Journal
Geen categorie 17 juni, 2015

Ed Atkins: Performance Capture

Een blog over het twee middagen durende forum op zaterdag 25 en zondag 26 april 2015 in het auditorium van het Stedelijk Museum Amsterdam

Auteur: Jesse Vissers, stagiair Public Program

I don’t want to hear any news on the radio about the weather on the weekend. Talk about that… Once upon a time a couple of people were alive who were friends of mine…. The weathers, the weathers they lived in! Christ, the sun on those Saturdays.

Wie de werken van Ed Atkins in de kelder van het Stedelijk Museum heeft gezien, herkent de tekst wellicht gelijk. Tijdens het programma van Performance Capture spreekt Atkins (1982, Oxford) deze tekst echter live uit op een podium in het auditorium, voor een motion-capture camera. Hij herhaalt de zinnen telkens opnieuw. Hoe lang? Zijn het twee minuten, tien of misschien wel twintig? Dan plots zet hij het lied Under this stone lies Gabriel John (1686) van Purcell in. Na een halve minuut staan er drie oudere mensen op uit het publiek en vallen Atkins bij. Nog wat later staan ergens anders ouderen op uit het publiek. Ze zingen mee met zachte breekbare stemmen. Wanneer het lied af is, volgt applaus. Zo eindigt de eerste dag van Performance Capture, Ed Atkins’ tweedaagse forum. De titel is een dubbele verwijzing, naar de 3D registratietechniek die het bewegende lichaam van een performer digitaal vastlegt maar ook naar de performance kunst als een stroming in het moderne kunstmuseum.

 

Drie koorleden zingen Under This Stone Lies Gabriel John. Beeldrecht: Stedelijk Museum Amsterdam. Fotograaf: Maarten Nauw

Drie koorleden zingen Under This Stone Lies Gabriel John. Beeldrecht: Stedelijk Museum Amsterdam. Fotograaf: Maarten Nauw

Het programma van Performance Capture bestaat uit filmvertoningen, performances van Atkins en diverse voordrachten van de kunstenaars Gil Leung, David Raymond Conroy, filmcurator Steven Caïrns (ICA) en muziekcriticus Frances Morgan (The Wire). Atkins leidt het gesprek samen met Public Program curator Britte Sloothaak. Het forum heeft de opzet van een talkshow met in het midden drie banken en een bijzettafeltje. Het publiek zit in een cirkel om de banken heen, er is een klein podiumpje achter de banken. Daarnaast is er een bar, waar gratis bier wordt geschonken. Het publiek wordt zelfs aangemoedigd om te drinken. De set-up is die van een gezellige namiddag in de kroeg, een borrel. Het is deze opvallend verassende combinatie van een forum, een talkshow en een borrel die Performance Capture een informele en ontspannen sfeer geeft.

 

De gastsprekers in discussie. Vlnr. kunstenaar Ed Atkins, Gil Leung, David Raymond Conroy, Britte Sloothaak en Steven Cairns. Beeldrecht: Stedelijk Museum Amsterdam. Fotograaf: Maarten Nauw

De gastsprekers in discussie. Vlnr. kunstenaar Ed Atkins, Gil Leung, David Raymond Conroy, Britte Sloothaak en Steven Cairns. Beeldrecht: Stedelijk Museum Amsterdam. Fotograaf: Maarten Nauw

Wat Atkins werk zo bijzonder maakt, is dat hij het spel tussen het figuratieve en het realistische naar het digitale domein weet te verplaatsen. Dit doet hij door het lichaam vast te leggen met als doel het animeren van een computer gegenereerd figuur. Atkins lijkt het verband te benadrukken tussen de term animeren, een veel gebruikte term in de computerwereld, en het etymologisch verwante animisme, de overtuiging dat niet menselijke entiteiten spiritueel bezielt zijn. Bij het tot leven wekken – oftewel animeren – van zijn creaties maakt Atkins gebruik van digitale technologieën. Zijn gezichtsuitdrukkingen worden door face-recognition software omgezet in CGI-bewegingen (CGI = Computer Generated Imagery). Zijn motoriek gebruikt hij om zijn avatar te bewegen. De avatar toont niet Atkins huid en ogen, maar wel zijn stem en zijn bewegingen. Het is vervreemdend, wie Atkins video’s veelvuldig heeft bestudeerd herkent in de forumdiscussie de motoriek en het stemgeluid van de kunstenaar uit geanimeerde video’s van digitale avatars. Zijn identiteit gaat in zijn performance verscholen achter een digitale avatar, maar lijkt gedeeltelijk door deze avatar te worden opgenomen. Zijn avatars zijn zo levendig, dat men gemakkelijk gevoelens van empathie of afkeer ervaart voor de digitale projecties van de kunstenaar. Atkins vertaalt aspecten van de menselijke realiteit door zijn performance in het digitale domein. Hij integreert kunst en werkelijkheid op nieuwe manieren door ze te vertalen naar het digitale domein.

Ook andere sprekers bemoeien zich in hun werk met het vertaalproces van de menselijke realiteit in kunst door gebruik van media. Zo stelt Gil Leung zichzelf de vraag hoe een performance veranderd bij een translatie van het ene medium in het andere? Deze jonge Engelse kunstenaar toont een fragment uit de film Husbands (1970) waarin dronken lui aan een tafel proberen los te komen van het ingestudeerde filmscript, en voorbij de improvisatie, een werkelijke ervaring op film proberen te vangen. Leung vertaalde de tekst uit de film naar een tekstscript. Deze tekst bewerkte ze verder met eigen toevoegingen. Tijdens Performance Capture presenteerde ze de bewerkte tekst als een opzichzelfstaand kunstwerk, als háár performance. Ze eigende het werk van een ander toe door het bestaande beeld te vertalen naar een ander medium en er haar eigen interpretatie aan toe te voegen. Tijdens Performance Capture wordt de problematiek van medium specifieke communicatie aangestipt.

 

Ed Atkins gebruikt live motion-capture technologie. Beeldrecht: Stedelijk Museum Amsterdam. Fotograaf: Maarten Nauw

Ed Atkins gebruikt live motion-capture technologie. Beeldrecht: Stedelijk Museum Amsterdam. Fotograaf: Maarten Nauw

Ook Atkins gebruikt zelf veelvuldig andermans werk in zijn eigen kunst. In zijn tentoonstelling Recent Ouija komt een eclectische mix van liederen voorbij, o.a. Bach, Tom Waits, Elvis Presley en Purcell zijn te horen in Atkins’ video’s. Vaak worden fragmenten ingezet maar na een paar klanken weer afgebroken. Goed beschouwd zijn ook zijn avatars, soundeffects en digitale projecties gemaakt door anderen. Kwaaie tongen beweren dat hij zich zelfs queer-identity toe-eigent door gloryhols en uitsluitend mannelijke avatars te gebruiken in zijn werk. En dan is er de afsluitende tekst die hij eindeloos herhaald (en welke terugkomt in zijn werk Warm, Warm, Warm Spring Mouths (2013)), ook deze komt niet van de kunstenaars eigen hand. Het is een gedicht genaamd The Morning Roundup van de postmoderne New Yorkse schrijver Gilbert Sorrentino. Soms is er de vraag, in hoeverre kijken we als publiek naar Atkins zelf, in hoeverre krijgen we iets van zijn eigen werk te zien? Misschien wel nauwelijks iets want Atkins is voornamelijk erg goed in het toe-eigenen, ombuigen en vastleggen van andermans performances.

Tags

Geef een reactie