd en doodnormaal
Dat Jeff Wall juist die doodnormale straathoek van een gekunstelde setting voorziet, zorgt voor een magische ambiance. Of andersom, een karakteristieke locatie met een opmerkelijk detail. Twee tieners boksen in een keurige, klinische huiskamer. Op een kale begraafplaats zwemmen zeesterren in een vierkant gat en in een rommelige schuur plukken stevige dames kippen kaal. Jeff Wall maakt van dagelijkse beslommeringen eigenaardige beelden. Hij is een observant met een rijke geest. Dat hij in het Stedelijk Museum voor een volle zaal zorgt, bevestigt zijn status als gerenommeerd kunstenaar.

Nieuwsgierig?
Benieuwd naar Jeff Wall: TABLEAUX PICTURES PHOtOGRAPHS 1996 – 2013? De tentoonstelling is t/m 3 augustus te zien in het Stedelijk Museum.

Global Collaborations 3 maart, 2014

Collecting Geographies – Magiciens de la Terre

Op 13, 14 en 15 maart aanstaande organiseert het Stedelijk Museum in samenwerking met ASCA/ACGS van de Universiteit van Amsterdam, Moderna Museet (Stockholm), Museum Folkwang (Essen) en het Tropenmuseum (Amsterdam), de academische conferentie Collecting Geographies – Global Programming and Museums of Modern Art. Tijdens deze conferentie gaat een diverse selectie sprekers nader in op actuele kwesties in de relatie tussen kunstinstellingen, globalisering en het postkoloniale discours. Een van de sessies is gewijd aan de baanbrekende én bekritiseerde tentoonstelling Magiciens de la Terre die 25 jaar geleden werd georganiseerd in het Centre Pompidou te Parijs. Cultuurwetenschapper Liza Swaving neemt in deze blog de controversiële erfenis van deze inmiddels canonieke tentoonstelling onder de loep aan de hand van de recent verschenen publicatie Making Art Global: “Magiciens de la Terre”, 1989.

magiciens

In 2014 is het precies 25 jaar geleden dat de tentoonstelling Magiciens de la Terre plaatsvond in het Centre Pompidou in Parijs. Afgelopen jaar verscheen in de Afterall-serie Exhibition Histories de publicatie Making Art Global (Part 2) ‘Magiciens de la Terre’ 1989. Deze retrospectieve publicatie geeft niet alleen een analyse en (visuele) reconstructie van de tentoonstelling maar reflecteert ook op haar invloed op het hedendaagse kunstdiscourse. Ook in het symposium Collecting Geographies wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze spraakmakende tentoonstelling. Waarom geniet Magiciens de la Terre 25 jaar na dato nog steeds zoveel belangstelling? En wat is precies haar erfenis?

Kunst is een universele expressie

Magiciens de la Terre werd samengesteld door de directeur van het Centre Pompidou, Jean-Hubert Martin, en was zowel een voortzetting van als een tegenreactie op de omstreden tentoonstelling Primitivism in 20th Century Art, die vijf jaar eerder in het MoMA in New York plaatsvond. Magiciens de la Terre werd gepresenteerd als ‘the first worldwide exhibition of contemporary art’, en omvatte werk van honderd kunstenaars: vijftig kunstenaars afkomstig uit Noord-Amerika en Europa, en vijftig afkomstig uit wat Martin aanduidde als de periferie, de zogenaamd niet-westerse gebieden. Met het naast elkaar tonen van verschillende kunstopvattingen, -tradities en – stijlen, poogde Magiciens de la Terre een caleidoscopisch, mondiaal perspectief op de hedendaagse kunst te geven en uitwisseling tussen de verschillende artistieke benaderingen te stimuleren.

Martin stond een universalistische opvatting van artistieke expressie voor: kunst als een universeel fenomeen dat de specifieke culturele, geografische en subjectieve context overstijgt en een spirituele functie heeft. Door de uiteenlopende kunstwerken als gelijkwaardig aan elkaar te presenteren, poogde Martin het (historische en discursieve) onderscheid tussen westerse en niet-westerse kunst te slechten en de getoonde werken op hun eigen merites – als artistiek object – te waarderen: ‘Non-western art seems branded with a taboo that demands it cannot be shown without explaining its context. People should bear in mind that visual objects are capable of conveying signs and meanings through the imagination and the emotions’. Martin besloot alle kunstwerken vrijwel zonder context te presenteren, om niet het risico te lopen dat ze slechts als een representatie hun cultuur zouden worden geïnterpreteerd. Alleen informatie over het land van herkomst, het land van verblijf en de nationaliteit van de kunstenaars werd bekend gemaakt. Alleen werd deze informatie niet gebruikt als categoriseringsprincipe, maar juist om de onhoudbaarheid van deze indeling naar nationale identiteit aan te tonen.

_

Nam June Paik, Bonjour M. Orwell 1984 (1989)

Nam June Paik, Bonjour M. Orwell 1984 (1989)

Illusie van gelijkwaardigheid

Er kwam vanuit verschillende hoeken kritiek op de tentoonstelling. Zo stelden een aantal critici, waaronder  Benjamin H.D. Buchloh en Rasheed Araeen, dat de tentoonstelling een neokoloniaal project was. Buchloch vergeleek Martins denken en handelen met cultureel, politiek en economisch imperialisme. Araeen problematiseerde Martins idee van universalisme en decontextualisatie omdat het volgens hem niet leidde tot gelijkwaardigheid, maar tot oneigenlijke homogenisering. Door de visuele overeenkomsten tussen de kunstwerken te benadrukken en geen aandacht te schenken aan de verschillende culturele, economische en politieke omstandigheden waarbinnen de kunstwerken tot stand waren gekomen, creëerde Martin een illusie van gelijkwaardigheid, die geen ruimte liet voor dialoog, conflict of kritiek. Bovendien werd de bezoeker door de afwezigheid van context aangezet tot het toepassen van westerse esthetische kaders op objecten die buiten die kaders ook een andere betekenis hadden: een vorm van culturele toe-eigening. Dat de idee van gelijkwaardigheid gebaseerd was op een illusie blijkt mogelijk ook uit de criteria die Martin hanteerde tijdens het selectieproces: terwijl westerse kunstenaars werden geselecteerd op grond van ‘their concern for cultures other than their own’, werden niet-westerse kunstenaars geselecteerd indien zij werk maakten dat verwees naar ‘elements of their cultural roots’. Een gevolg hiervan was dat een aanzienlijk deel van de niet-westerse kunst rituele, figuratieve en volkskunst betrof, die werd gekenmerkt door een toepassing van traditionele vormen van materiaalproductie – en gebruik. Jean Fischer beschouwde dit als een ‘fetisjering’ van traditionele productieprocessen, een indicatie voor een westers verlangen naar een pre-industriële vorm van culturele authenticiteit. Met andere woorden, Magiciens de la Terre  werkte juist exotisme, mystificatie en stereotypering van de niet-westerse kunst in de hand.

_

Alfredo Jaar, La géographie, ça sert d'abord à faire la guerre (1989)

Alfredo Jaar, La géographie, ça sert d’abord à faire la guerre (1989)

Er was ook positieve kritiek die de tentoonstelling prees om zijn grensverleggende karakter, het openbreken van de binaire oppositie westers/niet-westers en het stimuleren van culturele dialoog. Zo stelde Alfredo Jaar, één van de deelnemende kunstenaars, in een recent interview: ‘It was evident that after ‘Magiciens’ there was no turning back. In my view, it really was the first crack in the Western art bunker.’

Global Turn

Het polariserende debat dat de tentoonstelling genereerde, heeft eraan bijgedragen dat zij tot op de dag van vandaag een belangrijk referentiepunt is. De tentoonstelling stond model voor vele tentoonstellingen en biënnales, zowel internationaal als in Nederland. Zo zagen de jaren ’90 een groot aantal tentoonstellingen gewijd aan kunst uit niet-westerse of gemarginaliseerde gebieden; en sinds het nieuwe millennium groeide het aantal tentoonstellingen die de invloed van globalisering op artistieke productie en receptie onderzochten. Deze en andere ontwikkelingen zijn onderdeel van wat de global turn wordt genoemd: een periode van mondiale politieke en economische verschuivingen waarin het eurocentrische denkkader van de kunstgeschiedenis, de kunstmusea en de canon vanuit verschillende disciplines wordt hervormd, herschreven en gedecentraliseerd. Ideeën uit de postkoloniale theorie en antropologie worden toegeëigend binnen de kunsttheorie en toegepast in de tentoonstellingspraktijk; er ontstaan alternatieve terminologieën, zoals global art, world art, transnational art en het recentere glocal art, die het fixeren van kunst op grond van nationaliteit identiteit analyseren en uitdagen. Positief of negatief, Magiciens de la Terre is een belangrijke katalysator in deze global turn.

 

pompidou_edited

Modernites Plurielles de 1905 a 1970 in Centre Pompidou (photo: Jelle Bouwhuis)

De erfenis en reputatie van Magiciens de la Terre worden ook door het Centre Pompidou zelf levend gehouden. Deze zomer organiseert het museum een ‘Summer School’ rondom Magiciens en In 2009 werd het ambitieuze onderzoeksprogramma ‘Recherche et Mondialisation’ opgericht, dat zich onder leiding van Catherine Grenier richt op de het ‘internationaliseren’ van het collectiebeleid en het herschrijven van de kunstgeschiedenis. Binnen dit programma werd onlangs de nieuwe collectieopstelling Modernités plurielles de 1905 à 1970  gerealiseerd, waarin moderne kunst vanuit een mondiaal perspectief wordt gepresenteerd, als correctie op het idee dat modernisme enkel een westers fenomeen is. De collectieopstelling wordt gepresenteerd als de eerste tentoonstelling waarmee het Centre Pompidou een mondiale geschiedenis van de kunst laat zien ‘met meer dan 1000 kunstwerken, 400 kunstenaars uit 47 landen’. Het museum treedt hiermee duidelijk in de voetsporen van Magiciens de la Terre; en naar het lijkt, stapt het ook in dezelfde valkuilen. Immers, geeft het herschrijven van de kunstgeschiedenis vanuit het perspectief van het modernisme niet blijk van eenzelfde vorm van toe-eigening en fictieve decontextualisatie waarvan Magiciens de la Terre werd bekritiseerd?

—————–

Alle citaten in de tekst zijn afkomstig uit Lucy Steeds et al., Making Art Global (Part 2). ‘Magiciens de la Terre’ 1989, Londen (Afterall Books/Koenig Books) 2013

Meer informatie over het symposium Collecting Geographies en het volledige programma vindt u hier. Op zaterdagmorgen zal Annie Cohen-Solal, een lezing geven getiteld ‘Magiciens de la Terre and other Postcolonial Exhibitions’.

Voor literatuur over de global turn zie onder meer: Hans Belting, Andrea Buddensieg & Peter Weibel (red.), The Global Contemporary and the Rise of New Art Worlds, Cambridge, MA (The MIT Press) 201;  Jill H. Casid et al., Art History in the Wake of the Global Turn, Londen (Yale University Press) 2014.

Copyright Alfredo Jaar, courtesy Galerie Lelong, New York.

Photography copright Deidi von Schaewen.

Liza Swaving, MA is cultuurwetenschapper en voltooide de Master Museumconservator aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is Research Associate bij Rijksmuseum Volkenkunde, waar ze onderzoek doet naar de relatie tussen authenticiteit en het gebruik van bewegend beeld in de tentoonstellingen van het museum.

Blikopeners buiten de deur verslag 25 februari, 2014

Kunst en kebab in Liverpool

‘Welke website bezoek jij het vaakst?’ Afgelopen weekend vloog ik voor het Stedelijk naar Liverpool om als Blikopener te praten over hoe je via internet jongeren bij kunst kan betrekken. Ik ontmoette daar jongeren van het Centre Pompidou in Parijs, het Reina Sofia in Madrid en het Tate in Liverpool en London.

blog

Grote grijze wolken hingen boven Liverpool toen we om 11 uur ‘s ochtends kwamen aanvliegen. Het regende en waaide best wel hard. Vanuit ons glazen hotel van acht verdiepingen, dat vrijwel naast het Tate Liverpool zat, kon je uitkijken over het havengebied en een soort raar gebouw dat nogal op het EYE leek. Het Tate Liverpool was totaal anders dan het Stedelijk, kleiner dan ik had verwacht en minder imposant.

Vrijdagmiddag gaven we presentaties over welke websites en media ons aanspreken en welke platforms we gebruiken in het museum, zoals Facebook, Instagram, Tumblr, Soundcloud en Youtube. In de avond opende in het Stedelijk de Marcel Wanders tentoonstelling en in het Tate Liverpool ‘Welcome to my world’, een tentoonstelling van jongeren uit Liverpool in samenwerking met fotograaf Joann Kushner. Op zaterdag gaven de begeleiders presentaties over projecten. Toen Marloes en Joy vertelden over ‘What The Art!?’ (het tv programma van Blikopeners) waren de anderen best wel onder de indruk. ‘My Line Or Mine’ vonden ze ook leuk. De begeleiders uit Parijs en Madrid vertelde over hun programma’s om de jeugd uit de buitenwijken bij kunst te betrekken.

Tijdens de lunch op vrijdag, in een pizzeria naast het Tate, kwam ik erachter dat de andere jongeren vrijwillig werken. Blikopeners zijn jonger en zitten bijna allemaal op school. De ‘peer educators’ uit Parijs, Madrid, Liverpool en London zijn ouder en de meesten studeren kunstgeschiedenis of doen een kunstopleiding. Ze weten allemaal enorm veel over kunst en zijn erg gepassioneerd. Bij Blikopeners hebben we jongeren die dat veel minder hebben. Dat is eigenlijk wel handig, want de meeste Amsterdamse jongeren hebben namelijk (nog) niet zo veel belangstelling voor kunst.

Uitgaan in Liverpool was een ervaring. Wat eigenlijk het meest opviel waren alle vrouwen die trots mini rokjes droegen en met hun hoge hakken moeilijk over de straten van Liverpool paradeerden. Het was op dat moment nogal koud en een van de jongeren van het Tate Liverpool vertelde me dat ze waarschijnlijk te dronken waren om de kou te voelen. Om 12 uur ‘s nachts lagen er in een straat in het centrum drie mannen en één vrouw, naast elkaar, passed-out in de regen, op de grond. Het Geordie Shore niveau was hoog. De clubs bleven tot 5 uur open en alle fastfood restaurants nog later, waardoor er een massale verhuizing plaats vond van de clubs naar het fastfood. Dat leidde tot geweldige taferelen in de tl-verlichte restaurants waar de mannen in hun t-shirts en de vrouwen, hun gezicht bedekt met lagen foundation, grote hoeveelheden kebab aan het eten waren.

blog2

De volgende dag zaten we weer in het Tate om, vrij vermoeid, verder te praten over hoe we van elkaar zouden kunnen leren en dingen kunnen uitwisselen. We hebben besloten om te kijken of we met alle musea samen een online kunstplatform voor jongeren (misschien in de vorm van een app) kunnen starten. Het weekend was erg interessant en inspirerend

Global Collaborations 5 februari, 2014

Artist-in-Residence: Bernard Akoi-Jackson

Als onderdeel van het meerjarige Global Collaborations programma, heeft het Stedelijk Museum de Ghanese kunstenaar Bernard Akoi-Jackson uitgenodigd als artist-in-residence. In samenwerking met de Blikopeners van het Stedelijk Museum zal Akoi-Jackson het komende jaar een project ontwikkelen rondom thema’s als cultuur en identiteit. De Blikopeners zijn jongeren in de leeftijd 15-19 jaar met een frisse kijk op kunst. Zij vertegenwoordigen uiteenlopende achtergronden, studie-richtingen en komen uit verschillende delen van Amsterdam. De Blikopeners verzorgen rondleidingen en geven het museum advies over verschillende aspecten van het museum. Bram Verhoef, zelf aanstormend kunstprofessional, interviewde Akoi-Jackson om meer te weten te komen over zijn plannen.

_

Bernard Akoi-Jackson, [titel]

Bernard Akoi-Jackson, Greyman (2012)

Bernard Akoi-Jackson is een internationaal gerenommeerde kunstenaar uit Ghana. Tijdens zijn opleiding aan de KNUST  kunstacademie van Kumasi was hij vooral bezig met schilderkunst, maar gebruikte tegelijkertijd meer dan alleen de mogelijkheden van het schildersdoek. Zo is in zijn installaties, performances, video’s en foto’s participatie met het publiek van groot belang. Akoi-Jackson maakt veel gebruik van alledaags materiaal: hij vergroot alledaagse handelingen uit tot rituelen, manipuleert teksten die hij tegenkomt en speelt met de symbolische waarde van kleur. In 2012 nam Akoi-Jackson deel aan de groepstentoonstelling Time, Trade, Travel  in het SMBA. Terugkerend thema is zijn zoektocht naar begrippen als identiteit en originaliteit en de vraag hoe wij binnen onze samenleving een waardeoordeel construeren rondom deze begrippen. Wat betekent het om Nederlands te zijn, en wat om Ghanees te zijn? Welke rol speelt onze geschiedenis hierin? Akoi-Jackson benadert deze vragen op een kritische maar joviale manier waarbij hij de kijkers een spiegel voorhoudt.

Akoi-Jackson heeft een hart voor educatie. Het is niet alleen een essentieel onderdeel van zijn kunstpraktijk; Akoi-Jackson geeft ook les op de Tema International School, a Ghanese middelbare school dichtbij de hoofdstad Accra, waar hij jongeren graag in contact brengt met kunst.

Bram Verhoef:Installation in tentoonstelling Time, Trade, Travel, SMBA (2012)

Bernard, kun je misschien iets vertellen over de rol die kleur speelt in je werk?

Bernard Akoi-Jackson:

In mijn werk gebruik ik vaak de kleur rood. Zo is een van mijn werken gebaseerd op het Engelse gezegde ‘seeing red’. Dit kan letterlijk vertaald worden als ‘het zien of observeren van de kleur rood’, maar ook als boos of geïrriteerd zijn. Voor mij zijn dit geen negatieve emoties; boosheid en irritatie kunnen juist ingezet worden om actie te ondernemen en iets positiefs te bewerkstelligen.

In een ander project ging over ‘red tape’, oftewel bureaucratische rompslomp. In de performance Red Tape on Bottleneck speelde ik met het verschijnsel bureaucratie in voorheen gekolonialiseerde landen zoals Ghana. Voor mij is dit een doelloos, hedendaags ritueel waar we collectief aan meedoen. Mijn intentie met deze performance was om samen met het publiek een collectief narratief te creëren, waardoor het werk niet alleen door de kunstenaar gemaakt wordt, maar samen met het publiek. Deze twee projecten vormen het startpunt voor mijn project met de Blikopeners in het komende jaar.

BV: In je werk gebruik je regelmatig Vlisco stoffen. Waarom kies je ervoor om dit specifieke fabricaat te gebruiken?

BA-J: Dit is een textiel dat van origine uit Indonesië komt, ook wel bekend als batik, of Dutch wax. Tegenwoordig wordt het geproduceerd en verhandeld door een Nederlands bedrijf, Vlisco, en is het erg populair in veel Afrikaanse landen. In een serie foto’s getiteld uit 2012, gebruikte ik de stof om verschillende rollen uit een collectieve, koloniale geschiedenis uit te vergroten. De foto’s waren het resultaat van een performance waarin ik deze verschillende rollen, of identiteiten, als karikaturen neerzette. Elke identiteit was gekleed in zijn eigen stof, met zijn eigen kleur en uitstraling. De onderliggende vraag is natuurlijk: Wiens eigendom is dit product nu, tot welke cultuur of identiteit behoort dit?

BV: Wat zijn je plannen voor je residency in het Stedelijk Museum?

BA-J: Tijdens mijn residency in het Stedelijk wil ik voortborduren op de ideeën uit  eerdere projecten. Het doel van een initiatief als de Blikopeners – het openen van de blik van het publiek – vormt een belangrijke invalshoek. Daarnaast zou ik in het kader van ‘Global Collaborations’ graag een culturele uitwisseling faciliteren. Bijvoorbeeld door de Blikopeners in contact te brengen met mijn studenten uit Ghana, om zo het potentieel dat wereldwijde samenwerking biedt, volledig te benutten en een dialoog op gang te brengen. Ook wil ik de plek die het Stedelijk is en inneemt als museum, als inspiratiebron gebruiken.

Bernard Akoi-Jackson with Blikopeners

BV: Wat is de rol van de Blikopeners in dit project?

BA-J: De rol van de blikoperers begint er mee dat ze democratisch meebeslissen over de aard van het project en het proces. Daarbij voeden ze mij door middel van ideeën en kritieken. Hier ga ik vervolgens mee aan de slag door een plan op te stellen. De Blikopeners zijn de deelnemers van het kunstproject. Ze werken mee bij de voorbereiding en uitvoering. Ze helpen bijvoorbeeld mee bij het creëren van het werk, worden de performers, of vormen levende sculpturen.

BV: Wat is voor jou de betekenis van participatie in een project als dit?

BA-J: Alle uitwisseling tussen mensen zie ik als een verbintenis, via uitwisseling participeren we met elkaar. Waar vroeger schilders hun eigen spullen prepareerden, wordt verf nu gefabriceerd. Dit is ook al een vorm van participatie: de kunstenaar is niet langer degene die alleen al het werk verricht, er zijn ook andere mensen bij het proces betrokken. Dit geldt ook voor het proces van betekenisgeving van een kunstwerk. Een kunstwerk is niet de creatie van een enkele kunstenaar, maar een narratief van een aantal co-auteurs. Zonder dit gezamenlijke verhaal heeft een werk geen waarde. Iedereen brengt zijn stem in, de een luider dan de ander, en zo wordt collectief de betekenis van een werk gecreëerd. We zouden het als een recht mogen zien, een fundamenteel recht, om mee te werken aan de totstandkoming van het verhaal, maar dit recht betekent ook dat we  hier allemaal een verantwoordelijkheid voor dragen. Participatie draait niet om het beledigen of het confronteren. Het moet juist joviaal zijn, het moet relaxed zijn om aan deel te nemen. Ik vind het interessant deze gedachtegang over te brengen op de Blikopeners, zodat zij dit weer door kunnen geven aan de bezoeker.

BV: Wat is de betekenis van deze ideeen over participatie op globale schaal?

low res_Stedelijk_2013-12-12_Opening-Blikopener-Spot_Tomek-Dersu-Aaron_009

B-AJ: Het feit dat er een globale samenwerking is betekent vooral het kijken naar overeenkomsten en verschillen. Voor mij geldt: het maakt niet uit hoe verschillend je denkt te zijn, of hoe anders de culturele achtergrond lijkt, het komt uiteindelijk op hetzelfde neer. Vooral bij jongeren gaat de culturele achtergrond een steeds kleinere rol spelen, door bijvoorbeeld het internet. Zo is het voor mij ook in kunst. Op het moment dat je dingen tot extremen brengt, ga je vooral overeenkomsten zien. Dit is een functie van kunst die ik koester. Door je af te vragen of de manier waarop je kijkt genuanceerd is, en door steeds opnieuw te kijken, zal de manier waarop je kijkt veranderen. Hiermee verandert ook de manier waarop je jezelf informeert en naar de wereld kijkt. Dit is hoe je nieuwe dingen leert en nieuwe ervaringen opdoet.

De Blikopeners die hebben deelgenomen zijn Jan, Kayleigh, Joe, Helinda, Janne, Chris, Sa-Ra, en Robin.

Bram Verhoef studeert Educatie in Beeldende Kunst en Vormgeving aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam, en is vooral nieuwsgierig naar de vraag hoe de relatie tussen kunst en publiek versterkt kan worden. Bram heeft meegewerkt aan de ontwikkeling en uitvoering van verschillende kunst-educatieve projecten, en zal voor de Global Collaborations Journal in het komende jaar het artist-in-residence project van Bernard Akoi-Jackson volgen.

Global Collaborations 23 januari, 2014

Beirut Again and Again*: Een reis door de Libanese kunstwereld

Na een vruchtbare samenwerking tussen het SMBA en KUNCI in Yogyakarta, met als resultaat de tentoonstelling en publicatie Made in Commons, richt deel twee in de Global Positions serie zich op de regio Beiroet. Op uitnodiging van het SMBA ontwikkelen de gastcuratoren Nat Muller en Angela Harutyunyan een voorstel voor een tentoonstelling die zowel in Amsterdam als Beirut zal plaatsvinden, met daarbij een publicatie en een publieksprogramma. Global Positions II wordt georganiseerd in samenwerking met het Beiroetse kunstenaarsinitiatief 98 weeks. In aanloop naar de tentoonstelling die dit najaar zal openen, deelt Nat Muller in deze blog alvast haar kijk op de kunstwereld in Beiroet.

Beirut - 12 July, 2006. First day of the 2006 July war with Israel.
Beirut – 12 juli, 2006. Eerste dag van de oorlog met Israel.

_

Mijn eerste bezoek aan Beiroet om onderzoek te doen voor een tentoonstelling, staat mij nog helder voor de geest. Het was 16 februari 2005, twee dagen nadat Premier Rafiq el Hariri met een allesverwoestende autobom om het leven was gebracht. Het vliegtuig was leeg, en de straten van Beiroet bij aankomst verlaten. De aanslag op Hariri leidde tot een storm van protesten culminerend in de terugtrekking van het Syrische leger uit Libanon na een bezetting die 29 jaar duurde. In de drie weken die volgden vond het merendeel van mijn ontmoetingen met kunstenaars, curatoren en andere kunstprofessionals plaats tijdens demonstraties en herdenkingsoptochten Het was een crash-course in Libanese politiek. En tot op de dag van vandaag herinnert deze ervaring mij aan het feit dat productie van kunst in Libanon nauw verweven is met het heden en verleden, de politieke geschiedenis, de wonden van de Burgeroorlog (1975-1990), het individuele en collectieve geheugen – of het gebrek hieraan. De kortstondige “Cedar Revolutie” die volgde op Hariri’s moord bracht weliswaar een herschikking van de machtsbalans in Libanon, maar betekende niet het einde van de sektarische geschillen. Integendeel, spanningen tussen de verschillende groeperingen in Libanon zijn sindsdien alleen maar toegenomen en houden tot op de dag vandaag het land in haar greep. Wel stimuleerde de terugtrekking van Syrië tot een influx aan investeringen vanuit de Golf Regio en van de Libanese diaspora, wat leidde tot een explosieve groei in de bouwsector, een sterke stijging van de vastgoedprijzen en de betreurenswaardige uitverkoop van het architectonische erfgoed van Beiroet; vele beeldschone Ottomaanse villa’s zijn gesloopt om plaats te maken voor de zoveelste, oerlelijke wolkenkrabber. Hoe dan ook, het zette Libanon weer op de kaart.

3ArtFactum_4WalidRaad
Solo tentoonstellingen van Lamia Joreige in Art Factum Gallery, en Walid Raad in Sfeir-Semler Gallery (beiden 2013)
_
Kunstenaars

De kleine, maar levendige Libanese kunst scene bloeide in deze onzekere omstandigheden. Mede vanwege de politieke instabiliteit ontpopte de kunst scene zich vooral als een cultuur van tijdelijke activiteiten en events. Vooral Libanese kunstenaars die opgroeiden tijdens de Burgeroorlog, zoals Walid Raad, Akram Zaatari, Joana Hadjithomas & Khalil Joreige, Lamia Joreige en Rabih Mroué maakten in deze periode furore in de internationale kunstwereld. Hun werk gaat in belangrijke mate over de nasleep en het verwerken van de Burgeroorlog, en toont een interesse in onderwerpen als het individuele en collectieve geheugen, herinneren en vergeten, het archief en de politiek van representatie (na rampspoed). Ook bij organisaties als het unieke Arab Image Foundation, dat sinds 1997 bestaat en de fotografische erfenis van het Midden-Oosten en Noord-Afrika bestudeert en conserveert, zien we een speciale aandacht voor het archief en archiveren terug als belangrijke drijfveer. Zo ook bij Umam D&R, een non-profit organisatie opgericht in 2004 en gevestigd in de buitenwijken van Beiroet, die zich toelegt op het archiveren en bestuderen van Libanons nationale geschiedenis en de herinnering aan haar Burgeroorlog.

Mounira al Solh, detail video installation Dinosaurs (2013)
Mounira al Solh, detail video installatie Dinosaurs (2013)

_

Een jongere generatie kunstenaars, allen begin tot midden jaren dertig, trad meer recentelijk op de voorgrond. Voortbordurend op de thema’s en de beeldtaal van de generatie kunstenaars voor hen, speelt deze groep kunstenaars met humor en populaire cultuur, en lijken zij zich door en door bewust van de verwachtingen die de lokale en internationale kunstwereld aan hen stelt. Voorbeelden zijn Mounira al Solh, Raed Yassin, Ziad Antar, Ali Cherri en de populaire schilder Ayman Baalbaki. In tegenstelling tot de overwegend beeld georiënteerde kunstpraktijk van de na-Burgeroorlogse generatie, is het werk van kunstenaars zoals Rayyane Tabet, Daniele Genadry en Stéphanie Saadé materiaal georiënteerd, zowel in het concept als in de uitvoering.

Kunstinstellingen en organisaties

De belangrijkste kunstinstelling in Beiroet is Ashkal Alwan, de Libanese Vereniging voor Beeldende Kunsten die 19jaar geleden mede werd opgericht door de onvermoeibare Christine Tohme die de organisatie nog steeds leidt. Ashkal Alwan’s programma met festivals en evenementen, en het twee tot drie-jarige programma Home Works: A Forum for Cultural Practices waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt, is niet alleen staalkaart van belangrijke artistieke en socio-politieke kwesties, het is ook een culturele en politieke thermometer van de regio. Voor mij is het Home Works programma, dat inmiddels haar 6e editie beleeft, het platform waar ik door de jaren heen het meeste heb geleerd over het Midden-Oosten en de Noord-Afrikaanse kunstwereld. Niet alleen vanwege de programmering maar vooral omdat het een uitstekende plek is om kunstenaars en andere kunstprofessionals uit de regio te ontmoeten. In 2011 opende Ashkal Alwan haar Home Works Space; 2000 m2 gewijd aan kunsteducatie en –productie.

Werk van Raed Yassin, Beirut Art Space (2009)

_

De klassieke, white cube kunst- en tentoonstellingsruimte zijn een uitzonderlijk en recent verschijnsel in Beirut. Het Beirut Art Center (BAC) opende in 2009 haar deuren. Het BAC wordt gerund door kunstenaar Lamia Joreige en Sandra Dagher, de voormalige directrice van het inmiddels gesloten Espace SD, een semi-commerciële ruimte voor kunst en design. Het BAC biedt haar bezoekers een uitgebreid programma met publieksactiviteiten, solotentoonstellingen met internationaal gerenommeerde kunstenaars uit de regio, zoals Mona Hatoum, Wael Shawky en met internationale boegbeelden als Gerhard Richter en Harun Farocki. Het BAC organiseert ook de jaarlijkse Exposure tentoonstelling waarin aanstormend talent uit Libanon in de schijnwerpers wordt gezet. Het belang van een fysieke plek voor hedendaagse kunst in Beiroet moet niet worden onderschat. Door de jaren heen zijn Libanese kunstenaars en curatoren experts geworden in het omgaan met ad hoc situaties en in het ontwikkelen van alternatieve organisatie- en presentatiemodellen waarin disruptie en dislocatie een logische plek hadden, omdat zij zich staande moesten zien te houden in een instabiele en onvoorspelbare omgeving. Maar de op tijdelijke events georiënteerde structuren die hiervan het resultaat zijn, werken ook als versterking van de fragmentatie die inherent is aan deze reeds verdeelde stad. Door beeldende kunst een vast onderkomen te bieden van steen en cement, krijgen ook andere modellen en praktijken een plek, zowel lokaal als in een breder en bijvoorbeeld kunsthistorisch perspectief.

Work van Marwan Rechmaoui in Home Works Space voor de renovatie; panel discussion in HomeWorks 5 (2010)

_

Een hele andere tak van sport in de Libanese en regionale kunst scene wordt vertegenwoordigd door de Sfeir-Semler Gallery, die in 2005 naast haar galerie in Hamburg een dependance opende in Beiroet. De galerie is gevestigd in het industriegebied van Beiroet, Karantina, waar tijdens de Libanese Burgeroorlog meerdere massamoorden plaatsvonden en waar tegenwoordig de Sukleen vuilstortplaats en het slachthuis van de stad zijn gevestigd. Met een oppervlak van 1400m2, haar industriële look en smetteloze witte wanden, lijkt de ruimte meer op een Kunsthalle dan een commerciële galerie. De stank van afval en rottend vlees die af en toe voorbij komt, doet hier nagenoeg niets aan af. Tot de opening van het BAC in 2009 was Sfeir-Semler de enige tentoonstellingsruimte van enig formaat waar in Beiroet hedendaagse kunst te zien was. Eigenaar Andrée Sfeir-Semler heeft oog voor aankomend talent en gevestigde namen, en vertegenwoordigt top-kunstenaars uit de Arabische wereld.

In 2010 opende de Solidere Company een eigen cultureel centrum aan de promenade in Beirut, het Beirut Exhibition Center. Solidere, dat onderdeel is van het Hariri-familiebedrijf ligt onder vuur van intellectuelen en wordt bekritiseerd vanwege haar controversiële wederopbouw van het oude, door de burgeroorlog gehavende centrum van Beirut. De artistieke visie van het BEC is zacht gezegd, obscuur en eclectisch, en de kwaliteit van de tentoonstellingen is wisselend. Maar, ook al wordt het BEC door veel mensen in de Libanese kunst scene met argusogen bekeken, het centrum verdient credits voor het introduceren van andere tentoonstellingsmodellen en voor het opnieuw onder de aandacht brengen van Libanese modernistische kunstenaars zoals Saloua Raouda Choucair, die afgelopen jaar ook een solo had in het Tate Modern, Shaffic Abboud en Paul Guiragossian.

In een stad waar weinig animo is om zich bezig te houden met de recente geschiedenis, simpelweg omdat de wonden nog te vers zijn, kan de neiging bestaan om de artistieke erfenis van voorgangers te vergeten. Salah Barakat, kunstkenner en eigenaar van de Agial Gallery, is een van de mensen die probeert om de balans tussen het artistieke heden en verleden te herstellen en heeft zich opgeworpen als fervent promotor van de Moderne Arabische schilderkunst. Ook het tentoonstellingsprogramma van de twee splinternieuwe tentoonstellingsruimtes van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet, zal bijdragen aan het opvullen van de vele kunsthistorische hiaten; in de ene ruimte, off campus, wordt aandacht besteed aan de moderne kunst collectie van de universiteit, en in de andere ruimte die is gevestigd op de campus, staat de hedendaagse kunst centraal.

Off campus Gallery, American University in Beirut
Exhibition Profiles: Collecting Art in Lebanon, AUB Gallery (off campus), (2013)

_

Net als de meeste andere overheidsinstellingen in het land, is het Libanese ministerie van cultuur dysfunctioneel en ongeorganiseerd. Dit betekent veelal dat kunstenaars en organisaties afhankelijk zijn van particuliere organisaties, mecenaat en buitenlandse financiering om hun activiteiten te kunnen blijven voortzetten. De teruglopende financiële steun vanuit het Westen als gevolg van de economische crisis en de benarde status van de nationale economie als gevolg van de oorlog in Syrië, maakt dat Libanese kunstinstellingen kwetsbaar en precair zijn. Desalniettemin lukt het een aantal instellingen om met minimale middelen zeer vernieuwende programma’s te realiseren. Het programma met publieksactiviteiten van kunstenaars-onderzoekscollectief 98 weeks, opgericht door de twee nichten Marwa en Mirene Arsanios, of het jaarlijkse experimentele muziekfestival Irtijal, zijn goede voorbeelden. Voor wie niet te ver kijkt, is Beiroet een kosmopolitische en dynamische stad waar van alles gebeurt qua kunst, trendy bars en een fantastisch uitgaansleven. Maar wie dieper graaft, wordt geconfronteerd met een onderstroom van voortdurende bedreiging die opborrelt uit de diepe, sektarische kloof in het land, de verlamming van de institutionele infrastructuur en instabiliteit in de regio. De oorlog in Syrië legt een enorme druk op het kleine Libanon. Niet alleen wat betreft de stroom vluchtelingen, maar ook het geweld dat de grens over komt. Keer op keer is het doorzettingsvermogen van Libanese kunstenaars en kunstprofessionals op de proef gesteld om zich te kunnen handhaven in instabiele situaties. En hun volharding en wilskracht om door te gaan verdient op zijn minst erkenning.

 

*: De titel “Beirut Again and Again” is ontleend aan de solotentoonstelling van de schilder Ayman Baalbaki uit 2010, met als onderwerp de tumult die dagelijkse leven in een beschadigde stad zoals Beirut tekent.

Nat Muller is een onafhankelijke curator en criticus uit Rotterdam. Haar belangrijkste interesses omvatten media kunst en hedendaagse kunst in en uit het Midden-Oosten. Nat publiceert regelmatig in tijdschriften als Springerin en MetropolisM, en in Bidoun, ArtAsiaPacific en Harper’s Bazaar Arabia. Zij stelde video en filmprogramma’s samen voor internationale projecten en festivals, waaronder het IFFR. Ook cureerde zijn internationaal tentoonstellingen waaronder Spectral Imprints in opdracht van de the Abraaj Group Capital Art Prize 2012 in Dubai.

Fotografie Nat Muller; tekst vertaald uit het Engels

museumarchief verslag 20 januari, 2014

CSI Amsterdam

Willem_bieb_CSI
Willem van Beek is medewerker bibliotheek in het Stedelijk Museum. Op een dag krijgt hij een verzoek van het BBC-programma Fake or Fortune, dat op zoek is naar de echtheid van een schilderij van Edouard Vuillard. Willem ontdekt veel meer dan de makers voor mogelijk hielden.

We krijgen in de bibliotheek – de derde bibliotheek van moderne kunst in Europa – de meest uiteenlopende vragen. Zowel in de leeszaal als per telefoon en via de mail. Daar zitten leuke, interessante en soms ook heel verrassende tussen.

Zo kregen we enige tijd geleden een mail van een researcher van het BBC-programma Fake or Fortune. Daarin wordt een speurtocht à la CSI ondernomen om uit te zoeken of een kunstwerk echt het origineel van een bekende kunstenaar is.

Read More »

Tags

Stedelijk Presents x Amok Island x Kuvva

Stedelijk Museum and Kuvva have joined forces to celebrate creativity as one. The Stedelijk will curate upcoming designers for the “Stedelijk Presents” series, which will give talent a platform in the Kuvva digital art gallery. These artists can be streamed to your desktop and twitter profile. The second curated talent is Amok Island. Check out his amazing wallpaper set for Kuvva and let us introduce you to Amok and his work.

Herring_detail_2web

Let us begin by asking you how your day has been so far?

“Pretty good! I made a photo album for my dad’s birthday and I made a wooden frame for a new painting I finished yesterday called “Aubergine lifecycle”.”

Can you tell us a little about Amok Island?

“I am a 30 year old self employed artist and designer from Amsterdam working under the name ‘Amok Island’. I have been living in Perth, Western Australia since 2009. I mainly paint nature inspired canvases and murals. I am lucky have a large studio and a shed with enough space where I do screen printing and build all kinds of fun things as well.”

Piranha_painting_web

How did it all begin?

“From an early age I have always been interested in nature, especially the sea. I liked to draw and make things as a child. In 1996 a schoolfriend showed me how to do graffiti which was my favourite past time for a while. Art academy seemed like a logical choice for me after high school. I went to HKU in Utrecht, but I did not like it and I quit in the first weeks. From doing graffiti murals my style has slowly transitioned to what I am doing now. In 2007 I met an Australian girl travelling in Amsterdam, and after living together in Amsterdam for 2 years we planned to live in Perth for 6 months. At that time I did not think I ever wanted to live anywhere but Amsterdam but in Perth I was surrounded by beautiful nature and nice weather and I had the perfect opportunity to focus on my painting. I have been in Australia for 4 years now.”

Amok_Island_Painting2013_web

Can you tell us more about your creative process?

“I paint what I am excited about, I often try to imagine a painting I would like to have on my own living room wall. When I find a subject that I get excited about I get reference materials, often from google, or photos I take myself. I then use Illustrator to find lines, shapes and I try to simplify the subject. I do the whole designing process in Illustrator before I start painting, this way I can see what it will look like before I paint anything. This method gives me the freedom to move things around, play with possible colour palettes and puzzle until I find the best balance of composition and colours. When I am totally happy with the design on the computer, I paint the design onto a canvas or mural. Sometimes I miss the freedom of painting without a plan but I enjoy the modern technology to perfect the design in a second with a mouse click, and to find the best possible colour scheme and composition before painting.”

IslandNumer1_canvas2012_web

How would you best describe your style? Was this something you developed over the years?

“I try to achieve a balanced combination of realism and simplicity. When I look at my work and I see both at the same time the artwork gets a special look and I find I have succeeded. This has been an ongoing process and I am sure my work will keep changing and evolving over time.”

eggplant2

What are some of your essential tools to create your art with?

“Illustrator and Photoshop to design, acrylic paints, brushes, paint rollers to paint.”

Do you do other things besides painting?

“I produce my own screen prints from start till finish, using a technique of exposing the screens to sunlight. I am also passionate about (underwater) photography. When I just moved to Australia we lived a 30 second walk from the beach, in front of a reef where I spend a lot of time trying to find animals and taking photos. It felt like I had the Indian Ocean as my backyard, it was a dream come true for me! I found sea dragons, sea horses, octopus, dolphins, sea lions and even saw some sharks. After 2 years I moved house, further away from the sea, but with a lot more work space. Perth is a very special place where you have such clean and beautiful nature right in and around the city.”

tunaNbridge2012

Any art heroes – dead or alive – you would love to be a sidekick of?

“I like the work of Aryz, Hedof, Elmac, Stefan Glerum, Boris Tellegen, Roids, Satone, Parra, Erosie, and Charley Harper. I would not want to be anyones sidekick though.”

Got any essential tips for aspiring graphic designers that are reading this?

“Figure out what you like, and try to paint/design/make just that. Be positive, active and work hard.”

Coconut_lifecycle_web

Do you have any running or upcoming projects that you want to tell us about?

“I am planning another solo show in Western Australia and I will be visiting Japan soon as well, where I hopefully will find some walls to paint.”

More info 

Want to see more of Amok’s work:
Amok Island website

To keep up with Amok Island’s work in progress, travels and news on a daily basis visit:
Amok Island on Facebook
Amok Island on Instagram

Wallpapers for Stedelijk Presents x Amok Island x Kuvva

activiteiten buiten de deur verslag 18 december, 2013

Anders, maar gelijk in het museum

Brazilië 2013 069

Dansvoorstelling bij het museum voorafgaand aan de presentatie over Igual Diferente

Matthijs van Unen (22) is student Journalistiek. Samen met voormalig Blikopener Floor van Hulsen (lees hier haar blog) reisde hij naar Brazilië voor een project van Lokaal Mondiaal: Beyond Your World. Hier dook hij onder andere in de kunstscene van Sao Paulo om deze te ontdekken.’

In het Ibirapuera park in Sao Paulo ligt het Museu de Arte Moderna de Sao Paulo (MAM). Dit museum heeft een bijzonder project mogelijk gemaakt: Igual Diferente (‘Anders, maar gelijk’). Dit project is bedoeld om dove mensen kennis te laten maken met kunst.

Brazilië 2013 074Het project Igual Diferente is zo’n tien jaar geleden gestart. De aanleiding was een klein meisje dat vertelde dat zij zich als dove belemmert voelde om meer van kunst af te weten. Diana Leyton werkt voor de afdeling Onderwijs en Bereikbaarheid en werkt mee aan het project ‘’In dit project worden doven getraind om andere doven te onderwijzen in kunst. Kunst is overal en wij willen dat dit voor iedereen toegankelijk is.‘’
Read More »

Tags