Journal

Categorie: Collectie

Geen categorie 11 april, 2017

Schenking Ger van Elk

Zoals in veel van zijn werk, geeft Ger van Elk in Riet-Fruit-Veld commentaar op de kunstgeschiedenis. Het bovenste deel van de voorstelling wordt ingenomen door een fotografisch beeld van Gerrit Rietvelds beroemde hanglamp. Met deze lamp maakte meubelmaker en architect Rietveld in 1922 een driedimensionale vertaling van Mondriaans schilderkunstige principe van horizontalen en verticalen op het platte vlak. Het is een afgeleide van het toonbeeld van een strenge beeldtaal en keuze voor systematische abstractie, typerend voor het vroeg 20ste-eeuwse modernisme. Aan de beeldranden trekt Van Elk de associatie met Rietveld verder door. Met strookjes papier en potlood geeft hij een driedimensionale illusie van een strak-moderne architectonische opening, zoals Rietveld en de architecten van het op Mondriaan en De Stijl geïnspireerde Nieuwe Bouwen die realiseerden.

 

Ger van Elk, Riet-Fruit-Veld, 1988, lakverf en vernis op chromogene kleurendruk, potlood op papier, 81,5 x 71,5 x 3 cm (incl. lijst), schenking Mr. J.M. Boll, ter gelegenheid van het afscheid van Bart Rutten als Hoofd Collecties van het Stedelijk Museum

In het onderste deel van Van Elks voorstelling is het commentaar op de kunstgeschiedenis iets minder evident. Ook hier weer horizontale, verticale en haakse elementen, maar het fotografische beeld doet eerder aan de klassieke stillevenschilderkunst van voor het modernisme denken. We zien een bruin tafelblad met daarop twee bananen, mooi belicht, zoals in de 17de, 18de en 19de eeuwse realistische schilderkunst. Beide contrasterende delen zijn met elkaar verbonden door abstract expressionistisch-achtige kleurvlakken. Die zorgen ervoor dat je de voorstelling ook als een harmonische compositie op het platte vlak kunt zien; het wit van de lampen keert in het midden en onderaan terug in geschilderde witte vlakken; het donkere vlak van de tafelrand en poot wordt in evenwicht gehouden door een donker vlak linksboven; deels lost de tafel op in grijze vlakken. Het lijkt op een compositie van een abstract expressionistisch schilderij. Maar die kleurvlakken roepen toch ook weer associaties op met Mondriaan en De Stijl: ze zijn geschilderd in de kleuren van De Stijl, rood, blauw, wit, grijs en zwart. En het geel van Mondriaan dan? Dat is terug te vinden in de bananen(!)

Read More »

Tags

nieuws nieuws 20 februari, 2017

Zeldzame lichtgrijze Valentine S typemachine van Sottsass voor de museumcollectie

Ettore Sottsass en Perry King, lichtgrijze Valentine typemachine voor Olivetti, 1969, coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Vintageobjects

Geheel toepasselijk op Valentijnsdag kocht ik voor de museumcollectie een lichtgrijze Valentine S typemachine. De Italiaanse ontwerper Ettore Sottsass ontwierp hem samen met Perry King in 1969 voor Olivetti. De draagbare Valentine S bestaat uit een typemachine die ter bescherming in een kunststoffen omhulsel kan worden geschoven. De achterkant van de machine is tevens het deksel van de doos; hieraan bevindt zich het handvat. Met twee rubberen lipjes bevestigt men het omhulsel aan de machine. Een draagbare typemachine was in die tijd ongekend; voorgangers waren loodzwaar en kwamen vrijwel nooit van hun plaats.

Ettore Sottsass en Perry King, rode Valentine S typemachine, coll. Stedelijk Museum Amsterdam.

Sottsass en King maakten van een professionele kantoormachine een handig apparaat voor privé gebruik. Volgens Sottsass geschikt om dichters gezelschap te houden tijdens eenzame weekenden op het platteland. Het oorspronkelijke ontwerp zou alleen kleine letters kunnen typen en geen rinkelende bel aan het eind hebben. Daarmee ging Olivetti niet akkoord, maar de voor een typemachine ongebruikelijke kleur rood met knaloranje spoelhouders kwam er wel door. De rode versie werd het meest populair. In vrijwel elke museale collectie industriële vormgeving is hij te vinden, maar de lichtgrijze en blauwe versie zijn veel zeldzamer. Heel mooi dus dat we de lichtgrijze hebben gevonden, bij een handelaar in Nederland nota bene. Nu de blauwe nog, zodat we ze ooit met zijn drieën naast elkaar kunnen tonen, zoals Olivetti zelf ook wel deed.

 

 

 

 

 

Tags

Tentoonstellingen 2 april, 2015

De Nederlandse leerlingen van Matisse

Maurice Rummens is wetenschappelijk medewerker bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. Bij het voorbereiden van de tentoonstelling De oase van Matisse stuitte hij op een verrassend gegeven dat in Nederland vrijwel onbekend is.

 

Studioassistent Annelies Nelck met contourtekening van het knipselwerk Apollo op de vloer in Hôtel Régina, Nice, c. 1953 © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam.

Atelierassistent Annelies Nelck met contourtekening op transparant papier van Matisse’ knipselwerk Apollo op de vloer in Hôtel Régina, Nice, c. 1953 © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam.

In 1943 belt een jonge Nederlandse vrouw bij Henri Matisse in het Zuid-Franse Vence aan en vraagt om hulp bij haar werk. Ze heet Annelies Nelck en heeft aan de Rijksakademie in Amsterdam de schildersopleiding gevolgd. Na haar eerste bezoek aan Matisse volgen er meer en uiteindelijk zal zij zes jaar lang kind aan huis bij hem zijn. In 1995 heeft zij haar dagboekherinneringen verwerkt in een Franstalig boekmanuscript, dat in 1999 in eigen beheer is uitgegeven. Matisse becommentarieerde het werk van Nelck. Zij was overigens niet de enige Nederlandse die les van hem kreeg. Het is algemener bekend dat aan de zogenoemde Académie Matisse in Parijs aan het begin van de twintigste eeuw een andere Nederlandse jonge vrouw, B. de Ward, tot zijn leerlingen behoorde. Aan De Ward hoop ik later aandacht te kunnen besteden; hieronder meer over Nelck. Hoe kwam zij in 1943 in Zuid-Frankrijk terecht? En wat leert zij ons over Matisse?

Annelies Nelck
Haar vader, een bakkersknecht uit Den Haag, was heel handig en construeerde zelf campers avant-la-lettre. Met een daarvan emigreerde Annelies met haar ouders – haar moeder kwam uit Amsterdam en was onderwijzeres – naar Vence, waar ze een tuinbouwbedrijfje begonnen. In 1938 mocht Annelies gaan studeren in Amsterdam, waar ze bij een oom en tante verbleef. In 1943 was ze in verwachting en mocht en kon je door de oorlogssituatie moeilijk reizen, maar zij kreeg, zoals zij zei: “wonder boven wonder” toestemming om naar haar ouders te gaan, van wie ze twee jaar lang niets meer had vernomen. Pogingen om haar vriend, die in het verzet zat, naar Vence te halen liepen op niets uit. Hij overleefde de oorlog niet.

De ontmoeting
In Vence werd Nelcks zoon geboren en leidde zij met haar ouders een geïsoleerd bestaan. Haar vader had van de plaatselijke bevolking gehoord dat er een bekende schilder (de naam Matisse zei haar toen niets) in Vence woonde en spoorde Annelies aan om hem te bezoeken. Ze durfde niet goed, maar op aandringen van haar vader ging ze toch. Aan de deur gaf Lydia Delectorskaya, de vaste assistente van Matisse, haar te verstaan dat ze een telefonische afspraak moest maken als ze Monsieur Matisse wilde spreken. Niemand in de buurt had telefoon, maar haar vader wilde dat ze terugging, nu met haar ingelijste tekeningen in een handkarretje. In de deuropening van de villa van Matisse zag ze een kleine vrouw (Josette, de kok) de gang schrobben, ze verzamelde al haar moed en liep op haar af. Josette vroeg haar even te wachten. Vanuit het atelier hoorde ze een mannenstem protesteren, waarop Josette zei: ‘Maar Monsieur, ze is nog zo jong!’ Nelck werd binnengelaten en zag ‘een vreemde ruimte, heel licht, vol bloemen en planten, meubels en gekleurde objecten met golvende vormen en overal kleuren’. Te midden daarvan zat Matisse. Toen deze haar vroeg wat bepaalde vormen op een van haar werken voorstelden, antwoordde ze verbaasd: ‘Dat zijn koeien! Is dat niet te zien?’ Waarop Matisse kalm zei: ‘U bent hier brutaalweg binnengestapt en nu probeert u mij de les te lezen. U kunt gaan.’ Toen ze daarop begon te huilen, kreeg ze te horen dat huilen een bekende truc was om ergens binnen te komen. Maar terwijl ze afdroop, riep Matisse haar terug. De keer daarop poseerde ze voor hem en… ze bleef de daaropvolgende zes jaar Delectorskaya helpen en poseren voor Matisse. Aldus in een notendop de lezing van Nelck.

Bij Matisse thuis in oorlogstijd
Haar boek geeft meer sfeerimpressies dan feitelijke informatie over het leven in Villa le Rêve, het huis van Matisse, maar ze wijst er wel op hoeveel inspanning het in oorlogstijd aan een kale berghelling en dichtbij de vuurlinie, kostte om te waken over de gezondheid en veiligheid van de na een zware operatie invalide geraakte oudere kunstenaar. Voor de feiten moeten we andere publicaties raadplegen, zoals die van Delectorskaya en de biografie van Matisse, geschreven door Hilary Spurling. Daar kun je lezen dat de kou een grotere bedreiging vormde dan beschietingen. En dat Delectorskaya, puttend uit haar jeugdervaringen in Siberië, het atelier met een houtkachel verwarmde en de koude wind die van de bergen kwam tegenhield door dikke kleden voor deuren en ramen te hangen. Op de fiets schuimde Delectorskaya het platteland af om levensmiddelen te bemachtigen, want de hele streek was leeggehaald om de Duitse troepen te voorzien. Delectorskaya nam zelfs bokslessen om sterker te staan bij eventuele confrontaties met plunderende Duitse soldaten.

 

Laurens_L'automne_DeHerfst_1948

Henri Laurens, L’Automne / De herfst, 1948, brons, gepatineerd, 77 x 170,5 x 63 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam

Wat Nelck het meest opviel en goed beschrijft, was de serene sfeer die in het atelier van Matisse heerste, ondanks de grote zorgen die de schilder had over zijn dochter Marguerite en zijn vrouw Amélie. Beiden waren gearresteerd door de Gestapo wegens verzetsactiviteiten. Marguerite werd gemarteld. Matisse probeerde zijn gevoelens onder controle te krijgen door boekillustraties te maken voor de dichtbundel Les fleurs du mal van Charles Baudelaire, waarvoor Nelck poseerde. Volgens Spurling was, behalve Lydia, Annelies de enige tegen wie Matisse in die tijd over zijn gezin sprak. ‘De dingen zijn op dit moment voor ons allen moeilijk’, zei hij zacht, toen Nelck hem vertelde dat haar vriend in een gevangenishospitaal werd vastgehouden, in afwachting van deportatie naar het concentratiekamp Bergen Belsen. Matisse en Delectorskaya praatten altijd aardig en gewoon met haar. Hij maakte graag grapjes en woordspelingen, maar die waren volgens haar nooit venijnig.

 

Henri Matisse, Zonder titel (studie voor Blauwe naakten), ca. 1952, potlood op papier, 27 x 21 cm, particuliere collectie

Henri Matisse, Zonder titel (studie voor Blauwe naakten), ca. 1952, potlood op papier, 27 x 21 cm, particuliere collectie, © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam.

Het is een beetje jammer dat Nelck niet echt veel nieuws weet te melden over de persoonlijke relatie tussen Matisse en de beeldhouwer Henri Laurens, met wie hij goed bevriend was, en zijzelf later ook. Om die relatie te typeren, citeert ze Delectorskaya. Deze vertelde haar, dat toen Laurens in 1940 krap bij kas zat, Matisse hem opzocht met de mededeling dat hij door een verzamelaar was gestuurd om een beeld voor hem te kopen. De afzetmarkt van Laurens was kleiner dan die van Matisse en was ingestort doordat veel van zijn aspirant-kopers door de oorlog geen kunst meer kochten, of naar het buitenland waren gevlucht. Laurens liet Matisse een keuze maken en noemde de prijs. Matisse haalde hem over om de maximale prijs te vragen, betaalde en nam het beeld mee. In werkelijkheid was er helemaal geen verzamelaar en handelde Matisse zo om Laurens te kunnen helpen zonder hem in verlegenheid te brengen. Matisse gaf deze sculptuur weer in enkele getekende stillevens. De vormen ervan zijn, net als die van Laurens’ andere beelden van vrouwelijke naakten uit dezelfde tijd, verwant aan die van de zogenoemde Blauwe naakten- knipselwerken die Matisse omstreeks 1952 maakte. Jaren na de aankoop zag Laurens het beeld terug in het atelier van Matisse. Hij zei niets, maar Delectorskaya bespeurde een lichte glimlach op zijn gezicht.

 

PierreBonnard_L'esterel

Pierre Bonnard, L’Estérel, 1917, verf op doek, 56 x 73 cm, Stedelijk Museum, Amsterdam, c/o Pictoright, Amsterdam 2004

De kunst van Matisse
Nelck vertelt dat ze aanvankelijk niets begreep van het werk van Matisse. De kleuren leken haar opgebracht zonder toewijding of ‘vakmanschap’ en ze zag de noodzaak van de ‘vertekende’ vormen niet. ‘Maar’, zo zegt ze, ‘hij straalde een spanning uit die het gevolg was van een extreme concentratie, en de beeldende resultaten daarvan beheerste hij duidelijk helemaal.’ Hoewel het voor haar aanvankelijk een raadsel was waar hij naar streefde, was ze wel al snel doordrongen van zijn authenticiteit. Vanaf dat moment vond ze het niet langer nodig om over zijn kunst te lezen; ze verkeerde immers in de bijzondere positie dat ze alleen maar hoefde te luisteren naar Matisse en te kijken naar wat hij deed.

Nelck stipt de inzichten van Matisse overigens meer aan, dan dat ze deze beschrijft. Zo citeert ze wat Matisse tegen haar zei over zijn vriend de schilder Pierre Bonnard: ‘Ik wilde dat ik kon wat hij doet en hij wilde dat hij kon wat ik doe.’ In een brief aan zijn dochter Marguerite lichtte Matisse dit toe. Hij vond het mooi dat bij Bonnard de kleur is opgebracht ‘in strengen alsof het draden wol zijn’ en hij prees het ‘gepassioneerde en levendige’ effect hiervan. Bonnard op zijn beurt zei vol bewondering over de effen kleurvlakken waaruit Matisse zijn voorstellingen opbouwde: ‘Hoe kun je ze gewoon zo neerzetten en dan toch ervoor zorgen dat het klopt?’

 

Woman-in-Blue-low

Henri Matisse, Femme en blue / Vrouw in het blauw, 1937 olieverf op doek 92,7 x 73,7 cm Philadelphia Museum of Art: Schenking Mrs. John Wintersteen, 1956 © Succession H. Matisse, c/o Pictoright Amsterdam 2014

De naoorlogse jaren
Nelck bleef poseren voor Matisse, waarvoor ze goed werd betaald, en ook kreeg ze soms van hem een litho of tekening cadeau. Bovendien becommentarieerde hij haar eigen werk:

‘Beste Annelies, Ik heb enige tijd met jouw schilderij geleefd. Ik heb de kwaliteiten en zwakheden (Pardon!) ervan ervaren. Ik wil er graag met je over praten zodra je in de gelegenheid bent om naar Nice te komen. […] Ik hoop je spoedig te zien, groeten aan je man, Henri Matisse, 12 augustus 1949’

En Matisse vond kopers voor haar werk (‘Ik vertelde hen dat 1000 francs jouw gebruikelijke prijs was voor een portret’). Ze concludeert dat hij niet alleen orde en balans bracht in haar werk maar, door de wijze adviezen en hulp, ook in haar leven. In 2014 is zij overleden. We hadden haar voor onze tentoonstelling graag geïnterviewd.

 

De oase van Matisse, te zien t/m 16 augustus 2015 in het Stedelijk Museum Amsterdam

Bronnen:

L. Delectorskaya, voorwoord I. Monod-Fontaine, Henri Matisse : contre vents et marées, peinture et livres illustrés de 1939 à 1943, Parijs 1996
A. Nelck, Matisse à Vence, l’olivier du rêve, témoignage,  [S.l.] 1999
H. Spurling, Matisse The Master: A Life of Henri Matisse, Volume Two, 1909-1954, Londen 2005

Tags

Geen categorie 5 december, 2013

Nieuwe inrichting sieradenkabinet met bruiklenen Stichting Françoise van den Bosch

Princess of 22 van David Roux-Fouillet. Te zien in het Sieradenkabinet.

Princess of 22 van David Roux-Fouillet. Te zien in het Sieradenkabinet.

Liesbeth den Besten is voorzitter van de Stichting Françoise van den Bosch en richtte in samenwerking met Stedelijk Museum curator Marjan Boot de nieuwe collectiepresentatie in het sieradenkabinet in. Als kunsthistoricus met een specifieke interesse in hedendaagse sieraden heeft ze internationaal een naam opgebouwd; in 2011 verscheen haar boek ‘On Jewellery, a compendium of international contemporary jewellery’ (Arnoldsche). In dit blog licht ze de keus toe voor een van de objecten: Princess of 22.

De nieuwe collectiepresentatie in het sieradenkabinet op de afdeling vormgeving is gewijd aan Françoise van den Bosch (1944-1977) en de naar haar genoemde Stichting, waarvan de jaarlijks groeiende collectie sieraden in bruikleen is bij het Stedelijk Museum. In de presentatie is een recent verworven object te zien dat we nader toe willen lichten omdat het op een wel heel bijzondere manier gemaakt is. Het gaat om Princess of 22, twee kleine schietschijven, een gouden ring en een familiewapen met vizier van David Roux-Fouillet (1978) uit Londen.

Read More »

Tags

Geen categorie 28 november, 2013

Hommage aan Herman Scholten

Op 8 juli 2013 overleed textielkunstenaar Herman Scholten. Als hommage aan zijn persoon en werk halen collega’s, leerlingen, familie en vrienden herinneringen aan hem op. Meer informatie over Herman Scholten en zijn vrouw Desirée Scholten – van de Rivière (1920-1987) kunt u vinden op www.hermanendesireescholten.nl.

In Memoriam Herman Scholten

_

Herman Scholten werkt het wandkleed Diagonaal vierkant af in zijn atelier in Baambrugge, 1978

Herman Scholten werkt het wandkleed Diagonaal vierkant af in zijn atelier in Baambrugge, 1978

Read More »

Tags

Geen categorie 21 oktober, 2013

Eerbetoon aan indrukwekkend nalatenschap

9789462081031_de_russische_avant_garde_de_khardzhiev_collectie_3dNa jarenlang grondig onderzoek presenteert het Stedelijk Museum Russische avant-garde. De Khardzhiev-collectie in het Stedelijk Museum Amsterdam, de enige echte catalogue raissoné van de unieke Khardzhiev collectie. Dit 552 pagina’s tellende boek van krap 3,5 kilo is een eerbetoon aan de indrukwekkende nalatenschap van de Russische verzamelaar Nikolai Khardzhiev. Hij was vriend en bewonderaar van de moderne kunstenaars van zijn tijd. Khardzhiev verzamelde werk van kunstenaars als Kazimir Malevich, Mikhail Larionov, Olga Rozanova, El Lissitzky, Vasily Chekrygin, Mikhail Matyushin en Vladimir Tatlin. Van deze en vele andere Russische avant-gardisten bracht hij vanaf eind jaren ‘20 een omvangrijke verzameling kunst, manuscripten en andere unieke documenten bijeen. Door bestudering hiervan ontwikkelde de literatuurkenner Khardzhiev zich tot een pionier in het onderzoek naar de kunstenaars van de Russische avant-garde van het begin van de twintigste eeuw.
Sinds 1998 huist deze kunstcollectie in het Stedelijk Museum Amsterdam als langdurige bruikleen van de Stichting Khardzhiev. Geurt Imanse en Frank van Lamoen deden jarenlang onderzoek naar de collectie en lieten elk kunstwerk en document door hun handen gaan om deze zorgvuldig te kunnen documenteren en zo de enorme collectie te kunnen inventariseren. De afdeling papierrestauratie onderzocht elk werk op de verschillende technieken en de gebruikte materialen en ondergronden. Een groot deel van de werken werden voorzien van een nieuwe datering en tot op het laatste moment werd werk toegeschreven aan tot dan toe onbekende, nieuwe Russische kunstenaars.
0029_2013_10_15_SMA_Catalogus_Malevich_foto_Ernst_van_Deursen_800Met ruim 700 kunstwerken, waaronder schilderijen, werken op papier, gouaches, aquarellen, omslagontwerpen van futuristische boeken, schetsen en studies, biedt deze publicatie een nagenoeg compleet overzicht van Khardzhievs uitzonderlijke kunstverzameling. De werken zijn op kunstenaar ingedeeld, die elk worden geïntroduceerd met een korte biografie, waarin zijn werk en zijn relatie tot Khardzhiev besproken wordt. In de essays beschrijven onder meer de auteurs Elena Basner, Michael Meylac en Sergey Sigey de veelbewogen geschiedenis van de collectie en de eigenzinnige figuur van Nikolai Khardzhiev.

Elvie Casteleijn is afgestudeerd Master Museumconservator en is werkzaam op de afdeling Publicaties van het Stedelijk Museum. Ze leverde bijdragen aan meerdere Stedelijk publicaties en coördineerde het project van de Khardzhiev catalogus.

Tags

Geen categorie 21 oktober, 2013

Uitgangspunten Malevich’ suprematisme opnieuw gevisualiseerd

13-00969-7 NL Cover Malevich en de Russische avant-garde.jpg 322460_1_1265 afbeeldingen, 12 inleidende teksten geschreven door Malevich kenner Linda S. Boersma en een essay van vooraanstaand kunsthistorica Aleksandra Shatskikh. De publicatie Kazimir Malevich en de Russische avant-garde, met een selectie uit de Khardzhiev- en Costakiscollecties geeft de lezer een beeld van de artistieke ontwikkeling van Malevich, zijn relatie met tijdgenoten en de historische context die zo belangrijk is in het werk van de kunstenaar.
Het boek neemt de lezer mee in de ontwikkeling van Malevich en zijn collega kunstenaars van de Russische avant-garde. Vanaf het moment van zijn vroege werk dat dateert uit het begin van de twintigste eeuw via zijn beroemde abstracte werken waaronder Zwart Vierkant naar zijn late figuratieve werk. Het essay van Shatskikh gaat niet alleen over de artistieke kwaliteiten van de kunstenaar maar benadrukt een aantal andere belangrijke kanten van Malevich. Hij was naast kunstenaar namelijk ook een begenadigd leermeester, filosoof en artistiek leider van de door hem in het leven geroepen kunststroming: het Suprematisme.
Gelijk aan de tentoonstelling volgt het boek de chronologie, maar ook twee belangrijke peilers: de Khardzhiev- en Costakiscollecties. Deze twee collecties zijn bepalend geweest in deze tentoonstelling en voor het boek. Zij vormen de rode draad tussen verschillende kunstenaars en topstukken van de Russische avant-garde en haar kunstenaars. De Khardzhiev Collectie is bovendien voor het Stedelijk Museum een gekoesterde langdurige bruikleen van de Stichting Khardzhiev aan het museum.
Veel mensen refereren aan de catalogus die het Stedelijk in 1989 uitbracht. Met goede herinneringen denkt men terug aan de overzichtstentoonstelling van Malevich die het Stedelijk toen organiseerde. Er zullen er ook velen zijn die deze tentoonstelling niet hebben meegemaakt. Uit het ontwerp van Mevis en van Deursen blijkt dat deze historische kunstwerken ons nog steeds veel vertellen. Het boek heeft hierdoor een hedendaagse uitstraling gekregen en biedt naast een uitgebreid naslagwerk ook een fris ontwerp dat de uitgangspunten van het Suprematisme vanuit onze tijd opnieuw visualiseert.

Menno Dudok van Heel studeerde Cultureel Erfgoed en Kunstgeschiedenis in Amsterdam. Hij werkt op de afdeling publicaties van het Stedelijk Museum en schrijft regelmatig over tentoonstellingen en de museumcollectie.

De catalogus is in het Stedelijk te verkrijgen (paperback, €25 en hardcover, €39,80). Gelijktijdig met deze tentoonstelling verschijnt ook overzichtscatalogus van de Khardzhiev-collectie.

Tags

Geen categorie 15 oktober, 2013

Collectiewisseling: De Stijl en haar navolgers

Deze week werd in twee zalen van het Stedelijk Museum een nieuwe opstelling ingericht met werken van kunstenaars die gerelateerd worden aan De Stijl. De nieuwe opstelling vervangt de zaal met suprematistische werken van Malevich en Lissitzky die vanaf 19 oktober te zien zullen zijn in de tentoonstelling Kazimir Malevich and the Russian Avant-garde. Naast De Stijl-kunstenaars van het eerste uur, zoals Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Georges Vantongerloo is ook werk te zien van een jongere generatie waaronder César Domela, Marlow Moss en Nicolaas Warb. Net als de radicale Malevich werkten de kunstenaars van De Stijl aan een moderne samenleving, die zij met een nieuwe abstracte vormentaal zouden kunnen bereiken. De zalen zijn dan ook een mooie aanvulling op de tentoonstelling.

20131010_084847

De Stijl, een van oorsprong Nederlandse kunstbeweging die werd opgericht in 1917, speelde een centrale rol in de internationale avant-garde en is vandaag de dag nog steeds een belangrijke inspiratiebron voor veel kunstenaars, vormgevers en architecten. De groep rond Piet Mondriaan en Theo van Doesburg streefde naar een synthese tussen kunst en leven. De ideale samenleving die zij voorstonden vroeg om een nieuwe abstracte vormentaal. Deze nieuwe kunst, die aanvankelijk vooral gebaseerd was op Mondriaans kunsttheorie van het neoplasticisme, inspireerde vanaf de jaren dertig een nieuwe generatie kunstenaars. Terwijl Mondriaan er meer dan twintig jaar over had gedaan om tot een geheel abstracte taal te komen, konden deze jonge kunstenaars binnen enkele jaren van het academische naakt en het impressionistische landschap overstappen naar een compositie van lijnen en kleurvlakken. Zij namen de werkwijze van hun voorgangers dan ook wel als uitgangspunt, maar gaven hier vervolgens een zeer eigen invulling aan. Zo introduceerde de Britse kunstenaar Marlow Moss de dubbele lijn in haar abstracte composities. Dit betekende een revolutionaire stap in de ontwikkeling van het neoplasticisme en werd al snel door andere schilders overgenomen.

20131010_120148 (2)

20131010_083536

Marlow Moss was niet alleen op artistiek gebied vooruitstrevend. Om als vrouw een plaats te hebben in een door mannen gedomineerde kunstwereld gebruikte zij een pseudoniem. Haar echte naam was Marjorie Jewell. Moss was één van de trouwste volgelingen van Mondriaan. Zij ontmoette haar leermeester in 1929 in Parijs en nam diens sobere vormentaal en kleurgebruik over. De belangstelling voor elkaars werk was wederzijds en tot aan de Tweede Wereldoorlog bleven zij elkaar inspireren. Ook de Nederlandse kunstenares Sophie Elisabeth (Fine) Warburg, alias Nicolaas Warb, gebruikte een pseudoniem om door de kunstcritici serieus genomen te worden. Zij nam de achternaam van haar man Francis Nicolas aan als haar voornaam en voegde daar een a aan toe om het Nederlands te laten klinken. Tevens verkortte zij haar achternaam tot Warb om ten tijde van de Tweede Wereldoorlog de Duitse connotatie te vermijden. Het vroege werk van Nicolaas Warb toont duidelijk de invloed van Georges Vantongerloo. In de opstelling wordt het werk van beide kunstenaars tegenover elkaar geplaatst, waardoor de overeenkomsten duidelijk zichtbaar worden.

20131015_113231 (2)

Op enkele uitzonderingen na wordt in de kunstgeschiedenis het modernisme door mannen gedomineerd en is het belang van veel vrouwelijke kunstenaars in de vergetelheid geraakt. Met het tonen van het werk van deze twee vrouwelijke kunstenaars hopen we hun belang voor de ontwikkeling van het modernisme te onderstrepen en de gevestigde kunsthistorische canon een beetje te herzien.

*Alle foto’s zijn door Masha van Vliet gemaakt.

De nieuwe opstelling zal vanaf 11 oktober 2013 te zien zijn in de zalen 0.5 en 0.9.

Masha van Vliet is conservator in opleiding fotografie bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Samen met conservator beeldende kunst Bart Rutten bedacht zij de inrichting van de twee zalen over De Stijl en haar navolgers.

Tags

verslag verslag 12 juni, 2013

Walter Nikkels

Depicted, Abgebildet, Afgebeeld. Amsterdam Valiz, 2013. 527 p.

Ruim 10 jaar, van 1993 tot 2004, was grafisch vormgever Walter Nikkels verantwoordelijk voor het merendeel van de vormgeving van het Stedelijk Museum.  Dat behelsde boeken en tentoonstellingscatalogi, maar ook uitnodigingen, een enkel affiche en inrichtingen van zalen zoals bij de reeks Poëzie in het Stedelijk. Daar waar hij niet zelf de vormgeving verzorgde, adviseerde hij bij de keuze van een andere grafisch vormgever.  Dit alles tijdens het directoraat van Rudi Fuchs, met wie hij tussen 1975 en 1987 in Eindhoven, toen Fuchs daar directeur was van het Van Abbemuseum,  al talloze publicaties – waaronder veel kunstenaarsboeken – had vorm gegeven.

In het recent verschenen boek  Walter Nikkels: Depicted, Abgebildet, Afgebeeld, is Nikkels gehele oeuvre vanaf 1964 tot 2011 in beeld gebracht.  Dat dit meer behelst dan de periode Stedelijk  blijkt al direct als het boek in handen wordt genomen; het is dik en vol, heel erg vol, ook doordat alle tekst in drie talen is opgenomen: Nederlands, Duits en Engels. Het vergt weliswaar enige moeite om de structuur van het boek te doorgronden, omdat het soms horizontaal, soms verticaal moet worden gelezen, maar die structuur is er wel degelijk. In een schier eindeloze kolom is jaar na jaar al zijn werk in kaart gebracht en veel daarvan is ook afgebeeld. Nikkels productiviteit spat als het ware van de pagina’s, net als zijn veelzijdigheid. Hij verzorgde niet alleen honderden boeken en catalogi, maar was ook vormgever van postzegels,  grote tentoonstellingen als Documenta 7 (1982) en Bilderstreit (1989) en architect van de nieuw- en verbouw van Museum Kurhaus Kleve.

Niet voor niets ontving hij in 1981 de H.N. Werkmanprijs voor grafisch ontwerpen voor zijn gehele oeuvre.

Nikkels is een echte ‘kunstenaars-vormgever’; hij verdiept zich altijd grondig in het werk van een kunstenaar voordat hij een keuze voor een bepaald ontwerp maakt. Dat heeft in veel gevallen geleid tot intensieve en langdurige vriendschappen, waarvan die met de Duitse kunstenaar Lothar Baumgarten misschien het beste voorbeeld is. Samen verzorgden zij vele publicaties en presentaties waarbij het werk van de één soms slechts met moeite valt te onderscheiden van dat van de ander.

Naast zijn praktijk schreef Nikkels ook vele artikelen over  grafische vormgeving en sprak hij in interviews over zijn ervaringen uit zijn tijd als hoogleraar ‘Entwurf, Buchkunst und Schriftentwickling’ van 1986 tot 2005 aan de Kunstakademie in Düsseldorf. Al deze artikelen zijn opgenomen in het boek, net als die van andere auteurs over zijn werk en de interviews door Wigger Bierma (jarenlang assistent van Nikkels en vormgever van dit boek) en Wouter Davidts.

Op 22 september vindt  een presentatie van het boek plaats in de aula van het Stedelijk Museum. Meer informatie over deze bijeenkomst zal tegen die tijd te vinden zijn op www.stedelijk.nl.

Suzanna Héman is assistent-conservator prenten, tekeningen en kunstenaarsboeken

Het boek is te koop in de museumwinkel

Tags