Stedelijk Museum

The Day After The Night Before, een terugblik op Stedelijk @ Trouw – Contemporary Art Club


Volle zaal tijdens de lezing van Dick Hebdige tijdens Stedelijk @ Trouw -
Contemporary Art Club

Wie de Contemporary Art Club van het Stedelijk Public Program donderdag 29 maart heeft gemist, heeft de afgelopen tijd onder een steen geleefd. Er is over geblogd, getwitterd, gepost en getagd met als kers op de taart media aandacht in o.a. de Volkskrant, Parool en Metro. De avond met een lezing van Professor Dick Hebdige over subculturen in de muziek, een tentoonstelling met vier iconische video-installaties van Mark Leckey, Rineke Dijkstra, Matt Stokes en Jeremy Shaw en een bizarre maar tegelijkertijd bijna feeërieke performance van Matthew Lutz-Kinoy, mag met meer dan 500 bezoekers een succes genoemd worden.


Upload Cinema van Dagan Cohen. Foto: Carolien de Bruijn

Op zondag 1 april eindigde dit culturele weekend in TrouwAmsterdam met Upload Cinema van Dagan Cohen. Hij selecteerde voor ons de beste, hilarische en soms ook de meest verontrustende YouTube filmpjes op het gebied van dans en clubleven.  

 
Een gepassioneerde Dick Hebdige tijdens zijn lezing over verbanden tussen
subculturen in de muziek.

De avond begon met een lezing door cultuurcriticus en theoreticus Dick Hebdige. Hebdige is Professor Film, Media Studies en Art Specializations en is verbonden aan de Universiteit van California, Santa Barbara. Zijn lezing nam ons mee langs verschillende stromingen binnen de muziek en het gedrag van de hieraan verbonden subculturen. Voor sommigen was zijn verhaal een literaire voordracht, waarin hij het massale dansen in clubs vergeleek met het gedrag van mensen tijdens een opstand. Voor anderen was zijn lezing een bombardement van beeld, muziek en een lyrisch slot over Dub (een vorm van Jamicaanse muziek, ontstaan uit Ska en Reggae). Zijn lezing moedigde ons  aan om dwarsverbanden te zoeken tussen kunst, muziek, dans en subculturen.

Hierna begon het tweede gedeelte van de avond: een Q&A tussen kunstenaars en curatoren. Twee kunstenaars waren overgekomen om hun werk toe te lichten en vragen te beantwoorden. Hiervoor verlieten wij het clubgedeelte en daalden wij af tot de kelders van het Trouwgebouw. Daar waren twee video-installaties in alle rust te bekijken.

 
Kunstenaar Matt Stokes kijkt naar zijn werk Long After Tonight (2005)

 
Moment opname van Long After Tonight (2005) waarop een Maria beeld te
zien is

In de eerste zaal stond het werk Long after tonight (2005) opgesteld van de kunstenaar Matt Stokes. Stokes is hierboven op de eerste foto te zien, kijkend naar zijn film, die geschoten is op 16 mm film -en dus loepzuiver- en is overgezet op DVD. Zijn oeuvre bestaat uit werk, waarin hij subculturen onderzoekt, met name hoe muziek het leven en de identiteit van mensen kan vormgeven en beïnvloeden. Het werk dat we getoond hebben, is vernoemd naar Jimmy Radcliffe’s soulversie van een nummer van Burt Bacharach. Het nummer is een voorbeeld van de Afro-Amerikaanse soul muziek die in de jaren ‘60 tal van fans kreeg in het noorden van Engeland en Schotland. Stokes maakte deze film in de Sint-Salvador kerk in Dundee, Schotland. Sinds de jaren ’70 werden in de kelder van deze kerk Northern Soul avonden gehouden. Speciaal voor deze film zette Stokes zo’n dansavond in scène, en overtuigde hij de kerk ervan het geënsceneerde feest niet in de kelder te laten plaatsvinden maar in het gotische schip. Bijna zeven minuten lang ziet men mannen en vrouwen dansen, draaien, zwaaien en breakdancen. Stokes benadrukt het verband tussen de dansfeesten en de kerk, door afwisselend de dansers en de heilige beelden te filmen. De ongerijmdheid van de arbeidersklasse die dit soort feesten organiseerde en het vergulde decor, creëert een vreemde, sfeervolle film.


Kunstenaar Jeremy Shaw kijkend naar zijn werk Best Minds Part One (2007)
 
Britte Sloothaak (conservator in opleiding), Jeremy Shaw (kunstenaar) &
Bart Rutten (conservator) tijdens de Q&A

In de tweede zaal was de video-installatie Best Minds Part One (2007) te zien van kunstenaar Jeremy Shaw. Shaw is hierboven op de foto’s te zien. De twee-kanaals video-installatie beschikt over vertraagde beelden van een menigte op een straight edge hardcore concert in Vancouver, Canada. Zij zet zich af van de traditionele hardcore punk, die vooral geassocieerd werd met drank- en drugs misbruik. Door feesten te propageren zonder verdovende middelen of alcohol streefden de jongeren naar een gezondere levensstijl en heldere geest. Shaw maakte zelf de bijzondere soundtrack, geïnspireerd door The Disintegration Loops (2002) van de avant-garde componist William Basinski. De soundtrack is een geluidsopname van verslechterde tapeopnames, een verwijzing naar de degeneratie van analoge technologie. Diezelfde nadruk wordt gelegd met de lage resolutie van de beelden, die werden opgenomen met een handheld digitale camcorder onder lage lichtomstandigheden. De melancholische muziek en de toon van het omgevingslicht, gecombineerd met de slow motion beelden transformeren de gewelddadige uitingen van macho-extase in meditatieve ballet passages.


Fragmenten van de performance door Matthew Lutz-Kinoy, samen met
Chelsea Culp en DJ SOPHIE

Na de Q&A startte het derde deel van de avond met een raadselachtige performance van Matthew Lutz-Kinoy. Samen met performer Chelsea Culp en London-based DJ and producer SOPHIE ging de performance een relatie aan met de club door beweging, muziek, en gesproken woord. Met licht projecties op de muren, op de sculpturen en op de performers zelf werd de gehele ruimte betrokken bij de performance. Matthew Lutz-Kinow en Chelsea Culp  –gekleed in een jaren ’80 ballet tenue in neonkleuren-  deelden shotjes uit en wasten  de glazen sculpturen die voor deze gelegenheid op de dansvloer geplaatst waren. De vreemde maar betoverende performance toverde de dansvloer om tot “kunstwerk”.

De rest van de avond was op eigen gelegenheid The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997) van Rineke Dijkstra te bewonderen in de rookruimte. Op de entresol boven de dansvloer was van generatiegenoot Mark Leckey te zien: Fiorucci Made Me Hardcore (1999) . Tot laat in de nacht werd er nog gedanst onder begeleiding van DJ  Joost van Bellen, Tom Trago, and Strange Boutique, met visuals van Arnout Hulskamp.


Rineke Dijkstra, The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam (NL)
(1996-1997)


Mark Leckey, Fiorucci Made Me Harcore (1999)

De tentoonstelling was het gehele weekend te bezoeken. Na de opening op donderdag waren de video-installaties tijdens reguliere club avonden op vrijdag- en zaterdagnacht te zien. De nietsvermoedende clubber maakte op deze manier op ongedwongen wijze kennis met kunst die normaliter alleen in musea of galeries te zien is.  Door zowel de bezoekers van de donderdagavond en de clubbers van de vrijdag- en zaterdagnacht werden de werken goed ontvangen.

Ik moet hierbij vermelden dat dit alleen mogelijk was door de goede samenwerking tussen TrouwAmsterdam, de kunstenaars en ook met Beamsystems, die de hoge kwaliteit beamers aanleverde. Maar ook door het werk verricht door mijn mentor en conservator Bart Rutten, curator Public Program Hendrik Folkerts, projectcoördinator Menno Dudok van Heel en het Stedelijk bouwteam onder leiding van Peter van der Lem. Door alleen genoegen te nemen met de hoogste mogelijke kwaliteit, was het mogelijk om de werken op gepaste wijze te plaatsen in deze club context.

Ik wil iedereen hartelijk danken, ook alle bezoekers van het event, het was een mooi project. Op naar de volgende samenwerking tussen TrouwAmsterdam en het Stedelijk Museum!

Op 19 april organiseren het Stedelijk Museum en Non-fiction voor de tweede keer een avond over en met geluidskunst, als onderdeel van de serie Temporary Stedelijk 3 – Stedelijk @ Trouw/De Verdieping in TrouwAmsterdam. Toonaangevende kunstenaars en musici reageren op de vraag: hoe klinkt een gebouw? Met live optredens en installaties van o.a. Alva Noto, Machinefabriek, Jacob Kirkegaard, Sarah van Sonsbeeck, Mark Bain, Alexandra Duvekot, Peter C. Simon en bijzondere collectiepresentaties van het Stedelijk in De Verdieping. 

Tekst: Britte Sloothaak, conservator in opleiding
Foto’s (indien niet anders vermeld): Ernst van Deursen

Jurering van de Gemeentelijke Kunstaankopen 2012

Als onderdeel van de heropeningsactiviteiten van het Stedelijk Museum, organiseert het museum volgend jaar de tentoonstelling Beyond Imagination – Gemeentelijke Kunstaankopen 2012. Dit jaarlijkse project biedt een overzicht van de actuele kunstproductie in Amsterdam en is een open inzending. Uit de tentoonstelling worden werken voor de collectie van het Stedelijk aangekocht.

"Beyond Imagination"

Oproep en documentatie
Op vrijdag 4 november verschenen advertenties in de dagbladen en op kunstwebsites waarin kunstenaars worden opgeroepen een project en/of documentatie voor deze tentoonstelling in te zenden. In de oproep hebben we aangegeven dat we vooral willen kijken naar de huidige artistieke praktijk waarbij kunstenaars zich op een vanzelfsprekende manier tussen media, genres en disciplines in bewegen en deze in hybride kunstuitingen met elkaar vermengen. Door verschillende uitdrukkingsvormen met elkaar te combineren, zien we kunstenaars in hun werk reageren op de vervaging van de grenzen tussen realiteit en fictie, tussen authenticiteit en rollenspel. Opvallend daarbij is de belangstelling voor een performatieve en procesgerichte benadering en een hernieuwde belangstelling voor het gebruik van taal en gesproken woord.

“Het onwerkelijke is vervlochten geraakt met het werkelijke”
Als evocatief voorbeeld noemden we in de advertentie de tv-film World On A Wire uit 1973 van de Duitse filmmaker Rainer Werner Fassbinder. Deze film vertelt het verhaal van een wetenschappelijk instituut dat met behulp van een geavanceerde computer een levensechte stad kan simuleren. De film is gebaseerd op de sciencefictionroman Simulacron-3 van Daniel F. Galouye en beschrijft hoe de bewoners van deze kunstmatige metropool hetzelfde soort leven leiden als mensen in de echte wereld – zonder te weten dat hun leven een simulatie is. “Kijkend naar de simulaties van de financiële wereld, ‘reality’ shows en de manier waarop de politiek één grote performance is, groeit de verleiding om aan te nemen dat het echte en het denkbeeldige vandaag de dag met elkaar verweven zijn. Dromen en fictie hebben niet langer het alleenrecht op het denkbeeldige — het onwerkelijke is vervlochten geraakt met het werkelijke”, aldus de oproep.

650 inzendingen
Zoals gebruikelijk kwamen de meeste inzendingen vlak voor de deadline (30 november) binnen. Omdat het merendeel per post werd ingestuurd bleven deze keer de grote traditionele samenscholingen van kunstenaars bij de locatie waar de documentatie last minute ingeleverd kon worden achterwege. Dat neemt niet weg dat we deze keer 650 inzendingen hebben ontvangen. Een recent record. De inzendingen zijn in korte tijd door een team van vier medewerkers op de tijdelijke (nou ja..) kantoren in Sloterdijk verwerkt. Een hele klus waarbij al het ingezonden beeldmateriaal op harde schijf werd gezet zodat er tijdens het juryberaad snel door het beeldmateriaal genavigeerd kon worden.


vlnr Martijn van Nieuwenhuyzen, Kathrin Jentjens, Frederique Bergholtz, Koen Brams, Melvin Moti

De jurering
Het is allemaal heel snel en gestroomlijnd gegaan. Voor de kerst hebben we de eerste ronde van de jurering van de Gemeentelijke Kunstaankopen 2012 kunnen afronden, mede dankzij de betrokken en kundige jury die dit keer bestond uit Frederique Bergholtz, directeur van de op performatieve kunsten gerichte kunstinstelling If I Can’t Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution, Koen Brams, essayist, onderzoeker en voormalig hoofdredacteur van kunsttijdschrift De Witte Raaf, alsmede voormalig directeur Jan van Eyck Academie en kunstenaar Melvin Moti. Daarnaast maken de curatoren van de tentoonstelling deel uit van de jury: Kathrin Jentjens, directeur van de Kölnischer Kunstverein en ondergetekende, voorzitter en conservator van het Stedelijk Museum. De jury wordt bijgestaan door projectleider Lucas Bonekamp (rechts op de foto) en projectmedewerker Manuela Hoekstra.

In de rustige kamer van een klein museum aan de Amsterdamse gracht (pas in maart gaan we met onze kantoren over naar het nieuwe gebouw aan het Museumplein) heeft de jury in de eerste weken van december in een aantal sessies alle 650 inzendingen gezien. We waren oprecht verrast door de enorme respons op de oproep. Het geeft misschien aan hoe levend het Gemeentelijke Kunstaankopen project is, hoe de kunstenaarsgemeenschap naar de heropening van het museum toeleeft, maar ook hoe de thematische lijnen van dit jaar velen hebben getriggerd een voorstel in te zenden.

Verdere selectie
Nu de eerste ronde voorbij is gaan we in het nieuwe jaar door met de selectie van kandidaten voor Beyond Imagination. Over een aantal weken zullen we een definitieve keuze bepalen en gaan we met de voorbereidingen van de tentoonstelling beginnen. Er zijn al heel wat interessante voorstellen langs gekomen; het is inspirerend te zien hoe kunstenaars met concrete voorstellen ingaan op de in de oproep uitgezette lijnen. Een grote bonus voor de juryleden van de Gemeentelijke Kunstaankopen is dat je met deze open inzending een breed beeld gepresenteerd krijgt van de kunstproductie in Amsterdam en ver daarbuiten, door de generaties heen, want het zijn zeker niet alleen kunstenaars die net van de academies of werkplaatsen komen die op de oproep hebben gereageerd. De oudste inzender is 80!

Martijn van Nieuwenhuyzen

Karel van Mander Prijs voor boek over Sandberg

Op 11 november j.l. is in het Teylers Museum in Haarlem de Karel van Mander Prijs uitgereikt aan Caroline Roodenburg, de schrijfster van het boek ‘Expressie en ordening. Het verzamelbeleid van Willem Sandberg voor het Stedelijk Museum, 1945-1962′, Rotterdam (NAi uitgevers i.s.m. Stedelijk Museum) 2004. Dit is alweer de tweede prijs voor het boek, dat eerder door de Nederlandse kunstcritici werd bekroond met de AICA-oorkonde 2006.

De Karel van Mander Prijs is een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici en wordt elk jaar toegekend aan een specifiek vakgebied. In 2011 was na vijf jaar de moderne kunst weer aan bod. De prijs is aan Roodenburg uitgereikt omdat haar boek helder en toegankelijk is geschreven en mooi het beleid van de legendarische museumdirecteur uit de doeken doet. Het toont aan dat Sandberg niet alleen – zoals het gangbare beeld dat van hem bestaat – spraakmakende tentoonstellingen in het Stedelijk organiseerde, maar zich ook bekommerde om de opbouw van de collectie. Veel van de ‘moderne klassieken’ uit het Stedelijk Museum, maar ook talloze werken uit de jaren vijfig (o.a. van Karel Appel en deCoBrA-beweging) zijn tijdens de periode-Sandberg aan de collectie toegevoegd.

Zie ook: http://www.kunsthistorici.nl/

Caroline Roodenburg heeft van 1997 tot 2003 bij het Stedelijk Museum gewerkt, met financiële steun van de Mondriaan Stichting.