buy Fluoxetine walk comprehensive prozac order protected reform Buy prozac generic (STIs) ambulation Buy prozac online canada harmful hospice Buy cheap prozac officer promotion

Journal

Tag: collectie

collectie maart 13th, 2013

De Venus van… Rineke Dijkstra

'Kolobrzeg Polen, 26 juli 1992', Dijkstra Rineke

Kolobrzeg, Polen, 2 juli 1992, Rineke Dijkstra, Collectie Stedelijk Museum

Het is een van de mooiste foto’s ooit gemaakt als je het mij vraagt. Rineke Dijkstra’s portret van een meisje aan het strand in Polen bleek het fundament voor de internationale carrière van deze Nederlandse kunstenaar. De foto is inmiddels alweer twintig jaar oud en hangt tijdelijk weer op zaal in het Stedelijk Museum. Een geschikt moment dus om er weer eens goed naar te kijken.

Heup
Birth_of_VenusCombo_s2Over de houding van het meisje is vaak geschreven dat deze lijkt op die van de Venus van Botticelli – een beroemd schilderij uit de Renaissance dat de geboorte van deze godin verbeeldt. Staand op een schelp laat zij haar heup op eenzelfde manier iets doorzakken, in “contraposto” zodat het lichaam extra diepte krijgt. De foto van Dijkstra lijkt nonchalanter en is in tegenstelling tot het allegorische schilderij geheel rechttoe rechtaan, zonder enige opsmuk. Het meisje kijkt recht in de camera, de natte voeten nog vol plakkend zand en het badpak nat tot aan haar middel. Dit lijkt niet iemand die ver van te voren is geïnformeerd dat ze op de foto komt, maar het tegendeel is waar. De foto is minutieus voorbereid om zo spontaan te ogen. Door het meisje frontaal met flits vast te leggen wordt de achtergrond verder naar achter geduwd. Kijk maar eens waar de lichtlijn loopt: tot net iets achter haar voeten. De blauwgrijze deinende zee en de dunne wolkjes aan de hemel rond haar hoofd zijn heel belangrijk voor de sfeer van de foto.

Betekenis
Kolobrzeg, Poland, July 26, 1992 heet de foto. Verwijzend naar locatie en datum waarop de foto is gemaakt. De geportretteerde zelf blijft echter voor de kijker anoniem. Het gaat dus niet zozeer om een portret van deze persoon, maar om iets van algemener strekking. Ook is er nergens moeite gedaan om met attributen of met een handeling een verhaal te suggereren. We krijgen enkel, krachtig realistisch het meisje te zien. En alle details tellen dan dubbel en dwars: de gezichtsuitdrukking, het bijten op de onderlip, de directe en open blik en het badpak dat te groot valt. Zou het zuinigheid zijn, vast op de groei gekocht? De foto vertelt ons hiermee natuurlijk iets over het meisje dat we niet kennen. Maar ook over haar achtergrond ; over Polen drie jaar na de val van de Muur.

Kwetsbaar
Het meest aanstekelijk blijft de kwetsbaarheid waar je naar kijkt. Door de lichaamshouding lijkt het meisje zich wat ongemakkelijk te voelen, maar haar blik is zeker niet verlegen. De dubbelheid van poseren: controle willen hebben over hoe je overkomt zoals fotomodellen dat kunnen en iets van jezelf laten zien omdat je je vrij voelt bij degene die een foto maakt. Iedere keer blijkt Rineke Dijkstra in staat die microseconde waarin die transitie van ‘open’ naar ‘pose’ plaatsvindt, vast te leggen. Een psychisch moment, zo vluchtig dat we het nauwelijks met onze eigen ogen kunnen waarnemen. Hier, hard maar vol eerbied, is die verandering nu langdurig zichtbaar. Hoewel langdurig? Over een paar maanden moet de foto weer terug in depot om het niet te lang aan licht bloot te stellen en zo voor de toekomst te kunnen bewaren.

Auteur
Bart Rutten is conservator Beeldende Kunst bij het Stedelijk Museum.

Bezoek Collectie Online voor meer werk van Rineke Dijkstra in de collectie van het Stedelijk Museum.

collectie tentoonstellingen januari 29th, 2013

I don’t feel the pain anymore

 

Dit waren de laatste woorden van componist Frédéric Chopin. Ze zijn de rode draad geworden in het nieuwe werk van Guido van der Werve dat het Stedelijk Museum Amsterdam onlangs samen met De Hallen Haarlem heeft aangekocht. Op donderdag 24 januari is Nummer veertien, home, 2012 van Guido van der Werve op het Filmfestival van Rotterdam in première gegaan. Ik mocht op de persvertoning in het Stedelijk Museum komen kijken en verbaasde mij over de poëtische registratie van een uitputtingsslag. Van der Werve legde ruim 1500 kilometer af in een duizelingwekkende triatlon dwars door Europa.

Van der Werve stelt zijn fysiek regelmatig in dienst van zijn kunstwerken. Eerder heeft hij bergen beklommen, gletsjers getrotseerd en zelfs een etmaal op de Noordpool doorgebracht. Deze fysieke inspanningen geven de kijker een gevoel dat in de buurt komt van wat kunstcriticus Hans den Hartog Jager ‘het sublieme’ noemt. Den Hartog Jager maakte twee jaar geleden een tentoonstelling in Museum de Fundatie en nam hier ook een werk van Guido van der Werve in op: Nummer acht, Everything is going to be alright, 2007. In dit werk –dat iconisch is voor zijn oeuvre- loopt van der Werve rustig over een ijsvlakte, op de voet gevolgd door een ijsbreker. De kwetsbaarheid van de mens afgezet tegen de krachten van de natuur en die van de gigantische ijsbreker gaven mij een vervreemdend gevoel. 

In Nummer veertien, home zie je de kunstenaar onuitputbaar rennen, fietsen en zwemmen. Er is aandacht voor het landschap, en je raakt in vervoering door de meeslepende muziek. De kunstenaar figureert slechts in dit weidse landschap, terwijl hij toch het onderwerp van dit werk is. Of niet? In zijn requiem brengt Van der Werve in twaalf aktes verschillende onderwerpen aan bod: Frederic Chopin, Alexander de Grote en zijn geboorteplaats Papendrecht. Daarmee raakt hij het thema ‘het ultieme’, ‘het sublieme’: de hoogst bereikbare inspanning – een triatlon óf een requiem. Strijkers en een koor zorgen voor een dramatisering van het gegeven: home. Van der Werve componeerde de muziek voor nummer veertien zelf. Het proces van het componeren van een muziekstuk zou een vergelijkbare inspanning hebben als het afleggen van een triatlon.

 

Je wordt heftig wakker geschud uit de subtiele cameravoering door het Europese landschap bij de scenes in Papendrecht. Verschrikkelijke gebeurtenissen overkomen de kunstenaar. In gezelschap van een strijkorkest en een koor wordt hij opgeblazen, in de fik gestoken en weggetakeld. De schijnbaar moeiteloze inspanningen tijdens de triatlon worden hier bruut verstoord en de laatste woorden van Chopin worden eens temeer onderstreept.

 

Pas in Parijs als van der Werve de begraafplaats Père Lachaise nadert zie je zijn inspanning. Met een van vermoeidheid vertrokken gezicht loopt Van der Werve moeizaam naar het graf van Chopin waar hij een potje met geboortegrond van de componist neerzet. De cirkel is rond: de dochter van Chopin smokkelde in 1849 zijn hart naar Polen en Van der Werve brengt de geboortegrond weer naar Parijs terug. Hier wordt het grote contrast met Alexander de Grote ook onderstreept: hij keerde nooit meer terug.

Nummer veertien, home volgt een narratief dat vergelijkbaar is met een speelfilm. Het oogt als een documentaire weergave van de tocht die afgelegd wordt. De poëtische boodschap die de reis tussen geboorte- en sterfplaats, start en finish, met zich meebrengt, geeft de aanschouwer de mogelijkheid dit werk te bekijken en na te denken over de loop van de geschiedenis, de inspanning van de kunstenaar of toch gewoon de schoonheid van de registratie hiervan.

 

Nu te zien in het Stedelijk.

collectie tentoonstellingen november 9th, 2012

Wisseling van de wacht

Het museum is ruim zes weken open en de eerste schilderijen worden alweer van de wand gehaald. Hoe komt dat? De conservatoren van het Stedelijk hebben voor een dynamische opstelling van de vaste collectie gekozen. Dit betekent dat kwetsbare kunstwerken regelmatig gewisseld kunnen worden maar ook dat wij onze collectie kunnen uitlenen aan andere musea. Deze eerste wisselingen doen wij vanwege een bruikleenaanvraag van het MoMA. Twee werken uit de collectie van het Stedelijk maken deel uit van de tentoonstelling Inventing Abstraction, 1910–1925.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog lang niet iedereen die het Stedelijk wil bezoeken heeft dat gedaan en nu al twee topstukken van Malevich en Mondriaan van de wand, waarom? We zouden deze wisselingen niet doen als we geen werken hadden die een passend alternatief bieden. Beide schilderijen worden vervangen door een werk van dezelfde kunstenaar. Het is daarom juist een verrijking voor de vaste collectieopstelling en deze wisseling geeft ons bovendien kans om de collectie over de volledige breedte te laten zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast het circuleren van werken vanwege bruikleenaanvragen worden verschillende collectieonderdelen aan het begin van volgend jaar gewisseld vanwege de lichtgevoeligheid. Een groot deel van de werken op papier en fotografie zal dan worden vervangen door andere collectiestukken. Voor wie de vaste collectie nu nog niet regelmatig bezoekt zal dit reden zijn om dat wel te gaan doen en nieuw werk te kunnen bekijken.

Vanaf nu is in zaal 5 Mondriaan’s Compositie: no. III, met rood, geel en blauw en in zaal 9 Malevich’ Suprematistische compositie (met gele, oranje en groene rechthoek) te zien. En voor wie de Compositie met geel, rood, zwart, blauw en grijs of Zelfportret in twee dimensies wil zien kan vanaf 23 december terecht in New York!

Voorbereidingen collectiepresentatie vormgeving 4: conservatie en restauratie

Het museum is op 23 september opengegaan, maar wij kijken nog even terug op de voorbereidingen.

Om de objecten in zo goed mogelijke staat in de collectiepresentatie te krijgen werden de afgelopen jaren verschillende restauratieprojecten uitgevoerd. Zo werd al in 2006 de monumentale klok van Jan Eisenloeffel door metaalrestaurator Michiel Langeveld gerestaureerd. Van de bronzen voet tot de vergulde tekens van de dierenriem en de tekstband met daarin “Geniet den dag, leeft als de vogelen des hemels, en als de leliën des velds”: alles straalt weer.

 
Restaurator Michiel Langeveld met de klok van Eisenloeffel

Ook de ‘groote koperen klok’ van Berlage onderging een behandeling
en werd nader onderzocht.


Klok van Berlage, voor en na restauratie.

Michiel Langeveld verwijderde de vergeelde laklaag waardoor het contrast tussen kast en wijzerplaat weer net zo sterk is als op oude foto’s die zijn gevonden. Ook het uurwerk is behandeld en kan in principe gewoon lopen, ware het niet dat de klok dan elke dag moet worden opgewonden, wat helaas niet gaat in een dichte vitrine. De wijzers zijn nu op tien uur gezet. In de kinder-audiotour zit een vraag hierover, zodat kinderen kunnen controleren of ze inderdaad al kunnen klokkijken.

De onderdelen van de ‘Harrenstein Slaapkamer’ van Rietveld uit 1926 waarover we al in ons tweede blog over de voorbereidingen berichtten, is in het afgelopen jaar uitgebreid in ons depot onderzocht door meubelrestauratoren Jurjen Creman (extern Rietveld-specialist) en Miko Vasques Dias. Uit dit onderzoek bleek onder meer dat Rietveld verschillende onderdelen lijkt te hebben hergebruikt.  Na de opbouw in het museum zijn de meubelen nog eens schoongemaakt en nagelopen door Miko. Waar de bestaande gebruiksschade te veel stoorde retoucheerde hij de verf.


Na de installatie behandelt restaurateur Miko Vasques Dias de meubels in Rietvelds Harrenstein Slaapkamer.

Ook in andere gevallen vond de ‘finishing touch’ op zaal plaats, vlak voordat de objecten de vitrine in gingen. Sieraden en bestekken werden nog even opgewreven in het sieradenkabinet, waar een werktafel voor dit doel was neergezet.


Restauratoren Netta Krumperman en Marina van der Lecq druk aan het poetsen…  >>

 

Kortom, alle objecten zijn weer in de best mogelijke staat gebracht.

Komt u ze snel bekijken in het museum?

 

 

 

 

 

Door de vormgevingsconservatoren:
Marjan Boot, Carolien Glazenburg, Ingeborg de Roode en Victoria Anastasyadis

buiten de deur collectie september 17th, 2012

51 ton staal voor de deur

Het gonst al een tijdje door het Stedelijk. Binnenkort worden de drie gigantische platen corten staal uit het depot gehaald om als Sight Point te herrijzen op het Museumplein. Na een lange periode van afwezigheid maakt het gigantische sculptuur van Richard Serra weer onderdeel uit van het Museumplein.

Geschiedenis
In 1975 besluit het aankoopcomité onder leiding van museumdirecteur Edy de Wilde tot de verwerving van het kunstwerk en wordt het staal besteld. Vanwege de locatie van de riolering was het niet mogelijk om het kunstwerk op de door Serra uitgekozen plaats neer te zetten. In een brief aan Leo Castelli, gallerist van Serra, vraagt de Wilde hem om een andere locatie te kiezen voor het werk. Het museum had vanaf 1954 een aanbouw langs de van Baerlestraat: de Sandbergvleugel. Achter deze vleugel was een beeldentuin ingericht waar Sight Point een plaats heeft gekregen.

In het najaar van 1977 staat een tentoonstelling van Serra in het Stedelijk gepland waar hij met de Wilde over wil praten. Twintig jaar na zijn retrospectief, in 1997, wordt het beeld van het plein verwijderd vanwege de bouwwerkzaamheden aan de ondergrondse parkeergarage QPark. Hierdoor is ook de herplaatsing van het kunstwerk een punt van aandacht geworden vanwege het enorme gewicht van de drie stalen platen, ze wegen 17 ton per stuk.

Plaats in de kunsthistorie
Serra’s werk neemt een belangrijke plaats in, in de beeldende kunst. Zijn werk is qua formaat en materiaal niet alleen imposant maar geniet ook bekendheid vanwege de site specificity: de band die het kunstwerk met de omgeving aangaat.

Volgens Serra hebben site specific kunstwerken te maken met de omgevingsfactoren van gegeven plaatsen*. De relatie tussen de kijker en het werk, het werk en de ruimte en de ruimte en de toeschouwer vinden plaats op verschillende niveaus waarin al deze omgevingsfactoren zijn betrokken. Kunstenaars die hier ook belang aan hechten zijn Lawrence Weiner, Daniel Buren en Robert Smithson: allen belangrijke vertegenwoordigers van het Minimalisme waar ook een van de zwaartepunten van de collectie van het Stedelijk Museum ligt. In Nederland is Serra goed vertegenwoordigd met belangrijk werk in verschillende museumcollecties waaronder het van Abbemuseum, het Kröller Müller Museum en museum Boijmans van Beuningen.

De werking van een site specific sculptuur in een nieuwe omgeving
Kan dat wel, een kunstwerk dat weliswaar voor dezelfde locatie bestemd was opnieuw op het Museumplein plaatsen? Serra maakte dit werk speciaal voor deze plek en als de omgeving verandert, verandert het kunstwerk mee. Maar als het kunstwerk voor onbepaalde periode verdwijnt, verandert de omgeving zonder dat het kunstwerk hier in mee kan gaan. Sight Point wordt nu ook aan een groot publiek gepresenteerd dat het werk nog nooit heeft gezien en dat zal Sight van nieuwe waarde en betekenis voorzien. Er is nogal wat veranderd en het werk zal zich anders manifesteren dan in de periode 1975 – 1993. Maar anders is niet minder. Deze herplaatsing zorgt, zonder dat Serra dat bedoeld heeft, voor een interventie in de nieuwe openbare ruimte en geeft het Stedelijk Museum een imposante blikvanger.

 

* Kwon, M. One Place After Another. In: Suderburg, E. ed. Space, Site, Intervention – Situating Installation Art. Minneapolis: University of Minnesota Press, 2000: P. 86.

Voorbereidingen voor de Collectiepresentatie Vormgeving 1 – De proefopstellingen

Het Stedelijk Museum verzamelt al sinds 1934 vormgeving. Inmiddels bestaat de collectie toegepaste kunst, grafische en industriële vormgeving uit ca. 70.000 stukken (ruim driekwart van de totale Stedelijk-collectie). Voor het eerst in de geschiedenis van het museum komt hiervan bij de heropening in september een permanente opstelling. Een selectie van circa 2000 objecten zal een oppervlak van 900 m2 (de helft van de begane grond in de oudbouw) beslaan, verspreid over 13 zalen.

Exotisch ornament in het begin van de 20ste eeuw

De presentatie is opgezet rond een losse chronologie, die van ca. 1900 tot nu loopt, waarbinnen iedere zaal een eigen thema heeft gekregen. Om te kijken of de door de conservatoren bedachte combinaties van objecten in de praktijk ook werken (of ze qua verhouding, kleur en hoeveelheid in de geplande displayruimte passen), is maandenlang in het depot aan proefopstellingen gewerkt.

Gerrit Rietveld

In samenwerking met de collega’s die in het depot werken, werden de presentaties zo goed mogelijk nagebootst. Natuurlijk niet met de uiteindelijke vitrines en podia (want die waren er nog niet), maar met behulp van schragentafels en collega’s die objecten voorzichtig omhoog hielden.

Memphis

Er gaat niets boven het daadwerkelijk kunnen bekijken van combinaties van objecten. Daar kan geen virtuele inrichting tegenop. Helaas betekent het ook vaak dat er objecten moeten vervallen, die je er toch graag in had willen hebben. Het is een kwestie van ‘kill your darlings’, maar dat is nu eenmaal niet anders. Verder selecteren – vaak op basis van aanvullend onderzoek – levert uiteindelijk meestal een verbetering op.

Floris Meydam

De conservatoren weten dus al heel precies hoe het straks gaat worden. U moet nog tot eind september wachten.

Ingeborg de Roode, Carolien Glazenburg, Marjan Boot, Victoria Anastasyadis

Hoffmann en Peche

Kitty van der Mijll Dekker